Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BN4169

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
AWB 10/879
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bouwvergunning voor de verbouw van een gymzaal tot cultureel centrum.

Het college van burgemeester en wethouders is van opvatting dat in bezwaar nader onderzoek dient te worden verrich, om te bezien of ontheffing kan worden verleend van het vereiste in de gemeentelijke bouwverordening dat bij een bouwplan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarmee is niet zeker of de verleende bouwvergunning voor het cultureel centrum in bezwaar in rechte in stand zal kunnen blijven. Toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening na afweging van de betrokken belangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 10/879

uitspraak van de voorzieningenrechter

inzake

[naam verzoekers], wonende te [woonplaats], verzoekers,

gemachtigde: mr. [naam], werkzaam bij Das Rechtsbijstand te Amsterdam,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaatsnaam], verweerder,

gemachtigde: L. Elsen, werkzaam bij de gemeente Leerdam.

Derde partij:

Stichting Go, zetelend te [plaatsnaam], vergunninghoudster,

gemachtigde: [naam bestuurslid], wonende te [woonplaats], bestuurslid van Stichting Go.

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 23 maart 2010 heeft verweerder vergunninghoudster bouwvergunning verleend voor de verbouw van de gymzaal in het pand aan het [adres] te [plaatsnaam] tot cultureel centrum.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 28 april 2010 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Bij brief van 3 augustus 2010 hebben verzoekers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht.

Het verzoek om voorlopige voorziening is op 4 augustus 2010 ter zitting behandeld.

Verzoekers noch hun gemachtigde zijn verschenen.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Vergunninghoudster is verschenen bij gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1.1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor zover hier van belang, kan, indien tegen een besluit voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.1.2. Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Woningwet mag en moet de reguliere bouwvergunning slechts en worden geweigerd, indien de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij de bouwverordening.

Artikel 2.5.30, eerste lid, eerste volzin, van de Bouwverordening gemeente Leerdam 2003 (hierna: de Bouwverordening) bepaalt dat, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Ingevolge artikel 2.5.30, vierde lid, van de Bouwverordening kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.

2.2. Verzoekers hebben zich in hun bezwaarschrift op het standpunt gesteld dat de bouwvergunning in strijd met artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening is verleend, nu bij het bouwplan niet is voorzien in de aanleg van parkeerplaatsen.

2.3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

2.3.1. Het bouwplan voorziet in de verbouw van een bestaand pand. Ter zitting is gebleken dat de vergunde bouwwerkzaamheden voor een deel al zijn gerealiseerd en dat vanaf 16 augustus 2010 het resterende deel van de bouwwerkzaamheden zal worden uitgevoerd. De nog uit te voeren bouwwerkzaamheden betreffen onder meer het plaatsen van de vergunde dakramen, de trap naar de bovenverdieping en de draagconstructie voor de tribune in de theaterzaal. De voorzieningenrechter acht de nog uit te voeren bouwwerkzaamheden een essentieel onderdeel van de vergunde verbouwing. Verzoekers hebben daarom belang bij de door hen gevraagde schorsing van de bouwvergunning nu daarmee kan worden voorkomen dat het door hen bestreden bouwplan gereed is voordat op hun bezwaar is beslist. Dat het verzoekers bij hun bezwaar tegen het bouwplan alleen gaat om het parkeren en niet om de verbouwing als zodanig, laat naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat belang van verzoekers onverlet.

2.3.2. De Commissie bezwaarschriften heeft in haar advies van 28 juni 2010 het door verweerder reeds verrichte onderzoek naar de parkeermogelijkheden ter onderbouwing van de voorgenomen ontheffing als bedoeld in artikel 2.5.30, vierde lid, van de Bouwverordening onvoldoende geacht. In zijn brief van 27 juli 2010 schaart verweerder zich achter de opvatting van de Commissie bezwaarschriften dat dat het geval is en dat voorts nader onderzoek moet worden verricht om na te gaan of ontheffing van artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening kan worden verleend. Gelet op het door verweerder aangekondigde nadere parkeeronderzoek, is verweerder het daarmee eens. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat op 25, 26 en 27 augustus 2010 nieuwe verkeerstellingen zullen worden verricht en dat de rapportage op grond daarvan op 2 september 2010 wordt verwacht. Het besluit over de ontheffing als bedoeld in artikel 2.5.30, vierde lid, van de Bouwverordening voor het bouwplan door verweerder staat voor diens vergadering van 7 september 2010 gepland. De verwachting is gerechtvaardigd dat de ontheffing dan op grond van de rapportage zal kunnen worden verleend, aldus verweerder ter zitting.

De voorzieningenrechter acht echter, anders dan verweerder, op voorhand niet voldoende zeker dat verweerder op basis van het nog uit te voeren onderzoek ontheffing van artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening zal kunnen verlenen. De voorzieningenrechter wijst er daartoe op dat verweerder in zijn onderzoek tot nu toe vooralsnog geen concrete aanknopingspunten heeft kunnen vinden dat op andere wijze in de benodigde parkeerplaatsen in de omgeving van het bouwplan kan worden voorzien. Daarmee is evenmin zeker of de verleende bouwvergunning in bezwaar in rechte in stand zal kunnen blijven. In dat licht acht de voorzieningenrechter het belang van verzoekers de beslissing op hun bezwaar te kunnen afwachten groter dan het belang van vergunninghouder de vergunde bouwwerkzaamheden nu te kunnen afronden om zodoende het cultureel centrum per 1 september 2010 in gebruik te kunnen nemen.

2.4. De voorzieningenrechter wijst, na afweging van de betrokken belangen, het verzoek om voorlopige voorziening toe, in die zin dat de verleende bouwvergunning van 23 maart 2010 wordt geschorst tot zes weken na de te nemen beslissing op het bezwaar van verzoekers.

Nu het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, dient verweerder op grond van het bepaalde in artikel 8:82, vierde lid, in samenhang met artikel 8:74, eerste lid, van de Awb het door verzoekers betaalde griffierecht te vergoeden.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:84 in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die verzoekers in verband met het verzoek om voorlopige voorziening hebben gemaakt.

Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de kosten in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,- (1 punt voor het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 437,- en wegingsfactor 1).

Gezien het vorenstaande beslist de voorzieningenrechter als volgt.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

- schorst de verleende bouwvergunning van 23 maart 2010 tot zes weken na de nemen beslissing op het bezwaar van verzoekers;

- bepaalt dat verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 437,-, welke kosten verweerder aan verzoekers moet vergoeden.

Aldus gegeven door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, en door deze en mr. M. Lammerse, griffier, ondertekend.