Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BN2116

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
22-07-2010
Datum publicatie
22-07-2010
Zaaknummer
248180 CV EXPL 09-12016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

CV, BW 7, Arbeidsrecht.

Valt arbeidsovereenkomst onder CAO Aardappelen, groenten en fruit? Uitleg werkingssfeerbepaling en bepalen of werkgever hieronder valt. Werkgever mag zich nog uitlaten over omzetgegevens.

Loondoorbetalingsverplichting. Werknemer is gedetineerd geweest en is vervolgens opgenomen in een (gesloten) inrichting. Diende werkgever na detentie het loon door te betalen? Ja, het staat voldoende vast dat werknemer vanaf de opname arbeidsongeschikt was.

UWV heeft loondoorbetalingsverplichting opgelegd wegens niet nakomen re-integratieverplichtingen werkgever. Of dit al dan niet terecht was, kan in de onderhavige procedure niet worden beoordeeld. Er heeft een met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang opengestaan die werkgever niet heeft benut, zodat het besluit van het UWV formele rechtskracht heeft verkregen en de inhoud ervan niet meer ter discussie kan staan.

De arbeidsovereenkomst is inmiddels ontbonden met toekenning van een ontbindingsvergoeding van

€ 10.000,-. In het onderhavige geval betreft de vordering de loondoorbetaling over de periode voorafgaand aan de ontbinding. Niet gebleken is dat bij het bepalen van de ontbindings­vergoeding rekening is gehouden met de vordering die de werknemer in het onderhavige geding heeft ingesteld. Geoordeeld wordt dan ook dat de ontbindingsvergoeding deze vordering niet omvat en werkgever deze in beginsel nog aan werknemer is verschuldigd.

Is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om het als ontbindingsvergoe­ding toegekende bedrag van € 10.000,- niet te mogen verrekenen met het door te betalen loon tot het einde van het dienstverband? Onder de gegeven omstandigheden niet. Ten aanzien van het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid moet de nodige terug­houdend­heid worden betracht. Het feit dat werknemer zich niet ziek heeft gemeld en de stelling van werkgever dat de loondoorbetalings­verplichting niet opgelegd had mogen worden, rechtvaardigen het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet. Bovendien heeft werknemer, gelet op de loondoorbetalings­verplichting, geen aanspraak kunnen maken op een WIA-uitkering en valt het werknemer niet te verwijten dat de procedure bij het UWV zeer lang heeft geduurd en wellicht niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is geschied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0587
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 248180 CV EXPL 09-12016

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 22 juli 2010

in de zaak van:

[Eiser]

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde mr. G.A.H. Wiekamp,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nedato B.V. ,

gevestigd te Oud-Beijerland,

gedaagde,

gemachtigden mr. W. de Jong en mr. I.M.J. Hoekman.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] respectievelijk Nedato.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 16 december 2009;

2. de conclusie van antwoord;

3. het tussenvonnis van 4 februari 2010 waarin een comparitie van partijen is bevolen;

4. de griffiersaantekeningen van de op 8 april 2010 gehouden comparitie van partijen;

5. de akte overlegging producties aan de zijde van Nedato;

6 de antwoordakte, tevens akte overlegging producties aan de zijde van [eiser].

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1. Nedato staat voor “de Nederlandse Aardappeltelersorganisatie B.V.”. De kern¬activiteiten van Nedato bestaan uit de bewerking en afzet van aardappelen.

1.2. [eiser], geboren op [1964], is op 1 januari 1985 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Nedato, in de functie van productiemedewerker. Zijn salaris bedroeg (laatstelijk)

€ 1.486,- per vier weken, exclusief vakantietoeslag.

1.3. In de Collectieve arbeidsovereenkomst voor de groothandel in aardappelen, groenten en fruit (hierna: de CAO), die bij besluiten van 23 november 2007 respectievelijk 28 oktober 2008 algemeen verbindend is verklaard, zijn de volgende bepalingen opgenomen:

“Artikel 1. Werkingssfeer en definities

1. In Artikel 1 lid 2 - definities van de cao- is met de definitie van het begrip werkgever de werkingssfeer van deze cao bepaald. Onder de uitdrukking “uitsluitend of in hoofdzaak” moet worden verstaan “50 % of meer van de omzet in geld”.

2. In deze Collectieve Arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:

a. Werkgever:

Iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of niet rechtspersoonlijkheid bezittende vennootschap, die uitsluitend of in hoofdzaak:

• de grossiers-, export- en/of verzendhandelsfunctie in groenten en/of fruit uitoefent;

• de functie van het bewerken van groenten en fruit uitoefent;

• en/of ten behoeve van genoemde ondernemingen werkzaamheden verricht van

het sorteren en/of verpakken en/of bewerken, laden en lossen van de door die ondernemingen verhandelde producten, met uitzondering van producenten en veilingen;

• en/of de grossiersfunctie in aardappelen uitoefent.

c. Grossier/binnenlandse groothandel in groenten en fruit:

Het groothandelsbedrijf dat rechtstreeks in Nederland geteelde en/of buitenlandse groenten en fruit - in onbewerkte en bewerkte vorm – levert aan de detailhandel, distributiecentrales, instellingen, horeca, grootverbruik in Nederland.

d. Grossier in aardappelen:

Degene die rechtstreeks aardappelen aan detaillisten in Nederland levert.

h. Groenten:

Verse groenten - al of niet in bewerkte vorm – waaronder groen geoogste landbouwproducten en eetbare paddenstoelen en zuurkool, alsmede verduurzaamde groenten voor zover deze naast verse groenten worden verhandeld.

…”

1.4. Op 4 september 2005 heeft [eiser], terwijl hij aan een psychose leed, een strafbaar feit gepleegd. [eiser] is hiervoor bij vonnis van 29 december 2005 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Hierbij is de bijzondere voorwaarde gesteld dat [eiser] zich gedurende de proeftijd diende te gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland, ook indien dit inhield het meewerken aan een psychiatrische behandeling, te beginnen met de opname in een psychiatrisch ziekenhuis, gevolgd door ambulante nazorg en controle, voor zover en voor zolang de reclassering dit nodig achtte.

1.5. Op 3 maart 2006 is de detentie van [eiser] geëindigd en is hij opgenomen in een (gesloten) inrichting van de Geestelijke Gezondheidszorg Westelijk Noord-Brabant (GGZ WNB) te Halsteren. Hier heeft [eiser] tot mei 2008 verbleven, waarna de behandeling is overgedragen aan Bavo Europoort te Rotterdam. Vanaf 14 augustus 2008 heeft [eiser] in een beschermd woonproject van Bavo verbleven. Thans is [eiser] woonachtig in [woonplaats].

1.6. Vanaf het moment dat [eiser] gedetineerd was, heeft Nedato de loonbetaling aan [eiser] stopgezet. Ook na afloop van zijn detentie heeft [eiser] aanvankelijk geen salaris van Nedato ontvangen. Tijdens een gesprek tussen Nedato en [eiser] met zijn begeleider van GGZ WNB op 10 november 2006 heeft Nedato meegedeeld dat [eiser] niet ziek is gemeld en dat [eiser] zelf te kennen heeft gegeven niet ziek te zijn.

1.7. Op 24 mei 2007 heeft Nedato een ontslagvergunning aangevraagd bij het CWI. Vervolgens heeft [eiser] contact opgenomen met de Arbo-arts. De Arbo-arts heeft op 26 september 2007 verklaard dat [eiser] vanaf 3 maart 2006 als gevolg van ziekte en/of gebrek niet in staat was om zijn eigen werkzaamheden uit te voeren. Nedato heeft op 17 oktober 2007 verzocht om een deskundigenoordeel bij het UWV. Het UWV heeft op 14 augustus 2008 geoordeeld dat [eiser] op 3 maart 2006 ongeschikt was voor het verrichten van zijn eigen werk. Nedato heeft beroep ingesteld tegen het oordeel van het UWV. Dit beroep is later ingetrokken.

1.8. In september (aldus [eiser]) dan wel oktober (aldus Nedato) 2008 heeft Nedato alsnog het netto equivalent van een bedrag van € 36.605,91 bruto aan salaris over de periode van 3 maart 2006 tot en met 3 maart 2008 aan [eiser] uitgekeerd. Over de periode van 3 maart 2006 tot en met 3 maart 2007 is 100 % van het laatstverdiende salaris betaald en over de periode vanaf 3 maart 2007 tot 3 maart 2008, het tweede ziektejaar, 70 % van het salaris. Over dit salaris is geen wettelijke rente noch wettelijke verhoging betaald.

1.9. Op 16 september 2008 heeft [eiser] een WIA-uitkering aangevraagd. In dit kader heeft het UWV geoordeeld dat Nedato haar verplichtingen met betrekking tot de reïntegratie van [eiser] niet is nagekomen. Aan Nedato is een loondoorbetalingsverplichting opgelegd tot 16 december 2009. Nedato heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. Dit bezwaar is later ingetrokken. Nedato heeft het salaris vanaf 3 maart 2008 niet aan [eiser] betaald.

1.10. Nedato heeft de re-integratiemogelijkheden van [eiser] door de Arbo-arts laten onderzoeken. De Arbo-arts heeft op 15 oktober 2008 gerapporteerd dat [eiser] arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk en dat er geen uitzicht was op verandering binnen een half jaar. Bovendien had [eiser] een WSW-indicatie, hetgeen betekent dat [eiser] een handicap heeft waardoor hij niet in een gewone baan kan werken en enkel werkzaam kan zijn in een aangepaste omgeving.

1.11. In december 2008 heeft Nedato de aanvraag voor de ontslagvergunning ingetrokken, aangezien de afgifte van de vergunning nog enige tijd op zich kon laten wachten en het vervolgens onzeker was of de vergunning zou kunnen worden gebruikt, vanwege het bestaan van een opzegverbod.

1.12. Op verzoek van Nedato heeft de kantonrechter te Rotterdam bij beschikking van 28 juli 2009 de arbeidsovereenkomst tussen Nedato en [eiser] ontbonden met ingang van 1 september 2009, onder toekenning aan [eiser] van een vergoeding van € 10.000,- bruto ten laste van Nedato. Nedato heeft geen salaris betaald over de periode van 3 maart 2008 tot 1 september 2009.

2. De vordering

2.1. [eiser] vordert dat Nedato bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van:

- het achterstallig salaris over de periode van 3 maart 2007 tot 3 maart 2008 op grond van de CAO ter hoogte van € 2.180,60;

- het achterstallige loon ingevolge de CAO over de periode van 3 maart 2008 tot 1 september 2009 ter hoogte van 80 % van het salaris, te weten een bedrag van

€ 27.314,55, althans tenminste 70 % van het op grond van de arbeidsovereenkomst tussen partijen verschuldigde salaris (tijdens de mondelinge behandeling berekend op

€ 23.900,23);

- € 33.050,53 aan wettelijke verhoging over het achterstallige salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente;

- de wettelijke rente over het verschuldigde salaris vanaf het tijdstip waarop dit salaris verschuldigd is geraakt;

- de proceskosten.

2.2. [eiser] stelt dat op de arbeidsovereenkomst tussen partijen de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst voor de groothandel in aardappelen, groenten en fruit (hierna: de CAO) van toepassing was. Op grond van artikel 32 van de CAO heeft [eiser] recht op doorbetaling van het salaris tijdens ziekte en wel gedurende de eerste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid tot 100 % van het salaris, in de zevende tot en met de twaalfde maand van de arbeidsongeschiktheid tot 90 % van het salaris en gedurende het tweede ziektejaar tot

80 % van het vaste salaris. Aangezien het UWV een loondoorbetalingsverplichting heeft opgelegd tot 16 december 2009, dient Nedato op grond van artikel 32 lid 4 van de CAO 80 % van het salaris door te betalen vanaf 3 maart 2007 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, zijnde 1 september 2009.

Per 1 augustus 2008 is Nedato ingevolge de CAO nog een loons¬verhoging van 3,25 % aan [eiser] verschuldigd.

3. Het verweer

3.1. Nedato betwist dat de CAO op de arbeidsovereenkomst van toepassing is, aangezien Nedato niet onder de werkingssfeer van deze CAO valt en de CAO evenmin van toepassing is verklaard in de arbeidsovereenkomst met [eiser].

Nedato heeft voorts als verweer aangevoerd dat het niet redelijk is om [eiser] aanspraak te laten houden op zijn loon, omdat, als hij niet ziek zou zijn geweest, hij ook geen aanspraak op loon zou hebben gehad vanwege zijn detentie.

De loonsanctie had niet opgelegd mogen worden door het UWV, aangezien het Nedato niet verweten kan worden dat er geen re-integratie heeft kunnen plaatsvinden. [eiser] is namelijk pas na aanvraag van de ontslagvergunning ziek gemeld en Nedato heeft officieel pas op 14 augustus 2008 van het UWV te horen gekregen dat [eiser] vanaf 3 maart 2006 ziek was. Door de opname van [eiser] in de gesloten inrichting was het verrichten van re-integratie-inspanningen niet mogelijk. Bovendien waren de werkzaamheden die [eiser] voorheen bij Nedato verrichte, komen te vervallen door automatisering. Gelet op deze omstandigheden, alsmede gelet op het feit dat reeds een bedrag van € 36.605,91 bruto aan loon en € 10.000,- aan ontslagvergoeding aan [eiser] is betaald, kan Nedato niet worden veroordeeld tot betaling van het loon, vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging.

Nedato betwist de wettelijke verhoging verschuldigd te zijn, gezien de bijzondere omstandigheden.

Beoordeling van het geschil

Toepasselijkheid CAO

4. Voor zover de vorderingen van [eiser] zijn gegrond op bepalingen uit de CAO, dient allereerst te worden beoordeeld of de CAO op de arbeidsovereenkomst tussen partijen van toepassing is, aangezien Nedato dit heeft betwist.

Voor de toepasselijkheid van een algemeen verbindend verklaarde cao, waarvan ook de werkingssfeerbepaling algemeen verbindend is verklaard, is die werkingssfeerbepaling beslissend. Op grond van artikel 1 is de CAO van toepassing op de arbeidsovereenkomst, indien 50 % of meer van de omzet van Nedato in geld wordt gegenereerd door de in lid 2, sub a genoemde functies.

5. Als uitgangspunt geldt voorts dat voor de uitleg van de bepalingen van de CAO in beginsel de bewoordingen daarvan en eventueel van de daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van die overeenkomst, van doorslag¬gevende betekenis zijn. Daarbij komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de CAO, voor zover deze niet uit de CAO-bepalingen en de toelichting kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de CAO en de toelichting zijn gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Met betrekking tot de CAO waarom het in dit geval gaat, verdient nog aantekening dat deze niet voorzien is van een schriftelijke toelichting, zodat het voor de uitleg vooral aankomt op de bewoordingen van de CAO-bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst.

6. De CAO heeft volgens haar benaming betrekking op ‘de groothandel in aardappelen, groenten en fruit’. Hieruit is op te maken dat in de CAO onder ‘aardappelen’ en ‘groenten’ verschillende producten worden verstaan. Voorts wordt in artikel 1 lid 2 van de CAO onderscheid gemaakt tussen enerzijds ‘Grossier/binnenlandse groothandel in groenten en fruit’, onder c, en ‘Grossier in aardappelen’, onder d. Ook hieruit kan worden opgemaakt dat in de CAO aardappelen niet worden begrepen onder groenten. Dit sluit aan bij het algemeen spraakgebruik in Nederland, waarin aardappelen doorgaans niet als groenten worden aangeduid.

7. Nedato heeft genoegzaam aangetoond dat zij alleen activiteiten ontplooid op het gebied van aardappelen en niet op het gebied van groenten en/of fruit. Voor de beoordeling of de CAO van toepassing is op de arbeidsovereenkomst van partijen, dient, gelet op het voorgaande, op grond van artikel 1 jo. artikel 2 sub a van de CAO te worden vastgesteld of Nedato uitsluitend of in hoofdzaak rechtstreeks aardappelen aan detaillisten in Nederland levert.

8. Nedato heeft bij akte haar jaarverslagen over 2007-2008 en 2008-2009 overgelegd. Uit deze jaarverslagen is af te leiden dat Nedato in deze perioden een totale (netto) omzet had van € 58.686.000,- respectievelijk € 58.445.000,-. Voorts heeft Nedato computeruitdraaien met betrekking tot de boekjaren 2007-2008 en 2008-2009 overgelegd met daarop vermeld de bruto en de netto omzet van de aan Albert Heijn geleverde aardappelen. Niet betwist is dat Albert Heijn de enige detaillist is aan wie Nedato (kleinverpakkingen) aardappelen levert. Blijkens deze uitdraaien bedroeg de (netto)omzet van deze aardappelen in 2007-2008 € 19.788.948,04 en in 2008-2009 € 18.578.962,-, derhalve (ruim) minder dan 50 % van de totale omzet. Op grond van deze uitdraaien zou geconcludeerd kunnen worden dat Nedato niet uitsluitend of in hoofdzaak aardappelen levert aan detaillisten in Nederland en derhalve niet de grossiersfunctie in aardappelen vervult in de zin van de CAO-bepalingen.

Partijen vergelijken overigens zelf de bruto omzet van de aan Albert Heijn geleverde aardappelen met de netto totaalomzet van Nedato. Ook een vergelijking van de bruto omzet leidt tot de conclusie dat de omzet met betrekking tot de leveringen aan Albert Heijn minder dan

50 % van de totaalomzet uitmaakt.

9. Het feit dat op pagina 4 in het jaarverslag 2008-2009 staat vermeld dat er meer dan 100.000 ton aardappelen is verpakt, wil niet zeggen dat al deze aardappelen aan Albert Heijn zijn geleverd. Op dezelfde bladzijde staat immers ook vermeld: “De grote hoeveelheid aardappelen en de al jaren durende inspanningen van Nedato om meer aardappelen in Europa verpakt te verkopen hebben hun vruchten afgeworpen.” Hieruit kan worden afgeleid dat niet alle verpakte aardappelen zijn verkocht aan detaillisten in Nederland. Er is dan ook geen reden om op dit punt de juistheid van de overgelegde uitdraaien in twijfel te trekken.

10. Het feit dat de introductie in november 2008 van het product Pommonde niet heeft geleid tot een verhoging van de omzet toont evenmin de onjuistheid dan wel onvolledigheid van de uitdraaien aan. Op de uitdraaien van de periode 2008-2009 staat dit product immers wel vermeld. [eiser] heeft geen concrete feiten en/of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan twijfel rijst aan de juistheid van de hoeveelheden aardappelen en/of de omzet ten aanzien van dit product.

11. In het jaarverslag 2007-2008 staat op bladzijde 8 onder ‘Nieuwe concepten’ vermeld dat er een nieuw concept onder de merknaam Chair Ferme op de markt wordt gezet, zowel verpakt in een doos van 12,5 kg als in een 2 kg folieverpakking. Dit product is niet terug te vinden op de uitdraai van de aan Albert Heijn geleverde aardappelen. Omdat een mogelijke omzet van dit product van invloed zou kunnen zijn op het percentage dat de leveringen van Nedato aan Albert Heijn van het totaal uitmaken en derhalve van invloed kan zijn op de beantwoording van de vraag of Nedato de grossiersfunctie in aardappelen vervuld, wordt Nedato nog in de gelegenheid gesteld hier een toelichting op te geven.

Loondoorbetalingsverplichting

12. Gelet op het feit dat [eiser] vanaf 3 maart 2006 opgenomen is geweest in een gesloten inrichting, alsmede gelet op de bevindingen van de Arbo-arts van 26 september 2007 en het UWV van 14 augustus 2008, wordt geoordeeld dat hiermee vast staat dat [eiser] vanaf 3 maart 2006 wegens ziekte niet in staat was om te werken. Nedato was dan ook gehouden het loon vanaf deze datum door te betalen, en wel 100 % tot 3 maart 2007 (zoals zij inmiddels ook heeft gedaan) en - afhankelijk van het al dan niet toepasselijk zijn van de CAO - 70 % (zoals is gebeurd) dan wel 80 % vanaf 3 maart 2007 tot 3 maart 2008.

13. [eiser] heeft een WIA uitkering op 16 september 2008 aangevraagd. Het UWV heeft Nedato in dat kader een loondoorbetalingsverplichting opgelegd tot 16 december 2009 (althans, tot het einde van de arbeidsovereenkomst), omdat Nedato haar reintegratie-

verplichtingen niet zou zijn nagekomen. Nedato heeft hiertegen aangevoerd dat haar geen verwijt kan worden gemaakt dat er geen re-integratie heeft kunnen plaatsvinden en dat de loonsanctie daarom nooit opgelegd had mogen worden. Wat hier ook van zij, voor Nedato stond een met voldoende waarborgen omklede administratieve rechtsgang open om bezwaar tegen dit besluit te maken. Nedato heeft ervoor gekozen dit bezwaar in te trekken, waardoor het besluit formele rechtskracht heeft verkregen en de inhoud ervan niet meer ter discussie kan staan. Nedato is dan ook in beginsel gehouden 70 % dan wel 80 % van het loon door te betalen vanaf 3 maart 2008 tot 1 september 2009, zijnde de datum waarop het dienstverband is geëindigd.

14. Nedato heeft voorts aangevoerd dat zij reeds € 10.000,- aan ontbindingsvergoeding ex artikel 7:685 BW aan [eiser] heeft betaald en dat, gelet op de omstandigheden, dit bedrag op grond van de redelijkheid en de billijkheid in mindering dient te worden gebracht op hetgeen zij op grond van de loondoorbetalings¬verplichting aan [eiser] is verschuldigd.

15. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad brengt de bijzondere aard van de wettelijke regeling betreffende de arbeidsovereenkomst mee dat in de regeling betreffende de ontbinding ex artikel 7:685 BW, het resultaat van de rechterlijke toetsing aan de eisen van redelijkheid en billijkheid (of aan hetgeen een goed werkgever behoort te doen en na te laten) in beginsel ten volle, onder meeweging van alle voor zijn oordeel relevante factoren, tot uitdrukking behoort te komen in de hoogte van de vergoeding die de rechter op de voet van art. 7:685 BW met het oog op de omstandigheden van het geval naar billijkheid aan een der partijen ten laste van de wederpartij toekent, zodat daarnaast voor zodanige toetsing geen plaats is. De Hoge Raad heeft op deze regel, in zijn arrest van 1 maart 2002 (JAR 2002, 67) een beperking aanvaard, die inhoudt dat deze vergoeding geen betrekking heeft op de aanspraken van de werknemer die zijn ontstaan tijdens de dienstbetrekking en betrekking hebben op de periode voor de beëindiging van de dienstbetrekking en die geen verband houden met de (wijze van) beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen van de beëindiging.

16. In het onderhavige geval betreft de vordering de loondoorbetaling over de periode voorafgaand aan de ontbinding. Niet gebleken is dat bij het bepalen van de ontbindings¬vergoeding rekening is gehouden met de vordering die [eiser] in het onderhavige geding heeft ingesteld. Geoordeeld wordt dan ook dat de ontbindingsvergoeding deze vordering niet omvat en Nedato deze in beginsel nog aan [eiser] is verschuldigd. Het verweer van Nedato wordt aldus opgevat dat zij een beroep doet op de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid. Bij de beoordeling of het onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om het als ontbindingsvergoeding betaalde bedrag niet in mindering te mogen brengen op hetgeen Nedato nog aan [eiser] is verschuldigd aan loon over de periode vanaf 3 maart 2008 tot het einde van het dienstverband, moet de nodige terug¬houdend¬heid worden betracht. Het enkele feit dat [eiser] zich niet ziek heeft gemeld, is hiervoor onvoldoende. Ook de stelling van Nedato dat de loondoorbetalingsverplichting niet opgelegd had mogen worden, omdat het verrichten van re-integratie-inspanningen niet mogelijk was, rechtvaardigt het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet. Nedato heeft er immers voor gekozen haar bezwaar tegen deze beslissing in te trekken, waardoor geen inhoudelijke toetsing van de juistheid van deze beslissing heeft kunnen plaats¬vinden. Gelet op de loondoorbetalingsverplichting heeft [eiser] ook geen aanspraak kunnen maken op een WIA-uitkering. De procedure bij het UWV, waarbij uiteindelijk pas op 14 augustus 2008 vastgesteld is dat [eiser] vanaf 3 maart 2006 arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, heeft weliswaar zeer lang geduurd en is wellicht niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geschied, maar hiervan valt [eiser] geen verwijt te maken. Ook deze omstandigheid rechtvaardigt derhalve een verrekening niet.

17. Gelet op het voorgaande wordt geoordeeld dat Nedato, naast het reeds betaalde bedrag van € 10.000,-, het loon, althans 70 % dan wel 80 % hiervan (afhankelijk van de uiteindelijke beoordeling omtrent het al dan niet van toepassing zijn van de CAO), over de periode vanaf 3 maart 2008 tot 1 september 2009 alsnog aan [eiser] dient te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Wel wordt, gelet op alle omstandigheden, aanleiding gezien de wettelijke verhoging in dit geval te matigen tot nihil. Nu immers pas laat is vastgesteld dat [eiser] wegens ziekte niet in staat was om zijn werkzaamheden te verrichten, kan de te late betaling van het salaris niet (volledig) aan Nedato worden toegerekend.

Beslissing

De kantonrechter:

alvorens verder te beslissen:

stelt Nedato in de gelegenheid zich uit te laten over de omzet over de jaren 2007-2008 en 2008-2009 met betrekking tot de leveranties van het product Chair Ferme (zowel verpakt in een doos van 12,5 kg als in een 2 kg folieverpakking) aan Albert Heijn;

verwijst de zaak hiervoor naar de rolzitting van donderdag 5 augustus 2010;

bepaalt dat geen nader uitstel zal worden verleend.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Lecluse-de Bruijn, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.