Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BM9737

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
23-06-2010
Datum publicatie
30-06-2010
Zaaknummer
82485 / HA ZA 09-2589
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakoming Kredietovereenkomst.

Verweer: schending zorgplicht faalt, nu gedaagde zelf (deels) onjuiste gegevens heeft verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 82485 / HA ZA 09-2589

Vonnis van 23 juni 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FGA CAPITAL NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. S. Meeuwsen,

tegen

[gedaagde],

wonende te Zwijndrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A. Smeekes.

Partijen zullen hierna FGA en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 februari 2010,

- het proces-verbaal van comparitie van 27 april 2010,

- de akte uitlating, aan de zijde van FGA,

- de antwoordakte, aan de zijde van [gedaagde],

- de door partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen partijen is een doorlopende kredietovereenkomst gesloten, onder nummer 22.785.310, waarvan op 7 september 2007 een onderhandse akte is opgemaakt. FGA (ten tijde van het sluiten van de overeenkomst nog Fidis Nederland B.V. genaamd) heeft aan [gedaagde] een kredietfaciliteit verschaft tot een maximumbedrag van € 8.600,00, tegen een rente van 11,4 % per jaar. [gedaagde] diende dit bedrag af te lossen in maandelijks termijnen van € 129,00. Het saldo van het krediet bedraagt per 7 mei 2009 € 8.312,79.

2.2. In voornoemde overeenkomst staat voor zover thans van belang vermeld:

Cliënt verklaart een afschrift van deze overeenkomst en de bijgevoegde Algemene Voorwaarden te hebben ontvangen, alsmede een afschrift van de eventueel tot deze overeenkomst behorende pandakte.

2.3. In de Algemene Voorwaarden Consumptief van Fidis is opgenomen:

6 Opeisbaarheid

In de hierna genoemde gevallen is FIDIS gerechtigd betaling ineens van het door Cliënt uit hoofde van deze overeenkomst verschuldigde ineens op te eisen:

a) Indien Cliënt twee of meer maanden achterstallig is in de betaling van een

vervallen termijnbedrag en, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig blijft in de volledige nakoming van de verplichtingen; (…)

2.4. [gedaagde] is tenminste twee maanden in gebreke gebleven met de voldoening van de maandelijkse termijnen. FGA heeft aangemaand tot betaling van de achterstand. FGA heeft geen betaling ontvangen.

3. Het geschil

in conventie

3.1. FGA vordert dat [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden veroordeeld om aan FGA te betalen:

? een bedrag van € 8.546,46, vermeerderd met de overeengekomen rente, althans de wettelijke rente, over een bedrag van € 8.312,79, vanaf 6 augustus 2009, tot aan de dag van de algehele voldoening;

? de kosten van dit geding;

? de nakosten ten bedrage van respectievelijk € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, indien en voor zover gedaagde niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een door de rechtbank redelijk geachte termijn, na betekening aan het te dezen te wijzen vonnis heeft voldaan.

3.2. FGA legt aan haar vordering nakoming van de kredietovereenkomst ten grondslag. Zij stelt daartoe het volgende. FGA heeft op grond van de doorlopende kredietovereenkomst een kredietfaciliteit aan [gedaagde] verschaft tot een maximumbedrag van € 8.600,00. [gedaagde] is tenminste twee maanden in gebreke gebleven met de voldoening van de maandelijkse termijnen, zodat ten gevolge van de op de overeenkomst toepasselijke voorwaarden het restant verschuldigde, te weten € 8.312,79, in zijn geheel ineens opeisbaar is. [gedaagde] heeft het verschuldigde bedrag ondanks aanmaning onbetaald gelaten.

3.3. [gedaagde] concludeert tot afwijzing, met veroordeling van FGA in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening.

3.4. [gedaagde] heeft de stellingen van FGA gemotiveerd betwist en voert het volgende aan als verweer.

? de overeenkomst is gesloten in strijd met het wettelijke verbod van het tweede lid van artikel 4:34 Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft), dat bepaald dat FGA geen overeenkomst inzake krediet met [gedaagde] mocht aangaan, indien dit met het oog op overkreditering van [gedaagde] onverantwoord is. Ingevolge het bepaalde in artikel 3:40 BW is de overeenkomst derhalve nietig dan wel vernietigbaar.

? FGA heeft haar, in artikel 4:34 Wft en de artikelen 3, lid c en 6 van de VFN Gedragscode vastgelegde, zorgplicht jegens [gedaagde] geschonden door geen of onvoldoende onderzoek te doen naar de vraag of [gedaagde] wel in staat was om een overeenkomst als onderhavige na te kunnen komen.

? FGA is door de schending van haar zorgplicht toerekenbaar tekort geschoten in een (wettelijke) verbintenis, althans dat FGA jegens [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld en derhalve jegens [gedaagde] aansprakelijk is voor de daarmee verband houdende door [gedaagde] geleden schade. [gedaagde] is bevoegd tot verrekening.

in reconventie

3.5. [gedaagde] vordert dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht zal worden verklaard dat de tussen partijen op of omstreeks 7 september 2007 gesloten overeenkomst met contractnummer 22.785.310 nietig is, althans voormelde overeenkomst vernietigbaar is;

2. voor recht zal worden verklaard dat FGA toerekenbaar tekort is geschoten, althans onrechtmatig heeft gehandeld jegens [gedaagde] door in strijd met het bepaalde in artikel 4:34 Wft te handelen, althans door jegens [gedaagde] bij het sluiten van de onder sub 1 bedoelde overeenkomst niet de vereiste zorg in acht te nemen;

3. voor recht zal worden verklaard dat FGA aansprakelijk is voor de als gevolg van de onder sub 2 bedoelde toerekenbare tekortkoming, althans onrechtmatige daad door [gedaagde] geleden en te lijden schade en te bepalen dat [gedaagde] bevoegd is haar schade(vordering) te verrekenen met een eventuele vordering van FGA die voortvloeit uit en/of verband houdt met de tussen partijen onder sub 1 bedoelde overeenkomst;

4. FGA te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening.

3.6. [gedaagde] onderbouwt haar vordering met hetgeen zij hiervoor onder rechtsoverweging 3.4 als verweren naar voren heeft gebracht.

3.7. FGA concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie en veroordeling van [gedaagde] in de kosten.

3.8. FGA heeft de stellingen van [gedaagde] gemotiveerd betwist.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. [gedaagde] voert ter onderbouwing van haar verweer dat FGA haar zorgplicht jegens [gedaagde] heeft geschonden - samengevat - aan dat FGA de door [gedaagde] - bij het afhalen van de auto - verstrekte loonstrook en het door haar verstrekte transactieoverzicht beter had moeten onderzoeken. FGA had dan kunnen constateren dat [gedaagde] slechts tijdelijk werk had, minder verdiende dan zij eerder had gemeld en een debetstand had bij de Rabobank van ongeveer € 1.000,00.

4.2. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat onderhavige kredietovereenkomst is gesloten ten behoeve van de aankoop van een auto voor de heer In ’t Veld, de toenmalig partner van [gedaagde]. Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat bij de bezichtiging van de auto’s in de showroom bleek dat In ’t Veld geen lening kon afsluiten en dus geen auto kon kopen in verband met een BKR-registratie en dat [gedaagde] daarom - onder druk van In ’t Veld - de financieringsovereenkomst op haar naam heeft afgesloten. Voorts heeft [gedaagde] verklaard dat FGA haar bij de aanvraag van de overeenkomst heeft gevraagd naar haar gegevens en dat is afgesproken dat [gedaagde] de daarvoor benodigde stukken, waaronder haar loonstrook, later zou brengen. Gelet hierop rijst de vraag op basis waarvan FGA de aflossingscapaciteit van [gedaagde] heeft berekend bij het sluiten van de overeenkomst. Nu [gedaagde] stelt dat FGA van (gedeeltelijk) onjuiste gegevens is uitgegaan en FGA niet over schriftelijke stukken beschikte, is het aannemelijk dat [gedaagde] deze gegevens zelf mondeling heeft verstrekt.

4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat FGA ten aanzien van [gedaagde] een BKR-toetsing heeft uitgevoerd, waaruit bleek dat [gedaagde] niet bij het BKR geregistreerd stond. Nu FGA deze BKR-toetsing heeft uitgevoerd en er op het moment van het aangaan van de overeenkomst voor FGA geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van de mondeling door [gedaagde] verstrekte gegevens - zij had immers toegezegd dat zij deze kon onderbouwen met schriftelijke stukken die zij later zou inleveren - mocht FGA er op vertrouwen dat de door [gedaagde] verstrekte gegevens juist waren.

4.4. Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij op het moment van het sluiten van de overeenkomst – al een jaar – werkloos was en dat zij geen inkomen had. Dit weerhield [gedaagde] er echter niet van om de overeenkomst aan te gaan. Ter zitting heeft zij verklaard dat zij via Randstad tijdelijk werk had, maar dat zij ten tijde van het ophalen van de auto geen werk meer had. Weliswaar heeft [gedaagde] verklaard dat zij bij het ophalen van de auto heeft gezegd dat zij inmiddels geen werk meer had, maar zij heeft gesteld dat zij daar bij heeft gezegd dat dat geen probleem was, omdat haar vriend de lening zou afbetalen.

4.5. [gedaagde] heeft derhalve zowel bij het aangaan van de overeenkomst als bij het ophalen van de auto geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om kenbaar te maken dat zij niet in staat was de lening af te betalen en om de overeenkomst te ontbinden, terwijl zij dit wel wist of had moeten begrijpen. Nu de vraag of [gedaagde] beschikte over inkomsten uit arbeid van belang was voor FGA, die de afweging diende te maken of [gedaagde] in staat zou zijn het te verstrekken krediet (terug) te betalen, had het op de weg van [gedaagde] gelegen hierover duidelijkheid te scheppen. Nu zij dit heeft nagelaten, kan zij geen gerechtvaardigd beroep doen op de schending van de zorgplicht door FGA en zal dit verweer worden gepasseerd. Nu de gestelde schending van de zorgplicht ook ten grondslag ligt aan de verweren met betrekking tot de gestelde toerekenbare tekortkoming en onrechtmatige daad zullen deze verweren eveneens worden gepasseerd.

4.6. Ten aanzien van het verweer van [gedaagde] dat FGA, gelet op het bepaalde in artikel 4:34 Wft, de overeenkomst niet met haar had mogen aangaan, geldt het volgende. De uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende zorgplicht van FGA gaat niet zo ver dat reeds bij het verzuim om te adviseren van de overeenkomst af te zien, op FGA de plicht zou rusten te weigeren de overeenkomst met (een wederpartij als) [gedaagde] aan te gaan. Een andersluidende opvatting zou geen recht doen aan het beginsel van de contractsvrijheid (Hoge Raad 5 juni 2009, 08/04771 , LJN BH2815). De opvatting waarop dit verweer berust is derhalve niet juist. Dit verweer gaat dan ook niet op.

4.7. Gelet op voorgaande zal de vordering van FGA worden toegewezen.

4.8. De overeengekomen rente zal als onweersproken worden toegewezen vanaf

6 augustus 2009, tot aan de dag der algehele terugbetaling.

4.9. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. kosten aan de zijde van FGA worden begroot op:

- dagvaarding EUR 92,53

- vast recht 313,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punt × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.173,53

4.10. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

in reconventie

4.11. De door [gedaagde] ingestelde vordering in reconventie zal worden afgewezen. Deze vordering is immers gebaseerd op de door [gedaagde] gestelde schending van de zorgplicht door FGA, waarvan reeds bij de beoordeling van de vordering in conventie is overwogen dat [gedaagde] hierop geen gerechtvaardigd beroep kan doen.

4.12. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van FGA worden begroot op nihil aan verschotten en EUR 226,00 (1,0 punt x factor 0,5 x tarief € 452,00) aan salaris van de advocaat.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan FGA te betalen een bedrag van EUR 8.546,46 (achtduizendvijfhonderdzesenveertig euro en zesenveertig eurocent), vermeerderd met de contractuele rente van 11,4 % per jaar over een bedrag van € 8.312,79, vanaf 6 augustus 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van FGA tot op heden begroot op EUR 1.173,53,

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, begroot op EUR 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat,

5.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6. wijst de vorderingen af,

5.7. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van FGA tot op heden begroot op EUR 226,00,

5.8. verklaart dit vonnis in reconventie voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op

23 juni 2010.?