Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BM7954

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-06-2010
Datum publicatie
16-06-2010
Zaaknummer
84425 / FA RK 09-9274
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De man verzoekt de bij beschikking van de rechtbank Groningen van 5 februari 2008 vastgestelde alimentatieverplichting (€ 100,-- per kind per maand, betreft twee kinderen) op nihil te stellen.

Hij voert daartoe aan dat hij geen inkomen meer heeft en geen recht op een uitkering. Dit had te maken met de verslavingsproblematiek van de man (verslaafd aan alcohol en drugs).

Sinds juli 2009 ontvangt de man een bijstandsuitkering van de Intergemeentelijke Sociale Dienst. Vanaf 10 augustus 2009 verblijft hij in een instelling van Verslavingszorg Noord Nederland en volgt een behandelprogramma voor ernstig langdurig verslaafden.

De vrouw stelt dat het inkomensverlies van de man door hemzelf is veroorzaakt. Door de verslavingsproblematiek heeft de man zijn ontslag in de hand gewerkt.

Bovendien acht de vrouw het inkomensverlies voor herstel vatbaar.

In afwijking van het rekensysteem van het Rapport Werkgroep Alimentatienormen 2009 wordt uitgegaan van de noodzakelijke kosten van het bestaan van de man.

De man verblijft intern in de Verslavingskliniek Hoog Hullen te Eelde. De eigen bijdrage AWBZ is op nihil gesteld wegens onvoldoende inkomen.

Voor wat betreft de financiële omstandigheden van de man wordt verwezen naar de overgelegde uitkeringsspecificaties. Hij ontvangt € 317,-- netto per maand.

De man heeft thans geen woonlasten. Hij staat op een wachtlijst voor begeleid kamer wonen.

Voorts is het WSNP-traject van de man opgestart, althans een aanvraag daartoe gedaan.

De relevente lasten die de man momenteel heeft is de premie van zijn ziektekostenverzekering

Zolang de man geen woonlasten heeft, dat wil zeggen nog niet deelneemt aan een begeleid wonentraject en als gevolg hiervan meer kosten voor zijn huishouding maakt, wordt redelijk geacht, mede gelet op de hoge prioriteit die kinderalimentatie geniet, dat de man een bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen voldoet van € 50,-- per kind per maand, waaraan zij ook (in ieder geval) behoefte hebben. Zodra hij wel begeleid woont acht de rechtbank het redelijk de bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen op € 25,-- per kind per maand.

Indien en voor zover de man wordt toegelaten tot de WSNP zal rekening dienen te worden gehouden met de hiervoor vermelde bijdragen. Gelet op de prioriteit van kinderalimentatie en de aanscherping van de Tremanormen in dit verband. De kinderalimentatie dient in beginsel te prevaleren boven de afdracht die in het kader van de WSNP wordt verricht. Het rapport van de Werkgroep Rekenmethode van Recofa biedt daartoe voldoende ruimte. Gesteld noch gebleken zijn bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat in deze zaak geen voorrang aan de kinderalimentatie zou moeten worden gegeven. Bovendien kan de man de rechter-commissaris vragen het vrij te laten bedrag op een hoger bedrag te bepalen, rekening houdend met de verschuldigde kinderalimentatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2010, 72
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 84425 / FA RK 09-9274

beschikking van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2010

in de zaak van

[man],

wonende te [adres],

advocaat mr. M.M. Mok, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

[vrouw],

wonende te [adres],

advocaat mr. A.J.T.M. van Iersel, kantoorhoudende te Dordrecht.

Partijen worden hieronder aangeduid als de man respectievelijk de vrouw.

1. Het procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift van de man, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 10 december 2009;

- het verweerschrift van de vrouw, ingekomen ter griffie op 24 december 2009;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man, ingekomen ter griffie op

18 maart 2010;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op

2 april 2010;

- het faxbericht, met bijlage, van de advocaat van de vrouw, ingekomen ter griffie op

19 april 2010.

1.2. De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 23 april 2010.

1.3. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat;

- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1. Partijen zijn gehuwd op 8 mei 2003 te Dordrecht.

2.2. Uit het huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarigen:

- Dewi Dijkstra, op 10 september 2003 te Dordrecht; (=6 jaar); en

- Douwe Dijkstra, op 2 februari 2005 te Dordrecht. (= 5 jaar).

De kinderen verblijven thans bij de vrouw.

2.3. Bij beschikking van de rechtbank Groningen van 5 februari 2008 is de echtscheiding uitgesproken en onder meer bepaald dat de man met ingang van 1 november 2007 een kinderalimentatie zal voldoen van € 100,-- per kind per maand.

2.4. De echtscheidingsbeschikking is op 7 maart 2008 in de registers van de burgerlijke stand ingeschreven.

2.5. Krachtens wettelijke indexering is dit bedrag verhoogd (in het jaar 2009) tot

€ 106,29 per kind per maand.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. Het verzoek

3.1.1. De man verzoekt de bij beschikking van de rechtbank Groningen van 5 februari 2008 vastgestelde alimentatieverplichting op nihil te stellen, met ingang van het indienen van het verzoekschrift, althans met ingang van zodanige datum als rechtbank in goede justitie zal bepalen.

3.1.2. Voorts verzoekt de man te bepalen dat tot de datum nihilstelling hij volledig heeft voldaan aan hetgeen hij verschuldigd is.

3.1.3. Hij voert daartoe aan dat hij vanaf november 2008 geen inkomen meer heeft in verband met het ontslag bij zijn toenmalige werkgever. Vanaf november 2008 tot en met

juli 2009 had de man geen recht op een uitkering aangezien hij niet aan de gestelde voorwaarden voldeed. Dit had te maken met de verslavingsproblematiek van de man (verslaafd aan alcohol en drugs).

Sinds juli 2009 ontvangt de man een bijstandsuitkering van de Intergemeentelijke Sociale Dienst.

Vanaf 10 augustus 2009 verblijft hij in een instelling van Verslavingszorg Noord Nederland en volgt een behandelprogramma voor ernstig langdurig verslaafden.

3.1.4. Een onderdeel van het behandelprogramma bestaat uit het inventariseren van de schulden van de man. De man heeft een behoorlijke schuldenlast. Na verkoop van de koopwoning (onderwaarde) zal het WSNP traject worden opgestart.

3.1.5. Sinds november 2008 is de man feitelijk niet meer in staat de opgelegde alimentatieverplichting te voldoen. Hij heeft geen draagkracht.

3.2. Het verweer

3.2.1. De vrouw heeft verzocht de man niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek, dan wel dit verzoek ongegrond te verklaren.

3.2.2. Ten eerste stelt de vrouw dat het inkomensverlies van de man door hemzelf is veroorzaakt. Door de verslavingsproblematiek heeft de man zijn ontslag in de hand gewerkt.

Bovendien acht de vrouw het inkomensverlies voor herstel vatbaar. Indien de man met succes wordt behandeld dan kan hij inkomen verwerven om aan zijn alimentatieverplichting te kunnen voldoen.

3.2.3. Daarnaast maakt de vrouw bezwaar tegen het onder punt 3.1.2 vermelde verzoek van de man.

3.2.4. Ten slotte verzoekt zij indien de rechtbank meent dat de man onvoldoende draagkracht heeft als ingangsdatum van de wijziging de datum van de beschikking te hanteren.

4. De beoordeling

4.1. Wijziging van omstandigheden

4.1.1. Er is sprake van wijziging van omstandigheden sinds de eerdere beschikking van de rechtbank Groningen van 5 februari 2008. Onder meer zijn de werk- en de woonsituatie van de man gewijzigd.

4.1.2. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de man als gevolg van zijn langdurige verslavingsproblematiek op zakelijk en financieel gebied problemen heeft.

Na zijn ontslag bij zijn voormalige werkgever in november 2008 heeft hij geen dienstbetrekking meer gevonden. Hij kende een zwervend bestaan en werkt sinds zijn intern verblijf in de verslavingskliniek Hoog Hullen te Eelde aan zijn verslavingsproblematiek en financiële problemen.

Hieronder zal de rechtbank beoordelen in hoeverre de man in staat wordt geacht (al dan niet) een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kinderen te kunnen voldoen.

4.2. De kinderalimentatie

4.2.1. De behoefte van de minderjarigen

De behoefte van het kinderen aan alimentatie is onweersproken gebleven en staat derhalve tussen partijen vast.

4.2.2. De financiële omstandigheden van de man

In afwijking van het rekensysteem van het Rapport Werkgroep Alimentatienormen 2009 wordt uitgegaan van de noodzakelijke kosten van het bestaan van de man.

De man verblijft intern in de Verslavingskliniek Hoog Hullen te Eelde. De eigen bijdrage AWBZ is op nihil gesteld wegens onvoldoende inkomen.

Voor wat betreft de financiële omstandigheden van de man wordt verwezen naar de overgelegde uitkeringsspecificaties van de maanden september en oktober 2009, en het budgetoverzicht van TRIP. De man ontvangt een uitkering Rijksbasisnorm, inclusief tegemoetkoming ZVW WWB-EV en de vakantietoeslag (5 %) van € 317,-- netto per maand.

De man heeft thans geen woonlasten. Hij staat op een wachtlijst voor begeleid kamer wonen.

Onderdeel van zijn behandeling in de Verslavingskliniek Hoog Hullen is de Sociale Juridische Dienstverlening (dat wil zeggen dienstverlening op zakelijk gebied zoals het inventariseren van de schulden van de man) en de Individuele Arbeidstoeleiding (dat wil zeggen re-integreren op de arbeidsmarkt of opleiding, of ondersteuning bij het contact leggen of onderhouden met een werkgever. Bij de man houdt dit onder meer in het volgen van een opleiding omdat hij geen opleiding heeft voltooid).

Voorts is het WSNP-traject van de man opgestart, althans een aanvraag daartoe gedaan.

De relevente lasten die de man momenteel heeft is de premie van zijn ziektekostenverzekering. De premie Trias bedraagt € 96,-- per maand, hierop dient de zorgtoeslag van € 62,-- per maand in mindering te worden gebracht.

Zolang de man geen woonlasten heeft, dat wil zeggen nog niet deelneemt aan een begeleid wonentraject en als gevolg hiervan meer kosten voor zijn huishouding maakt, wordt redelijk geacht, mede gelet op de hoge prioriteit die kinderalimentatie geniet, dat de man een bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen voldoet van € 50,-- per kind per maand, waaraan zij ook (in ieder geval) behoefte hebben. Zodra hij wel begeleid woont acht de rechtbank het redelijk de bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen op € 25,-- per kind per maand.

Indien en voor zover de man wordt toegelaten tot de WSNP zal rekening dienen te worden gehouden met de hiervoor vermelde bijdragen. Gelet op de prioriteit van kinderalimentatie en de aanscherping van de Tremanormen in dit verband. De kinderalimentatie dient in beginsel te prevaleren boven de afdracht die in het kader van de WSNP wordt verricht. Het rapport van de Werkgroep Rekenmethode van Recofa biedt daartoe voldoende ruimte. Gesteld noch gebleken zijn bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat in deze zaak geen voorrang aan de kinderalimentatie zou moeten worden gegeven. Bovendien kan de man de rechter-commissaris vragen het vrij te laten bedrag op een hoger bedrag te bepalen, rekening houdend met de verschuldigde kinderalimentatie.

4.3. Conclusie

4.3.1. Het verzoek van de man tot nihilstelling zal worden afgewezen en de eerder vastgestelde bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging zal worden gewijzigd, in die zin dat zolang de man geen woonlasten heeft, de bijdrage aan kinderalimentatie op € 50,-- per kind per maand wordt vastgesteld, en zodra de man woonlasten heeft wordt de bijdrage aan kinderalimentatie op € 25,-- per kind per maand vastgesteld.

4.4. De ingangsdatum

4.4.1. De man verzoekt als ingangsdatum de datum van indiening verzoekschrift

(10 december 2009) te hanteren. De vrouw betwist deze ingangsdatum en verzoekt van de datum van deze beschikking uit te gaan.

4.4.2. De rechtbank zal als ingangsdatum de datum van deze beschikking hanteren. Rekening houdende met het consumptieve karakter van de kinderalimentatie wordt het niet redelijk geacht van de vrouw te verlangen dat zij voor die datum ontvangen kinderalimentatie (waaronder de verschillende bedragen die zij in januari, maart en april 2010 ontving) aan de man terugbetaalt.

Voorts zal de rechtbank voor de periode van de datum indiening verzoekschrift tot de datum van deze beschikking -gelet op de financiële omstandigheden van de man en zijn getoonde goede wil om een deel bij te dragen- de door de man over die periode verschuldigde alimentatie vaststellen op hetgeen is betaald of verhaald.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijzigt de bij beschikking van de rechtbank Groningen van 5 februari 2008 aan de vrouw ten behoeve van de minderjarigen Dewi Dijkstra, geboren op 10 september 2003 te Dordrecht, en Douwe Dijkstra, geboren op 2 februari 2005 te Dordrecht, opgelegde alimentatieverplichting;

5.2. bepaalt dat de man zolang hij geen woonlasten heeft een bijdrage in de kosten van verzorging ten behoeve van voornoemde minderjarigen aan de vrouw dient te betalen van

€ 50,--(vijftig euro) per kind per maand, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;

5.3. bepaalt dat de man zodra hij woonlasten heeft een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van voornoemde minderjarigen aan de vrouw dient te betalen van € 25,-- (vijfentwintig euro) per kind per maand, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;

5.4. stelt het bedrag dat de man vanaf 10 december 2009 tot de datum van deze beschikking diende te betalen vast op hetgeen door hem in feite is betaald of op hem is verhaald;

5.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Eerdhuijzen, rechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 16 juni 2010.