Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BM4997

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
18-05-2010
Datum publicatie
19-05-2010
Zaaknummer
11-510456-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid en medeplegen van diefstal met geweld en vuurwapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/510456-09 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 mei 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [1984],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Rijnmond - HvB De IJssel, te Krimpen aan den IJssel.

Raadsman mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk, achter gesloten deuren, behandeld op de terechtzitting van 4 mei 2010, waarbij de officier van justitie mr. W. ten Have, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen. Het slachtoffer heeft gebruik gemaakt van het spreekrecht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De vordering wijziging tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1. primair: een diefstal met geweld heeft gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 1. subsidiair: medeplichtig is geweest aan een diefstal met geweld, door twee of meer verenigde personen;

Feit 2. primair: een diefstal heeft gepleegd tezamen en in vereniging met anderen, door middel van braak en met gebruikmaking van een valse sleutel;

Feit 2. subsidiair: medeplichtig is geweest aan een diefstal, tezamen en in vereniging met anderen, door middel van braak en met gebruikmaking van een valse sleutel;

Feit 3. primair: een poging tot diefstal met geweld heeft gepleegd met twee of meer verenigde personen;

Feit 3. subsidiair: een diefstal met geweld, door twee of meer verenigde personen heeft voorbereid;

Feit 4.: een diefstal met geweld door twee of meer verenigde personen heeft gepleegd;

Feit 5. primair: een diefstal door twee of meer verenigde personen heeft gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en een valse sleutel;

Feit 5. subsidiair: medeplichtig is geweest aan een diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en een valse sleutel;

Feit 6.: voorwerpen voorhanden heeft gehad die lijken op vuurwapens;

Feit 7.: een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging nu er tijdens de verhoren door verbalisanten ontoelaatbare druk op verdachte is uitgeoefend. Zo zou, als verdachte niet zou bekennen,

- er gedreigd zijn dat de kinderen uit huis geplaatst worden;

- zijn vriendin [naam vriendin], zijn zus en zijn broer opgepakt worden;

- zijn vriendin [naam vriendin] verteld worden dat hij vreemd ging;

- de moordzaak van zijn moeder opzettelijk in de doofpot gestopt worden.

Volgens de raadsman is verdachte ook meegedeeld (in strijd met de waarheid) dat de medeverdachten reeds alles bekend hadden. Ook zou verdachte tijdens het verhoor hebben mogen blowen. De verbalisanten zouden verdachte een gevangenisstraf van maximaal twee jaar hebben beloofd, als hij zou bekennen. Doordat de officier van justitie een veel hogere straf vraagt handelt hij daarmee in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde. Voorts heeft de raadsman bepleit dat er strafvermindering moet volgen nu het Openbaar Ministerie misbruik heeft gemaakt van de aangevraagde machtiging gegevensverstrekking op basis van artikel 126nd Wetboek van Strafvordering. De machtiging was niet langer relevant in het kader van de opsporing en vervolging van verdachte, nu er voldoende bewijs was in zijn zaak. De machtiging is volgens de raadsman alleen aangevraagd om een lek in de politieorganisatie op te sporen. Daarmee is de bevoegdheid misbruikt en is er sprake van schending van de beginselen van goede procesorde. Ook geeft hij aan dat artikel 126nd in het kader van het financieel onderzoek is opgenomen in het Wetboek van Strafvordering. Daarom had dit artikel ook niet gebruikt mogen worden in het kader van dit onderzoek.

De rechtbank overweegt als volgt.

De verdachte en zijn raadsman hebben beiden aangegeven dat verdachte staat voor de inhoud van zijn verklaringen, afgelegd onder druk of niet. Ook is verdachte niet gaan bekennen onder deze druk, zo verklaart hij zelf ter terechtzitting. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het door de raadsman gestelde omtrent het optreden van de verbalisanten, wat daar overigens van zij, niet dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in zijn vervolging. Immers is verdachte niet in zijn belang geschaad, nu er geen beïnvloeding van zijn verklaringen heeft plaatsgevonden. Dit verweer van de raadsman wordt verworpen en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

De rechtbank overweegt nog dat de bevoegdheid van artikel 126nd Wetboek van Strafvordering is toegepast in het belang van het onderzoek. Weliswaar was er in de zaak van verdachte voldoende bewijs voorhanden, in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] was dat niet het geval. Er is dan ook geen schending van de beginselen van een goede procesorde. Voorts valt artikel 126nd Wetboek van Strafvordering sinds 2006 niet meer binnen het kader van het strafrechtelijk financieel onderzoek.

De rechtbank passeert dan ook het verweer van de raadsman, zal de officier ontvankelijk verklaringen in de vervolging en zal met deze omstandigheden geen rekening houden bij het opleggen van de straf.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voor het onder 1. primair tenlastegelegde feit tot vrijspraak gerekwireerd omdat er geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Het onder 1. subsidiair tenlastegelegde kan zijns inziens wel wettig en overtuigend bewezen worden. Het onder 2. primair tenlastegelegde kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden omdat verdachte zich samen en in vereniging schuldig heeft gemaakt aan een inbraak bij Wow en Panos. Er is volgens hem sprake van een bewuste en nauwe samenwerking. Ten aanzien van het derde feit heeft de officier van justitie primair tot vrijspraak gerekwireerd omdat er geen sprake is van een poging, het onder 3. subsidiair tenlastegelegde kan volgens hem wel wettig en overtuigend bewezen worden. Feit 4. kan volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden. Volgens hem is er bij feit 5. sprake van een bewuste en nauwe samenwerking en kan dus het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen worden. Ook feit 6 en 7 kunnen wettig en overtuigend bewezen worden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van beide onder 1. tenlastegelegde varianten. Ten aanzien van het tweede feit, heeft hij vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde. Voorts heeft hij vrijspraak bepleit voor feit 3. primair en een deelvrijspraak voor het tenlastegelegde bestanddeel "geweld en bedreiging met geweld" van het onder 3. subsidiair tenlastegelegde. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van de feiten 4. en 6. Ten aanzien van het vijfde feit heeft hij vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde. Wat betreft het onder 7. tenlastegelegde, heeft de raadsman aangevoerd dat het om een kapot stroomstootwapen gaat, zodat niet gezegd kan worden dat door een elektronische stroomstoot personen weerloos gemaakt kunnen worden of pijn kan worden toegebracht.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1. primair kan volgens zowel de officier van justitie als de raadsman, niet wettig en overtuigend bewezen worden. Ook de rechtbank is van oordeel dat het onder 1. primair tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij tezamen en in vereniging met anderen een diefstal met geweld op 6 juni 2009 te Dordrecht bij de heer [slachtoffer 1] heeft gepleegd. Verdachte heeft bekend dat hij de tip heeft gegeven dat er geld te halen was bij de heer [slachtoffer 1] maar heeft ontkend dat hij zelf aanwezig is geweest bij de diefstal met geweld. Ook uit de omschrijving van de daders uit de aangifte blijkt niet dat verdachte aanwezig is geweest bij de diefstal met geweld. Van een gezamenlijke uitvoering is dus geen sprake. Het enkel geven van inlichtingen, twee weken voor de daadwerkelijke diefstal met geweld plaats vond, en de toezegging van een beloning voor deze inlichtingen, is onvoldoende om te kunnen spreken van een intensieve samenwerking, zoals voor medeplegen door de Hoge Raad geëist wordt. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

Het subsidiair tenlastegelegde kan wel wettig en overtuigend bewezen worden. Vast is komen te staan dat op 6 juni 2009 te Dordrecht een diefstal heeft plaats gevonden waarbij geweld is gebruikt tegen de aangever. Deze diefstal met geweld is gepleegd door twee verenigde personen. Aangever mist een bedrag van € 9.000,-- ,wat kleingeld, verschillende passen en 2300 Indiase rupees. Aangever heeft door het incident onder andere pijn aan de borst, rug en rechterschouder en er zijn kneuzingen geconstateerd. Verdachte heeft verklaard dat [bijnaam medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] de overval bij zijn schoonvader hebben gepleegd. [bijnaam medeverdachte 3] heeft hem onder andere verteld dat ze een gitaar en een televisie mee wilden nemen en dat [bijnaam medeverdachte 3] aangever heeft geslagen die onverwachts binnenkwam.

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij [bijnaam medeverdachte 3] wordt genoemd, maar sommigen noemen hem [bijnaam medeverdachte 3] of [bijnaam medeverdachte 3]. De rechtbank gaat er daarom van uit dat met "de [bijnaam medeverdachte 3]" en "[bijnaam medeverdachte 3]" verdachte wordt bedoeld.

Verdachte heeft ten behoeve van deze diefstal met geweld inlichtingen verschaft aan [bijnaam medeverdachte 3]. Hij heeft doorgegeven dat aan de [adres] te Dordrecht een man met half lang haar zou wonen die veel geld zou hebben. Verdachte zou 25% van het buitgemaakte geld krijgen. Omdat de opbrengst tegenviel volgens de medeverdachten, heeft verdachte zijn tipgeld niet meer opgeëist. Verdachte heeft zo willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat er een diefstal zou plaats vinden bij zijn schoonvader. Volgens vaste jurisprudentie mag, indien de pleger verder gaat dan datgene waarop de opzet van de medeplichtige was gericht, het hele delict met betrekking tot de medeplichtige wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Daarom oordeelt de rechtbank dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte medeplichtig is geweest aan de diefstal met geweld. In de strafoplegging zal de rechtbank rekening houden met waar het opzet van verdachte op gericht was.

Ten aanzien van het tweede feit is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is. Vaststaat dat in de nacht van 22 op 23 juni 2009 een inbraak is gepleegd bij een bedrijf, genaamd Panos en bij het daaraan gelegen bedrijf, genaamd Wow. Bij deze inbraak is de toegangsdeur open gewrikt en hebben de daders een buit meegenomen van € 1170,-. Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 4] heeft ingebroken en dat hij inlichtingen heeft verschaft over het geld dat er zou liggen en hoe hij het beste binnen kon komen. Voorts heeft hij aangegeven dat de sleutels bij de kassa lagen en heeft hij ze weg laten halen door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2]. Hij heeft ze zelf zo neergelegd dat ze meegenomen konden worden. Verdachte heeft verklaard dat hij € 300,- a € 400,- zou krijgen voor deze inbraak. In de nacht van de inbraak heeft hij de sleutels terug gehad van [medeverdachte 4]. De rechtbank stelt vast dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 4]. Verdachte heeft precies uitgeduid hoe [medeverdachte 4] binnen kon komen, waar het geld lag en wanneer er het meeste geld lag. Verdachte is niet mee geweest met de inbraak, maar in de nacht van de inbraak heeft [medeverdachte 4] de sleutels teruggebracht bij verdachte, waaruit blijkt dat verdachte zeer nauw bij de inbraak en het tijdstip van de inbraak betrokken was. Tevens blijkt uit de beloning van verdachte dat hij volwaardig meedeelde in de buit. Hij ontving een derde van de buit, bij een inbraak waar drie verdachten bij betrokken zijn. Door zijn medeverdachten werd hij aldus ook als een volwaardig medepleger gezien. Het onder 2. tenlastegelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank spreek verdachte vrij van het onder 3. tenlastegelegde feit. Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij tezamen en in vereniging met anderen een poging tot diefstal met geweld op 21 juni 2009 te Zwijndrecht bij de heer [slachtoffer 2] heeft gepleegd. Om een poging tot diefstal te plegen dient de poging wettig en overtuigend bewezen te worden. In het onderhavige geval is er geen sprake van een poging tot diefstal, wel werden enige voorbereidingen daartoe getroffen. Op basis van de bewijsmiddelen en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld kan echter niet vastgesteld worden dat er sprake is van een begin van uitvoering die naar haar uiterlijke verschijningsvorm gericht is op het voltooien van het misdrijf. Immers, de medeverdachten hebben zich wel naar de hoofdingang van het gebouw begeven, waarin het huis van de heer [slachtoffer 2] zich bevond, maar zijn niet in het gebouw gekomen, en - dus - ook niet in de het huis van de heer [slachtoffer 2]. Nu er geen poging tot diefstal met geweld is geweest, kan feit 3. primair niet wettig en overtuigend bewezen worden. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 3. primair tenlastegelegde.

De rechtbank acht feit 3. subsidiair wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd bij de politie d.d. 7 november 2009;

- de bekennende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5] afgelegd bij de politie d.d. 8 november 2009;

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 6] afgelegd bij de politie;

- de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie.

Bewijsoverweging:

Dat de voorbereidingen gericht waren op een diefstal vergezeld met geweld door twee of meer verenigde personen blijkt uit het feit dat men de diefstal wilde plegen op een moment dat de aangever thuis was. Verdachte moest mee om het vertrouwen van de aangever te wekken, omdat zij een blanke vrouw is, zodat aangever de deur voor haar zou openen. Toen de aangever niet opendeed is men onverrichter zake weer teruggekeerd. Uit het handelen van de verdachten en de verklaring van medeverdachte blijkt dat aangever zelf de deur open moest doen. De rechtbank concludeert dat verdachten, doordat hij thuis aanwezig moest zijn, niet anders dan door geweld of bedreiging met geweld tegen aangever de inhoud van de kluis konden stelen.

De rechtbank acht feit 4. wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 28 oktober 2009;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 28 oktober 2009

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 juni 2009;

- het proces-verbaal van verhoor van de aangever d.d. 30 juni 2009.

Ten aanzien van feit 5. overweegt de rechtbank als volgt.

Vast is komen te staan dat op 28 september 2009 een inbraak heeft plaats gevonden in het winkelpand van Vero Moda te Dordrecht, waarbij een geldbedrag is weggenomen. De toegangsdeur van glas is ingegooid met een fietsenrek. De kluisdeur stond open en de sleutel van de kluis stak in het slot. De kluis was op 27 september goed afgesloten en de sleutel lag op een kast in het kantoor.

Verdachte heeft de inbraak geïnitieerd en voorbereid. Gedurende een langere periode heeft hij medeverdachte [medeverdachte 5] uitgehoord en haar gevraagd beelden te maken van de kluis en het interieur van het pand. Deze beelden heeft hij doorgegeven aan zijn medeverdachte die de overval daadwerkelijk heeft gepleegd. Verdachte verklaart ook zelf dat hij beelden heeft gemaakt in Vero Moda. Deze beelden heeft hij doorgegeven aan [medeverdachte 2], die de inbraak volgens hem heeft gepleegd. Ook heeft verdachte geld voor de inbraak gehad, de dag na de overval, zo blijkt uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 5]. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is geweest van een volwaardige rol van verdachte bij dit feit, waarbij hij bewust en nauw heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte 2].

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5. primair tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank acht feit 6. wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- het proces-verbaal van doorzoeking d.d. 27 oktober 2009;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 13 november 2009;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2009;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2009;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 november 2009.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 7. tenlastegelegde feit. De rechtbank overweegt dat, nu er geen reden is om te twijfelen aan de verklaring van de verdachte dat het stroomstootwapen niet functioneert, het geen voorwerp is waarmee personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht. Het tenlastegelegde kan daarom niet wettig en overtuigend bewezen worden.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

SUBSIDIAIR:

[medeverdachte 3], op 06 juni 2009 te Dordrecht, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een geldbedrag en/of passen, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer van voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld hierin bestond uit het slaan en duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 15 mei 2009 tot en met 06 juni 2009 te Dordrecht, althans in Nederland opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 3], (middellijk danwel onmiddellijk) de informatie verschaft

- dat die [slachtoffer 1] over een aanzienlijk geldbedrag beschikte (in zijn woning) en

- hoe het signalement van die [slachtoffer 1] luidde

2.

op 22 juni 2009 en/of 23 juni 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan WOW en Panos, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en deweg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van

- braak en

- een valse sleutel, zijnde een niet voor gebruik door hem, verdachte, en

zijn mededader bestemde sleutel;

3.

SUBSIDIAIR:

in de periode van van 20 juni 2009 tot en met 21 juni 2009 te Zwijndrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met ander ter voorbereiding van het misdrijf diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

,

opzettelijk een voertuig en een breekvoorwerp en een slijptol en herkenningsbemoeilijkende kleding (een pet ) een vuurwapen bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad;

4.

op 27 juni 2009 te Zwijndrecht tezamen en in vereniging met een ander , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en documenten en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld bestond uit het slaan en stompen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2];

5.

hij op 28 september 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand heeft weggenomen een geldbedrag, in toebehorende aan Vero Moda, waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, en gebruik van een valse sleutel, namelijk door een (glazen) deur kapot te maken en door onbevoegd gebruik te maken van een (kluis)sleutel

6.

op 27 oktober 2009 te Dordrecht wapens van categorie I onder 7°, te weten een balletjespistool (US Military, MIL 233560) en een balletjespistool (Jin Peng, JP 930) en een gasdrukpistool (Beretta), zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens voorhanden heeft gehad;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1.

SUBSIDIAIR:

MEDEPLICHTIGHEID AAN DIEFSTAL, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

2.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS DES MISDRIJFS HEEFT VERSCHAFT EN DE WEG TE NEMEN GOEDEREN ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK EN VALSE SLEUTELS.

3.

SUBSIDIAIR:

VOORBEREIDINGEN AAN DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD OF GEVOLGD VAN GEWELD OF BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, OF OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

4.

DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

5.

DIEFSTAL, DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS DES MISDRIJFS HEEFT VERSCHAFT EN DE WEG TE NEMEN GOEDEREN ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK EN VALSE SLEUTELS.

6.

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 13, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE, MEERMALEN GEPLEEGD.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er strafvermindering moet volgen nu het Openbaar Ministerie misbruik heeft gemaakt van de aangevraagde machtiging gegevensverstrekking op basis van artikel 126nd Wetboek van Strafvordering. De machtiging had niet aan gevraagd moeten worden omdat er al voldoende bewijs was in de zaak tegen verdachte. De machtiging is volgens de raadsman alleen aangevraagd om een lek in de politieorganisatie op te sporen. Zijns inziens staat artikel 126nd in het kader van het financieel onderzoek. Daarom had het ook niet gebruikt mogen worden in het kader van dit onderzoek. Voorts heeft de raadsman gesteld dat verdachte niet zelf geweld heeft toegepast bij feit 4. en dat ook niet heeft gewild. Ook zou verdachte onder druk en bedreigingen gehandeld hebben. Hij wijst voorts nog op het feit dat verdachte nauwelijks relevante en recente antecedenten heeft en op de positieve proceshouding van verdachte. Ook dient zijns inziens het feit dat verdachte onevenredig lang in beperkingen is geweest en een zwaarder detentieregime ondergaat mee te wegen in de strafmaat.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een vijftal vermogensdelicten gepleegd en heeft een drietal nepvuurwapens in bezit gehad. Verdachte heeft met een medeverdachte een zeer brute overval gepleegd op een weerloze oude man, die moeilijk liep. Daarbij is grof geweld gebruikt: het letsel van de slachtoffer bestaat uit bloeduitstortingen over het hele gezicht, een gebroken oogkas en een gebroken neus. Verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer in de gang heeft zien liggen, gorgelend, in een grote plas bloed. Het slachtoffer, dat licht dementerend was maar nog op zichzelf woonde, is na het gebeurde sterk achteruitgegaan en heeft niet meer zelfstandig gewoond. Er is door verdachte en zijn medeverdachte een som geld en enkele sieraden buit gemaakt. Wat dit delict des te erger maakt, is het feit dat verdachte gebruik heeft gemaakt van informatie van een thuishulp van het slachtoffer. Verdachte heeft dit feit overigens al eerder willen plegen, toen is het echter slechts bij voorbereidingen gebleven. Dit laatste feit is aan verdachte apart tenlastegelegd en daar zal verdachte straf voor ontvangen. Dergelijke feiten veroorzaken veel maatschappelijke onrust, hebben onherstelbare sporen bij het slachtoffer achtergelaten en dienen daarom zwaar bestraft te worden. Ook heeft verdachte inlichtingen verschaft aan zijn mededaders over de aanwezigheid van geld bij zijn schoonvader en het adres waar zijn schoonvader woont. De medeverdachten hebben vervolgens geld gestolen, en de schoonvader, die net thuis kwam, geslagen en geduwd. Dat verdachte, op een dergelijke, gewetenloze wijze, directe familie laat bestelen is zeer verwerpelijk. Dit feit bevindt zich in dezelfde categorie als de eerder besproken feiten, zij het dat verdachte nu alleen medeplichtig was. De rechtbank rekent verdachte dit feit dan ook zwaar aan. Overigens zal de rechtbank rekening houden bij het opleggen van de straf met het feit dat verdachte niet kon voorzien dat geweld toegepast werd en dat verdachte dit ook niet gewild heeft, zo blijkt uit zijn verklaringen.

De feiten 2. en 5. die aan verdachte zijn tenlastegelegd en bewezen verklaard betreffen inbraken waarbij verdachte medepleger is geweest. Verdachte heeft inlichtingen verschaft over de hoogte van de buit, de sleutel klaargelegd en tips gegeven over hoe de inbraak plaats moest vinden, zodat een medeverdachte in kon breken in de winkel van zijn vriendin. Vervolgens heeft hij zelf aangifte van deze inbraak gedaan.

Bij de diefstal uit het winkelpand van Vero Moda heeft verdachte ook een belangrijke rol gespeeld. Door misbruik te maken van de relatie die hij had met een medewerkster van deze winkel, heeft hij informatie verkregen over de aanwezigheid van geld, de plaats van dit geld en de sleutel van de kluis. De medewerkster van deze winkel (die ook medeverdachte is) heeft beelden gemaakt van de kluis en het interieur van de winkel en deze informatie heeft verdachte gekregen en doorgegeven aan medeverdachte [medeverdachte 7], die daadwerkelijk de inbraak heeft gepleegd. Verdachte heeft bij deze overvallen en inbraken enkel gehandeld vanuit het oogpunt van geldelijk gewin en heeft zich niet gestuit gevoeld door morele verplichtingen.

Verder heeft verdachte wapens voorhanden gehad, die leken op vuurwapens. Vuurwapens worden meer en meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en veroorzaken dan veelal gevaar en ernstige gevoelens van onveiligheid. Met een op een vuurwapen gelijkend wapen wordt hetzelfde effect bereikt. Daarom moet, zeker in de onderhavige zaak waar de verdachte zich bezig hield met inbraken en overvallen, streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van wapens.

De rechtbank hanteert de oriëntatiepunten van de rechtbank Dordrecht. Daarin wordt voor een beroving in een woning (met zeer grof geweld), een uitgangspunt gehanteerd van drie en een half tot zes jaar gevangenisstraf. Voor voorbereiding van diefstal met geweld, wordt een uitgangspunt van één jaar en negen maanden tot twee jaar en zes maanden gevangenisstraf gehanteerd. Medeplichtigheid aan diefstal met geweld levert volgens de orientatiepunten een uitgangspunt van 2 jaar en 2 maanden tot drie jaar en vier maanden gevangenisstraf op. De overige inbraken leveren nog 10 weken gevangenisstraf op. Het voorhanden hebben van nepwapens wordt doorgaans bestraft met een geldboete.

De rechtbank laat in het voordeel van verdachte meewegen dat hij een positieve proceshouding heeft getoond.

De rechtbank houdt niet in strafverzwarende zin rekening met het strafblad van verdachte, nu er alleen enkele feiten op staan die al wat ouder zijn en deze feiten niet soortgelijk zijn aan de feiten die verdachte in deze zaak ten laste zijn gelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest, dient te worden opgelegd.

8 De benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd Panos III B.V., gevestigd te Gorinchem. Zij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust. Panos III B.V. vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 5370,- ter zake van materiële schadevergoeding voor feit 3. Deze vordering is onderverdeeld in:

- € 1170,- (omzet);

- € 4000,- (schade aan de kassa);

- € 200,- (schade vanwege de forcering van het glazen paneel).

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 1370,-. Voor het overige heeft hij verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1370,- bestaande uit een geldbedrag van € 1170,- en de schade aan een glazen paneel van € 200,- een rechtstreeks gevolg is van het onder 3. bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan. Voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, is verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is om aan te nemen dat de kassa dusdanig is geforceerd dat een nieuwe kassa noodzakelijk was. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan. Voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, is verdachte niet gehouden dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

De rechtbank acht op grond van de stukken de vordering van de inmiddels overleden heer [slachtoffer 2] (die voor zijn overlijden mevrouw [naam] een algehele volmacht heeft gegeven) niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Mevrouw [naam] kan immers niet met deze volmacht in de plaats treden van de inmiddels overleden benadeelde partij. Zij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 24c, 36f, 46, 48, 49, 57, 310, 311, 312 Wetboek van Strafrecht, artikelen 13, 55 Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1. primair, onder 3. primair en onder 7. ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Panos III B.V. van € 1370,-, ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening.

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Panos III B.V., € 1370,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Moolenburgh - Pelser, voorzitter,

mr. J.B. van den Beld en mr. M.R.J. Schönfeld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. den Besten, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 mei 2010.

Mr. M.R.J. Schönfeld is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 6 juni 2009 te Dordrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning) heeft weggenomen een geldbedrag en/of passen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het slaan en/of duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1]

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 3], althans N.N. op of omstreeks 06 juni 2009 te Dordrecht, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een geldbedrag en/of passen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 3], althans N.N. en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit het slaan

en/of duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 mei 2009 tot en met 06 juni 2009 te Dordrecht, althans in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 3], althans N.N. en/of zijn mededader(s) (middellijk danwel onmiddellijk) de informatie verschaft

- dat die [slachtoffer 1] over een aanzienlijk geldbedrag beschikte (in zijn woning) en/of

- hoe het signalement van die [slachtoffer 1] luidde

2.

hij op of omstreeks 22 juni 2009 en/of 23 juni 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan WOW en/of Panos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

- braak en/of verbreking en/of inklimming en/of

- een valse sleutel, zijnde een niet voor gebruik door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) bestemde sleutel;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 6], althans N.N. in of omstreeks de periode van 22 juni 2009 tot en met 23 juni 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand heeft weggenomen (een) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan WOW en/of Panos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 7], althans N.N. en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die [medeverdachte 7], althans N.N. en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of valse sleutels (het onbevoegd gebruiken van een sleutel), tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 23 juni 2009 in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (middellijk of onmiddellijk) die [medeverdachte 7] te informeren dat er geld aanwezig was bij WOW en/of Panos en of verteld hoe de kasse bij WOW en/of Panos geopend kon worden

3.

hij op of omstreeks 20 juni 2009 en/of 21 juni 2009 te Zwijndrecht tezamen en in vereniging met een andere of anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een geldbedrag, althans goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- zich heeft begeven naar de woning waar die [slachtoffer 2] woonde en/of

- (vervolgens) heeft aangebeld bij de [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) (via een intercom) aan die [slachtoffer 2] heeft gevraagd de deur te openen en/of heeft gevraagd of verdachte en/of zijn mededader(s) mocht bellen (omdat verdachte en/of zijn mededader(s) een lekke band zou(den) hebben) en/of

-(vervolgens) toen die [slachtoffer 2] de deur niet opende een ruit heeft vernield terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van van 20 juni 2009 tot en met 21 juni 2009 te Zwijndrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en) ter voorbereiding van het misdrijf diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

althansdiefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming,

opzettelijk een voertuig en/of een breekvoorwerp en/of een slijptol en/of herkenningsbemoeilijkende kleding (een pet en/of een bivakmuts) en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 312 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 27 juni 2009 te Zwijndrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of documenten en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het slaan en/of stompen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2]

5.

hij op of omstreeks 28 september 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkelpand heeft weggenomen een geldbedrag, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Vero Moda, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of gebruik van een valse sleutel, namelijk door een (glazen) deur kapot te maken en/of door onbevoegd gebruik te maken van een (kluis)sleutel

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 7], althans N.N. in of omstreeks de periode van 20 juni 2009 tot en met 21 juni 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkelpand heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Vero Moda, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 7], althans N.N. en/of haar mededader(s) en/of aan

verdachte, waarbij die [medeverdachte 7], althans N.N. en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming en/of valse sleutels (namelijk door een (glazen) deur kapot te maken en/of door onbevoegd gebruik te maken van een (kluis)sleutel), bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 april 2009 tot en met 21 juni 2009 in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van dat misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 7], althans N.N. (middellijk of onmiddellijk) en/of zijn mededader(s) informatie te verschaffen over de plaats waar de kluis en/of de kluissleutel zich bevond(en) en/of beelden te verstrekken van het interieur van dat winkelpand

6.

hij op of omstreeks 27 oktober 2009 te Dordrecht (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een balletjespistool (US Military, MIL 233560) en/of een balletjespistool (Jin Peng, JP 930) en/of een gasdrukpistool (Beretta), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

7.

hij op of omstreeks 27 oktober 2009 te Dordrecht (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Parketnummer: 11/510456-09

Vonnis d.d. 18 mei 2010