Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BM1743

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
21-04-2010
Zaaknummer
11/500196-09; 11/712447-09; TUL 10/611196-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Door middel van een babbeltruc jonge vrouwen telefoonabonnementen met gratis telefoons laten afsluiten levert in de meeste zaken in dit onderzoek oplichting van de vrouwen op. Voor de ten laste gelegde mensenhandel geldt dat voor beantwoording van de vraag, of de slachtoffers zich in een uitbuitingssituatie bevonden en of bij verdachte sprake was van (het oogmerk) van uitbuiting, naar het oordeel van de rechtbank van belang is, of de wil van de slachtoffers door de macht van verdachte en zijn mededaders zodanig was beïnvloed, dat zij voor het afsluiten van de telefoonabonnementen niet vrijwillig hebben gekozen, dan wel dat zij onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen andere keus hadden dan daartoe over te gaan. De rechtbank verwerpt de stelling dat meisjes van Marokkaanse afkomst met een tradiotionele achtergrond niet zo snel overgaan tot het doen van aangifte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummers : 11/500196-09; 11/712447-09

parketnummer tul: 10/611196-08

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 april 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [1982],

thans gedetineerd in de PI Rijnmond, locatie De Schie, te Rotterdam.

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 6 april 2010.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 De tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaardingen is omschreven en zoals deze ter eerdere terechtzitting van 14 januari 2010 overeenkomstig de vorderingen van de officier van justitie zijn gewijzigd. De teksten van de gewijzigde tenlasteleggingen zijn als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht en maken hiervan deel uit.

De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

2 De voorvragen

De dagvaardingen voldoen aan alle wettelijke eisen en zijn dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van hetgeen onder 1. (zaak 1), 2. primair (zaak 2), 3. primair (zaken 3, 4 en 5), 6. primair (zaken 8 en 9), 6. subsidiair (zaken 8 en 9 voor zover het betreft 'oplichting'), 7. primair (zaken 10 en 11), 7. subsidiair (zaken 10 en 11 voor zover het betreft 'oplichting') en 8. (zaak 13 voor zover het betreft 'afpersing').

De officier van justitie heeft - het overige ten laste gelegde bewezen achtend - gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van voorarrest. Zij heeft ook gevorderd dat de tenuitvoerlegging zal worden bevolen van drie maanden gevangenisstraf die de rechter eerder voorwaardelijk heeft opgelegd.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak en afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging bepleit.

3.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

- [benadeelde partij 1], [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 15.312,23 en de wettelijke rente (feit 2., zaak 2);

- [benadeelde partij 2], [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 8.666,20 en de wettelijke rente (feit 3., zaak 3);

- [benadeelde partij 3], gemachtigde mr. P. Leemans, [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 8.224,48 als voorschot (feit 3., zaak 4);

- [benadeelde partij 4], gemachtigde mr. P. Leemans, [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 3.555,91 als voorschot (feit 3., zaak 5);

- [benadeelde partij 5], gemachtigde mr. A.M.C.J. Klostermann, [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 12.693,31 als voorschot (feit 4., zaak 6);

- [benadeelde partij 6], p/a mr. H.F. Govers, [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 10.063,64 (feit 5., zaak 7);

- [benadeelde partij 7], [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 8.000,72 en de wettelijke rente (feit 6., zaak 8);

- [benadeelde partij 8], [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 9.01,50 en de wettelijke rente (feit 6., zaak 9);

- [benadeelde partij 9], gemachtigde mr. E.H.P. Dingenouts, [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 6.593,39 (feit 7., zaak 13);

- [benadeelde partij 10], p/a Slachtofferhulp Nederland, [adres en woonplaats],

ten bedrage van € 5.622,59 (feit 7., zaak 12).

De officier van justitie heeft telkens geconcludeerd tot toewijzing van de vordering alsmede telkens tot oplegging van de maatregel tot schadevergoeding.

Door of namens de verdachte is de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade telkens betwist en telkens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij wegens vrijspraak, subsidiair omdat de vordering niet eenvoudig van aard is.

4 De bewijsbeslissing

4.1 Vrijspraken

4.1.1 Oplichting en afpersing

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte onder 1. (zaak 1), 2. primair (zaak 2), 3. primair (zaken 3, 4 en 5), 6. primair (zaken 8 en 9), 7. primair en subsidiair ('oplichting') (zaken 10 en 11) en 8. ('afpersing') (zaken 12 en 13) ten laste is gelegd.

Met betrekking tot feit 1. (zaak 1) acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk zijn vriendin van haar vrijheid heeft beroofd of beroofd gehouden.

Met betrekking tot feit 7. subsidiair ('oplichting') (zaken 10 en 11) acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake was van oplichting, omdat beide aangeefsters hebben verklaard dat zij niet door hetgeen verdachte en/of zijn mededader aan hen hebben verteld, zijn bewogen om de ten laste gelegde goederen af te geven.

Met betrekking tot de feiten 2. primair (zaak 2), 3. primair (zaken 3, 4 en 5), 6. primair (zaken 8 en 9), 7. primair (zaken 10 en 11) en 8. ('afpersing') (zaken 12 en 13) acht de rechtbank telkens niet wettig en overtuigend bewezen de ten laste gelegde bestanddelen 'geweld' en 'bedreiging met geweld'. Zij acht niet bewezen dat de betreffende aangeefsters telkens door geweld en/of bedreiging met geweld zijn gedwongen tot afgifte van mobiele telefoons, sim-kaarten en televisies en het afsluiten van telefoonabonnementen en leningen. Voor zover de desbetreffende bewoordingen al dreigen met geweld, acht de rechtbank de aangiftes mede gezien de in een aantal gevallen wisselende standpunten bij een aantal aangeefsters en gelet op de consistente verklaringen van verdachte en zijn mededaders (kort samengevat: dat zij hun slachtoffers een verhaal voorlogen), in zoverre onvoldoende betrouwbaar en op dit punt onvoldoende bruikbaar voor het bewijs. In het bijzonder geldt hierbij voor zaak 2 dat de rechtbank de verklaring van aangeefster dat haar een mes is getoond, dat over haar been is gehaald onvoldoende betrouwbaar acht, mede gelet op de andersluidende verklaring van haar vriendin, getuige [getuige]. Ook volgt de rechtbank de verklaring van aangeefster [benadeelde partij 2] (zaak 3), dat haar een vuurwapen is getoond, niet. Hierbij is van belang dat aangeefster haar aanvankelijke verklaring op cruciale punten herziet, en pas na confrontatie met bepaalde onderzoeksgegevens. De rechtbank acht dan ook het bestanddeel "geweld" in deze zaken evenmin wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte zal daarom van die onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.1.2 Mensenhandel

Onder 2. subsidiair (zaak 2), 3. subsidiair (zaken 3, 4, en 5), 4. (zaak 6), 5. (zaak 7),

6. subsidiair (zaken 8 en 9) en 8. (zaken 12 en 13) heeft de officier van justitie tevens steeds cumulatief/alternatief ten laste gelegd - kort en zakelijk samengevat - mensenhandel overeenkomstig artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 4° van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie acht bewezen dat de aangeefsters/slachtoffers telkens, kort gezegd, door middel van misleiding en/of misbruik van een kwetsbare positie als gevolg van hun Marokkaanse achtergrond en cultuur zijn gedwongen of bewogen tot het verrichten van diensten. De officier van justitie heeft gesteld dat Marokkaanse meisjes die verkeren in meer traditionele thuissituaties en die onder de ten laste gelegde omstandigheden de ten laste gelegde handelingen hebben gepleegd, niet zo snel overgaan tot het doen van aangifte. Van deze feiten en omstandigheden hebben verdachte en zijn mededader(s) misbruik gemaakt, aldus de officier van justitie. Afgezien van de feiten 4. (zaak 6) en 5. (zaak 7), zijn hierbij bovendien, kort gezegd, bedreigingen en dreigementen ten laste gelegd.

De rechtbank overweegt hierover het navolgende.

De rechtbank heeft vastgesteld dat uit de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet van 9 december 2004, Stb. 645, waarbij artikel 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht is ingevoerd, blijkt dat bij mensenhandel steeds sprake is van een vorm van uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op deze integriteit en vrijheid (Kamerstukken II 2003/2004, 29 291, nr. 3). Daarbij past ook de plaats van (thans) artikel 273f in titel XVIII in het Wetboek van Strafrecht (getiteld: misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid). Onder het brede bereik van mensenhandel vallen tevens moderne vormen van slavernij.

Hoewel artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 4° van het Wetboek van Strafrecht niet expliciet '(het oogmerk van) uitbuiting' noemt, dient hiervan gelet op voorgaande ratio van de strafbaarstelling naar het oordeel van de rechtbank wel sprake te zijn. Hierbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking de opsomming van een aantal vormen van uitbuiting in artikel 273f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. Blijkens genoemde memorie van toelichting doelt - het huidige - artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht op een verscheidenheid aan moderne vormen van slavernij of met slavernij of dienstbaarheid te vergelijken praktijken. Daarbij kan volgens de memorie van toelichting worden gedacht aan tewerkstelling onder dwang of het maken van misbruik van een afhankelijke positie van een persoon die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan in een toestand van uitbuiting te geraken. Aan de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 250a (oud) van het Wetboek van Strafrecht, waaraan blijkens het arrest van de Hoge Raad van 27 oktober 2009, LJN BI7097, r.o. 2.4, thans nog belang kan worden gehecht, kan worden ontleend dat gedragingen bestaande uit het misbruik maken van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding, de wil beïnvloeden, waaronder begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid, waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken (Kamerstukken II 1988/1989, 21 207, nr. 3).

Voor beantwoording van de vraag of de betrokken slachtoffers zich in een uitbuitingssituatie bevonden en of bij verdachte sprake was van (het oogmerk) van uitbuiting, is naar het oordeel van de rechtbank van belang of de wil van de slachtoffers door de macht van verdachte (en zijn mededader(s)) zodanig was beïnvloed dat zij voor het afsluiten van verschillende telefoonabonnementen niet vrijwillig hebben gekozen, dan wel dat zij onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen andere keus hadden dan daartoe over te gaan.

Met betrekking tot de vraag of daarvan telkens in de onderhavige zaken sprake is, overweegt de rechtbank als volgt.

I.

De rechtbank stelt voorop dat zij de stelling van de officier van justitie zoals hiervoor genoemd en ten laste gelegd (kort gezegd: dat Marokkaanse meisjes niet zo snel overgaan tot het doen van aangifte) niet zo maar zonder meer aan- en overneemt. Zij acht deze stelling te algemeen en onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd en zij heeft daarvoor geen bewijsmiddelen kunnen vinden, ook niet in de verhoren die in dit verband bij de rechter-commissaris hebben plaatsgevonden. Voor dit gedeelte van de tenlastelegging zal reeds hierom telkens vrijspraak dienen te volgen.

II.

Omtrent de ten laste gelegde bestanddelen 'geweld' en 'dreiging met geweld' heeft de rechtbank hiervoor onder 4.1.1 reeds opgemerkt dat zij de verklaringen van aangeefsters op dit punt telkens onvoldoende betrouwbaar acht om te kunnen gebruiken voor het bewijs. Daarmee kan ook niet worden vastgesteld dat aangeefsters telkens door 'geweld' of 'dreiging met geweld' zijn bewogen tot hun handelen. Het voorgaande geldt ook voor het bestanddeel 'dreiging met feitelijkheden'. Dit brengt met zich mee dat de mensenhandel in feit 6 (zaak 8 en 9) niet bewezen is. Met betrekking tot feit 3. (zaak 4) overweegt de rechtbank nog dat de ten laste gelegde sms-berichten, voor het bestaan waarvan wel wettig en overtuigend bewijs bestaat, dreigend zijn, maar dat zij blijkens hun inhoud verband houden met ander gedrag van aangeefster (uitgaan en dansen) en dateren van 29 april 2009, zijnde na het afsluiten van abonnementen en afgeven van goederen. Deze sms-berichten kunnen daarom niet redengevend zijn voor het bewijs van het ten laste gelegde.

Voor de bestanddelen 'dwang', en 'uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht' heeft de rechtbank (met uitzondering van de zaken 10 en 11), evenmin overtuigend bewijs kunnen vinden, zodat ook daarvoor vrijspraak dient te volgen. Het standaard verhaal dat door verdachte en medeverdachten aan aangeefsters werd verteld over de wijze waarop aangeefsters - door inschakeling van een Afrikaans persoon - abonnementen zouden kunnen afsluiten zonder dat zij daar rekeningen van kregen, zal - zoals onder 4.2 zal blijken - in een aantal gevallen leiden tot de bewezenverklaring van "oplichting". Voor wat betreft de mensenhandel en het bestanddeel daarin van de "misleiding" is de rechtbank echter van oordeel dat deze niet zodanig was dat daardoor door aangeefsters niet vrijwillig is gekozen om, dan wel uiteindelijk voor hen redelijkerwijs geen andere keus bestond, dan te handelen zoals ten laste gelegd. In die gevallen is van een uitbuitingssituatie dan ook niet gebleken. Hierop zal waar nodig onder III nog worden ingegaan.

III.

Het vorenstaande betekent dat de rechtbank zich ziet gesteld voor de vraag of er sprake was van (het bestanddeel) 'misbruik van een kwetsbare positie' zoals telkens feitelijk omschreven in de tenlastelegging en zoals de officier van justitie telkens bewezen heeft geacht.

a. feit 2. subsidiair (zaak 2):

De rechtbank heeft op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat aangeefster geldproblemen had noch dat verdachten dit wisten en haar daarom benaderden. Daaruit volgt dat niet kan worden bewezen dat verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om, dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had, dan te handelen zoals ten laste gelegd. Ook van het louter 'doen voorkomen van een bijbaantje' zoals ten laste gelegd, kan niet worden gezegd dat aangeefster daardoor in voornoemde positie is gebracht.

De rechtbank merkt op dat veeleer uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster zich mede heeft laten leiden door de in het vooruitzicht gestelde geldbedragen die - naar verdachten deden voorkomen - zonder risico konden worden verkregen.

b. feit 3. subsidiair (zaak 3):

De rechtbank heeft op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat aangeefster geldproblemen had noch dat verdachten dit wisten en haar daarom benaderden. Daaruit volgt dat niet bewezen kan worden dat verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om, dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had, dan te handelen zoals ten laste gelegd. Ook van het louter 'doen voorkomen van werk' zoals ten laste gelegd, kan niet worden gezegd dat aangeefster daardoor in voornoemde positie is gebracht.

c. feit 3. subsidiair (zaak 4):

De rechtbank heeft op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat aangeefster geldproblemen had noch dat verdachten dit wisten en haar daarom benaderden. Daaruit volgt dat niet bewezen kan worden dat verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om, dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had, dan te handelen zoals ten laste gelegd. Ook van het louter 'aangaan van een relatie' en het 'doen voorkomen van trouwen' zoals ten laste gelegd, kan niet worden gezegd dat aangeefster daardoor in voornoemde positie is gebracht.

d. feit 3. subsidiair (zaak 5):

De rechtbank heeft op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat aangeefster geldproblemen had noch dat verdachten dit wisten en haar daarom benaderden. Daaruit volgt dat niet bewezen kan worden dat verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om, dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had, dan te handelen zoals ten laste gelegd.

De rechtbank merkt op dat veeleer uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster zich mede heeft laten leiden door de in het vooruitzicht gestelde geldbedragen die - naar verdachten deden voorkomen - zonder risico konden worden verkregen.

e. feit 4. (zaak 6):

De rechtbank heeft op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet kunnen vaststellen dat aangeefster geldproblemen had noch dat verdachten dit wisten en haar daarom benaderden. Daaruit volgt dat niet bewezen kan worden dat verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om, dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had, dan te handelen zoals ten laste gelegd. Ook van het louter 'doen voorkomen van zwart werk' en het 'doen voorkomen of zij aangeefster leuk vonden' zoals ten laste gelegd, kan niet worden gezegd dat aangeefster daardoor in voornoemde positie is gebracht. De rechtbank merkt op dat veeleer uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster zich mede heeft laten leiden door de in het vooruitzicht gestelde geldbedragen die - naar verdachten deden voorkomen - zonder risico konden worden verkregen.

f. feit 5. (zaak 7):

De rechtbank heeft op grond van de aanwezige bewijsmiddelen weliswaar kunnen vaststellen dat aangeefster geldproblemen had maar niet dat verdachten dit wisten en haar daarom benaderden. Daaruit volgt dat niet bewezen kan worden dat verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om, dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had, dan te handelen zoals tenlastegelegd. De rechtbank merkt op dat veeleer uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangeefster zich mede heeft laten leiden door de in het vooruitzicht gestelde geldbedragen die - naar verdachten deden voorkomen - zonder risico konden worden verkregen.

g. feit 8. (zaak 12):

De rechtbank acht op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet overtuigend bewezen dat medeverdachte [medeverdachte 1] een relatie met aangeefster [benadeelde partij 9] is aangegaan waardoor verdachten aangeefster in een zodanige positie hebben gebracht dat zij niet vrijwillig heeft gekozen om dan wel uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had dan te handelen zoals ten laste gelegd.

h. feit 8. (zaak 13):

De rechtbank acht aannemelijk dat aangeefster [benadeelde partij 10] heeft gemeend zich in een positie te bevinden waarin zij uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus had dan te handelen zoals ten laste gelegd, dit wegens een naar aangeefsters inzicht bestaande (seksuele en gewelddadige) relatie tussen haar zus en medeverdachte [medeverdachte 1]. Mede gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor onder g heeft overwogen, is echter niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachten aangeefster (opzettelijk) in die (vermeende) situatie hebben gebracht.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

(parketnummer 11/500196-09)

2. (subsidiair)

(zaak 2)

op 15 april 2009 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot

- de afgifte van mobiele telefoons en sim-kaarten, en

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van telefoonabonnementen , hebbende verdachte en/of zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 1] verteld dat:

- zij maximaal twee telefoonabonnementen op haar naam kon afsluiten en

- een Afrikaan in het systeem kon komen en dat de afgesloten telefoonabonnementen (door een Nigeriaan) van haar naam zouden worden gehaald en

- zij een geldbedrag zou krijgen en dat zij het bedrag dat zij zouden krijgen zouden delen, waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en het aangaan van bovenomschreven schuld;

3. (subsidiair)

(Zaak 3 + 4+ 5)

in de periode van 26 maart 2009 tot en met 29 april 2009 te Zwijndrecht enRotterdam en Amsterdam en Breda, meermalen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), telkens met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot

- de afgifte van mobiele telefoons en sim-kaarten, en

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van telefoonabonnementen, hebbende verdachte en zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 2] en die [benadeelde partij 3] en die [benadeelde partij 4] verteld dat

- dat er in Rotterdam een groothandel is waar zij, [benadeelde partij 2], eenmalig 15 abonnementen kon afsluiten en waarvoor zij, [benadeelde partij 2], geld zou krijgen en dat verdachte en zijn mededader een systeem in deze groothandel hadden die deze abonnementen ongedaan maakte en/of

- zij maximaal twee telefoonabonnementen op haar/hun naam kon(den) afsluiten en/of

- een Afrikaan in het systeem kon komen en dat de afgesloten telefoonabonnementen van haar/hun naam zouden worden gehaald en/of

- zij tien telefoons aan moest(en) bieden bij die Afrikaan en/of dat zij dan een geldbedrag zou(den) krijgen en/of

- dat hij/zij, verdachte(n), geen abonnementen op zijn/hun naam kon(den) krijgen en/of dat de abonnementen na een maand weer op zijn/hun naam gezet zouden worden, waardoor die [benadeelde partij 2] en die [benadeelde partij 3] en die [benadeelde partij 4] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en het aangaan van bovenomschreven schuld

4.

(Zaak 6)

in de periode van 2 maart 2009 tot en met 7 maart 2009 te Dordrecht en Rotterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot:

- de afgifte van mobiele telefoons en sim-kaarten een bankpasje en

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van telefoonabonnementen en het op lening/afbetaling kopen van televisies, hebbende verdachte en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 5] verteld dat zij een geldbedrag zou krijgen en dat de afgesloten telefoonabonnementen en de leningen van haar naam zouden worden gehaald, waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en het aangaan van bovenomschreven schuld

(parketnummer 11/712447-09)

5.

(Zaak 7)

in de periode van 10 maart 2009 tot en met 14 maart 2009 te Breda, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot

- de afgifte van mobiele telefoons en sim-kaarten, en

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van telefoonabonnementen, hebbende verdachte en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 6] verteld dat:

- hij/zij een bende kende(n), die in computers kon inbreken en/of dat zij overal goederen moest bestellen, die de bende weer uit de computer kon halen en/of dat zij telefoons bij winkels kon kopen en dat die dit ook uit de computer kon halen en

- zij niet meer dan twee abonnementen op haar naam af zou kunnen sluiten en

- haar gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en

- zij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat er niets op haar naam zou komen en/of dat zij er geen brieven van thuis zou krijgen en/of dat zij er helemaal niets meer van zou horen en

- hij/zij het eerder bij een meisje had(den) gedaan en dat alles goed was gelopen en/of dat het meisje er geen last mee heeft gehad en

- iedereen 50-50 zou krijgen, waardoor die [benadeelde partij 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en het aangaan van bovenomschreven schuld

6. (subsidiair)

(Zaak 8 + 9)

in de periode van 19 maart 2009 tot en met 23 maart 2009 te Dordrecht en Rotterdam, meermalen tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 8] heeft bewogen tot

- de afgifte van eenidentiteitskaarteneen bankpasje enmobiele telefoons en sim-kaarten, en

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van telefoonabonnementen, hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 7] en die [benadeelde partij 8] verteld dat

- haar/hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en

- er niets aan de hand zou zijn en er niets van haar/hun bankrekening zou worden afgeschreven, waardoor die [benadeelde partij 7] en die [benadeelde partij 8] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en het aangaan van bovenomschreven schuld

7. (subsidiair)

(Zaak 10+11)

in de periode van 1 april 2009 tot en met 2 april 2009 te Amsterdam, , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen anderen, genaamd [benadeelde partij 11] en [benadeelde partij 12], door dwang en/ één of meer andere feitelijkhedenendoor misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling hebben ondernomen waarvan verdachte en zijn mededader redelijkerwijs moesten vermoeden, dat die [benadeelde partij 11] en die [benadeelde partij 12] zich daardoor tot het verrichten van die diensten beschikbaar zouden stellen, immers hebben verdachte en zijn mededader die [benadeelde partij 11] endie [benadeelde partij 12] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het ten behoeve van verdachte en zijn mededader afsluiten van telefoonabonnementen en

- de afgifte van mobiele telefoons en sim-kaarten), bestaande die dwang en/of één of meer andere feitelijkhedenenhet misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en zijn mededader

- naar de woning van die [benadeelde partij 11] zijn gegaan en hebben gezegd dat die [benadeelde partij 11] naar buiten moest komen en

- dreigendtegen die [benadeelde partij 11] en/of die [benadeelde partij 12] hebben gezegd:

* zij wisten waar zij woonde enof wie haar ouders waren en

* zij door moest(en) naar de volgende winkel als zij die dag nog naar huis wilde en dat zij voor 99% konden garanderen dat zij nooit meer thuis zou komen en dat zij haar ouders nooit meer zou zien, en

* zij hun niet moestenonderschatten

.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.4 Nadere bewijsoverwegingen

De rechtbank acht de hiervoor onder 4.3 bewezen verklaarde 'oplichtingen' bewezen, omdat er telkens sprake was van mededelingen van verdachte en medeverdachten die inhielden- kort en zakelijk samengevat - het wissen van de gegevens van een aangeefster in het systeem van de provider en het in het vooruitzicht stellen van de betaling van een geldbedrag aan een aangeefster. Beide toezeggingen werden uiteindelijk niet nagekomen door verdachte en zijn mededader(s), waardoor er telkens sprake is van oplichting.

In verband met 'mensenhandel' bij feit 7. (zaak 10 en 11) verwijst de rechtbank voor haar algemene overwegingen naar hetgeen hiervoor onder 4.1.2 is overwogen. De rechtbank heeft door wettig bewijs de overtuiging dat aangeefsters [benadeelde partij 11] en [benadeelde partij 12] anders dan de andere aangeefsters wel het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel. [benadeelde partij 11] heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 2] en zij elkaar al lange tijd kenden, en dat deze medeverdachte weet had van problemen bij [benadeelde partij 11] (van Marokkaanse afkomst) thuis. [benadeelde partij 11] heeft verklaard dat zij direct heeft geweigerd mee te werken aan het afsluiten van de abonnementen, omdat zij wist dat een ander meisje daardoor in de problemen waren gekomen. Ook [benadeelde partij 12], vriendin van [benadeelde partij 11], heeft verklaard dat zij niets van het verhaal geloofde en dat zij wist dat ze vast zou zitten aan de abonnementen. Toch hebben beide aangeefsters abonnementen afgesloten, en naar overtuiging van de rechtbank is dat gekomen door de dwang die op hen werd uitgeoefend. Er werden na hun aanvankelijke weigering dreigende woorden gezegd, die erop neerkwamen dat ze veel wisten over de problemen van [benadeelde partij 11], hetgeen [benadeelde partij 12] zich eveneens aantrok, en dat ze wisten waar zij woonden en dat ze hun ouders nooit meer terug zouden zien. Daar komt bij dat [benadeelde partij 11] door medeverdachte [medeverdachte 2] op de avond van 1 april 2009 - dag waarop de aangeefster in zaak 11, [benadeelde partij 12], in haar bijzijn en in het bijzijn van verdachte en medeverdachte abonnementen had afgesloten en zulks bij haar was mislukt wegens gebrekkige papieren - werd opgebeld met de mededeling dat ze naar buiten moest komen. Zij heeft dat gedaan uit angst nog meer problemen te krijgen met haar thuis aanwezige vader wanneer de mannen aan de deur zouden komen, en trof buiten verdachte en zijn medeverdachte. Uit de verklaring van [benadeelde partij 11] blijkt dat verdachte haar toen heeft geïnstrueerd voor het afsluiten van abonnementen de volgende dag, die zij ook met verdachte en medeverdachte in bijzijn van [benadeelde partij 12] is gaan afsluiten onder afgifte van de desbetreffende telefoons en sim-kaarten. Deze feiten, in onderlinge samenhang bezien, brengen de rechtbank tot de conclusie dat [benadeelde partij 11] en [benadeelde partij 12] door verdachte en degene met wie hij bewust en nauw samenwerkte (voorwaardelijk) opzettelijk in een positie zijn gebracht waarin zij uiteindelijk redelijkerwijs geen andere keus hadden dan te handelen zoals ten laste gelegd.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

2. (subsidiair) MEDEPLEGEN VAN OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

3. (subsidiair) MEDEPLEGEN VAN OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

4. MEDEPLEGEN VAN OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

5. MEDEPLEGEN VAN OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. (subsidiair) MEDEPLEGEN VAN OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

7. (subsidiair) MENSENHANDEL, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader(s) schuldig gemaakt aan acht zaken van oplichting waarbij telkens mobiele telefoons en simkaarten werden verkregen. Daarnaast heeft hij zich samen met een mededader schuldig gemaakt aan twee zaken van mensenhandel, meer in het bijzonder van uitbuiting. Bij de oplichtingen werden de slachtoffers telkens bewogen tot het aangaan/afsluiten van een abonnement voor een dure mobiele telefoon. Verdachten maakten telkens gebruik van een babbeltruc om de slachtoffers zover te krijgen, waarbij ze telkens het verhaal vertelden dat een persoon in het registratiesysteem van de provider kon komen waardoor de abonnementen van de namen van de slachtoffers zou worden gehaald en zij geen rekeningen zouden krijgen. Om hen hiervan te overtuigen deed verdachte alsof hij daadwerkelijk telefonisch contact opnam met deze persoon teneinde de slachtoffers te overtuigen. In twee zaken hebben verdachten op gelijke wijze gehandeld bij het verkrijgen van televisies. Bovendien werd de slachtoffers telkens per verkregen telefoon een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld.

Verdachte heeft bij alle feiten een leidende rol gespeeld. Hij nam het initiatief om de slachtoffers te benaderen of gaf daartoe opdracht aan de anderen. Hij was in de meeste gevallen ook de persoon met de babbeltruc.

Verdachten zijn aldus op een geraffineerde en berekenende wijze te werk gegaan en hebben zich op geen enkele wijze bekommerd om de financiële schade die de slachtoffers en de providers hebben geleden noch om de emotionele schade bij de slachtoffers. Zij waren slechts uit op financieel gewin om zodoende hun directe (financiële) behoefte te bevredigen.

Zeer verontrustend vindt de rechtbank het gemak waarmee de verdachten tot het herhaaldelijk plegen van de feiten zijn overgegaan en daarmee leeftijdgenoten ernstig hebben benadeeld.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard, de ernst en de hoeveelheid strafbare feiten alsmede de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van langere duur.

Voor de persoon van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 26 februari 2010 waaruit blijkt dat verdachte reeds meerdere malen door de strafrechter is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten tien maanden, voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal aan deze voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde verbinden van verplicht reclasseringscontact nu op de terechtzitting duidelijk is geworden dat verdachte problemen heeft op diverse leefgebieden, zoals financiën en huisvesting. Verdachte zal zich in dat kader dienen te houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland en zal daarbij tevens worden begeleid, ondersteund en behandeld, in en voor de bij hem aanwezige problematiek. Daarnaast acht de rechtbank het geïndiceerd te bepalen dat verdachte geen direct of indirect contact anders dan door zijn raadsman mag opnemen met de slachtoffers/benadeelde partijen. Uit het dossier en het onderzoek ter zitting blijkt immers, dat aangeefsters in financiële problemen zijn gekomen door het afsluiten van de telefoonabonnementen en dat zij van verdachte nog geldbedragen te vorderen hebben. Mede gelet op hetgeen hierna onder 7.2 wordt overwogen, acht de rechtbank het in dit verband ongewenst indien verdachten hen hiervan door het opnemen van contact zullen trachten te weerhouden.

7.2 De vorderingen van de benadeelde partijen

Nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten, zijn de benadeelde partijen in zoverre ontvankelijk in hun vorderingen. Dit geldt niet voor de benadeelde partijen [benadeelde partij 9] en [benadeelde partij 10] (feit 8., zaken 12 en 13), nu verdachte in de desbetreffende zaken wordt vrijgesproken. De rechtbank zal hen dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank is tevens van oordeel dat verdachte jegens de overige benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de bewezen verklaarde strafbare feiten toegebrachte schade.

Deze benadeelde partijen hebben hun vorderingen in het algemeen onderbouwd door het overleggen van stukken van providers, incassobureaus en dagvaardingen waaruit zou blijken dat de abonnementskosten en belkosten verbonden aan de verkregen mobiele telefoons door de providers telkens op hen worden verhaald. Uit genoemde stukken blijkt echter niet voldoende duidelijk en ondubbelzinnig welke schade de benadeelde partijen daadwerkelijk hebben geleden en voor welke bedragen zij worden aangesproken of nog zullen worden aangesproken door de providers. Ook zijn de rekeningen niets steeds direct te herleiden naar de door de benadeelde partijen in het kader van deze strafzaak afgesloten abonnementen.

Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de vorderingen niet van zodanig eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding.

De rechtbank zal deze benadeelde partijen dan ook niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht, één en ander met verwijzing in de kosten als hierna in het dictum vermeld.

7.3 De vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling

Verdachte is door de politierechter te Rotterdam bij onherroepelijk geworden vonnis van 4 december 2008 onder parketnummer 10/611196-08 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met bepaling dat een gedeelte van die gevangenisstraf, te weten 3 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de in dat vonnis genoemde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de straf gevorderd.

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, aangezien hij zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal daarom de tenuitvoerlegging gelasten van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en tenuitvoerlegging berusten op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 47, 57, 273f en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1., 2. primair, 3. primair, 6. primair, 7. primair en 8. ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van DERTIG (30) MAANDEN,

waarvan TIEN (10) MAANDEN voorwaardelijk met een proeftijd van TWEE (2)

jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de

rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, Regio Rotterdam-Dordrecht, Marconistraat 2 te 3029 AK Rotterdam;

* dat verdachte tijdens de proeftijd geen direct of indirect contact mag opnemen - anders dan door tussenkomst van zijn raadsman - met de slachtoffers/benadeelde partijen van de ten laste gelegde zaken;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- verklaart de navolgende benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering, met bepaling dat de vordering telkens slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht, met veroordeling telkens tevens van de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil:

- [benadeelde partij 1], [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 2], [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 3], gemachtigde mr. P. Leemans, [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 4], gemachtigde mr. P. Leemans, [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 5], gemachtigde mr. A.M.C.J. Klostermann, [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 6], p/a mr. H.F. Govers, [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 7], [adres en woonplaats];

- [benadeelde partij 8], [adres en woonplaats];

- verklaart de navolgende benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vordering, nu in hun zaak geen straf of maatregel aan verdachte is opgelegd:

- [benadeelde partij 9], gemachtigde mr. E.H.P. Dingenouts,[adres en woonplaats]

- [benadeelde partij 10], p/a Slachtofferhulp Nederland, [adres en woonplaats].

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 4 december 2008 onder parketnummer 10/611196-08, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. L.C. van Walree en mr. F. van Laanen, rechters, in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 april 2010.

Mrs. Roukema en Van Laanen zijn wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE 1: De gewijzigde tenlastelegging

parketnummer 11/500196-09

1.

(zaak 2)

hij op of omstreeks 30 april 2009 te Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 13] wederrechtelijk vande vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, met dat opzet

(terwijl [benadeelde partij 13] in de auto zat) de autosleutels uit het contactslot van de auto heeft/hebben gepakt/gehaald en/of (vervolgens) de auto heeft/hebben afgesloten (waardoor [benadeelde partij 13] niet uit de auto kon komen) en/of (vervolgens) is/zijn weggegaan en/of weggebleven en/of de auto (vervolgens) meerdere, althans een. u(u)r(en) afgesloten heeft/hebben gelaten (terwijl [benadeelde partij 13] in de auto (zat) en/of niet heeft/hebben gereageerd op de/een telefonische oproep(en) die [benadeelde partij 13] aan hem/hen heeft gedaan

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. primair:

(Zaak 2)

hij op of omstreeks 15 april 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen

- tot de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of

- tot het aangaan van een schuld, te weten het aangaan/afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of het op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, aan [benadeelde partij 1] heeft/hebben getoond en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, het mes over het been van [benadeelde partij 1] heeft/hebben gehaald en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gezegd:

* "Nou moet je eens goed gaan luisteren. Luister goed naar wat [verdachte] te zeggen heeft" en/of

* "Ik weet alles van je. Ik weet waar je woont. Je hoeft niets te proberen" en/of

* "Als ik je in je gezicht snijd dan zal je mij nooit vergeten als je in de spiegel kijkt" en/of

* "Je bent met ons uit geweest, zullen we je ouders vertellen dat je bent meegegaan en dat je seks met ons hebt gehad. Je zult dan wel zien wat ze met je doen" en/of

* "Denk je nou echt dat [medeverdachte 1] jou leuk vindt, je bent maar een Marokkaanse slet" en/of

* "Je hoeft alleen maar je bek te houden. Ik voer het woord. Het enige wat je hoeft te doen is 1 eurocent pinnen en je paspoort geven" en/of

* "Met geen woord hier met iemand over praten. We steken je in je gezicht" en/of

* "We gaan je zusjes tegemoet komen en dan zal je vanzelf zien wat er gebeurt" en/of

* "Je moet uitkijken wat je doet. Je weet wat de gevolgen zijn. Denk maar aan het mes",

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende aard en/of strekking;

(artikel 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2. subsidiair:

hij op of omstreeks 15 april 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of het op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 1] verteld dat:

- zij maximaal twee telefoonabonnementen op haar naam kon afsluiten en/of

- een Afrikaan in het systeem kon komen en/of dat de afgesloten telefoonabonnementen (door een Nigeriaan) van haar naam zouden worden gehaald en/of

- zij een geldbedrag zou krijgen en/of dat zij het bedrag dat zij zouden krijgen zouden delen, waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld

en/of

dat hij op of omstreeks 15 december 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, genaamd [benadeelde partij 1],

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 1] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 1] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- een meisje van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd van wie zij wist(en) dat zij geldproblemen had en/of die niet/minder tot aangifte bereid zou zijn door haar achtergrond en/of cultuur en/of

- heeft/hebben doen voorkomen dat hij/zij voor die [benadeelde partij 1] een bijbaantje bij een schoonmaakbedrijf had/hadden en/of

- een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp, aan die [benadeelde partij 1] heeft/hebben getoond en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, het mes over het been van die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gehaald en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [benadeelde partij 1] heeft/hebben gezegd:

* "Nou moet je eens goed gaan luisteren. Luister goed naar wat [verdachte] te zeggen heeft" en/of

* "Ik weet alles van je. Ik weet waar je woont. Je hoeft niets te proberen" en/of

* "Als ik je in je gezicht snijd dan zal je mij nooit vergeten als je in de spiegel kijkt" en/of

* "Je bent met ons uit geweest, zullen we je ouders vertellen dat je bent meegegaan en dat je seks met ons hebt gehad. Je zult dan wel zien wat ze met je doen" en/of

* "Denk je nou echt dat [medeverdachte 1] jou leuk vindt, je bent maar een Marokkaanse slet" en/of

* "Je hoeft alleen maar je bek te houden. Ik voer het woord. Het enige wat je hoeft te doen is 1 eurocent pinnen en je paspoort geven" en/of

* "Met geen woord hier met iemand over praten. We steken je in je gezicht" en/of

* "We gaan je zusjes tegemoet komen en dan zal je vanzelf zien wat er gebeurt" en/of

* "Je moet uitkijken wat je doet. Je weet wat de gevolgen zijn. Denk maar aan het mes" en/of

* dat zij maximaal twee telefoonabonnementen op haar naam kon afsluiten en/of

* dat een Afrikaan in het systeem kon komen en/of dat de afgesloten telefoonabonnementen (door een Nigeriaan) van haar naam zouden worden gehaald en/of

* dat zij een geldbedrag zou krijgen en/of dat zij het bedrag dat zij zouden krijgen zouden delen,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende en/of misleidende aard en/of strekking;

(artikel 326 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

3. primair:

(Zaak 3 + 4 + 5)

hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2009 tot en met 29 april 2009 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Breda, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] heeft gedwongen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval enig(e) goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het aangaan/afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde partij 2] een vuurwapen heeft/hebben voorgehouden, althans getoond, en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd "We gaan nu naar het winkelcentrum, daar ga je abonnementen op je naam zetten, als je iets laat merken aan iemand, dan zijn sowieso je ouders er geweest, er is op dit moment iemand in de buurt van je huis" en/of "Je moet je mond houden, je praat er met niemand over, als ik erachter kom dat je hebt gepraat, dan is eerst je familie aan de beurt en dan jij" en/of "Je komt 27 maart 2009 naar Zuidplein om 12:00 uur bij Free Record Shop, als je niet komt opdagen dan komen we je opzoeken" en/of

- die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat zij haar mond moest houden, omdat hij/zij haar anders wist(en) te vinden en/of

- heeft/hebben gedreigd dat hij/zij die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] in een ton met zuur zou(den) gooien als zij niet zou(den) meewerken en/of verdachte en/of zijn mededader(s) zou(den) verraden en/of dat je huid dan zou wegfikken en je botten zand zouden worden en nooit iets als bewijs gevonden zou worden, omdat er niks van je over zou blijven en/of

- heeft/hebben gedreigd dat hij/zij wist(en) waar die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] woonde(n) en/of dat als hij/zij vrij zouden komen hij/zij wel wist(en) wat hij/zij zou(den) doen,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende aard en/of strekking;

(artikel 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3. subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2009 tot en met 29 april 2009 te Zwijndrecht en/of Rotterdam en/of Amsterdam en/of Breda, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] verteld dat

- dat er in Rotterdam een groothandel is waar zij, [benadeelde partij 2], eenmalig 15 abonnementen kon afsluiten en/of waarvoor zij, [benadeelde partij 2], geld zou krijgen en/of dat verdachte en/of zijn mededader(s) een systeem in deze groothandel had(den) die deze abonnementen ongedaan maakte en/of

- zij maximaal twee telefoonabonnementen op haar/hun naam kon(den) afsluiten en/of

- een Afrikaan in het systeem kon komen en/of dat de afgesloten telefoonabonnementen van haar/hun naam zouden worden gehaald en/of

- zij tien telefoons aan moest(en) bieden bij die Afrikaan en/of dat zij dan een geldbedrag zou(den) krijgen en/of

- dat hij/zij, verdachte(n), geen abonnementen op zijn/hun naam kon(den) krijgen en/of dat de abonnementen na een maand weer op zijn/hun naam gezet zouden worden,

waardoor die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 26 maart 2009 tot en met 29 april 2009 te Amsterdam en/of Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) ander(en), genaamd [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou(den) stellen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- (een) meisje(s) van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd van wie zij wist(en) dat zij geldproblemen had(den) en/of die niet/minder tot aangifte bereid zou(den) zijn door haar/hun achtergrond en/of cultuur en/of

- heeft/hebben doen voorkomen dat hij/zij voor die [benadeelde partij 2] werk had/hadden en/of

- die [benadeelde partij 2] een vuurwapen heeft/hebben voorgehouden, althans getoond, en/of

- met die [benadeelde partij 3] een relatie is aangegaan en/of heeft doen voorkomen alsof hij, verdachte, met die [benadeelde partij 3] zou willen trouwen en/of

- die [benadeelde partij 3] de hele dag door heeft/hebben gebeld met de vraag waar zij was en met wie zij was en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] heeft/hebben gezegd:

* "Instappen of je bent dood" en/of "We gaan nu naar het winkelcentrum, daar ga je abonnementen op je naam zetten, als je iets laat merken aan iemand, dan zijn sowieso je ouders er geweest, er is op dit moment iemand in de buurt van je huis" en/of "Je moet je mond houden, je praat er met niemand over, als ik erachter kom dat je hebt gepraat, dan is eerst je familie aan de beurt en dan jij" en/of "Je komt 27 maart 2009 naar Zuidplein om 12:00 uur bij Free Record Shop, als je niet komt opdagen dan komen we je opzoeken" en/of

* dat die [benadeelde partij 2] haar mond moest houden, omdat hij/zij haar anders wist(en) te vinden en/of

* dat hij/zij die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] in een ton met zuur zou(den) te gooien als zij niet zou(den) meewerken en/of verdachte en/of zijn mededader(s) zou(den) verraden en/of dat je huid dan zou wegfikken en je botten zand zouden worden en nooit iets als bewijs gevonden zou worden, omdat er niks van hen over zou blijven en/of

* dat hij/zij wist(en) waar die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] woonde(n) en/of dat als hij/zij vrij zou(den) komen hij/zij wel wist(en) wat hij/zij zou(den) doen en/of

* dat die [benadeelde partij 3] niet moest denken dat hij/zij een grapje met die [benadeelde partij 3] maakte(n) en dat hij/zij haar toch wel ging(en) vinden en/of

* "Waar ga je draaien in je huiskamer ga slapen voordat ik naar Tilburg west kom is maar 62 km en je kop er af sla" en/of "Maak je af, snij je poten er af gek met je dansen op tafel" en/of

* dat er in Rotterdam een groothandel is waar zij, [benadeelde partij 2], eenmalig 15 abonnementen kon afsluiten en/of waarvoor zij, [benadeelde partij 2], geld zou krijgen en/of dat verdachte(n) een systeem in deze groothandel had(den) die deze abonnementen ongedaan maakte en/of

* dat die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] maximaal twee telefoonabonnementen op haar/hun naam kon(den) afsluiten en/of

* dat een Afrikaan in het systeem kon komen en/of dat de afgesloten telefoonabonnementen van haar/hun naam zouden worden gehaald en/of

* die [benadeelde partij 3] en/of die [benadeelde partij 4] tien telefoons aan moest(en) bieden bij die Afrikaan en dat zij dan een geldbedrag zou(den) krijgen en/of

* dat hij/zij geen abonnementen op zijn/hun naam kon(den) krijgen en/of dat de abonnementen na een maand weer op zijn/hun eigen naam gezet zouden worden,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende en/of misleidende aard en/of strekking;

(artikel 326 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

4.

(Zaak 6)

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2009 tot en met 7 maart 2009 te Breda en/of Dordrecht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot:

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en) en/of een of meer (bank)pasje(s) en/of creditcard(s), in elk geval van enig(e) goed(eren) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of het op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 5] verteld dat zij een geldbedrag zou krijgen en/of dat de afgesloten telefoonabonnementen en/of de leningen van haar naam zouden worden gehaald, waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2009 tot en met 7 maart te Breda en/of Dordrecht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, genaamd [benadeelde partij 5], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 5] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou stellen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 5] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren), en/of

- de afgifte van één of meer geldbedragen, bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- een meisje van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd van wie zij wist(en) dat zij geldproblemen had en/of die niet/minder tot aangifte bereid zou zijn door haar achtergrond en/of cultuur en/of

- heeft/hebben doen voorkomen dat hij/zij voor die [benadeelde partij 5] zwart werk had/hadden en/of

- heeft/hebben doen voorkomen dat hij/zij die [benadeelde partij 5] leuk vond(en) en/of een afspraakje met haar wilde(n) en/of

- (daarbij) tegen die [benadeelde partij 5] heeft/hebben gezegd dat

* de afgesloten telefoonabonnementen en/of de leningen door een (Engels)man van haar naam zouden worden gehaald en/of dat als er problemen waren zij hem ([verdachte]) moest bellen zodat hij die Engelsman aan het werk zou zetten zodat zij geen problemen zou krijgen en/of

zij niet moest zeiken en hem/hen moest vertrouwen en/of dat zij niet zo moeilijk moest doen en/of

* zij een geldbedrag zou krijgen en/of

* zij haar bankpasje en pincode moest geven, omdat er een groot bedrag op haar rekening zou komen en/of dat zij daar geld voor zou krijgen,

althans woorden van gelijk misleidende aard en/of strekking;

(artikel 326 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

BIJLAGE 2: De gewijzigde tenlastelegging

parketnummer 11/712447-09

5.

(Zaak 7)

hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2009 tot en met 14 maart 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of het op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 6] verteld dat:

- hij/zij een Somalische bende kende(n), die in computers kon inbreken en/of dat zij overal goederen moest bestellen, die de Somalische bende weer uit de computer kon halen en/of dat zij telefoons bij winkels kon kopen en dat die Somaliër dit ook uit de computer kon halen en/of

- zij niet meer dan twee abonnementen op haar naam af zou kunnen sluiten en/of

- haar gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en/of

- zij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat er niets op haar naam zou komen en/of dat zij er geen brieven van thuis zou krijgen en/of dat zij er helemaal niets meer van zou horen en/of

- hij/zij het eerder bij een meisje had(den) gedaan en dat alles goed was gelopen en/of dat het meisje er geen last mee heeft gehad en/of

- iedereen 50-50 zou krijgen, waardoor die [benadeelde partij 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld

en/of

dat hij in de periode van 10 maart 2009 tot en met 14 maart 2009 te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ander, genaamd [benadeelde partij 6], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 6] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 6] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- een meisje van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd van wie zij wist(en) dat zij geldproblemen had en/of tegen wie hij/zij zei(den) dat hij/zij een manier had(den) om die op te lossen en/of die niet/minder tot aangifte bereid zou zijn door haar achtergrond en/of cultuur en/of

- (daarbij) tegen die [benadeelde partij 6] heeft/hebben gezegd dat:

* hij/zij een Somalische bende kende(n), die in computers kon inbreken en/of dat zij overal goederen moest bestellen, die de Somalische bende weer uit de computer kon halen en/of dat zij telefoons bij winkels kon kopen en dat die Somaliër dit ook uit de computer kon halen en/of

* zij niet meer dan twee abonnementen op haar naam af zou kunnen sluiten en/of

* haar gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en/of

* zij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat er niets op haar naam zou komen en/of * zij er geen brieven van thuis zou krijgen en/of dat zij er helemaal niets meer van zou horen en/of

* hij/zij het eerder bij een meisje had(den) gedaan en dat alles goed was gelopen en/of dat het meisje er geen last mee heeft gehad en/of

* iedereen 50-50 zou krijgen,

althans woorden van gelijk misleidende aard en/of strekking;

(artikel 326 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

6. primair:

(Zaak 8 + 9)

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2009 tot en met 23 maart 2009 te Dordrecht en/of Rotterdam, in ieder geval in Nederland, meermalen tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] heeft gedwongen tot

- de afgifte van (een) identiteitskaart(en) en/of (een) bankpasje(s) en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- het aangaan van een schuld, te weten het aangaan/afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (op dreigende en/of boze toon) die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] de woorden heeft/hebben toegevoegd:

- "Geef me je identiteitskaart en je bankpasje" en/of "Geen vragen stellen en gewoon doen, anders zwaait er wat" en/of

- die [benadeelde partij 8] heeft/hebben gezegd "Je hebt het gehoord, je moet meewerken. Jij doet het woord en ik zeg niks" en/of

- "Ik ben nog niet klaar met jullie. We zijn nog niet klaar" en/of "Je bent er eenmaal aan begonnen, jullie werken gewoon mee, ik weet waar jullie op school zitten anders zwaait er wat",

althans woorden van gelijke dreigende en/of intimiderende aard en/of strekking;

(artikel 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

6. subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2009 tot en met 23 maart 2009 te Dordrecht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] heeft bewogen tot

- de afgifte van een of meer identiteitskaart(en) en/of een bankpasje en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goederen) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] verteld dat

- haar/hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en/of

- er niets aan de hand zou zijn en/of er niets van haar/hun bankrekening zou worden afgeschreven,

waardoor die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2009 tot en met 23 maart 2009 te Dordrecht en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) ander(en), genaamd [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou(den) stellen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- (een) meisje(s) van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd die niet/minder tot aangifte bereid zou(den) zijn door haar/hun achtergrond en/of cultuur en/of

- (daarbij) (op dreigende en/of boze toon) tegen die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] heeft/hebben gezegd:

* "Geef me je identiteitskaart en je bankpasje" en/of "Geen vragen stellen en gewoon doen, anders zwaait er wat" en/of

* dat die [benadeelde partij 8] haar identiteitskaart moest afgeven en/of

* "Je hebt het gehoord, je moet meewerken. Jij doet het woord en ik zeg niks" en/of "

* Ik ben nog niet klaar met jullie. We zijn nog niet klaar" en/of "Je bent er eenmaal aan begonnen, jullie werken gewoon mee, ik weet waar jullie op school zitten anders zwaait er wat" en/of

* dat die [benadeelde partij 7] en/of die [benadeelde partij 8] van hem/hun af zou(den)zijn zodra alles klaar was

* dat hij/zij haar/hun gegevens aan een Nigeriaan zou(den) doorgeven en/of dat haar/hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en/of

* dat er niets aan de hand zou zijn en/of er niets van haar/hun bankrekening zou worden afgeschreven,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende en/of misleidende aard en/of strekking;

(artikel 326 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

7. primair:

(Zaak 10 + 11)

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 2 april 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12] heeft gedwongen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaarten, in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- het aangaan van een schuld te weten het aangaan/afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) de tasjes uit de handen van die [benadeelde partij 11] heeft/hebben gepakt en/of dat verdachte en/of zijn mededader(s) (daarbij) (dreigend) heeft/hebben gezegd dat:

- hij/zij wist(en) waar zij woonde(n) en/of wie haar/hun ouders waren en/of

- zij door moest(en) naar de volgende winkel als zij die dag nog naar huis wilde(n) en/of

- zij niemand ooit terug zou(den) zien en/of dat (hij/zij voor 99% kon(den) garanderen dat) zij niet/nooit meer thuis zou(den) komen en/of dat zij haar/hun ouders nooit meer zou(den) zien

- zij hem/hun niet moest(en) onderschatten en/of dat als zij niet zou(den) doen wat hij/zij zei(den) er gevolgen zouden zijn en/of

- zij naar Maastricht zou(den) gaan, alwaar zij in de prostitutie zou(den) belanden,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende aard en/of strekking;

(artikel 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

7. subsidiair:

(Zaak 10+11)

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 2 april 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12] heeft bewogen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [benadeelde partij 11] en/of die [benadeelde partij 12] verteld dat

- zij geld/een leuk bedragje kon(den) verdienen als zij telefoonabonnementen op hun naam zou(den) zetten en/of

- zij zich niet druk moest(en) maken, omdat hij/zij, verdachte(n) zaken deden met Nigerianen en/of

- hij/zij iemand had(den) die overeenkomsten van de abonnementen kon wissen en/of

- haar/hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en/of

- dat hij/zij en/of een meisje genaamd Laila ook telefoons op zijn/hun/haar naam had(den) gezet en/of dat het bij hem/hun/haar was gelukt om ze bij alle providers af te sluiten,

waardoor die [benadeelde partij 11] en/of die [benadeelde partij 12] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld;

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 1 april 2009 tot en met 2 april 2009 te Amsterdam, in elk geval Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) ander(en), genaamd [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 11] en/of die [benadeelde partij 12] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou(den) stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 11] en/of die [benadeelde partij 12] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- (een) meisje(s) van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd die niet/minder tot aangifte bereid zou(den) zijn door haar/hun achtergrond en/of cultuur en/of

- naar de woning van die [benadeelde partij 11] is/zijn gegaan en/of heeft/hebben gezegd dat die [benadeelde partij 11] naar buiten moest komen en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [benadeelde partij 11] en/of die [benadeelde partij 12] heeft/hebben gezegd:

* hij/zij wist(en) waar zij woonde(n) en/of wie haar/hun ouders waren en/of

* zij door moest(en) naar de volgende winkel als zij die dag nog naar huis wilde(n) en/of

* zij niemand ooit terug zou(den) zien en/of dat (hij/zij voor 99% kon(den) garanderen dat) zij niet/nooit meer thuis zou(den) komen en/of dat zij haar/hun ouders nooit meer zou(den) zien

* zij hem/hun niet moest(en) onderschatten en/of dat als zij niet zou(den) doen wat hij/zij zei(den) er gevolgen zouden zijn en/of

* zij naar Maastricht zou(den) gaan, alwaar zij in de prostitutie zou(den) belanden

* zij geld/een leuk bedragje kon(den) verdienen als zij telefoonabonnementen op hun naam zou(den) zetten en/of

* zij zich niet druk moest(en) maken, omdat hij/zij, verdachte(n) zaken deden met Nigerianen en/of

* hij/zij iemand had(den) die overeenkomsten van de abonnementen kon wissen en/of

haar/hun gegevens uit het systeem zouden worden gehaald en/of

* hij/zij en/of een meisje genaamd Laila ook telefoons op zijn/hun/haar naam had(den) gezet en/of dat het bij hem/hun/haar was gelukt om ze bij alle providers af te sluiten,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende en/of misleidende aard en/of strekking;

(artikel 326 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

8.

(Zaak 12 + 13)

hij in of omstreeks de periode van 19 februari 2009 tot en met 21 april 2009 te Dordrecht en/of Zwijndrecht en/of Breda, in elk geval in Nederland, meermalen tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] heeft gedwongen tot

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorend aan die [benadeelde partij 9], in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of het op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 9] eenmaal of meerdere malen (in haar gezicht) heeft geslagen en/of tegen haar been heeft getrapt en/of bij haar keel heeft gepakt en/of tegen een muur heeft geduwd en/of (aan haar haren) heeft (mee)getrokken en/of daarbij heeft/hebben gezegd dat:

- als zij niet de(e)d(en) wat hij/zij wilde(n), hij/zij het leven van [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] kapot zou(den) maken en/of dat hij/zij wel iemand wist(en) die die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] kon vinden en die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] iets aan zou doen en/of dat hij/zij zijn/hun handen niet aan die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] vuil zou(den) maken, maar dat hij daar wel iemand/zijn mannetjes voor had en/of dat hij die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] zo kon laten verdwijnen en/of

- als die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] de rekening(en) niet kon(den) betalen, er andere mogelijkheden waren, zoals de prostitutie;

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende aard en/of strekking;

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 19 februari 2009 tot en met 21 april 2009 te Dordrecht en/of Zwijndrecht en/of Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) ander(en), genaamd [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] zich daardoor tot het verrichten van die arbeid of diensten beschikbaar zou(den) stellen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] (telkens) gedwongen en/of bewogen tot

- het aangaan van een schuld, te weten het (ten behoeve van verdachte en/of zijn mededader(s)) afsluiten van een of meer telefoonabonnement(en) en/of het op lening/afbetaling kopen van een of meer televisie(s) en/of

- de afgifte van een of meer mobiele telefoon(s) en/of een of meer sim-kaart(en), in elk geval van enig(e) goed(eren),

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de misleiding dan wel het misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of het misbruik van een kwetsbare positie eruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- (een) meisje(s) van Marokkaanse afkomst heeft/hebben benaderd die niet/minder tot aangifte bereid zou(den) zijn door haar/hun achtergrond en/of cultuur en/of

- met die [benadeelde partij 9] een (seksuele) relatie is aangegaan en/of meermalen met die [benadeeelde partij 9] een afspraakje heeft gemaakt en/of (tijdens die afspraakjes) alles voor haar betaalde en/of

- die [benadeelde partij 9] eenmaal of meermalen (in haar gezicht) heeft geslagen en/of tegen haar been getrapt en/of bij haar keel gepakt en/of tegen een muur geduwd en/of (aan haar haren) (mee)getrokken wanneer zij niet naar hem luisterde en/of (vervolgens) het deed voorkomen alsof hij spijt had en/of (vervolgens) heel lief deed, waardoor die [benadeelde partij 9] zich weer speciaal voelde en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] heeft/hebben gezegd dat:

* die [benadeelde partij 9] moest doen wat hij/zij zei(den) en/of dat hij/zij anders haar moeder en/of broers zou(den) inlichten en/of

* als die [benadeelde partij 9] bij hem weg zou gaan, hij wel iemand wist die haar kon vinden en haar iets aan zou doen en/of

* zij een hoer was/waren en/of dat zij een speeltje voor hem was/waren en/of

* "Vieze hoer(en)" en/of "Vieze slet(ten)" en/of " Je wilt toch zo graag dat je zusje met rust gelaten wordt door mij. Nou, je wilt zeker niet dat ik haar met rust laat" en/of

* als [benadeelde partij 10] deed wat hij/zij wilde(n), haar zusje, [benadeelde partij 9], vrij zou zijn en/of

* als zij niet de(e)d(en) wat hij/zij wilde(n), hij/zij het leven van [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] kapot zou(den) maken en/of dat hij/zij wel iemand wist(en) die die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] kon vinden en die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] iets aan zou doen en/of dat hij/zij zijn/hun handen niet aan die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] vuil zou(den) maken, maar dat hij/zij daar wel iemand/zijn/hun mannetjes voor had(den) en/of dat hij/zij die [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10] zo kon(den) laten verdwijnen en/of

* als zij de rekening(en) niet kon(den) betalen, er andere mogelijkheden waren, zoals de prostitutie,

althans woorden van gelijk dreigende en/of intimiderende en/of misleidende aard en/of strekking;

(artikel 317 lid 1 en/of artikel 273f lid 1 ahf/sub 4º Wetboek van Strafrecht)

Parketnummers: 11/500196-09; 11/712447-09 [0]

Vonnis d.d. 20 april 2010