Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BM0782

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
08-02-2010
Datum publicatie
12-04-2010
Zaaknummer
249140 VV EXPL 10-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zieke werknemer vordert doorbetaling salaris, die werkgeefster volgens hem onterecht heeft stopgezet. Verweer van werkgeefster dat zij werknemer andere (ook volgens de bedrijfsarts) passende werkzaamheden heeft aangeboden die werknemer ten onrechte heeft geweigerd, wordt gehonoreerd. De kantonrechter acht het aannemelijk dat werkgeefster dit aanbod heeft gedaan en dat werknemer dit (op onjuiste) gronden van de hand heeft gewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0336
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 249140 VV EXPL 10-2

vonnis in kort geding van de kantonrechter te Dordrecht van 8 februari 2010

in de zaak van:

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. J.M. Karstens, J.M.K. Euro Consult te Rotterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid QPS Constructie B.V.,

gevestigd te [adres],

gedaagde,

gemachtigde mr. A.W.M. Roozeboom, advocaat te Schiedam.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] respectievelijk QPS.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 18 januari 2010;

2. de conclusie van antwoord;

3. de aantekeningen van de griffier van de gehouden mondelinge behandeling op

25 januari 2010;

4. de pleitaantekeningen aan de zijde van de gemachtigde van [eiseres];

5. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1. Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij, staat tussen partijen het volgende vast.

1.2. Met ingang van 9 juni 2008 is [eiseres] als uitzendkracht in dienst van QPS werkzaam, laatstelijk in de functie van algemeen medewerker tegen een bruto weekloon ad

€ 458,41.

1.3. Vanaf de indiensttreding bij QPS – en ook reeds enige tijd daaraan voorafgaand – verrichtte [eiseres] feitelijk werkzaamheden ten behoeve van opdrachtgever Huisman Equipment B.V., gevestigd te [plaatsnaam], naar wie hij daartoe was uitgezonden.

1.4. Op 2 oktober 2009 heeft op verzoek van QPS tussen partijen een gesprek plaats-gevonden, waarbij aan [eiseres] is voorgesteld het dienstverband met ingang van 1 december 2009 te beëindigen onder verband van een vergoeding, zoals aangeboden in een brief van QPS d.d. 22 oktober 2009.

1.5. [eiseres] heeft zich op 5 oktober 2009 ziek gemeld wegens rugklachten.

1.6. Op 20 oktober 2009 is [eiseres] uitgenodigd voor een gesprek bij de bedrijfsarts [naam]. Op deze afspraak is [eiseres] niet verschenen. Toen QPS [eiseres] vervolgens telefonisch niet kon bereiken, heeft QPS [eiseres] op 22 oktober 2009 een officiële waarschuwing toegezonden.

1.7. Op 30 oktober 2009 heeft [eiseres] het interventiespreekuur van de bedrijfsarts [naam] bezocht. De bedrijfsarts vermeldt in diens probleemanalyse en re-integratieadvies d.d. 30 oktober 2009 onder meer het volgende:

“(...) Medisch gezien kan medewerker per direct, voor eigen contract-urenbelasting hervatten met passende werkzaamheden. Rug ontzien. Werk, waarbij medewerker regelmatig van houding kan wisselen (staan, lopen, zitten). Langdurig en frequent buigen, strekken en torderen vermijden. Evenals tillen, duwen en trekken. Ik verzoek medewerker en werkgever vriendelijk om onderling de mogelijkheden voor aangepast werk af te stemmen en een datum voor werkhervatting af te spreken. (...)”

1.8. Op 11 november 2009 heeft er tussen partijen een gesprek plaatsgevonden, waarin QPS [eiseres] een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, hetgeen tot 13 november 2009 zou gelden. [eiseres] heeft dit voorstel niet geaccepteerd.

1.9. Op 18 november 2009 zijn partijen een plan van aanpak overeengekomen, waarin is onder meer vastgelegd:

“(...) Dhr. [eiseres] heeft aangegeven aangepast werk te willen doen in de richting van productiewerk en eventueel schoonmaakwerkzaamheden. Gezien de omstandig-heden kan hij niet zijn werkzaamheden hervatten in de metaal. QPS Constructie gaat bekijken wat de mogelijkheden hierin zijn. (...)”

1.10. QPS heeft in een e-mail d.d. 1 december 2009 aan de bedrijfsarts [naam] verzocht of [eiseres] werkzaamheden als opruimer/schoonmaker zou kunnen vervullen. De bedrijfsarts [naam] reageerde in een e-mail als volgt:

“(...) Bedankt voor de info. Als het niet teveel buigen, strekken, torderen (draaien), tillen, duwen, trekken is, is er geen probleem. (...)”.

1.11. Tijdens een daaropvolgend tussentijds evaluatiegesprek tussen partijen op 9 december 2009 is [eiseres] (boos) weggelopen.

1.12. Bij brief van 10 december 2009 heeft QPS aan [eiseres] onder meer het volgende geschreven:

“(...) U bent op 9 december 2009 wederom uitgenodigd op het kantoor van QPS (...) om met uw case manager de tussentijdse evaluatie te bespreken en vast te stellen, als onderdeel van uw plan van aanpak.

QPS (...) heeft u tijdens dit gesprek passende werkzaamheden aangeboden en u gevraagd om ter completering van het dossier het verslag van deze evaluatie te onderteken. U bent boos geworden, heeft ter plekke uw advocaat gebeld en ons gemeld dat u weigert:

1. Verdere medewerking te geven aan uw re-integratietraject;

2. De tussentijdse evaluatie, onderdeel van het plan van aanpak, te ondertekenen;

3. De u aangeboden passende werkzaamheden te verrichten. (...)’.

1.13. In een brief d.d. 10 december 2009 heeft de bedrijfsarts [naam] naar aanleiding van deze aangepaste werkzaamheden aangegeven:

“(...) De aangeboden werkzaamheden zouden licht schoonmaakwerk betreffen waarbij geen sprake is van tillen, duwen, trekken, langdurig en frequent buigen, strekken en torderen. Kortom, conform mijn advies in de probleemanalyse. (…) De aangeboden werkzaamheden zijn medisch gezien passend te noemen. (...)”

1.14. Bij brief van 10 december 2009 heeft QPS [eiseres] laten weten het loon stop te zetten indien [eiseres] niet meewerkt aan de re-integratie. Op deze brief heeft [eiseres] niet gereageerd. QPS heeft per 15 december 2009 de uitbetaling van loon heeft stopgezet en heeft [eiseres] hiervan per gelijke datum schriftelijk op de hoogte gesteld.

1.15. De bedrijfsarts [naam] heeft naar aanleiding van overleg met [eiseres], na ontvangst van de gegevens uit de curatieve sector, in een brief d.d. 15 december 2009 medegedeeld:

“(...) De beperkingen zullen blijvend het eigen werk in de weg staan. Re-integratie in eigen werk is dus niet meer haalbaar. Er zal moeten worden uitgekeken naar ander werk, lichter fysiek belastend van aard. (…) Wat betreft werkhervatting in passende werkzaamheden, op basis van arbeidstherapie, kan ik mijn eerdere adviezen handhaven. (...)”

1.16. In een e-mail van 16 december 2009 heeft [naam opdrachtgever] aan [naam] van QPS het volgende geschreven:

“Drie weken geleden heb ik je opdracht gegeven uit te kijken naar een goedkope kracht om diverse kleine opruimwerkzaamheden in en rond onze vestiging uit te voeren. Je hebt mij aangegeven dat je een werknemer hebt die last van zijn rug heeft. En dat onder jouw begeleiding deze vacature uitstekend in zou kunnen vullen. Afgesproken is dat hij op 10 december zou beginnen. Ik ben me er bewust van dat ik je beloofd heb dat ik je zou helpen, maar ik heb de start van de werkzaamheden nu al 2 keer uitgesteld, uiteraard wil ik dat de werkzaamheden verricht worden en wil je hierbij meedelen dat ik ondertussen een andere oplossing heb gevonden.”

2. De vordering

2.1. [eiseres] vordert dat QPS bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld, onder toezending van een deugdelijke opgave van de wettelijke inhoudingen, met ingang van 15 december 2009 (door) te betalen het [eiseres] sedertdien competerende salaris van € 458,41 bruto per week, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke vertragingsrente met ingang van 21 december 2009, althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening met veroordeling van QPS in de kosten van de procedure.

2.2. [eiseres] stelt – kort samengevat – ter onderbouwing van zijn vordering het volgende. Voorafgaand aan het dienstverband bij QPS was [eiseres] sinds

9 september 1999 in dienst bij Kies B.V. te [plaatsnaam], de rechtsvoorganger van QPS. [eiseres] was dan ook al ruim 10 jaar werkzaam bij Huisman Equipment B.V. [eiseres] kan geen disfunctioneren worden verweten en dit is hem bovendien tevoren nooit door QPS of Huisman Equipment B.V. met zoveel woorden mede-gedeeld. Er hebben geen functioneringsgesprekken plaatsgevonden. Het aanbod tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft [eiseres] afgewezen, aangezien de aangeboden vergoeding geen rekening hield met de omstandigheid dat [eiseres] ruim 10 jaar werkzaam was. QPS heeft [eiseres] slechts voorgesteld werk als zand scheppen en graafwerkzaamheden te verrichten, hetgeen totaal ongeschikt werk is. [eiseres] is volledig bereid mee te werken aan re-integratie of een mediatie traject. De gemachtigde van [eiseres] heeft tegen de loonstopzetting geprotesteerd en tot doorbetaling gesommeerd. [eiseres] heeft recht en spoedeisend belang bij de vordering, nu het de noodzaak betreft om door loonvormende arbeid in zijn levens-onderhoud te kunnen voorzien.

3. Het verweer

QPS heeft als verweer – kort samengevat – het volgende aangevoerd.

Uitzendbureau Kies B.V. is ons onbekend. [eiseres] is op 2 oktober 2009 wegens een ongemotiveerde werkhouding en disfunctioneren, gezien de productiviteit, opgezegd bij de opdrachtgever Huisman Equipment B.V. Tijdens de laatste werkweek van [eiseres] heeft hij zich ziek gemeld. [eiseres] heeft vervolgens niet mee willen werken aan re-integratie, aangezien hij het door QPS aangeboden passende werk niet heeft geaccepteerd. Tijdens een tussentijds evaluatiegesprek tussen partijen op 9 december 2009 heeft QPS [eiseres] namelijk aangepaste (schoonmaak-/opruim) werkzaamheden aangeboden bij een ander bedrijf, [naam opdrachtgever] te [plaatsnaam]. Tijdens dit gesprek is [eiseres] weggelopen. In het verslag van dit gesprek zijn deze werkzaamheden vastgelegd.

Bovendien heeft [eiseres] willens en wetens de mededelingen van QPS over de aard van de aangeboden werkzaamheden tegenover de bedrijfsarts verdraaid. Het aangeboden werk betrof lichte werkzaamheden. [eiseres] heeft zich sinds zijn ziekmelding nog niet beschikbaar gesteld voor passende werkzaamheden. [eiseres] heeft nooit een deskundigenoordeel aangevraagd.

Beoordeling van het geschil

4. De kantonrechter komt op basis van de ter beschikking staande stukken en het ter zitting gestelde voorshands tot het volgende oordeel. Naar haar aard is de vordering spoedeisend, zodat [eiseres] in zijn vordering kan worden ontvangen.

5. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat QPS als werkgeefster gehouden is een actieve houding te betrachten met betrekking tot de re-integratie van haar werknemer [eiseres]. QPS dient aantekening te houden van het verloop van de ziekte en de re-integratie van [eiseres], dient in overeenstemming met [eiseres] een plan van aanpak op stellen en dit plan van aanpak dient te worden geëvalueerd. Bij de uitvoering van een en ander dient QPS zich te laten bijstaan door een bedrijfsarts, hetgeen zij ook heeft gedaan en nog doet, in de persoon van [naam bedrijfsarts]. De bedrijfs-arts zal regelmatig contact moeten hebben met [eiseres] om de mate van arbeids-ongeschiktheid en de vorderingen in de verzuimaanpak te bespreken. Hij heeft immers ook de plicht de gezondheid, veiligheid en het welzijn van [eiseres] als individuele werknemer te bevorderen.

6. Uit de overgelegde stukken rijst het (consistente) beeld, dat QPS zich actief heeft ingezet met betrekking tot de re-integratie van [eiseres] zoals hiervoor is omschreven. Zo heeft QPS in overleg met [eiseres] een plan van aanpak opgesteld. Op grond van het plan van aanpak d.d. 18 november 2009 (zie 1.9), de mailwisseling tussen QPS en haar bedrijfsarts d.d. 1 december 2009 (zie 1.10), de brief van de bedrijfsarts van 10 december 2009 (zie 1.13) en de mail van [naam opdrachtgever] van 16 december 2009 (zie 1.16) acht de kantonrechter het aannemelijk dat QPS zich, conform het advies van de bedrijfsarts d.d. 15 oktober 2009, heeft ingespannen [eiseres] andere passende werkzaamheden aan te bieden in de vorm van lichte opruim- en schoonmaakwerkzaamheden bij [naam opdrachtgever] en dat QPS zich daarbij laten bijstaan door de bedrijfsarts [naam], die met betrekking tot deze werkzaamheden positief heeft geadviseerd. Toen [eiseres] op het aanbod niet is ingegaan, heeft QPS [eiseres] schriftelijk op de hoogte gesteld van de maatregelen die op het weigeren van de werkzaamheden zouden volgen.

7. Anders dan [eiseres] is de kantonrechter van oordeel dat ook uit het advies van de bedrijfsarts [naam] d.d. 15 december 2009 mocht worden afgeleid dat [eiseres] (nog steeds) belastbaar was voor passende lichte werkzaamheden, aangezien de bedrijfsarts expliciet vermeldde dat hij, voor wat betreft werkhervatting in passende werkzaamheden, zijn eerdere adviezen handhaaft (zie 1.15). Het staat dan ook vast dat het aanbod tot opruim-/schoonmaakwerkzaamheden bij [naam opdrachtgever] passend is geweest. Dat [eiseres] tijdens het gesprek van 9 december 2009 dit aanbod mogelijk niet goed heeft begrepen, aangezien hij bij de bedrijfsarts heeft aangegeven werkzaamheden als zandscheppen en graafwerkzaamheden te moeten verrichten, dient voor zijn rekening en risico te komen.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is voldoende vast komen te staan dat de door QPS aan [eiseres] aangeboden (schoonmaak-/opruim)werkzaamheden passend zijn geweest, conform de adviezen van de bedrijfsarts. Nu [eiseres] deze werkzaam-heden heeft geweigerd, heeft hij geen recht op doorbetaling van loon op de voet van artikel 7:629 lid 3 sub c BW en heeft QPS – in haar eigen woorden – terecht gecon-cludeerd dat [eiseres] onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie en terecht de loondoorbetaling “opgeschort”.

9. [eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

weigert de gevraagde voorzieningen;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van QPS bepaald op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Bouter, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.