Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BL8042

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
17-03-2010
Datum publicatie
19-03-2010
Zaaknummer
79995 / HA ZA 09-2181
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0870, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres geeft opdracht aan gedaagde te bemiddelen bij het vinden van een nieuwe pensioenverzekeraar. Nadat eiseres en de pensioenverzekeraar hebben gecontracteerd, ontvangt gedaagde € 150.000,- van de pensioenverzekeraar. Gedaagde heeft gehandeld in strijd met art. 7:418 lid 1 BW, zodat eiseres geen loon is verschuldigd. Reeds betaald loon moet als onverschuldigd betaald worden terug betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2010, 92
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 79995 / HA ZA 09-2181

vonnis van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2010

in de zaak van

de naamloze vennootschap [eiser],

gevestigd te Sliedrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. M.W.A.M. van Kempen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde],

gevestigd te Waardenburg,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. A.L. van Korlaar van Blijenburgh.

Partijen worden hieronder aangeduid als [eiser] en [gedaagde].

1. Het procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- het tussenvonnis van 19 augustus 2009 en de daarin genoemde stukken,

- het proces-verbaal van comparitie van 25 november 2009 en de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

In conventie en reconventie

2.1. [eiser] zocht voor de tot haar concern behorende rechtspersonen (14 inclusief [eiser]) een (andere) pensioenverzekeraar, waarbij ook de pensioenregelingen van de verschillende (overgenomen) bedrijven geharmoniseerd moesten worden.

2.2. [gedaagde] houdt zich volgens haar doelstelling bezig met:“het verstrekken van onafhankelijke pensioenadviezen, met actuariële bemiddeling, waaronder begrepen financiële en fiscale adviezen, alsmede de uitoefening van een assurantiebemiddelingsbedrijf zoals bedoeld in de wet assurantiebemiddeling”.

2.3. [eiser] en [gedaagde] hebben op 9 juli 2004 een schriftelijke overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst), waarvan de inhoud luidt, voor zover thans van belang:

(…) Plan van aanpak Collectieve Pensioenregeling

Stappenplan pensioenadvisering [gedaagde] Pensioenteam

De volgende stappen zullen worden doorlopen:

1. Inventarisatie huidige pensioensituatie (…)

2. Gesprek met directie om vast te stellen welk kwaliteitsniveau voor de regeling van de groep wordt beoogd en wat met eventuele plussen en minnen die bij de overgenomen onderdelen zullen ontstaan moet worden gedaan.

3. Kennismakingsgesprek met OR (…).

4. Vervaardigen van voorstel voor de nieuwe regeling voor de gehele groep vanaf 01-01-2005. Dit voorstel is gebaseerd op de reeds verzamelde informatie en wensen en zal tevens een selectieproces van de aanbieders bevatten. Ook zullen verschillen tussen het voorstel en de bestaande regeling(en) cijfermatig worden doorgerekend. Daarnaast zullen ook eventuele trajecten van waardeoverdracht worden onderzocht op haalbaarheid en noodzaak.

5. Presentatie voorstel aan directie.

6. Presentatie voorstel aan OR.

7. Opstellen communicatieplan.

8. Bespreken communicatieplan met directie en OR.

9. Uitvoeren communicatieplan.

10. Verzamelen administratie en doorgifte naar de uitvoerder, tevens afstemming van eventuele trajecten van waardeoverdracht.

11. Controle invoer van de regeling.

(…)

Prijsopgave per stap:

(…)

Totaal € 17.906,-- ex BTW.

Stap 11 kan eventueel worden verwerkt in een servicecontract voor de langere termijn. Hierin worden wensen van u als klant vastgelegd welke wij jaarlijks tegen een vaste fee verrichten. Incidentele zaken zoals begeleiding overnames en andere zaken welke niet in het contract zijn opgenomen gaan tegen uurtarief.

De facturering geschiedt per drie stappen achteraf.(…)

Onze tarieven bedragen voor 2004:

Advies : € 146,--

Berekeningen: € 115,--

Administratie: € 63,--

Per uur ex BTW

2.4. [gedaagde] heeft voor de door haar verrichte werkzaamheden vanaf mei 2004 t/m januari 2007 facturen verzonden aan [eiser] voor een totaalbedrag van € 121.015,86. [eiser] heeft daarvan € 115.964,31 betaald en € 5.051,55 onbetaald gelaten.

2.5.[belanghebbende]06 heeft [belanghebbende ] (hierna: [belanghebbende]) ongeveer € 150.000,- aan [gedaagde] betaald voor o.a. het aanbrengen van [eiser] (en de aan haar gelieerde vennootschappen) als klant.

2.6. Op 19 juni 2007 hebben [eiser] en [belanghebbende] de overeenkomst tot collectieve pensioenverzekering ondertekend.

3. De vordering en het verweer in conventie

3.1. [eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan [eiser] te betalen € 115.964,31, te weten het onverschuldigd betaalde loon, te vermeerderen met de rente vanaf de dag van voldoening van de facturen door [eiser] aan [gedaagde] en te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten ad € 4.779,38 met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2. Aan haar vordering legt [eiser] het volgende ten grondslag. Tussen [eiser] en [gedaagde] is een bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van artikel 7:427 BW zijn de artikelen 7:417 BW (dienen van twee heren) en 7:418 BW (belangenverstrengeling) hierop van overeenkomstige toepassing. [gedaagde] heeft in strijd met deze artikelen gehandeld door als bemiddelaar voor [eiser] een beloning van [belanghebbende] aan te nemen. Op grond van de artikelen 7:427 jo 7:417 lid 3 en 7:418 lid 2 BW heeft [gedaagde] daarom geen recht op loon en dient zij het onverschuldigd betaalde loon (artikel 6:203 BW) terug te betalen.

3.3. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding. Zij voert als verweer het volgende aan.

a. [eiser] is niet ontvankelijk, want de overeenkomst is niet alleen gesloten met haar, maar ook met dertien andere rechtspersonen, zodat al deze partijen als eiser moeten optreden.

b. De artikelen 7:417 en 7:418 BW zijn niet van toepassing omdat de overeenkomst niet als bemiddelingsovereenkomst is te kwalificeren in de zin van artikel 7:425 BW en omdat artikel 7:428 lid 2 BW een uitzondering maakt voor overeenkomsten als deze waarop de Wet Financieel Toezicht van toepassing is.

c. Subsidiair, indien de artikelen 7:417 en 7:418 BW wel van toepassing zijn, leidt dit niet tot toewijzing van enig bedrag omdat [gedaagde] de artikelen niet heeft overtreden.

d. In geen geval kan meer worden toegewezen dan het in de overeenkomst bedongen loon van € 17.906 excl. btw voor pensioenbemiddeling en dan nog alleen het aandeel van [eiser], dus 1/14 van € 17.906,-. De overige betalingen zien op advieswerk en administratieve werkzaamheden die buiten de oorspronkelijke opdracht vallen.

4. De vordering en het verweer in reconventie

4.1. [gedaagde] vordert dat [eiser] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan [gedaagde] € 7.205,20 te betalen met de wettelijke rente over € 5.051,55 vanaf 1 september 2009 met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

Het gevorderde bedrag van € 7.205,20 is gespecificeerd als volgt:

hoofdsom € 5.051,55

wettelijke handelsrente tot 1 september 2009 € 1.393,65

buitengerechtelijke kosten € 760,--

4.2. Aan haar hoofdvordering legt [gedaagde] ten grondslag dat [eiser] de nog openstaande facturen, in totaal voor een bedrag van € 5.051,55, voor verrichte advies- en administratieve werkzaamheden dient te voldoen.

4.3. De conclusie van [eiser] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. Zij voert als verweer aan dat geen loon is verschuldigd op dezelfde gronden als aangevoerd in conventie.

5. De beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

5.1. [gedaagde] heeft de overeenkomst gesloten met [eiser], die handelde ten behoeve van de gehele groep, zo blijkt uit punt 4 van het stappenplan (zie hiervoor onder 2.3). Kennelijk heeft [gedaagde] dit ook zo begrepen, want zij heeft alleen aan [eiser] facturen gestuurd.

[eiser] is dus gerechtigd om de onderhavige vordering in te stellen. Het verweer onder 3.3 sub a. wordt verworpen.

5.2. [gedaagde] heeft tegen betaling werkzaamheden verricht, die er op gericht waren een pensioenovereenkomst tot stand te brengen tussen [eiser] en de aan haar gelieerde vennootschappen en een pensioenverzekeraar. [gedaagde] adviseerde [eiser] over de pensioenverzekeraar, bereidde de te sluiten transactie voor, hield voor [eiser] besprekingen met de pensioenverzekeraar en hield zich bezig met de inhoud van de overeenkomst tussen [belanghebbende] en [eiser] (door [gedaagde] aangeduid als fine-tuning antwoord pag 4.). De overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser] is een bemiddelingsovereenkomst als bedoeld in art. 7:425 BW. [gedaagde] is opgetreden als tussenpersoon van haar opdrachtgever [eiser].

[gedaagde] voert aan dat de Wet financieel toezicht op de overeenkomst van toepassing is op grond van art. 7:428 lid 2 BW. Dit artikel betreft de agentuurovereenkomst en is niet toepasselijk op de bemiddelingsovereenkomst, zodat het beroep op deze bepaling reeds daarom faalt.

5.3 Een tussenpersoon dient zijn opdrachtgever in beginsel in kennis te stellen indien hij direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling. Handelt hij hiermee in strijd, dan heeft de tussenpersoon geen recht op loon van de opdrachtgever (art. 7:427 BW juncto art. 7:418 BW).

5.4 Vast staat dat [gedaagde] van [belanghebbende] een geldbedrag van ca € 150.000,- heeft ontvangen voor het aanbrengen van belangrijke klanten bij [belanghebbende], waaronder [eiser] en de aan haar gelieerde vennootschappen. Voorts staat vast dat [gedaagde] [eiser] hiervan niet in kennis heeft gesteld.

5.5 [gedaagde] voert aan dat er geen sprake is geweest van belangenverstrengeling, omdat zij pas na het sluiten van de overeenkomst tussen [belanghebbende] en [eiser] € 150.000, ontving als marketing geste, zonder dat [gedaagde] daarom had gevraagd en geheel op initiatief van [belanghebbende].

5.6 De in art. 7:418 lid 1 BW neergelegde mededelingsplicht geldt onafhankelijk van de vraag of het eigen belang van [gedaagde] daadwerkelijk in strijd was met de belangen van [eiser]. Het was aan [eiser] hierover een oordeel te vormen. [gedaagde] diende de beloning te melden, ongeacht of zij deze voor of na het sluiten van de overeenkomst tussen [belanghebbende] en [eiser] had ontvangen (vgl HR 6 april 2007, LJN: AZ5440).

5.7 Nu [gedaagde] is strijd met art. 7:418 lid 1 BW heeft nagelaten aan [eiser] te melden dat zij een beloning van [belanghebbende] had ontvangen, heeft [gedaagde] ingevolge het tweede lid van dit artikel geen recht op loon.

5.8 In geschil is wat als loon is aan te merken.

[eiser] stelt dat alles wat zij heeft betaald (€ 115.964,31) als loon in de hiervoor bedoelde zin moet worden aangemerkt. [gedaagde] meent dat aan loon een bedrag van € 17.906,-- excl. BTW is overeengekomen en dat voor het overige administratief werk en advieswerk is verricht dat buiten de oorspronkelijke overeenkomst valt, zodat dit hiervoor betaalde loon niet kan worden teruggevorderd.

5.9 [gedaagde] heeft onvoldoende betwist dat het betaalde loon verband houdt met de opdracht een pensioenverzekeraar voor [eiser] en de aan haar gelieerde ondernemingen te vinden. De schriftelijke overeenkomst biedt ruimte voor het declareren van meer dan het overeengekomen bedrag van € 17.906,--, aangezien onderaan de uurtarieven voor verschillende verrichtingen zijn vermeld. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen te onderbouwen welke werkzaamheden zij heeft verricht en dat deze werkzaamheden geen verband hielden met de gegeven opdracht. Nu zij dat heeft nagelaten, staat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast dat [eiser] € 115.964,31 heeft betaald als loon voor de bemiddeling van [gedaagde]. Dit bedrag is onverschuldigd betaald. Uit hetgeen hiervoor onder 5.1 is overwogen, volgt dat [eiser] recht heeft op terugbetaling van het gehele door haar betaalde bedrag, zodat de hoofdvordering in conventie toewijsbaar is.

In reconventie vordert [gedaagde] loon, zonder gemotiveerd te onderbouwen, dat het gaat om iets anders dan werkzaamheden die verband houden met het bemiddelen bij het sluiten van een pensioenovereenkomst, zodat deze vordering en de nevenvorderingen afgewezen moeten worden.

5.10 [eiser] vordert wettelijke rente vanaf de dag dat zij de facturen betaalde (zoals gespecificeerd in prod. 10 bij dagvaarding). Zij stelt dat [gedaagde] de betalingen te kwader trouw heeft ontvangen.

[gedaagde] betwist de wettelijke rente. Van haar mocht worden verwacht dat zij haar betwisting behoorlijk motiveert door te stellen wanneer [belanghebbende] haar voor het eerst benaderde voor het doen van een “marketing geste”. Op dat moment had zij namelijk [eiser] behoren in te lichten en vanaf dat moment had zij moeten begrijpen dat de betalingen te kwader trouw werden ontvangen. [gedaagde] houdt zich wat dit onderdeel betreft op de vlakte en voert slechts aan dat de overeenkomst tussen [eiser] en [belanghebbende] al (mondeling) was gesloten. Nu haar betwisting onvoldoende gemotiveerd is, staat vast dat [gedaagde] in verzuim was op de dag dat de betaling werd ontvangen (art 6:205 BW). De wettelijke rente wordt toegewezen als na te melden.

5.11 [eiser] heeft een bedrag van € 4.779,38 (exclusief btw) gevorderd aan buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] heeft deze post gemotiveerd betwist. [eiser] heeft nagelaten haar vordering op dit punt nader te onderbouwen zodat dit gedeelte van de vordering zal worden afgewezen.

5.12 [gedaagde] wordt als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie.

De kosten zijn aan de zijde van [eiser] begroot op:

in conventie:

griffierecht € 2.655,00

dagvaarding € 72,25

advocaat € 5.684,00 (4 punten*: tarief V à € 1.421,00)

totaal € 8.411,25

* voorlopig getuigenverhoor, dagvaarding, comparitie

in reconventie:

advocaat € 384,- (2 x 1/2 punt tarief I à € 384,-)

5. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 115.964,31 (honderdvijftienduizend negenhonderdvierenzestig euro eenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van voldoening van de facturen door [eiser] aan [gedaagde];

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 8.411,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 384,-;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 maart 2010.