Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BL3745

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
11-02-2010
Datum publicatie
12-02-2010
Zaaknummer
11/500473-09 [PROMIS]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afpersing van een scooter door bedreiging met geweld waarbij een geweer met afgezaagde loop bewust op het slachtoffer wordt gericht. Desbetreffend wapen aangetroffen in woning verdachte bij doorzoeking. Tevens 5.000 pillen bevattende mCPP aangetroffen. Geen sprake van "bezittingsmacht" bij verdachte, vandaar "in voorraad hebben" van die pillen niet bewezenverklaard. Overname drugshandel van medeverdachte, gedurende maand actieve rol vervuld in de handel in cocaïne en heroïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/500473-09 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 februari 2010

in de strafzaak tegen

[naam],

geboren [1985],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Raadsman mr. M.M.J. Bos, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 28 januari 2010, waarbij de officier van justitie, mr. L. Visser, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander, door bedreiging met geweld een ander van zijn scooter heeft beroofd, waarbij de bedreiging met geweld onder andere bestond uit het richten of tonen van een vuurwapen;

Feit 2: samen met een ander, door bedreiging met geweld een ander van zijn scooter heeft beroofd, waarbij de bedreiging met geweld bestond uit het uit handen trekken van de sleutels van de scooter;

Feit 3: samen met anderen heeft gedeald in cocaïne en heroïne;

Feit 4: samen met anderen een hoeveelheid mCPP-pillen, waarvoor geen handelsvergunning geldt, in voorraad heeft gehad;

Feit 5: een geweer en munitie voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Met betrekking tot hetgeen verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd, vordert de officier van justitie vrijspraak, daar er teveel onduidelijkheden bestaan over de afgifte van de sleutels voor de scooter.

Hij baseert zich voor wat betreft de door hem bewezen geachte feiten op de door verdachte afgelegde bekennende verklaringen ten overstaan van de politie, de aangifte van [slachtoffer], de verklaring van [getuige 1], diverse verklaringen van [getuige 2], diverse verklaringen van [getuige 3], de verklaring van [getuige 4], de verklaring van [getuige 5], de processen-verbaal van doorzoeking, het proces-verbaal van bevindingen inzake het onderzoek naar bij de doorzoeking aan de [adres 1] in beslag genomen pillen, vuurwapen en munitie, het rapport van het NFI, de opgenomen tapgesprekken, alsmede het gegeven dat met betrekking tot feit 4 niet is gebleken van een vergunning.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring van de onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten. De raadsman is van mening dat de officier van justitie onder feit 1 en feit 2 hetzelfde strafbare feit ten laste heeft gelegd. In het verlengde hiervan en vanwege het feit dat er sprake is van onduidelijkheid omtrent het afpakken van de sleutels van de scooter, is de raadsman van mening dat verdachte vrijgesproken dient te worden van feit 2.

Met betrekking tot feit 4 - het in voorraad hebben van 5.000 pillen met mCPP - heeft de raadsman aangevoerd dat voor een bewezenverklaring noodzakelijk is dat verdachte de voorraad onder zijn hoede heeft gehad. Hoewel de pillen zijn aangetroffen in de woning waar verdachte regelmatig verbleef, heeft hij verklaard niets van de pillen af te weten. Deze pillen zouden immers van medeverdachte [medeverdachte] zijn. Verklaringen van anderen brengen verdachte alleen in verband met de handel in cocaïne en heroïne. Het enkele feit dat verdachte zich ophield in de woning is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat daarmee het in voorraad hebben van desbetreffende pillen bewezen verklaard kan worden. Op deze wijze zou immers een groot aantal personen onder de verdenking vallen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot feit 2

Aangezien noch voor het wegnemen (het stelen) van de scooter noch voor het uit handen trekken van de sleutels van die scooter voldoende wettig en overtuigend bewijs is, zal verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 4

De Geneesmiddelenwet bevat geen concrete definitie van het in voorraad hebben en de parlementaire geschiedenis biedt geen uitsluitsel over de precieze betekenis van dit delictsbestanddeel. Gezien de tekst van artikel 40 lid 2 Geneesmiddelenwet brengt een redelijke wetsuitleg de rechtbank tot het oordeel dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel in voorraad hebben van de pillen sprake moet zijn van een zekere beschikkingsmacht over het desbetreffende voorwerp. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de pillen zijn aangetroffen in een woning waar verdachte zich regelmatig ophield en dat hij kennis had van de aanwezigheid van deze pillen. Echter, de enkele wetenschap dat de pillen in de woning aanwezig waren, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen spreken van een zekere beschikkingsmacht over de pillen.

Dit uitgangspunt, in combinatie met de ontkenning van verdachte dat de pillen van hem waren, dat hij betrokken was bij de handel in de pillen of dat hij de pillen volgens afspraak met zijn medeverdachte [medeverdachte] in voorraad hield en de verklaringen van verdachte en andere personen dat de aangetroffen pillen uitsluitend toebehoorden aan medeverdachte [medeverdachte], leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van verdachte is om méér dan de enkele wetenschap van die pillen te kunnen vaststellen. Nu ook voor de verkoop en/of de aflevering van de pillen of het medeplegen daarvan door verdachte geen bewijs voorhanden is, zal de rechtbank verdachte derhalve vrijspreken van feit 4.

De rechtbank acht feit 1 (zaak 6), feit 3 (zaak 7) en feit 5 (zaak 4) wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaringen van verdachte, afgelegd bij de politie en zijn verklaring afgelegd tijdens de zitting van 28 januari 2009;

- de aangifte van [slachtoffer];

- de processen-verbaal van bevindingen omtrent de doorzoeking in de woningen aan de [adres 2] en aan de [adres 1] te Dordrecht ;

- het proces-verbaal van bevindingen naar aanleiding van een melding van een straatroof te Poortugaal;

- het proces-verbaal getuigenverhoor van [getuige 1];

- de verklaringen van [getuige 3];

- het proces-verbaal van bevindingen bij de insluitingsfouillering van verdachte;

- het proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming van hetgeen bij de insluitingsfouil-lering van verdachte in beslag is genomen;

- de verklaring van [getuige 4];

- de verklaring van [getuige 5];

- de processen-verbaal van bevindingen omtrent de doorzoeking in de woning aan de [adres 1] te Dordrecht;

- het proces-verbaal van bevindingen inzake het onderzoek naar het bij de doorzoeking in het pand [adres 1] in beslag genomen vuurwapen;

- het proces-verbaal van bevindingen inzake het onderzoek naar het bij de doorzoeking in het pand [adres 1] in beslag genomen munitie;

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 06 november 2009 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, tezamen en in vereniging met een ander , op de

openbare weg, te weten de Zwaardijk, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een scooter (merk: Piaggio, type: C45),

geheel toebehorende aan [slachtoffer], welkebedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, - een vuurwapen, op die [slachtoffer] heeft gericht en

- daarbij tegen die [slachtoffer] heeft gezegd:"Wij nemen je scooter mee, ga er maar van af, wij nemen hem mee";

3.

op meerdere tijdstippen in de periode van 11 oktober 2009 tot en met 11 november 2009 te Dordrecht , tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd meer(dere)

(gebruikers)hoeveelheden cocaïne en heroïne, zijnde heroïneen cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

5.

op of omstreeks 11 november 2009 te Dordrecht een gewijzigd geweer (merk: Shinn-a, kaliber: 12GA 2 - 70mm), zijnde een wapen van de categorie II, onder 3, en munitie van categorie III, te weten tien hagelpatronen, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1.

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen;

3.

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

5.

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat er vanuit Justitie gedurende het gehele onderzoek voortdurend is gesteld dat verdachte de rechterhand is van medeverdachte [medeverdachte]. Vanuit dit oogpunt zou verdachte tevens een aantal zaken, waarin medeverdachte [medeverdachte] is betrokken, worden verweten. Volgens de raadsman is dit vooral het geval bij de aangetroffen pillen. Verdachte zou hierdoor in een kwader daglicht worden gesteld dan daadwerkelijk het geval is. Winstbejag vormt maar een relatief begrip. Verdachte heeft door persoonlijke omstandigheden - de ondervoeding van zijn kind en het gebrek aan geld om eten te kunnen kopen - geen andere uitweg gezien dan zich in te laten met medeverdachte [medeverdachte] en over te gaan tot de handel in drugs. Hoewel dit geen enkel excuus vormt, hoopt de raadsman dat het tot enig begrip leidt. Tegenover de politie heeft verdachte bovendien verklaard dat hij zich erg schaamt voor de overval. Hij heeft zijn medewerking verleend aan het onderzoek omdat hij schoon schip wil maken. Daarnaast stelt de raadsman dat de officier van justitie enerzijds van oordeel is dat de aangetroffen pillen geneesmiddelen betreffen die onder de Geneesmiddelenwet vallen, terwijl hij voor de onderbouwing van zijn strafeis de pillen vergelijkt met XTC en hij verdachte dienovereenkomstig gestraft wil zien. De aangetroffen pillen betreffen of een geneesmiddel of harddrugs, maar niet beide.

De eis van de officier van justitie is volgens de raadsman aan de zeer royale kant.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 6 november 2009 heeft verdachte zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan afpersing van een scooter door bedreiging met geweld. Verdachte had hierbij de intentie om de scooter uiteindelijk weer te verkopen en op die wijze geld te verkrijgen. Alvorens tot deze afpersing over te gaan, heeft verdachte een medeverdachte gevraagd mee te gaan en hebben ze samen het plan opgesteld en uitgevoerd. Verdachte heeft deze andere persoon vooraf zelfs nog motorrijles gegeven, zodat deze zich na de afpersing vlug uit de voeten kon maken op de motor waarop ze samen op pad waren gegaan. Bovendien heeft verdachte bedreiging met ernstig geweld niet geschuwd, daar hij een vuurwapen met afgezaagde loop had meegenomen en dit bewust heeft gericht op de bestuurder van de scooter om zijn handelen kracht bij te zetten. De desbetreffende scooter, het daarbij horende verzekeringsbewijs en het wapen zijn overigens aangetroffen bij een doorzoeking ter inbeslagname in de woning waar verdachte verbleef.

Dergelijke feiten maken een grote inbreuk op de persoonlijke integriteit en de eigendom van de slachtoffers. Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde afpersing voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest, met name doordat is gedreigd met een vuurwapen met afgezaagde loop. Ook in de samenleving in het algemeen veroorzaakt dit soort feiten gevoelens van angst en onveiligheid. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen.

Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een periode van een maand schuldig gemaakt aan het dealen van harddrugs. Op het moment dat medeverdachte [medeverdachte] - tijdelijk - niet in staat was de handel in cocaïne en heroïne voort te zetten, heeft verdachte dit van hem over- genomen. Hierin heeft verdachte een actieve rol vervuld, zoals is gebleken uit diverse verklaringen van anderen. Bij de handel in verdovende middelen heeft verdachte bovendien gebruik gemaakt van de woning van een medeverdachte, waarbij de gebruikers bij hem aan de deur kwamen voor hun dagelijkse portie. Hierdoor werd veel overlast veroorzaakt voor de omwonenden, zoals gebleken is uit de diverse klachten die de politie hieromtrent heeft ontvangen. Verdachte is hiervoor medeverantwoordelijk. Daarnaast is verdachte medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van verdovende middelen veroorzaakt.

Daarbij is van belang dat zowel cocaïne als heroïne een stof is die sterk verslavend werkt en schadelijk is voor de gezondheid. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden in de regel vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

De rechtbank is van oordeel dat gezien bovenstaande feiten en omstandigheden, niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden noodzakelijk is. De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting, waarbij onder meer het Uittreksel Justitiële Documentatie aan de orde is gekomen, waaruit blijkt van eerdere veroordelingen, waaronder veroordelingen terzake van door hem gepleegde vermogens- en geweldsdelicten. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

8 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 47, 57, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 2 en feit 4 ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaar en 6 maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mr. F.L.J.M. Heijnen en mr. F.G.H. Kristen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U.F.B. van Berkel - de Jongh griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 februari 2010.

Mr. F.G.H. Kristen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 06 november 2009 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten de Zwaardijk,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een scooter (merk: Piaggio, type: C45), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welk geweld en/of welkebedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht, althans aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd:"Wij nemen je scooter mee, ga er maar van af, wij nemen hem mee";

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 06 november 2009 te Poortugaal, gemeente Albrandswaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten de Zwaardijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter(merk: Piaggio, type: C45), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader,

- de sleutels van die scooter uit de handen van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of een of meer(dere) tijdstip(pen) in de periode van 11 oktober 2009 tot en met 11 november 2009 te Dordrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meer(dere)

(handels/gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde heroïne en/of cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

4.

hij op of omstreeks 11 november 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk een geneesmiddel, te weten ongeveer 5.000 pillen (ongeveer 1.525 gram), althans een hoeveelheid pillen met het middel mCPP (meta-chlorophenylpiperazine), waarvoor geen handelsvergunning geldt, in voorraad heeft gehad en/of heeft verkocht en/of ter hand heeft gesteld;

art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet

5.

hij op of omstreeks 11 november 2009 te Dordrecht een (gewijzigd) geweer (merk: Shinn-a, kaliber: 12GA 2 - 70mm), zijnde een wapen van de categorie II, onder 3, en/of munitie van categorie III, te weten een of meerdere (tien) hagelpatro(o)n(en), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Parketnummer: 11/500473-09

Vonnis d.d. 11 februari 2010