Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2010:BL1589

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
22-01-2010
Datum publicatie
01-02-2010
Zaaknummer
09/199
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openbaarheid van bestuur. Een onderzoeksafdeling van de gemeente is overgegaan naar een gemeenschappelijke regeling. Het enkele feit dat die gemeente deelneemt aan de gemeenschappelijke regeling betekent niet, dat er nadien sprake is van een onder verantwoordelijkheid van verweerder werkzame instelling, dienst of bedrijf (artikel 3, eerste lid, van de Wob). Onder "berusten" in de zin van de artikelen 1, eerste lid, aanhef en onder a, en 3, eerste lid, van de Wob moet worden verstaan: in fysieke of daarmee gelijk te stellen zin aanwezig zijn. Daaronder valt niet de situatie dat verweerder een contractueel recht op informatie geldend moet maken alvorens die informatie openbaar te kunnen maken. Het enkele niet overeenkomstig artikel 4 van de Wob doorzenden van een gedeelte van het verzoek om informatie vormt geen gebrek van het bestreden besluit. De vraag of de redelijke termijn voor doorzending is verstreken valt buiten de grenzen van het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/199

uitspraak van de meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

de Stichting Behoud Dordtse Polders, wonende te Dordrecht, eiseres,

gemachtigde: mr. J.E. Dijk, advocaat te Amsterdam,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht, verweerder,

gemachtigden: mr. C.W.M. Berendsen en M. de Wit, werkzaam bij verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft bij besluit van 15 oktober 2008 het verzoek van eiseres om informatie neergelegd in documenten, gedeeltelijk afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 2 november 2008 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Bij besluit van 16 januari 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij faxbericht van 16 februari 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank Dordrecht.

De zaak is op 7 oktober 2009 behandeld ter zitting van een meervoudige kamer.

Eiseres is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Namens eiseres waren tevens aanwezig [naam 1] en [naam 2].

Verweerder is ter zitting verschenen bij gemachtigden.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder document: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge artikel 4 van de Wob wordt de verzoeker, indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het verzoek is ingediend, zo nodig naar dat orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt het doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.

2.2. Het bestreden besluit strekt tot handhaving van het primaire besluit. Volgens verweerder zijn de verzochte documenten, voor zover die bestaan, niet in zijn bezit. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat het verzoek om openbaarmaking van de bronbestanden van het verkeersmodel voor verkeersafwikkeling Provincialeweg Dordrecht buiten de grenzen valt van het onderhavige beroep. Bij de ter zitting overgelegde brief aan eiseres van 29 april 2009 heeft verweerder aanvullende informatie verstrekt over dit verkeersmodel.

2.3. Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen. Naar eiseres betoogt moet verweerder de volgende bronbestanden op de door eiseres aangegeven wijze verstrekken. Het betreft in de eerste plaats de bronbestanden van het Verhuisonderzoek Onderzoekscentrum Drechtsteden 2005 & 2006 (hierna: het Verhuisonderzoek), uitgevoerd door het Onderzoekscentrum Drechtsteden (hierna: het OCD). Volgens eiseres berusten die brongegevens bij verweerder, aangezien het OCD werkzaam is onder verantwoordelijkheid van Drechtsteden en Drechtsteden werkzaam is onder verantwoordelijkheid van verweerder. Ter onderbouwing van dit standpunt wijst eiseres op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 november 2003 (200205863/1) en 3 oktober 2007 (200701294/1) en op de website www.drechtsteden.nl. Verder zijn algemene voorwaarden naar de opvatting van eiseres geen valide reden om informatie te weigeren op de voet van de artikelen 10 en 11 van de Wob. Eiseres voert in dit verband subsidiair aan, dat het OCD tenminste onder verantwoordelijkheid van (het dagelijks bestuur van) Drechtsteden werkt. Dit brengt mee dat verweerder het verzoek van eiseres had moeten doorzenden op de voet van artikel 4 van de Wob.

Het verzoek om openbaarmaking betreft in de tweede plaats de bronbestanden van het Woonbelevingsonderzoek De Grote Woontest (hierna: het Woonbelevingsonderzoek), uitgevoerd door het bureau Smart Agent. (hierna: Smart Agent), een private onderneming. Deze bronbestanden zijn niet in het bezit van de gemeente, aldus eiseres, maar bevinden zich bij Smart Agent. Naar eiseres betoogt is het Woonbelevingsonderzoek uitgevoerd in opdracht van Drechtsteden en daarmee tevens onder verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente zal als mede-opdrachtgever besluiten nemen op basis van het onderzoek. Op grond daarvan acht eiseres verweerder ingevolge de Wob gehouden om inzicht te geven in het besluitvormingsproces en de deugdelijkheid daarvan. Verder maakt de Wob het naar de opvatting van eiseres niet mogelijk inzage in documenten te weigeren op basis van contractuele afspraken. Bovendien is de overeenkomst tussen de gemeente en Smart Agent volgens eiseres niet bij de stukken gevoegd, zodat onduidelijk is op welke manier taken en verplichtingen daarin zijn afgebakend. Voorts wordt de database volgens de door Smart Agent opgestelde onderzoeksuitwerking (bladzijde 17) ter beschikking gesteld aan alle participerende organisaties die het onderzoek mede hebben gefinancierd. Daaruit volgt naar de opvatting van eiseres dat verweerder recht heeft op de brongegevens van het Woonbelevingsonderzoek.

In de derde plaats gaat het eiseres om openbaarmaking van de bronbestanden van het Verkeersmodel voor verkeersafwikkeling Provincialeweg Dordrecht, opgesteld door het bureau Goudappel Coffeng, dat eveneens een private onderneming is. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd ten aanzien van Smart Agent, geldt volgens eiseres evenzeer voor Goudappel Coffeng. Het verzoek van eiseres betreft de verkeersmodellen zelf en niet de aan haar verstrekte productinformatie.Ter zitting heeft eiseres haar brief aan verweerder van 19 april 2008 overgelegd, inclusief vier pagina's van de bijlage bij die brief.

2.4. De rechtbank overweegt als volgt.

2.4.1. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het verzoek om openbaarmaking van de documenten die eiseres heeft aangeduid als bronbestanden van het Verkeersmodel voor verkeersafwikkeling Provincialeweg Dordrecht (Goudappel Coffeng), voor zover deze documenten bestaan, buiten de grenzen valt van het onderhavige beroep. Anders dan eiseres stelt volgt haar verzoek om deze informatie openbaar te maken niet uit de inleidende brief van 23 augustus 2008, gelezen in samenhang met het overgelegde deel van de brief van eiseres van 19 april 2008. Eiseres heeft de stelling van verweerder dat dit verzoek eerst is gedaan bij gelegenheid van de hoorzitting, ook anderszins niet genoegzaam betwist. Voor zover het beroepschrift betrekking heeft op dit verzoek om informatie, zal de rechtbank het beroepschrift ingevolge artikel 6:15 van de Awb doorzenden aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift.

2.4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat het beroep verder uitsluitend betrekking heeft op de bronbestanden die volgens eiseres ten grondslag liggen aan het Verhuisonderzoek van OCD en het Woonbelevingsonderzoek van Smart Agent (hierna: de bronbestanden). Met het begrip bronbestanden doelt eiseres op de resultaten van de enquetes die ten behoeve van deze twee onderzoeken zijn uitgevoerd.

2.4.3. De beroepsgrond dat de bronbestanden van het Verhuisonderzoek destijds bij verweerder zelf berustten, slaagt niet. De rechtbank acht de gemotiveerde mededeling van verweerder dat dit destijds niet het geval was, niet ongeloofwaardig. Daarbij acht zij van belang dat het OCD sedert 1 januari 2008 niet langer een onderdeel is van de gemeente Dordrecht, maar deel uitmaakt van Drechtsteden. Derhalve is het aan eiseres aannemelijk te maken dat deze bronbestanden destijds wel bij verweerder berustten. In dit bewijs is eiseres niet geslaagd.

2.4.4. Ook de beroepsgrond dat de bronbestanden destijds berustten bij een onder verantwoordelijkheid van verweerder werkzame instelling, dienst of bedrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wob, faalt. Drechtsteden is een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het enkele feit dat de gemeente Dordrecht deelneemt aan deze gemeenschappelijke regeling brengt niet met zich dat het OCD onder verantwoordelijkheid van verweerder werkt. Verder heeft eiseres niet gesteld noch is anderszins gebleken dat dit uit een of meer bepalingen van de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden zou volgen. In het bijzonder is niet gebleken dat verweerder opdrachten of aanwijzingen aan Drechtsteden kan geven. Evenmin vindt steun in het recht het kennelijke standpunt van eiseres dat uit het enkele sluiten van een overeenkomst door een bestuursorgaan met een private onderneming zoals Smart Agent volgt, dat die onderneming werkzaam is onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wob.

2.4.5. Eiseres voert kennelijk mede als beroepsgrond aan dat verweerder diens door eiseres gestelde recht op de bronbestanden van het Woonbelevingsonderzoek geldend moet maken jegens Smart Agent als eigenaresse van die informatie, teneinde die informatie openbaar te kunnen maken. Ook deze beroepsgrond treft geen doel. Ingevolge de artikelen 1, eerste lid, aanhef en onder a, en 3, eerste lid, van de Wob ziet de verplichting tot openbaarmaking uitsluitend op documenten die berusten bij een bestuursorgaan of bij een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Onder "berusten" moet worden verstaan dat documenten in fysieke of daarmee gelijk te stellen zin aanwezig zijn. Daarvan is in dit geval geen sprake.

2.4.6. De rechtbank acht het standpunt van eiseres dat voor verweerder de doorzendplicht volgens artikel 4 van de Wob van toepassing is voor zover het gaat om de informatie van OCD, juist. Ook verweerder is het daar mee eens. De kennelijke beroepsgrond dat het niet doorzenden van dit deel van het verzoek van eiseres aan Drechtsteden dient te leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, treft echter geen doel. Het bestreden besluit behelst immers niet een beslissing dat dit deel van het verzoek niet wordt doorgezonden - in het bijzonder omdat de doorzendplicht niet van toepassing zou zijn - maar bevat juist een uitdrukkelijke vermelding van de positie van Drechtsteden. Naar het oordeel van de rechtbank vormt het enkele feit, dat verweerder zonder een daartoe strekkend besluit te nemen niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichting tot feitelijk handelen volgens artikel 4 van de Wob, geen gebrek van het bestreden besluit. Daarmee in overeenstemming is het feit dat de Wob geen bepaling bevat met de strekking, dat de doorzending van een verzoek om informatie en de mededeling daarvan als bedoeld in de tweede volzin van deze bepaling uiterlijk moeten geschieden bij of gelijktijdig met het besluit op bezwaar.

2.4.7. Het beroep bevat geen aanknopingspunt voor het oordeel, dat eiseres kennelijk mede heeft bedoeld in bezwaar en beroep aan te voeren dat verweerder niet binnen een redelijke termijn gevolg heeft gegeven aan zijn doorzendplicht aan Drechtsteden volgens artikel 4 van de Wob. Eiseres heeft niet gesteld noch is anderszins gebleken dat zij nog enig belang heeft bij het alsnog voldoen door verweerder aan deze doorzendplicht. In antwoord op de vraag ter zitting waarom eiseres zich niet zelf tot Drechtsteden heeft gewend ter verkrijging van de gewenste informatie gaf eiseres te kennen, dat dit naar haar opvatting een hoge mate van zinloosheid zou hebben.

2.4.8. Het beroep is derhalve ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Gezien het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank Dordrecht,

- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep betrekking heeft op het verzoek om openbaarmaking van de bronbestanden van het Verkeersmodel voor verkeersafwikkeling Provincialeweg Dordrecht;

- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Aldus gegeven door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, voorzitter, en mrs. P. Putters en

J.J. Klomp, leden, en door de voorzitter en H. Nummerdor, griffier, ondertekend.