Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BK5703

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
08-12-2009
Datum publicatie
08-12-2009
Zaaknummer
83753 - HA RK 09-2080
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking Nalatigheid in eedere procedure tussen dezelfde partijen geen grond voor wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DORDRECHT

Wrakingskamer

zaaknummer / rolnummer: 83753 / HA RK 09-2080

Beschikking van 8 december 2009

op het verzoek ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van

[verzoeker],

wonende te Klaaswaal, gemeente Cromstrijen,

verzoeker,

tot wraking van

[de gewraakte rechter],

rechter in de sector bestuursrecht van deze rechtbank.

1. De procedure

1.1. Bij de sector bestuursrecht van deze rechtbank zijn onder de kenmerken AWB 09/654, AWB 08/636 en AWB 08/1301 beroepschriften aanhangig van (onder meer) verzoeker, in privé dan wel namens zijn onderneming, tegen besluiten van respectievelijk de burgemeester en wethouders van de gemeente Cromstrijen en de raad van de gemeente Cromstrijen. Deze besluiten betreffen respectievelijk de bomenlijst behorend bij de Algemene Plaatselijke Verordening, een aan een derde verleende vrijstelling voor het realiseren van een koffiepunt en een vergoeding voor planschade. De behandeling van de drie beroepschriften was gepland op 12 november 2009 tegenover [de gewraakte rechter] voornoemd.

1.2. Op 5 november 2009 heeft de rechtbank een fax van verzoeker ontvangen, welke is aangemerkt als een verzoek tot wraking van [de gewraakte rechter] (verder: de gewraakte rechter).

1.3. Het verzoek tot wraking is door een meervoudige kamer van de rechtbank (de wrakingskamer) behandeld ter openbare terechtzitting van 30 november 2009, alwaar verzoeker en de gewraakte rechter zijn verschenen en gehoord. Voorts zijn verschenen de echtgenote van verzoeker en mr. E.J. van Huut, gemachtigde van de burgemeester en wethouders van de gemeente Cromstrijen.

2. Het verzoek

Verzoeker heeft aan het verzoek tot wraking ten grondslag gelegd dat de gewraakte rechter niet objectief kan worden geacht, omdat zij eerder bemoeienissen met kwesties tussen verzoeker en de gemeente Cromstrijen heeft gehad waarin zij ten nadele van verzoeker heeft beslist en omdat de gewraakte rechter in de procedure onder nummer AWB 05/1353 bewust of onbewust heeft verzuimd een oordeel te geven over het in die zaak gedane verzoek om schadevergoeding. Verzoeker stelt dat sprake is van vooringenomenheid van de gewraakte rechter ten gunste van de gemeente Cromstrijen.

3. Het standpunt van de rechter wiens wraking is verzocht

De gewraakte rechter heeft niet in de wraking berust. Zij heeft ter zitting meegedeeld geen behoefte te hebben om te reageren op hetgeen aan het verzoek tot wraking ten grondslag is gelegd, omdat dat de inhoud van eerdere procedures betreft. Desgevraagd heeft zij verklaard dat zij in de procedure met nummer AWB 05/1353, zoals ook volgt uit de in hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gedane uitspraak, heeft nagelaten om op het punt van de door verzoeker verzochte schadevergoeding te beslissen. Het desbetreffende verzoek is daarna door een andere rechter van deze rechtbank alsnog behandeld en afgewezen. Verzoeker had de mogelijkheid om ook van die laatste uitspraak in hoger beroep te gaan. Zij weet niet of verzoeker dat ook heeft gedaan.

4. De beoordeling

4.1. Ingevolge artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter is uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een van partijen een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van de betrokken partij dat zulks het geval is, is daarbij niet beslissend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet tevens objectief gerechtvaardigd zijn.

4.3. Verzoeker baseert de gestelde vooringenomenheid van de gewraakte rechter uitsluitend op haar beslissingen in eerdere procedures tussen hem en de burgemeester en wethouders van de gemeente Cromstrijen, te weten:

- de procedure onder nummer AWB 05/1352 over een dwangsombesluit;

- de procedure onder nummer AWB 05/1353 over een besluit tot weigering van een vrijstelling van het bestemmingsplan;

- de procedure onder nummer AWB 05/1354 over een machtiging tot binnentreden;

- de procedure onder nummer AWB 05/1475 over vergoeding dwangsombesluit.

4.4. Vast staat dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in hoger beroep heeft geoordeeld dat de rechter in de procedure onder nummer AWB 05/1353 heeft verzuimd een oordeel te geven over de verzochte vergoeding van de schade die hij ten gevolge van het bestreden besluit zou hebben geleden. Tevens staat vast dat het desbetreffende verzoek tot schadevergoeding vervolgens door een andere rechter bij deze rechtbank alsnog is behandeld en is afgewezen. Volgens opgave van verzoeker heeft hij vervolgens tevergeefs hoger beroep tegen die uitspraak ingesteld en zonder succes de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening verzocht, waarna hij een procedure bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft geëntameerd, welke procedure nog niet is afgerond.

4.5. De omstandigheid dat een rechter meermalen in eerder tussen dezelfde partijen gevoerde procedures in het nadeel van één van hen heeft beslist, is op zichzelf onvoldoende om partijdigheid aan te nemen, maar bijkomende omstandigheden kunnen dit anders maken. Kennelijk meent verzoeker dat van zodanige omstandigheden sprake is, welke naar zijn oordeel daarin gelegen zijn dat de gewraakte rechter – bewust of onbewust – heeft nagelaten op de verzochte schadevergoeding te beslissen.

4.6. Verzoeker heeft zijn standpunt ter zitting toegelicht en daarbij – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat het nalaten om op de verzochte schadevergoeding te beslissen zo onbegrijpelijk is, dat er wel sprake moet zijn van vooringenomenheid, in dit geval een positieve vooringenomenheid van de gewraakte rechter jegens de gemeente Cromstrijen. De rechtbank kan verzoeker in dit standpunt – een veronderstelling – niet volgen. Allereerst niet omdat uit het nalaten niet kan worden afgeleid dat dit moedwillig is gebeurd. Verzoeker lijkt dit zelf ook te beseffen door over een “bewust of onbewust” nalaten te spreken. Maar bovendien niet omdat verzoeker door dit nalaten niet is benadeeld of, zo men wil, de gemeente Cromstrijen niet is bevoordeeld. Immers uit de hiervoor gereleveerde gang van zaken kan niet anders worden afgeleid dan dat de verzochte schadevergoeding uiteindelijk is afgewezen. Wat ook zij van de gang van zaken in de zaak onder nummer AWB 05/1353, daaruit blijkt niet van enige vooringenomenheid van de gewraakte rechter in die zaak of de zaken die thans aan de orde zijn.

4.7. Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek tot wraking ongegrond is en afgewezen dient te worden.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot wraking van [de gewraakte rechter] af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.R. Roukema, mr. P.W. van Baal en mr. M.A.C. Prins en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2009.?