Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ8215

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
17-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
11/500240-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 24-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De rechtbank acht bewezen dat hij meerdere mensen heeft opgelicht via de internetsite Marktplaats.nl én dat hij gedurende enige tijd zijn moeder en broer heeft bedreigd. De rechtbank heeft in strafverhogende zin meegewogen dat verdachte enkele malen eerder is veroordeeld wegens oplichting. Verdachte is ook veroordeeld tot het vergoeden van schade aan zeven slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/500240-09

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 september 2009

in de strafzaak tegen

[naam],

geboren in 1985,

wonende [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, te Dordrecht.

De zaak is bij verstek behandeld ter terechtzitting van 4 september 2009.

De verschenen raadsman, mr. G.O. Groeskamp, heeft geen verdediging gevoerd, aangezien hij daartoe niet bepaaldelijk gevolmachtigd was.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie.

1 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

2 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie tenuitvoerlegging gevorderd van de eerder bij vonnis van 25 juli 2006 aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.

3.2 De vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

- [slachtoffer 1];

hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 225,-, bestaande uit € 175,- ter zake van materiële schadevergoeding en € 50,- ter zake van immateriële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [slachtoffer 2];

hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 100,- ter zake van materiële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [slachtoffer 3];

zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 100,- ter zake van materiële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [slachtoffer 4];

hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 188,75 ter zake van materiële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [slachtoffer 5];

hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 184,75 ter zake van materiële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [slachtoffer 6];

zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 105,- ter zake van materiële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente;

- [slachtoffer 7];

hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 180,- ter zake van materiële schadevergoeding, nog te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partijen hebben verder verzocht om - naast toewijzing van hun vordering - aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van [slachtoffer 2, slachtoffer 3, slachtoffer 4, slachtoffer 5, slachtoffer 6 en slachtoffer 7].

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 175,- betreffende materiële schade en tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde in zijn vordering voor het overige deel.

4 De bewijsbeslissing

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op meerdere tijdstippen in de periode van 19 april 2009 tot en met 24 juni 2009 te Leerdam, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid endoor een samenweefsel van verdichtsels, personen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten:

incident 03: in de periode van 21 april 2009 tot en met 08 mei 2009, [slachtoffer 2] (100,00 euro) en

incident 04: in de periode van 04 mei 2009 tot en met 09 mei 2009, [slachtoffer 1] (175,00 euro) en

incident 05: in de periode van 05 mei 2009 tot en met 14 mei 2009, [slachtoffer 4] (188,75 euro) en

incident 06: in de periode van 04 mei 2009 tot en met 18 mei 2009, [slachtoffer 5] (184,75 euro) en

incident 07: in de periode van 13 mei 2009 tot en met 15 mei 2009, [slachtoffer 3] (100,00 euro) en

incident 08: in de periode van 19 april 2009 tot en met 06 mei 2009, [slachtoffer 8] (105,00 euro) en

incident 09: in de periode van 04 mei 2009 tot en met 15 mei 2009, [slachtoffer 7] (180,00 euro) en

incident 10: in de periode van 24 mei 2009 tot en met 24 juni 2009, [slachtoffer 9] (208,75 euro) ,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk

- op marktplaats.nl ,goederen (te weten: een Nintendo DSI (incident 03 en incident 07 en incident 08) en een Nintendo Wii (incident 04 enincident 05) en een Sony Ericsson Experia (X1) (incident 06 en incident 09) en een Sony Playstation 3 (incident 10)) te koop aangeboden en

- nadat kopers contact met hem, verdachte, hadden opgenomen of gezocht, met die kopers afgesproken dat die kopers

(direct) geld zouden overmaken naar zijn, verdachtes, bankrekening, waarna hij, verdachte, de goederen naar die kopers zou verzenden (welk geld (telkens) is overgemaakt zonder dat de goederen daarop zijn verzonden)

waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

2.

in of omstreeks de periode van 06 september 2007 tot en met 18 mei 2009 te Leerdam, [slachtoffer 10] (zijnde zijn, verdachtes, moeder) en [slachtoffer 11] (zijnde zijn, verdachtes, broer) meerdere malen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11](al dan niet) door tussenkomst van [naam] (zijnde zijn, verdachtes, zus)) dreigend de woorden toegevoegd:

- "Ik maak je kapot" en

- "Ik laat je doodrijden" en

- "Ik laat je aanrijden" en

- "Ik maak jou/jullie dood en [naam] is de volgende" en- "Er gaan erge dingen met jullie gebeuren" en

- "Ik stuur mensen op je af om je af te maken" en

- "Dit is nog niets, ik ga jullie allemaal kapot maken. De rest van de familie gaat er aan",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD;

2.

BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT, MEERMALEN GEPLEEGD.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregelen hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een periode van ruim twee maanden acht mensen opgelicht. Zijn handelwijze bestond hierin dat hij zich in uitnodigend geformuleerde advertenties op Marktplaats.nl voordeed als eerlijke verkoper van spelcomputers en mobiele telefoons. Als kopers daarop contact met hem opnamen via e-mail, kreeg hij hen zo ver dat zij de koopsom naar zijn rekening overmaakten. Vervolgens ging hij niet over tot levering van de goederen, maar hield hij de kopers aan het lijntje door in e-mails te melden dat het product zo spoedig mogelijk zou worden opgestuurd of inmiddels al was verzonden.

Door zo te handelen heeft verdachte het vertrouwen van de kopers geschaad. Hieraan heeft hij echter geen aandacht besteed; hij was er enkel op uit om gemakkelijk en snel geld te verdienen, om zo zijn eerder, wegens oplichtingspraktijken gemaakte schulden af te kunnen lossen.

Ook heeft verdachte zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan verbale bedreiging van zijn moeder en zijn broer. Dit deed hij (meestal) niet rechtstreeks, maar via zijn jongere zusje. Deze bedreigingen waren zo ernstig, dat zijn moeder en broer op een gegeven moment dachten dat hij ze ook waar zou maken. Blijkens de slachtofferverklaring van de moeder heeft verdachte met zijn handelen het gezinsleven behoorlijk ontwricht. Hierbij speelt een belangrijke rol dat verdachte de familie van zijn moeder heeft verteld, dat zijn moeder een relatie heeft met een Nederlandse man en dat deze vermeende relatie in de familie kwaad bloed richting de moeder heeft gezet. Ook dit ervaart de moeder als een bedreiging.

Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie is verdachte enkele malen eerder veroordeeld voor oplichting.

Gewoonlijk wordt er voor een feitencomplex als het onderhavige, waarbij voorts sprake is van hardnekkig blijven recidiveren, een gevangenisstraf van geruime duur opgelegd.

De door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van achttien maanden doet naar het oordeel van de rechtbank voldoende recht aan de ernst van de onderhavige oplichtingspraktijken van verdachte en de bedreigingen door verdachte. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een andere of lichtere straf dan geëist.

Verdachte is in het kader van een eerder, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf onder toezicht geplaatst van Reclassering Nederland. Blijkens een afloopbericht d.d. 23 januari 2009 van deze instelling heeft verdachte zich -ondanks een gekregen herkansing- niet gehouden aan de gegeven aanwijzingen. Bovendien heeft hij de onderhavige strafbare feiten gepleegd in de nog lopende proeftijd, behorende bij die eerdere voorwaardelijke veroordeling. Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Verdachte heeft laten zien dat een stok achter de deur bij hem niet werkt. Hij zal daarom tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden veroordeeld.

7.2 De vorderingen van de benadeelde patijen

De benadeelde partijen zijn ontvankelijk in de vorderingen, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 1 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vorderingen van de navolgende benadeelde partijen geheel toewijzen, omdat zij rechtmatig en gegrond zijn:

- [slachtoffer 2] (€ 100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente);

- [slachtoffer 3] (€ 100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente);

- [slachtoffer 4] (€ 188,75, te vermeerderen met de wettelijke rente);

- [slachtoffer 5] (€ 184,75, te vermeerderen met de wettelijke rente);

- [slachtoffer 6] (€ 105,-, te vermeerderen met de wettelijke rente);

- [slachtoffer 7] (€ 180,-, te vermeerderen met de wettelijke rente).

Naast toewijzing van deze civiele vorderingen zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens ten behoeve van de hiervoor genoemde benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], toewijzen tot een bedrag van € 175,- (te vermeerderen met wettelijke rente) omdat dit deel van de vordering rechtmatig en gegrond is. De vordering zal voor het overige (het gevorderde smartengeld) worden afgewezen, nu dit deel de rechtbank ongegrond voorkomt.

Ook ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 1] zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

7.3 De vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling

Verdachte is door de rechtbank Dordrecht bij onherroepelijk geworden vonnis van 25 juli 2006 onder parketnummer 11/510013-06 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met bepaling dat vijf maanden daarvan niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bij vonnis van 23 januari 2009 van de rechtbank Dordrecht zijn twee maanden van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf ten uitvoer gelegd en is voor het restant van het voorwaardelijke strafdeel de proeftijd verlengd met een jaar.

De (verlengde) proeftijd is nog niet verstreken.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, aangezien hij zich voor het einde van de (verlengde) proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal daarom de tenuitvoerlegging gelasten van het eerder voorwaardelijk opgelegde en nog niet ten uitvoer gelegde strafdeel: gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregelen berusten op de artikelen 36f, 57, 285 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.1 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van € 100,-, ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van € 100,-, ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van € 188,75, ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van € 184,75, ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], van € 105,- ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], van € 180,- ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van € 175,- ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige af;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

[slachtoffer 2], € 100,-, twee dagen hechtenis;

[slachtoffer 3], € 100,-, twee dagen hechtenis;

[slachtoffer 4], € 188,75, drie dagen hechtenis;

[slachtoffer 5], € 184,75, drie dagen hechtenis;

[slachtoffer 6], € 105,-, twee dagen hechtenis;

[slachtoffer 7], € 180,-, drie dagen hechtenis;

[slachtoffer 1], € 175,-, drie dagen hechtenis;

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van een schademaatregel de betalingsverplichting aan de betreffende benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat van de voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden, die bij vonnis d.d. 25 juli 2006 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 11/510013-06 en bij vonnis van 23 januari 2009 reeds deels ten uitvoer is gelegd met verlenging van de proeftijd, het restant ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.R. Roukema, voorzitter,

mr. E. van Schouten en mr. K. Bakker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 september 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 april 2009 tot en met 24 juni 2009 te Leerdam, en/of elders in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meerdere andere perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, te weten:

incident 03: in de periode van 21 april 2009 tot en met 08 mei 2009, [slachtoffer 2] (100,00 euro) en

incident 04: in de periode van 04 mei 2009 tot en met 09 mei 2009, [slachtoffer 1] (175,00 euro) en

incident 05: in de periode van 05 mei 2009 tot en met 14 mei 2009, [slachtoffer 4] (188,75 euro) en

incident 06: in de periode van 04 mei 2009 tot en met 18 mei 2009, [slachtoffer 5] (184,75 euro) en

incident 07: in de periode van 13 mei 2009 tot en met 15 mei 2009, [slachtoffer 3] (100,00 euro) en

incident 08: in de periode van 19 april 2009 tot en met 06 mei 2009, [slachtoffer 8] (105,00 euro) en

incident 09: in de periode van 04 mei 2009 tot en met 15 mei 2009, [slachtoffer 7] (180,00 euro) en

incident 10: in de periode van 24 mei 2009 tot en met 24 juni 2009, [slachtoffer 9] (208,75 euro) ,

één of meerdere (andere) perso(o)n(en), hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op marktplaats.nl en/of (een) soortgelijke site(s), één of meerdere goed(eren) (te weten: een Nintendo DSI (incident 03 en/of incident 07 en/of incident 08) en/of een Nintendo Wii (incident 04 en/of incident 05) en/of een Sony Ericsson Experia (X1) (incident 06 en/of incident 09) en/of een Sony Playstation 3 (incident 10)) te koop aangeboden en/of

- nadat één of meerdere koper(s) contact met hem, verdachte, had(den) opgenomen en/of gezocht, met die koper(s) afgesproken dat die koper(s) (direct) geld zou(den) overmaken naar zijn, verdachtes, bankrekening, waarna hij, verdachte, de/het goed(eren) naar die koper(s) zou verzenden (welk geld (telkens) is overgemaakt zonder dat het/de goed(eren) daarop is/zijn verzonden)

waardoor één of meerdere bovengenoemde perso(o)n(en) en/of één of meerdere andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

2.

in of omstreeks de periode van 06 september 2007 tot en met 18 mei 2009 te Leerdam, [slachtoffer 10] (zijnde zijn, verdachtes, moeder) en [slachtoffer 11] (zijnde zijn, verdachtes, broer) meerdere malen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] (al dan niet) door tussenkomst van [naam] (zijnde zijn, verdachtes, zus)) dreigend de woorden toegevoegd:

- "Ik maak je kapot" en/of

- "Ik laat je kapot maken" en/of

- "Ik laat je doodrijden" en/of

- "Ik laat je aanrijden" en/of

- "Ik maak jou/jullie dood en [naam] is de volgende" en/of

- "Er gaan erge dingen met jullie gebeuren" en/of

- "Ik stuur mensen op je af om je af te maken" en/of

- "Ik maak je af" en/of

- "Ik ga met je (lees: [slachtoffer 11]) auto knoeien" en/of

- "Dit is nog niets, ik ga jullie allemaal kapot maken. De rest van de familie gaat er aan",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Parketnummer: 11/500240-09

Vonnis d.d. 17 september 2009