Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ7235

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
26-08-2009
Datum publicatie
09-09-2009
Zaaknummer
77826 / HA ZA 08-2658
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vernietiging koopovereenkomst onroerend goed misbruik van omstandigheden. Eisers wilden het pand niet werkelijk verkopen: de koopovereenkomst was hen geadviseerd door een fiscaal adviseur (gedaagde), teneinde de fiscus van een lagere waarde van het bedrijfspand te overtuigen. Gedaagde blijkt na geruime tijd het pand te willen doorverkopen via een 'ABC'-constructie. In reconventie worden de 'bemiddelingsfee' en advieskosten gevorderd (en afgewezen)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 77826 / HA ZA 08-2658

Vonnis van 26 augustus 2009

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te Capelle aan den IJssel,

2. [eiser 2],

wonende te Capelle aan den IJssel,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. E.G. Karel,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

R. HUSEN HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WANROOY ONROEREND GOED BEHEER B.V.,

handelend onder de naam Tax & Law Company

gevestigd te Rotterdam,

3. [gedaagde 3],

wonende te Rotterdam,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat aanvankelijk mr. M. Schelhaas, thans mr. T.Y.G. Lee.

Partijen zullen hierna [eisers] (in meervoud) en Husen c.s. (in enkelvoud) genoemd worden. Eisers zullen afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] genoemd worden. Gedaagden zullen afzonderlijk als Husen Holding, Tax & Law en [gedaagde 3] worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 maart 2009 en de daarin genoemde gedingstukken,

- het proces-verbaal van comparitie van 23 april 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde 3] is enig aandeelhouder en bestuurder van zowel Husen Holding als Tax & Law. Husen Holding houdt zich blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bezig met (onder meer) de in- en verkoop en exploitatie van onroerend goed. Tax & Law houdt zich bezig met advisering terzake van belastingen, financieringen en ondernemingsstructuren.

2.2. In 2004 verricht [gedaagde 3]/Tax & Law fiscale advieswerkzaamheden voor [eisers], onder meer met betrekking tot het staken van de onderneming van [eisers] Tot het bedrijfsvermogen van deze onderneming behoort een perceel grond met bovenwoning, winkelruimte, loods, erf en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 1], kadastraal bekend gemeente Capelle aan den IJssel, sectie A 5571 (verder te noemen: het bedrijfspand).

2.3. Een brief van 8 december 2004 van Stapper Vastgoed B.V., makelaar en taxateur (hierna: Stapper), gericht aan [gedaagde 3], vermeldt, voor zover hier relevant, het volgende:

‘(…) Op uw verzoek geef ik u graag een andere uiteenzetting van de vraagprijs en mogelijke opbrengst van bovengenoemd object [toevoeging rechtbank: het bedrijfspand].

Al ruim een jaar geleden werd het object te koop aangeboden via (…). De vraagprijs die men destijds hanteerde bedroeg € 567.500,-- kosten koper. (…)

Bij de opname van het object ben ik er van uit gegaan dat het onderhavige perceel niet verontreinigd zou zijn. In die relatie heb ik geadviseerd een vraagprijs te hanteren van € 499.000,-- (….) De opbrengst is door mij geschat op een bedrag tussen de € 400.000,-- en € 425.000,--.

Lopende het opstarten van het dossier heb ik geconstateerd dat er een tweetal bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden. (…) Uit deze onderzoeken is gebleken dat de locatie sterk verontreinigd is. (…) Nu alles overziend is de conclusie omtrent de uiteindelijke opbrengst in een geheel ander daglicht komen te staan. In casu dient nu de kostprijs van de sanering in mindering gebracht te worden op de mogelijke opbrengst. (…) De opbrengst van het onderhavige object zal derhalve komen te liggen tussen € 200.000,-- en € 225.000,--. (…)’

2.4. Tussen [eisers] en Husen Holding is, na besprekingen tussen [eisers] en [gedaagde 3] in december 2004, op 29 december 2004 een koopovereenkomst (hierna: de koopovereenkomst) tot stand gekomen, waarbij [eisers] het bedrijfspand aan Husen Holding verkoopt voor een koopprijs van € 175.000,00.

2.5. In de koopovereenkomst is (in artikel 4) vermeld dat beide partijen er uitdrukkelijk mee bekend zijn dat het verkochte sterk verontreinigd is. Artikel 1 van de bijzondere bepalingen van de koopovereenkomst vermeldt dat de overdrachtsbelasting, de notariële kosten en de kosten wegens de levering en overdracht en de daarover verschuldigde omzetbelasting voor rekening zijn van de koper. Artikel 7 vermeldt dat de leveringsakte binnen 6 maanden na ondertekening van de koopovereenkomst zal worden verleden ten overstaan van notaris mr. P.S.C. Windhouwer te Rotterdam (hierna: notaris Windhouwer). Voorts tekenen [eisers] op 29 december 2004 volmachten tot verkoop, waarbij de notaris volmacht wordt gegeven om namens hen het bedrijfspand te verkopen voor een koopprijs van € 175.000,- en het bedrijfspand te leveren.

2.6. Een afrekening, gedateerd 27 december 2004 (dossiernummer 11562), van de notaris gericht aan [eisers] vermeldt dat inzake de overdrachtsbelasting en transportkosten een bedrag van totaal € 13.623,01 (overdrachtsbelasting € 11.400,00 en verschotten ad € 2.223,01) aan [eisers] in rekening wordt gebracht. Voornoemd bedrag is door [eisers] betaald op de derdenrekening van notaris Windhouwer.

2.7. Op 24 januari 2005 wordt bij faxbericht van Tax & Law het volgende aan de Belastingdienst Rotterdam medegedeeld:

‘(…) Hierbij wil ik namens (…) [betrokkene 1] bezwaar maken tegen bovengen vermelde aanslag. De in de aanslag opgegeven waarde van het onroerend goed [adres 1] te Capelle a/d IJssel is onjuist daar er geen rekening is gehouden met de reeds aanwezige vervuiling van de grond. (…)’

2.8. Bij notaris mr. M. Rompes (hierna: notaris Rompes) wordt op 29 juni 2006 een ‘volmacht verkoop en levering’ opgesteld en door [eisers] getekend. In deze volmacht staat onder meer het volgende vermeld:

‘(…) verklaart bij deze volmacht te geven aan:

Iedere medewerker van Mr M(…) Rompes (…)

Voor en namens verkoper te verkopen en/of te leveren: (….)

zulks (…) voor een koopprijs van:

- € 175.000,00 (…) welke gedeeltelijk wordt schuldig gebleven (…)’

2.9. Een koopovereenkomst d.d. 30 juni 2006 vermeldt dat [betrokkene 2] het bedrijfspand van Husen Holding koopt voor de koopsom van € 350.000,-.

2.10. Bij emailbericht d.d. 14 september 2006, onderwerp: overdracht Kanaalweg 55 Capelle aan den IJssel/19986 deelt de secretaresse van notaris Rompes namens deze aan [eisers] het volgende mede:

‘(…)

Zoals op 1 september jl. telefonisch is besproken heeft u uw volmacht ingetrokken inzake de overdracht van bovengenoemd registergoed. Wij zullen de destijds door getekende volmacht derhalve niet gebruiken. Mocht de heer [gedaagde 3] contact met ons opnemen in verband met genoemde overdracht dan zullen wij u dat direct meedelen. (…)’

2.11. Bij brief (op briefpapier van Tax & Law) d.d. 4 september 2006 deelt [gedaagde 3] aan notaris Windhouwer/mevr. [betrokkene 3] onder meer het volgende mede :

‘(…) In gevolge de afspraak van heden ochtend, zou ik u betreffende de Kanaalweg 55 te Capelle aan den IJssel nog schriftelijk de ontbinding bevestigen, zodat nog heden de restitutie van de overdrachtsbelasting kan plaatsvinden.

Ik bericht u dan ook dat de levering van het object aan de Kanaalweg 55 te Capelle aan den IJssel ingevolge de koopovereenkomst, uw dossier 11562, geen doorgang vindt.

Zoals afgesproken zou u de restitutie van de overdrachtsbelasting nog heden middag doen. (…)’

2.12. Een brief van A. Slurink, secretaresse van [gedaagde 3]/Tax & Law, gericht aan notaris Windhouwer (t.a.v. mevr. [betrokkene 3]), d.d. 7 september 2006, vermeldt:

‘(…)

Hiermee deel ik u mede dat op 4 september jongstleden een bedrag van € 11.400,- is ontvangen inzake restitutie overdrachtsbelasting (…). Daar de overdracht van het pand geen doorgang heeft gevonden en het pand dus ook niet is ingeschreven, verzoeken wij u ook om restitutie van de navolgende bedragen:

(…)

Vriendelijk verzoeken wij u dan ook het totale bedrag van € 2.202,99 binnen 5 werkdagen te restitueren middels storting op (…) ten name van Stichting Beheer Derdengelden Tax & Law Company. Bijgaand ontvangt u een kopie van uw declaratie van 27 december 2004 waarin de hiervoor genoemde bedragen staan vermeld. (…)’

2.13. Bij brief van 20 september 2006 delen [eisers] aan [gedaagde 3] mede dat alle volmachten die zij in het verleden aan hem hebben verstrekt per direct ongeldig zijn en niet meer gebruikt mogen worden.

2.14. [eisers] verzoeken bij brief van 5 oktober 2006 ontbinding van de koopovereenkomst. In een schriftelijke reactie van 12 oktober 2006 wordt namens [gedaagde 3]/Tax & Law aan [eisers] het volgende medegedeeld:

‘(…) Namens belanghebbenden dien ik u te berichten dat er niet akkoord wordt gegaan met ontbinding van de koopovereenkomst. Belanghebbenden eisen binnen 8 dagen ha heden nakoming van de koopovereenkomst, een en ander conform notariële afrekening. (…)’

2.15. Een declaratie van Tax & Law gericht aan [eiser 1], d.d. 13 oktober 2006, vermeldt dat voor “verrichte werkzaamheden tot 1 oktober 2006 terzake van besprekingen opzet van uw schoonmaakbedrijf” een bedrag van € 16.056,00 inclusief omzetbelasting aan laatstgenoemde in rekening wordt gebracht.

2.16. In februari 2008 vindt een bespreking plaats tussen [gedaagde 3] en [eisers]

2.17. [gedaagde 3] heeft op 5 maart 2008 het recht op koop van het bedrijfspand ex artikel 7:3 BW (Vormerkung) voor Husen Holding door notaris Rompes doen inschrijven.

2.18. Bij brieven van 12 september 2008 gericht aan [gedaagde 3] en aan Husen Holding wordt namens [eisers] de buitengerechtelijke vernietiging van de koopovereenkomst ingeroepen en wordt [gedaagde 3] gesommeerd binnen 5 dagen een bedrag van € 13.623,01 aan [eisers] te betalen.

2.19. De notariële levering van het bedrijfspand heeft nimmer plaatsgevonden.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eisers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I Primair

a) de koopovereenkomst zoals die tussen [eisers] en Husen Holding werd gesloten op 29 december 2004 zal vernietigen;

Subsidiair

b) voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst op grond van het buitengerechtelijke beroep van eisers op de vernietigbaarheid ervan nietig is;

II

c) Husen c.s. zal veroordelen tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 13.623,01;

d) Husen c.s. zal veroordelen tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 1.904,00 in verband met de buitengerechtelijke kosten,

e) Husen c.s. zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over het onder c) genoemde bedrag vanaf 12 september 2006 althans in elk geval vanaf 12 september 2008,

ten aanzien van het gevorderde sub c tot en met e, des dat de één betaald hebbende, de anderen zullen zijn gekweten, onder veroordeling van Husen c.s. in de proceskosten.

3.2. [eisers] leggen, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, aan hun vordering het volgende ten grondslag. De koopovereenkomst is tot stand gekomen door bedrog en/of misleiding en/of misbruik van omstandigheden. [eisers] zijn tot het aangaan van de koopovereenkomst bewogen door een opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling van de zijde van Husen Holding, of althans door het opzettelijk verzwijgen van feiten welke Husen Holding verplicht was om aan [eisers] mee te delen of althans door een kunstgreep als gevolg waarvan [eisers] tot het sluiten van overeenkomst zijn overgegaan. Subsidiair stellen [eisers] zich op het standpunt dat de overeenkomst tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden, omdat Husen Holding wist of althans had moeten begrijpen dat [eisers] bewogen werden tot het sluiten van de koopovereenkomst door afhankelijkheid en/of onervarenheid, terwijl Husen Holding wist of had moeten begrijpen dat zij [eisers] daarvan had moeten weerhouden. Meer subsidiair stellen [eisers] zich op het standpunt dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en dat zij bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst nooit zouden zijn aangegaan.

Voorts stellen [eisers] dat gedaagden aansprakelijk zijn voor de schade die zij hebben geleden. Tax & Law en/of [gedaagde 3] zijn (hoofdelijk) aansprakelijk aangezien zij onrechtmatig jegens [eisers] hebben gehandeld door hen door middel van bedrog en/of misleiding tot het sluiten van de koopovereenkomst te bewegen. Tax & Law en/of [gedaagde 3] hebben zonder volmacht en zonder toestemming restitutie gevorderd van de door [eisers] aan de notaris betaalde bedragen, op grond waarvan zij gehouden zijn deze bedragen aan [eisers] terug te betalen.

3.3. Husen c.s. voert verweer. Er is geen sprake van bedrog, misleiding, misbruik van omstandigheden of van dwaling. Er zijn geen onjuiste mededelingen gedaan en er is niets opzettelijk verzwegen. Husen c.s. heeft niet getracht [eisers] ertoe te bewegen de koopovereenkomst en de volmachten te ondertekenen. [eisers] zijn willens en wetens de koopovereenkomst aangegaan.

in reconventie

3.4. Husen c.s. vordert veroordeling van

- [eisers] tot betaling van een bedrag van € 87.500,- aan Husen Holding;

- [eiser 1] tot betaling van een bedrag van € 16.056,- aan Tax & Law;

Husen c.s. vordert voorts, zowel in conventie als in reconventie, veroordeling van [eisers] in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de datum van dagtekening van dit vonnis.

3.5. Aan deze vordering legt Husen c.s. ten grondslag dat tussen partijen is overeengekomen dat Husen Holding zou meedelen in de helft van de meerwaarde bij verkoop van het bedrijfspand aan een derde partij, als ‘bemiddelingsfee’. Nu op 30 juni 2006 een koopovereenkomst tot stand is gekomen met [betrokkene 2], voor een koopsom van

€ 350.000,-, zijn [eisers] op grond van genoemde afspraak gehouden € 87.500,- aan Husen Holding te betalen. [eiser 1] is daarnaast aan Tax & Law terzake van advieswerkzaamheden in het kader van het opzetten van een schoonmaakbedrijf een bedrag van € 16.056,- verschuldigd.

3.6. [eisers] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Gelet op de onderlinge samenhang zal de rechtbank de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk behandelen.

4.2. Tussen partijen staat het volgende vast. [eisers] hebben eind 2004 fiscaal adviseur [gedaagde 3] ingeschakeld om hen te adviseren bij fiscale aangelegenheden in verband met het staken van hun onderneming. Ten einde tot een lagere waardering van het bedrijfpand voor de fiscus te komen, welke waarde de voormalige accountant van [eisers] tegenover de fiscus had bepaald op € 567.500,-, is hen door [gedaagde 3] geadviseerd een koopovereenkomst met Husen Holding te sluiten om daarmee de Belastingdienst ervan te overtuigen dat de waarde van het bedrijfspand in 2002 lager was dan de waarde waarvan de fiscus bij het opleggen van de aanslag was uitgegaan. [eisers] hebben dit advies opgevolgd en op 29 december 2004 de koopovereenkomst ondertekend.

4.3. [eisers] hebben een beroep gedaan op vernietiging van de koopovereenkomst op grond van bedrog, misbruik van omstandigheden dan wel dwaling.

Bedrog

4.4. Van bedrog is sprake wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep (artikel 3:44 lid 3 BW)

4.5. [eisers] hebben niet nader onderbouwd welke onjuiste mededelingen zijn gedaan, welke relevante zaken zijn verzwegen dan wel welke kunstgrepen zijn toegepast. Zij hebben derhalve onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die, mits bewezen, zouden leiden tot het oordeel dat sprake is geweest van bedrog, zodat het beroep hierop strandt.

Misbruik van omstandigheden.

4.6. Krachtens artikel 3:44 lid 4 BW is er sprake van misbruik van omstandigheden indien:

‘iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden’.

4.7. Bij de beantwoording van de vraag of de koopovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van misbruik van omstandigheden wordt het volgende in aanmerking genomen. [gedaagde 3] afficheert zichzelf als deskundig op het gebied van zowel fiscale advisering (Tax & Law) als (de in- en verkoop van) onroerend goed (Husen Holding), zodat hij een voorsprong heeft op [eisers], die geen ervaring hebben op deze terreinen. Het initiatief tot de koopovereenkomst was afkomstig van [gedaagde 3]; deze koopovereenkomst was volgens hem noodzakelijk om tegenover de Belastingdienst te bewijzen dat de waarde van het bedrijfspand lager was dan eerder werd aangenomen. Volgens [gedaagde 3] moest de koopovereenkomst nog voor het einde van 2004 gesloten worden.

4.8. Dat [eisers] in de veronderstelling verkeerden dat het bedrijfspand niet daadwerkelijk verkocht en geleverd zou worden, en dat de koopovereenkomst in die zin dus slechts een ‘papieren aangelegenheid’ was, wordt door Husen c.s. niet, althans onvoldoende betwist. Dit blijkt overigens ook uit de omstandigheid dat de overdracht niet heeft plaatsgevonden binnen de in de koopovereenkomst genoemde zes maanden. Husen c.s. geeft aan dat [gedaagde 3] eerst in 2006 het voornemen heeft opgevat het bedrijfspand via een ABC-constructie aan een derde door te verkopen, waarbij Husen Holding een aandeel zou moeten krijgen in de meerwaarde bij verkoop. Hiermee geeft hij impliciet te kennen dat van afspraken met [eisers] omtrent een dergelijke doorverkoopconstructie bij het sluiten van de koopovereenkomst in 2004 geen sprake was. Dat met [eisers] in 2006 overeenstemming is bereikt met betrekking tot de doorverkoop en de (hoogte van de) ‘bemiddelingsfee’ voor Husen Holding wordt door [eisers] ten stelligste ontkend. Van instemming blijkt ook overigens niet; het intrekken van de volmachten door [eisers] in 2006 wijst eerder op het tegendeel.

4.9. De gehele gang van zaken in deze zaak, zoals die uit de stukken naar voren komt, heeft bij de rechtbank de nodige vragen opgeroepen. Een nadere toelichting over de totstandkoming van de koopovereenkomst en over de beweerdelijk tussen partijen gemaakte afspraken met betrekking tot de ABC-koopovereenkomst heeft Husen c.s. echter tijdens de comparitie van partijen niet kunnen geven, nu hij daar zonder opgave van reden niet is verschenen. De rechtbank zal het er dan ook voor houden dat [eisers] van de plannen van Husen c.s. niets afwisten (althans er niet mee instemden), dat zij het bedrijfspand helemaal niet wilden verkopen en dat het hen slechts ging om de fiscale waardering van het bedrijfspand.

4.10. In het licht van deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat Husen c.s., meer in het bijzonder [gedaagde 3] in zijn hoedanigheid van fiscaal adviseur, misbruik heeft gemaakt van de onervarenheid van [eisers] en dat hij, althans Husen Holding van het sluiten van de koopovereenkomst had behoren af te zien. Aannemelijk is dat [eisers], als zij de ware bedoelingen van Husen c.s. hadden gekend, de koopovereenkomst niet gesloten zouden hebben. [eisers] hebben zich in hun naïviteit en onervarenheid niet gerealiseerd dat bij het aangaan van een koopovereenkomst de koper het recht krijgt op levering, en zijn er in het volste vertrouwen van uit gegaan dat geen beroep op levering zou worden gedaan. Husen c.s. wist dat [eisers] onervaren waren. Hij had dus moeten begrijpen dat [eisers] de gevolgen en mogelijke consequenties van het aangaan van de koopovereenkomst als gevolg van hun onervarenheid niet konden overzien, zodat dit hem ervan had moeten weerhouden om de bewuste rechtshandeling (het sluiten van de koopovereenkomst) te bevorderen.

4.11. Op grond van het voorgaande hebben [eisers] terecht een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de koopovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden, zodat de vordering onder I. primair zal worden toegewezen.

De overdrachtskosten

4.12. Voorts heeft [gedaagde 3]/Tax & Law onrechtmatig gehandeld door - buiten medeweten van [eisers] - de door [eisers] aan de notaris betaalde overdrachtskosten van de notaris terug te vorderen en deze kosten, ook na aanmaning, niet te restitueren aan [eisers] Husen c.s. voert aan dat niet alle door hem bij de notaris gevorderde kosten terugbetaald zijn, maar heeft dit niet nader toegelicht, zodat aan dit verweer voorbij zal worden gegaan. Dit leidt ertoe dat deze kosten, tot een bedrag van

€ 13.623,01, aan [eisers] moeten worden terugbetaald. Nu vast staat dat het bedrag is gestort op de derdengeldenrekening van Tax & Law zal de vordering slechts jegens deze vennootschap worden toegewezen. Voor een (hoofdelijke) veroordeling van de andere gedaagden bestaat geen grond.

4.13. Het gevorderde onder II. c en e zal derhalve jegens Tax & Law worden toegewezen, met dien verstande dat de rente over dit bedrag op grond van de ingebrekestelling van 12 september 2008 zal worden toegewezen vanaf 17 september 2008, zijnde de dag dat het verzuim is ingetreden.

Buitengerechtelijke kosten:

4.14. Uit de stellingen van [eisers] blijkt niet dat daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten zal derhalve worden afgewezen.

voorts in reconventie:

4.15. Het hiervoor overwogene leidt er tevens toe dat de vordering in reconventie voor zover deze ziet op de betaling van € 87.500,- zal worden afgewezen, reeds omdat de koopovereenkomst is vernietigd zodat er geen rechtsgeldige verkoop aan een derde heeft plaatsgevonden. Evenmin is vast komen te staan dat sprake is geweest van een overeenkomst tussen partijen op grond waarvan [eisers] gehouden zou zijn dit bedrag aan Husen Holding te betalen.

4.16. [eisers] heeft betwist dat er door Tax & Law/[gedaagde 3] advieswerkzaamheden zijn verricht welke nog niet zijn betaald. Husen c.s. heeft nagelaten de gevorderde kosten te onderbouwen, hetgeen na de betwisting door [eisers] wel op zijn weg had gelegen. De vordering van € 16.056,-, inzake door Tax & Law beweerdelijk verrichte advieswerkzaamheden voor het schoonmaakbedrijf, zal dan ook als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

in conventie en in reconventie:

4.17. Husen c.s. zal als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding, in conventie en in reconventie, worden veroordeeld.

Deze kosten worden aan de zijde van [eisers] begroot op:

in conventie:

- verschotten € 545,39

- salaris advocaat € 904,00 (2 punten × tarief € 452,00)

€ 1.449,39

in reconventie:

- salaris advocaat € 447,00 (1/2 punt × tarief € 894,00)

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie:

I. vernietigt de koopovereenkomst die op 29 december 2004 tussen [eisers] en Husen Holding werd gesloten;

II. veroordeelt Tax & Law tot betaling van een bedrag van € 13.623,01, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 september 2008;

III. veroordeelt Husen c.s. in de kosten van het geding in conventie, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 1.449.93;

IV. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het betreft hetgeen in punt II en III is beslist;

V. wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

VI. wijst de vorderingen af;

VII. veroordeelt Husen c.s. in de kosten van het geding in reconventie, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 447,-;

VIII. verklaart de veroordeling in de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Japenga en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2009