Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ2800

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-07-2009
Datum publicatie
16-07-2009
Zaaknummer
81689 - KG ZA 09-153
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4749, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In conventie wordt toegewezen het door het verpleeghuis gevorderde gebod aan de zoon van een bewoner om zich uitsluitend te manifesteren als bezoeker en zich op geen wijze te mengen in het zorgplan van zijn moeder en het verbod aan zoon om aanwezig te zijn bij daadwerkelijke momenten van zorgverlening aan zijn moeder, indien het personeel dat van hem verlangt. Zoon is geen partij bij de zorgverleningsovereenkomst en treedt niet op als vertegenwoordiger van zijn moeder en moet dus worden beschouwd als bezoeker. De zorgverantwoordelijkheid voor zijn moeder ligt bij het verpleeghuis, hetgeen meebrengt dat de zoon bij deze zorgverlening gepaste afstand dient te bewaren. Zoon treedt met zijn gedrag, als bezoeker buiten de grenzen van het betamelijke.

De gevorderde beperking in de bezoekuren, het gebod aan zoon om zich enkel en via kortste route te bevinden in ruimte waar moeder verblijft en om zich op geen enkele wijze te mengen in de zorgverlening aan zijn moeder worden afgewezen. Verpleeghuis laat na haar belangen bij deze verstrekkende vorderingen nader te onderbouwen. Dit had wel op haar weg gelegen, in het licht van haar gevorderde en toe te wijzen gebod aan de zoon om zich als bezoeker te manifesteren en in het licht van haar beleid.

Afwijzing vorderingen in reconventie. Zoon grondt deze vorderingen op nakoming van de zorgverleningsovereenkomst, maar kan daaraan geen rechten ontlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 81689 / KG ZA 09-153

Vonnis in kort geding van 16 juli 2009

in de zaak van

de stichting

VERPLEEGHUIS SALEM UITGAANDE VAN DE GEREFORMEERDE GEZINDTE,

gevestigd te Ridderkerk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L.P. Quist,

tegen

[gedaagde],

wonende te Sliedrecht,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. N. Grijmans-Veenendaal.

Partijen zullen hierna Salem en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 juli 2009,

- de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 8 juli 2009,

- de pleitnota van Salem,

- de pleitnota van [gedaagde],

- de eis in reconventie,

- de door beide partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Salem exploiteert een verpleeghuis dat intramurale verpleeghuiszorg biedt aan somatische en psychogeriatrische bewoners.

2.2. [gedaagde] is één van de zes kinderen van mevrouw [moeder van gedaagde] (hierna: [moeder ]). [moeder ], weduwe en thans 98 jaar, woont sinds 2004 in het door Salem geëxploiteerde verpleeghuis.

2.3. Tussen [moeder ] en Salem is op 4 februari 2004 een zorg-verleningsovereenkomst gesloten, op grond waarvan [moeder ] (de cliënt) haar verzorging aan Salem heeft uitbesteed. Deze overeenkomst is mede ondertekend door een zus van [gedaagde] (hierna: [zus 1]). In de overeenkomst is in artikel 2 een regeling over vertegenwoordiging opgenomen, die voor zover relevant luidt als volgt:

'1. De cliënt kan geheel naar eigen keuze een vertegenwoordiger (schriftelijk gemachtigde) aanstellen.

2. De vertegenwoordiger treedt eerst dan als zodanig op, als de cliënt niet, niet langer of slechts ten dele in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

3. De vertegenwoordiger treedt in de rechten en plichten van de cliënt, voor zover dit noodzakelijk is om de belangen van de cliënt met betrekking tot de zorgverlening goed te kunnen behartigen.

4. Indien de cliënt zelf, toen hij nog wilsbekwaam was, geen vertegenwoordiger aangewezen heeft en er geen mentor of curator is aangesteld, dan kan de echtgenoot of andere levensgezel als vertegenwoordiger optreden.

5. Ontbreekt een echtgenoot of andere levensgezel of wenst deze niet als zodanig op te treden, dan treedt een ouder, kind, broer of zus van de cliënt als vertegenwoordiger op.

(..)

7. Het verpleeghuis komt zijn verplichtingen, voortvloeiende uit de zorgovereenkomst jegens de vertegenwoordiger na, tenzij die nakoming niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener.'

2.4. [moeder ] had en heeft geen wettelijk vertegenwoordiger, zoals een curator of mentor.

2.5. Salem hanteert een informatiebrochure voor bewoners, waarin onder meer het navolgende vermeld staat:

'Bezoek is in Verpleeghuis Salem hartelijk welkom. Ondanks de zorgverlening in Salem blijft een intensief contact met familieleden en/of vrienden van groot belang

Het verpleeghuis staat open voor alle mogelijkheden om de wederzijdse band in stand te houden en, waar mogelijk, de gelegenheid te bieden deel te nemen aan de zorgverlening. Juist om het contact met de wereld buiten het verpleeghuis te onderhouden, is uw bezoek dagelijks welkom.

(…)

Het kan voorkomen dat een bezoek wordt gebracht, terwijl een bewoner nog bezig is met bepaalde behandelonderdelen. Wij hopen dat daarvoor begrip is. Wij stellen het erg op prijs als het bezoek dat tijdens de maaltijden aanwezig is, de bewoner, indien dit noodzakelijk is, helpt'.

2.6. Sinds oktober 2008 bezoekt [gedaagde] zijn moeder in het verpleeghuis. [gedaagde] bezoekt zijn moeder ongeveer vier dagen per week van 10.00 uur tot 22.00 uur.

2.7. Salem ontvangt sinds maart 2009 van verschillende medewerkers klachten over [gedaagde]. De klachten zijn ingediend via een ‘formulier melding ongevallen medewerkers’ en via email. De klachtmeldingen houden, samengevat, in:

- eisende opstelling en dreigende, intimiderende houding tegen verzorgenden en leidinggevenden,

- grove uitlatingen tegen medewerkers,

- bemoeienis met en belemmering bij de zorg voor [moeder ],

- bemoeienis met andere bewoners, zoals hen fotograferen en bij de voornaam noemen,

- het fotograferen van allerlei objecten en vluchtroutes.

Over de klachten hebben meerdere gesprekken tussen de directie van Salem en [gedaagde] plaatsgevonden.

2.8. Salem heeft [gedaagde] een brief de dato 22 juni 2009 geschreven en hem gesommeerd zich te houden aan de in de brief weergegeven beperking van de toegang tot het verpleeghuis, die nagenoeg gelijkluidend is aan de in conventie gevorderde voorzieningen. [gedaagde] heeft aan de sommatie geen gevolg gegeven.

2.9. Op de brieven van [gedaagde] de dato 21 juni 2009 en 25 juni 2009 heeft Salem geen reactie gegeven.

3. Het geschil in conventie

3.1. Salem vordert samengevat - [gedaagde] te:

- veroordelen zijn moeder maximaal drie keer per week op haar kamer gedurende maximaal twee aaneengesloten uren te bezoeken op voorafgaand door Salem vastgestelde tijdstippen;

- gebieden bij deze bezoeken de kortste route te nemen naar de ruimte waar zijn moeder verblijft en hem daarbij tevens te verbieden zich tijdens voornoemde bezoekuren elders binnen Salem te begeven en zich buiten deze bezoekuren in Salem en in de tuin en op de parkeerplaats van Salem te bevinden;

- gebieden zich uitsluitend te manifesteren als bezoeker, hetgeen betekent dat hij zich op geen enkele wijze mengt in de zorgverlening en het zorgplan van zijn moeder;

- verbieden aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke momenten van zorgverlening aan zijn moeder;

- gebieden zich te onthouden van het contact leggen met andere bewoners binnen Salem,

een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Salem in de kosten van de procedure.

Salem stelt daartoe, samengevat, het volgende.

3.2. [gedaagde] is in het verpleeghuis te beschouwen als een bezoeker van zijn moeder, aangezien hij niet is aangewezen als de vertegenwoordiger van zijn moeder. [moeder] heeft bij het aangaan van de zorgverleningsovereenkomst [zus 1] aangewezen als haar vertegenwoordiger. Dit blijkt uit het mede ondertekenen van de overeenkomst. In 2005 heeft [zus 1] uit praktisch oogpunt en in samenspraak met de verpleeghuisarts in haar plaats zus [zus 2] als vertegenwoordiger aangewezen. Salem beschouwt sindsdien [zus 2] als eerste en [zus 1] als tweede vertegenwoordiger van [moeder ].

De wijze waarop [gedaagde] zich in het verpleeghuis gedraagt, overschrijdt de grenzen van het betamelijke. Gelet op de overgelegde klachtbrieven van verschillende medewerkers bemoeit [gedaagde] zich met de medebewoners van zijn moeder, de organisatiestructuur van Salem, de wijze waarop de directie van Salem haar taken uitoefent, de wijze waarop het verplegend personeel haar werkzaamheden uitvoert en verschaft [gedaagde] zich toegang tot andere ruimten binnen Salem dan de ruimte waar zijn moeder verblijft.

Daardoor is Salem niet in staat om de overeengekomen zorg aan haar bewoners te verlenen, hetgeen jegens Salem onrechtmatig is en de gevorderde beperking van de toegang tot het verpleeghuis rechtvaardigt.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagde] vordert samengevat - Salem te veroordelen om:

A. binnen één week na betekening van het vonnis inhoudelijk en adequaat te reageren op de door [gedaagde] in de brieven van 21 en 25 juni 2009 geuite klachten en verzoeken;

B. binnen twee weken met [gedaagde] te zoeken naar een oplossing c.q. ontslag en/of overplaatsing van de in de brief van [gedaagde] van 25 juni 2009 genoemde hulpverlener;

C. er direct na betekening van het vonnis voor te zorgen dat de veiligheid van zijn moeder niet langer gevaar loopt en dat er verantwoord verpleeghuiszorg ter beschikking wordt gesteld, met bepaling dat Salem TNO een onderzoek laat doen naar de veiligheid en de ontruimingscapaciteiten van het verpleeghuis Salem,

alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Salem in de kosten van de procedure.

4.2. [gedaagde] grondt zijn vordering op nakoming door Salem van de zorgverlenings-overeenkomst. Volgens [gedaagde] komt Salem haar verplichtingen uit deze overeenkomst niet na, waardoor de verzorging en veiligheid van zijn moeder gevaar loopt.

4.3. Salem voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vorderingen, zodat Salem in haar vorderingen kan worden ontvangen. De daartegen door [gedaagde] aangevoerde verweren treffen geen doel. Met de stelling dat er geen spoedeisend belang is, indien Salem het disfunctioneren van haar medewerkers aanpakt waardoor de veiligheid van zijn moeder niet meer in gevaar is, erkent [gedaagde] dat er thans sprake is van een spoedeisend belang nu de geschetste voorwaarde volgens hem niet is vervuld. Daarnaast staat het Salem vrij een spoedeisende voorziening in kort geding te vorderen, ook als zij daarbij andere mogelijkheden tot beslechting van het geschil onbenut laat.

5.2. Partijen verschillen van mening of Salem zich terecht op het standpunt stelt dat zij, met uitsluiting van [gedaagde], [zus 2] als eerste en [zus 1] als tweede vertegenwoordiger van [moeder ] beschouwt.

5.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van de aanstelling van [zus 1] als vertegenwoordiger van [moeder ] voorshands niet is gebleken.

Uit de tekst van artikel 2 lid 1 van de zorgverleningsovereenkomst blijkt dat voor de aanstelling van een vertegenwoordiger een schriftelijke volmacht vereist is, terwijl van een dergelijke volmacht in deze procedure niet is gebleken en het enkel mede ondertekenen van de zorgverleningsovereenkomst onvoldoende is om het bestaan van een dergelijke volmacht voorshands aan te nemen. Gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] is ook van de door Salem gestelde verandering van de vertegenwoordiging in 2005 naar [zus 2] voors-hands niet gebleken, nog afgezien van het feit dat dit volgens Salem alleen mondeling is afgesproken.

Anders dan [gedaagde] aanvoert, heeft dit gegeven evenwel niet tot gevolg dat [gedaagde] op grond van artikel 2 lid 5 van de zorgverleningsovereenkomst het recht heeft om als vertegenwoordiger van zijn moeder op te treden. Salem heeft onweersproken aangevoerd dat de regeling over vertegenwoordiging (zie 2.3.) bedoeld is om te voorkomen dat zij met alle familieleden van een cliënt, in dit geval met alle kinderen van [moeder ], in overleg dient te treden over de uitvoering van de zorgverleningsovereen-komst, nu dit praktisch onuitvoerbaar is. Voorts blijkt uit de tekst van artikel 2 lid 5 dat bij het ontbreken van de daarin genoemde personen 'een' kind (….) als vertegenwoordiger optreedt.

Uit de tekst van artikel 2 lid 5 en de bedoeling van de regeling volgt dan ook niet dat dan ieder kind als vertegenwoordiger optreedt. Salem heeft onweersproken aangevoerd dat de kinderen van [moeder ], in het bijzonder [gedaagde] en [zus 2], onderling van mening verschillen over de wijze en de plaats van verzorging van hun moeder. Bovendien heeft Salem sinds de aanvang van de zorgverleningsovereenkomst eerst [zus 1] en vervolgens [zus 2] als vertegenwoordiger van [moeder ] beschouwd, terwijl daartegen geen bezwaren zijn geuit totdat [gedaagde] zijn moeder is gaan bezoeken. Op grond van het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat Salem zich in redelijkheid op het standpunt stelt dat zij, met uitsluiting van [gedaagde], over de uitvoering van de zorgverleningsovereenkomst feitelijk alleen overlegt met [zus 2].

5.4. [gedaagde] is geen partij bij de zorgverleningsovereenkomst en treedt, gelet op het vorenstaande, niet op als vertegenwoordiger van [moeder]. Dit betekent dat [gedaagde] weliswaar de zoon is van [moeder], maar dat hij daaraan tegenover Salem geen bijzondere rechtspositie kan ontlenen. [gedaagde] kan ook geen rechten ontlenen aan de zorgverleningsovereenkomst, waarbij hij geen partij is. Het verweer van [gedaagde] dat hij als derde-belanghebbende rechten aan de zorgverleningsovereen-komst kan ontlenen, vindt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, geen steun in het recht.

5.5. Nu [gedaagde] geen andere rechtspositie tegenover Salem heeft, moet hij beschouwd worden als bezoeker en heeft hij de daarbij horende rechten en verplichtingen. Thans dient te worden beoordeeld of de door Salem aangevoerde klachten over het gedrag van [gedaagde] van dien aard zijn dat [gedaagde] daarmee in zijn hoedanigheid van bezoeker de grens van het betamelijke overtreedt, zoals Salem stelt. [gedaagde] erkent dat hij het verplegend personeel aanspreekt op fouten bij het verzorgen van zijn moeder en dat hij geïrriteerd raakt als hij merkt dat zijn aanwijzingen worden genegeerd terwijl die de verzorging en veiligheid van zijn moeder volgens hem in gevaar brengen. [gedaagde] voert aan dat de directe veiligheid van zijn moeder vereist dat hij veelvuldig bij haar aanwezig is en dat zijn handelwijze gerechtvaardigd is, aangezien Salem weigert zijn klachten en verzoeken in behandeling te nemen, zodat de foutieve handelingen blijven plaatsvinden.

5.6. De voorzieningenrechter stelt voorop dat [moeder ] met de zorgverleningsovereenkomst haar verzorging aan Salem heeft uitbesteed. Salem is dus van dag tot dag en van uur tot uur verantwoordelijk voor de zorg van [moeder ]. Dit brengt met zich mee dat [gedaagde] bij deze zorgverlening door Salem gepaste afstand dient te bewaren, zoals een bezoeker betaamt. [gedaagde] dient te accepteren dat bij de verzorging van zijn moeder fouten kunnen optreden, ook als die door de voort-durende aanwezigheid van [gedaagde] voorkomen hadden kunnen worden. Het staat [gedaagde] als bezoeker niet vrij om zich te gedragen als een soort supervisor van het verplegend personeel. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] met zijn in 5.5. weergegeven gedrag, als bezoeker buiten de grenzen van het betamelijke treedt.

5.7. Gelet op het vorenstaande heeft Salem dan ook voldoende belang bij het gebod aan [gedaagde] om zich uitsluitend te manifesteren als bezoeker en zich op geen enkele wijze te mengen in het zorgplan van zijn moeder. Hetzelfde geldt voor het verbod aan [gedaagde] om aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke momenten van zorgverlening aan zijn moeder, indien het personeel van Salem dat van hem verlangt. De zorgverantwoordelijkheid ligt bij Salem en [gedaagde] moet de gepaste afstand van een bezoeker bewaren.

Dit deel van het gevorderde zal dan ook worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, zoals hierna in de beslissing is weergegeven.

5.8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het vorenstaande de gevorderde beperking in de bezoekuren, het gevorderde gebod aan [gedaagde] om zich enkel en via de kortste route te bevinden in de ruimte waar zijn moeder verblijft en om zich op geen enkele wijze in de zorgverlening van zijn moeder te mengen, voorshands niet rechtvaardigt. Ook bezoekers kunnen zich beklagen over fouten die door Salem in de zorgverlening gemaakt worden, hoeven niet de kortste route te nemen naar de ruimte waar de cliënt zich bevindt en mogen zich elders binnen het verpleeghuis en op het terrein van Salem begeven. Uit de informatiebrochure van Salem blijkt dat een groot deel van deze vorderingen haaks staat op het door Salem gehanteerde beleid (zie 2.5.). Salem laat na haar belang bij deze verstrekkende vorderingen, nader te onderbouwen. Dat had wel op haar weg gelegen, in het licht van haar gevorderde en toe te wijzen gebod aan [gedaagde] om zich als bezoeker te manifesteren en in het licht van haar beleid. De enkele stelling dat [gedaagde] meer uren dan gemiddeld op bezoek komt, is daarvoor onvoldoende. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

5.9. Het gevorderde verbod aan [gedaagde] om contact te leggen met medebewoners van [moeder ] wordt eveneens afgewezen. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat de andere bewoners klachten hebben over zijn gedrag. Salem heeft enkel klachtbrieven van haar medewerkers overgelegd. Deze klachten worden niet ondersteund met klachtbrieven van bewoners of hun vertegenwoordigers en voor een nader onderzoek naar de relevante feiten en omstandigheden is in het kader van dit kort geding geen plaats, zodat de gegrondheid van de gestelde klachten in deze procedure niet aannemelijk is geworden.

5.10. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. [gedaagde] grondt zijn vorderingen op nakoming door Salem van de zorg-verleningsovereenkomst. Gelet op hetgeen in 5.4. is overwogen, kan [gedaagde] evenwel geen rechten ontlenen aan de zorgverleningsovereenkomst. Nu ook overigens een juridische grondslag voor de vorderingen ontbreekt, zullen de vorderingen in reconventie worden afgewezen.

6.2. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Salem worden begroot op EUR 408,00 (factor 0,5 × tarief EUR 816,00) aan salaris advocaat.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. gebiedt [gedaagde] zich uitsluitend te manifesteren als bezoeker, hetgeen betekent dat hij zich op geen enkele wijze mengt in het zorgplan van zijn moeder,

7.2. verbiedt [gedaagde] aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke momenten van zorgverlening aan zijn moeder, indien het personeel van Salem van [gedaagde] verlangt dat hij daarbij niet aanwezig is/blijft,

7.3. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 7.1. en 7.2. bepaalde, aan Salem een dwangsom verbeurt van EUR 500,-, tot een maximum van EUR 50.000,-,

7.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.5. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.6. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.7. wijst de vorderingen af,

7.8. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Salem tot op heden begroot op EUR 408,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2009.?