Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ2120

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
11-711306-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter en het in zijn bezit hebben van grote hoeveelheden kinderporno. Het betreft oude feiten en de verdachte heeft ernstige gezondheidsklachten veroordeling tot de maximale werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/711306-08 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2009

in de strafzaak tegen

[naam],

geboren in 1954,

wonende te [adres en woonplaats].

Raadsman mr. M.J. Smit, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25 juni 2009, waarbij de officier van justitie J. Spaans, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De vordering wijziging tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: ontucht zou hebben gepleegd met zijn minderjarige dochter van haar vierde tot haar twaalfde levensjaar;

feit 2: van 1 oktober 2002 tot en met 30 november 2007 een grote hoeveelheid kinderporno in zijn bezit heeft gehad;

feit 3: van 1 januari 1993 tot en met 30 november 2007 kinderporno in zijn bezit of op voorraad heeft gehad, bestaande uit afbeeldingen van zijn dochter.

3 De voorvragen

1. De geldigheid van de dagvaarding.

Door de verdediging is bij wijze van preliminair verweer gesteld dat feit 3 van de dagvaarding onvoldoende duidelijk is opgesteld. De oude en nieuwe strafbepaling voor het hebben van kinderporno zijn door elkaar gehaald. Hierdoor zou de verdachte niet weten waartegen hij zich dient te verdedigen. De dagvaarding is volgens de verdediging gedeeltelijk nietig voor feit 3.

De officier van justitie is van mening dat van een gedeeltelijke nietigheid geen sprake kan zijn. Het is duidelijk waartegen de verdachte zich dient te verdedigen. Hij wordt ervan verdacht dat hij in een bepaalde periode seksuele afbeeldingen van zijn dochter onder zich heeft gehad.

De rechtbank verwerpt het verweer.

Het is voldoende duidelijk voor de verdachte waarvan hij verdacht wordt. Aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering is voldaan. De dagvaarding is geldig.

De rechtbank overweegt dat de omschrijving van de tenlastelegging toeziet op de oude bepaling van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Dit heeft uiteraard gevolgen voor de bewezenverklaring en de kwalificatie en zal daar verder besproken worden.

2. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

3. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

4. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat er genoeg bewijs is om alle drie de feiten te kunnen bewijzen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat de verdachte gedeeltelijk vrijgesproken dient te worden van feit 1. Verdachte is gelet op zijn ziekte en medicijngebruik vrijwel niet in staat een erectie te krijgen en hij ontkent dit deel van de tenlastelegging.

Het derde feit kan volgens de verdediging slechts gedeeltelijk tot oktober 2002 bewezen worden. Er kan bewezen worden dat de verdachte kinderpornografisch materiaal in voorraad heeft gehad, maar dit was voor 1 oktober 2002. Het oude artikel 240b Sr lijkt van toepassing. Voor het overige dient de verdachte vrijgesproken te worden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot feit 1.

Door de dochter van verdachte, [slachtoffer] geboren op 2 oktober 1986, is op 19 november 2007 aangifte gedaan van ontucht door haar vader, verdachte. In haar aangifte vertelde zij dat de ontucht was begonnen toen zij vier jaar oud was. Zij is hier zeker van doordat zij net naar school ging toen het begonnen was en herinnert zich nog dat zij haar moeder op zesjarige leeftijd vertelde dat het misbruik was begonnen toen zij vier jaar oud was.

Zij verklaarde dat zij op de zondagochtenden toen zij vier jaar oud was vrijwel wekelijks tussen haar ouders in ging liggen om tv te kijken. Haar moeder ging vervolgens broodjes maken in de keuken. Als haar moeder in de keuken was, deed verdachte haar nachtjapon omhoog en betastte haar borsten. Ook ging verdachte met zijn hand in haar onderbroek en betastte haar vagina. Eenmaal pakte verdachte zijn penis vast en vroeg hierbij of zij hem vast wilde pakken en op en neer wilde doen. Aangeefster verklaarde dit gedaan te hebben. Zij hield de penis van verdachte vast en ging met haar hand op en neer zoals verdachte haar gevraagd had.

Aangeefster verklaarde verder dat de verdachte haar van haar vierde tot haar twaalfde jaar regelmatig in haar nek zoende en naaktfoto's van haar heeft gemaakt waarvoor zij moest poseren. Deze foto's had verdachte gemaakt toen aangeefster een jaar of zeven was. Zo moest aangeefster van de verdachte ondermeer haar onderbroek uit doen en haar jurkje omhoog trekken. De verdachte fotografeerde vervolgens haar blote billen en benen.

Toen aangeefster twaalf jaar oud was, heeft verdachte haar voor de laatste keer onder haar kleding - te weten aan haar borsten en haar vagina - betast. Dit gebeurde terwijl zij achter de computer zat.

Tijdens de zitting op 25 juni 2009 heeft de verdachte bekend meerdere malen de borsten van aangeefster te hebben betast, haar meerdere keren in haar nek te hebben gezoend en tot twee keer toe meerdere naaktfoto's van haar te hebben gemaakt. De verdachte ontkent echter door zijn dochter te zijn afgetrokken en stelt zich te herinneren haar pas betast te hebben toen zij al borsten en schaamhaar had.

Hij stelt zich niet meer precies te kunnen herinneren wat er vanaf haar vierde jaar gebeurd is. Wel kan hij zich, desgevraagd, herinneren dat zijn vrouw hem op zijn werk belde met de mededeling dat hij aan hun dochter had gezeten toen zijn dochter zes jaar oud was. Hij weet zich ook nog te herinneren dat hij meteen daarna naar huis kwam.

Het betasten zou ook volgens de verdachte onder andere plaats hebben gevonden in de ouderlijke slaapkamer op zondagochtend als zijn vrouw broodjes ging smeren in de keuken.

De vrouw van verdachte verklaarde bij de politie dat zij wist dat de verdachte haar dochter van haar vierde tot haar zesde levensjaar had misbruikt. Zij verklaarde dat haar dochter haar op haar zesde verteld had dat zij de plasser van verdachte vast moest pakken. Toen zij dit hoorde, belde zij verdachte op zijn werk op en confronteerde hem hiermee. Verdachte kwam hierop meteen naar huis. De vrouw van verdachte maakte verdachte duidelijk dat zij bij verdachte weg zou gaan als het nog één keer gebeurde. De vrouw van verdachte dacht dat hierna geen misbruik meer had plaatsgevonden, maar vernam recentelijk van haar dochter bij de dokter dat het misbruik door is gegaan tot aan haar twaalfde jaar.

Aangeefster en haar moeder, de vrouw van verdachte, verklaren beiden dat het misbruik begonnen is toen aangeefster vier jaren oud was. Verdachte stelt weliswaar niet meer te weten wat er toen gebeurd is, maar herinnert zich nog wel dat zijn vrouw hem gebeld had met de mededeling dat hij aan zijn dochter had gezeten en dat hij daaropvolgend snel naar huis is gekomen. Aanleiding voor dit gesprek was volgens aangeefster en haar moeder, dat zij de plasser van verdachte vast had moeten houden.

De rechtbank acht hierop gelet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van ontucht vanaf het vierde levensjaar van aangeefster en dat aangeefster verdachte ook af heeft moeten trekken.

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 25 juni 2009,

- de bij de doorzoeking aangetroffen gegevensdragers,

- de grote hoeveelheid kinderporno op de aangetroffen gegevensdragers.

De rechtbank acht feit 3 eveneens wettig en overtuigend bewezen tot aan 1 oktober 2002, gelet op:

- de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 25 juni 2009,

- de bij de doorzoeking aangetroffen foto's van [slachtoffer],

- de verklaring van getuige [getuige].

Naar het oordeel van de rechtbank kan het onder drie tenlastegelegde feit niet anders uitgelegd worden dan dat het ziet op artikel 240b oud van het Wetboek van Strafrecht. Nu dit artikel op 1 oktober 2002 is gewijzigd, zal de rechtbank de periode tot 1 oktober 2002 bewezen achten.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 2 oktober 1990 tot en met 1 januari 1999 te Goudriaan, gemeente Graafstroom, meermalen,

ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, [slachtoffer], geboren op 2 oktober 1986, bestaande die ontucht hierin dat hij meermalen, althans eenmaal

- de (ontblote) borsten van die [slachtoffer] heeft betast en

- de (ontblote) vagina van die [slachtoffer] heeft betast en

- in de nek van die [slachtoffer] heeft gezoend en

- naaktfoto's heeft gemaakt van die [slachtoffer] en

- zich heeft laten aftrekken door die [slachtoffer];

2.

in de periode 01 oktober 2002 tot en met 30 november 2007 te Goudriaan, gemeente Graafstroom, een groot aantal afbeeldingen en filmfragmenten en gegevensdragers, te weten één of meer computers en diskettes en harddisks en

cd-roms en DVD's, in bezit heeft gehad, terwijl die afbeeldingen en gegevensdragers één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) door een man/persoon van het lichaam van een persoon die leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt (onder meer diskette nummer 01.01_143) en

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een volwassen man door een persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt (onder meer diskette 01.03_384 en 01.01_301 en 01.03_505) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer diskette 01.01_644 en 01.01_696 en 01.03_819 en 01.01_446);

3.

in de periode 01 januari 1993 tot en met 1 oktober 2002 te Goudriaan, gemeente Graafstroom, in elk geval in Nederland,

een aantal afbeeldingen, te weten foto's, in voorraad heeft gehad, terwijl die foto's één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, was

betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon (zijnde verdachtes dochter [slachtoffer], geboren op 2 oktober 1986) die de leeftijd van zestien nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in erotisch getinte houdingen poseert die niet bij haar leeftijd passen, zoals (onder andere) een foto waarbij zijn, verdachtes dochter [slachtoffer] met omhooggetrokken jurk voorovergebogen staat en waarbij haar blote billen te zien zijn.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

FEIT 1

ONTUCHT PLEGEN MET ZIJN MINDERJARIG KIND

FEIT 2

EEN GEGEVENSDRAGER, BEVATTENDE AFBEELDINGEN VAN EEN SEKSUELE GEDRAGING, WAARBIJ IEMAND IDE KENNELIJK DE LEEFTIJD VAN ACHTTIEN JAREN NOG NIET HEEFT BEREIKT, IS BETROKKEN, IN BEZIT HEBBEN, meermalen gepleegd

FEIT 3

EEN GEGEVENSDRAGER, BEVATTENDE AFBEELDINGEN VAN EEN SEKSUELE GEDRAGING, WAARBIJ IEMAND IDE KENNELIJK DE LEEFTIJD VAN ZESTIEN JAREN NOG NIET HEEFT BEREIKT, IS BETROKKEN, IN VOORRAAD HEBBEN, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1 De rapporten van de deskundigen

Uit het door T. 't Hoen, psycholoog, over verdachte uitgebracht rapport van 11 februari 2009 komt het volgende naar voren.

"Bij betrokkene is sprake van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met narcistische, afhankelijke en ontwijkende trekken op As II en kan er worden gesproken van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Voorts voldeed betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde aan de criteria van pedofilie, beperkt tot incest. Momenteel lijken deze klachten grotendeels, zo niet volledig, in remissie."

"Bovengenoemde persoonlijkheidsdynamiek van betrokkene heeft wel degelijk een rol gespeeld in het hem tenlastegelegde, indien bewezen geacht. De relatie met zijn vrouw was op het moment van het tenlastegelegde niet goed volgens betrokkene. Met name op het gebied van intimiteit en seksualiteit verliep het problematisch. Dit zorgde bij betrokkene enerzijds voor een bevestiging van zijn negatieve zelfbeeld en zijn gevoel van falen en tekortschieten. Anderzijds riep het bij betrokkene gevoelens van krenking, onmacht en frustratie op, met name omdat er door zijn vrouw onvoldoende werd tegemoetgekomen aan zijn sterke behoefte aan affectie, ontstaan vanuit zijn kindertijd. Vanuit zijn problematiek is hij niet in staat geweest om op een adequate wijze met deze gevoelens om te gaan. Vanuit dit onvermogen heeft hij het conflict met zijn vrouw hieromtrent ontweken. Het lijkt erop alsof betrokkene vervolgens zijn gevoelens van onmacht en seksuele frustratie tot uiting heeft gebracht in de relatie met zijn dochter. Dat betrokkene zijn seksuele gerief niet zocht in een gelijkwaardige, volwassen relatie kan worden verklaard vanuit zijn reeds eerder genoemde angst gekrenkt en afgewezen te worden of kritisch beoordeeld te worden, waartoe de kans in relatie met een volwassene groter is. Het lijkt er sterk op dat betrokkene in zijn dochter degene zag die wel aan zijn behoeften tegemoet kwam. Zij was erg aanhankelijk, maar bovenal stelde zij geen verwachtingen of eisen aan betrokkene en stelde zij zich niet kritisch op.

Aangaande de grote hoeveelheden kinderporno die door betrokkene zijn verzameld geeft hij zelf aan hier een 'kick' van te krijgen. Zijn interesse en fascinatie voor de extremere vormen van seksualiteit en in dit geval kinderporno, kan worden gezien als compensatie van zijn geringe presteren op seksueel vlak. Hij werd in relaties geregeld op een confronterende en soms kleinerende wijze bevestigd in zijn seksueel falen. Dit zorgt bij betrokkene voor een combinatie van gevoelens van frustratie en heftige boosheid enerzijds, maar tegelijkertijd een gevoel van falen en minderwaardigheid. Deze combinatie zorgt voor een zeer passief-agressieve wijze van seksualiteitsbeleving, waarbij agressiegevoelens en lustgevoelens met elkaar verloeien en waarbij betrokkene dit op een passieve en afhankelijke wijze ondergaat. Vanuit deze gedachte kan ook zijn sterke neiging en voorkeur voor SM worden verklaard en dan in het bijzonder zijn onderdanige en afhankelijke rol hierin. Hij heeft in zijn ontwikkeling nooit de kans gehad te experimenteren met intimiteit of seksualiteit. Gevoelens van lust en agressie en hiermee leren hoe dergelijke gevoelens op een adequate wijze te kanaliseren, vonden geen of onvoldoende plaats in de serieuze en kille sfeer in het gezin. Dit in combinatie met zijn fysieke beperkingen door zijn ziekte lijken een verklaring te vormen voor zijn afwijkende en extreme wijze van seksualiteitsbeleving."

"Derhalve is het advies om hem enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren voor het ten laste gelegde."

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de conclusies van voormeld rapport op grond van de onderbouwing ervan en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en het rapport van voornoemde deskundige, voldoende vast is komen te staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten slechts in enigszins verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door hem gepleegde strafbare feiten.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen twee jaar gevangenisstraf geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, waarin de verdachte verplicht reclasseringstoezicht krijgt en zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt dat hij een behandeling moet volgen. Ook dient de verdachte een werkstraf uit te voeren voor de duur van 240 uur. Als de verdachte dit niet doet, dient hij 120 dagen vervangende hechtenis te ondergaan.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte doet vrijwilligerswerk en heeft een slechte gezondheid waardoor hij eerder geen nacht in de cel door kon brengen .De verdediging wijst verder op de rapportages die over verdachte zijn uitgebracht. De verdediging verwijst voor wat betreft de strafmaat naar het oordeel van de rechtbank.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft gedurende een lange periode zijn zeer jonge dochter seksueel misbruikt. Hij heeft haar borsten en vagina betast, haar gezoend op een manier die niet passend is binnen een vader dochter relatie en zich door haar af laten trekken. Ook heeft hij naaktfoto's van haar gemaakt. Hij heeft hierbij alleen aan zichzelf gedacht en misbruik gemaakt van zijn overwicht als vader. Zijn dochter maakte steeds duidelijk de seksuele handelingen die hij verrichtte niet fijn te vinden, maar verdachte heeft zich hiervan niets aangetrokken.

Toen zijn dochter zes jaar oud was en het misbruik al twee jaar bezig was, heeft zijn dochter haar moeder, de vrouw van verdachte ingelicht. Deze heeft verdachte geconfronteerd met de verklaring van zijn dochter en gesteld verdachte te zullen verlaten als hij nogmaals ontuchtige handelingen bij zijn dochter zou plegen. Verdachte heeft zich hier niets van aangetrokken. Het misbruik is doorgegaan en hij heeft zijn dochter zelfs medegedeeld dat zij haar moeder niets mocht vertellen, omdat haar moeder anders weg zou gaan. Verdachte heeft zijn dochter hierdoor nog verder geïsoleerd en veel leed toegebracht, terwijl hij, als zijnde haar vader, haar juist veiligheid had moeten bieden.

Verdachte heeft ook een grote hoeveelheid kinderporno onder zich gehad. Verdachte heeft hierdoor het misbruik van kinderen in stand helpen houden en ook hierbij niet stil gestaan bij het leed van de afgebeelde kinderen. Niet alleen heeft verdachte pornografisch materiaal van vreemde kinderen in zijn bezit gehad, hij heeft ook de naaktfoto's van zijn dochter bewaard.

Gelet op de ernst van de feiten, de langere periode waarin ze zijn gepleegd en de hoeveelheid feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

De rechtbank weegt echter mee dat het deels oudere feiten betreft. Nu het misbruik van zijn dochter in 1999 is gestopt, zijn er inmiddels tien jaren verstreken. Ook hier houdt de rechtbank rekening mee. Daarnaast is van belang dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking geweest is. Verdachte is enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en zelfinzicht getoond door meteen hulp te zoeken. Hij heeft zich tot een psychologe gewend en zich onder behandeling bij De Waag gesteld. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven baat bij deze behandeling te hebben en de behandeling te willen voortzetten.

Verdachte heeft na het uitkomen van de feiten de echtelijke woning (moeten) verlaten waardoor hij een periode dakloos is geweest. Verdachte heeft een heel nieuw bestaan en nieuw sociaal leven op moeten bouwen, wat zeker gelet op zijn gezondheidsklachten voor verdachte niet makkelijk was nu hij lijdt aan een ernstige vorm van het syndroom van Marfan. Op zeer korte termijn zal verdachte een zware operatie aan zijn aorta dienen te ondergaan en eerder al bleek zijn gezondheid een nacht in de cel niet toe te laten.

De reclassering heeft in een rapport van 29 september 2008 over verdachte de kans dat verdachte in herhaling valt aannemelijk geacht. Verdachte is een complexe persoonlijkheid en woont inmiddels alleen. Er is geen enkele controle op zijn doen en laten. Zijn mogelijkheden om spanningen af te reageren zijn hierdoor niet langer beperkt. Hij zoekt een referentiekader (geheel van gewoonten, regels en normen waarnaar men zich richt) en is in gedachten vervuld van seks en misdaad wat hem een houvast geeft dat niet onderschat moet worden. Een referentiekader en een eigen ik zijn noodzakelijk voor de ontwikkeling van een geweten.

De psycholoog 't Hoen acht in zijn rapport van 11 februari 2009 de kans op herhaling gering, maar adviseert ook dat de behandeling van verdachte onder verplicht reclasseringstoezicht zal plaatsvinden.

De rechtbank zal om bovenstaande redenen volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met de maximale werkstraf. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de bijzondere voorwaarde gekoppeld worden dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan verdachte begeleiden om recidive te voorkomen en ervoor zorgen dat verdachte zijn behandeling voor zolang als nodig binnen de proeftijd zal volgen.

Om er zeker van te zijn dat verdachte goed behandeld en begeleid kan worden, zal de rechtbank verdachte een langere proeftijd dan gebruikelijk, voor de duur van 3 jaren opleggen.

7.4 Inbeslaggenomen goederen

7.5 De onttrekking

De rechtbank zal de onttrekking aan het verkeer gelasten van de in beslaggenomen goederen zoals genoemd in het statusoverzicht van de inbeslaggenomen goederen 01.1BN.01, (verder uitgewerkt in 01.1BN.02 tot en met 01.1BN.08) omdat dit voorwerpen betreft met behulp waarvan de feiten zijn begaan. Bovendien bevatten deze voorwerpen kinderpornografische afbeeldingen, waardoor zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

8 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregel berusten op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d, 57, 240b (oud), 240b en 249 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart de dagvaarding geldig;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaar, voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, Units Den Haag, ook als dit inhoudt het volgen van een behandeling bij De Waag;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd: 01.1BN.01

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. van den Beld, voorzitter,

mr. dr. M.I. Blagrove en mr. H.M. Dunsbergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. P.C. Schroeijers griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 juli 2009.

Mr. H.M. Dunsbergen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1990 tot en met 1 januari 1999 te Goudriaan, gemeente Graafstroom, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, [slachtoffer], geboren op 2 oktober 1986, bestaande die ontucht hierin dat hij meermalen, althans eenmaal (telkens)

- de (ontblote) borsten van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- de (ontblote) vagina van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- (in) de nek van die [slachtoffer] heeft gezoend en/of

- naaktfoto's heeft gemaakt van die [slachtoffer] en/of

- zich heeft laten aftrekken door die [slachtoffer];

2.

hij in of omstreeks de periode 01 oktober 2002 tot en met 30 november 2007 te Goudriaan, gemeente Graafstroom, in elk geval in Nederland, één of meermalen een (groot aantal) (in ieder geval 7000 of daaromtrent) afbeelding(en) en/of

filmfragment(en) en/of (een) gegevensdrager(s), te weten één of meer computer(s) en/of (een) diskette(s) en/of (een) harddisk(s) en/of een cd-rom(s) en/of een DVD('s), (telkens) in bezit heeft gehad, terwijl die afbeelding(en) en/of gegevensdrager(s) één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s) door een volwassen man/persoon van het lichaam van (een) perso(o)n(en) die leeftijd van achttien jaar nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer diskette nummer 01.01_143) en/of

- het in de mond (laten) nemen van de penis van een volwassen man door (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft/hebben bereikt (onder meer diskette 01.03_384 en 01.01_301 en 01.03_505) en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer diskette 01.01_644 en 01.01_696 en 01.03_819 en 01.01_446);

3.

hij in of omstreeks de periode 01 januari 1993 tot en met 30 november 2007 te Goudriaan, gemeente Graafstroom, in elk geval in Nederland, één of meermalen een aantal (in ieder geval 28 of daaromtrent) afbeeldingen, te weten foto's, in voorraad en/of in bezit heeft gehad, terwijl die foto's één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon (zijnde verdachtes dochter [slachtoffer], geboren op 2 oktober 1986) die de leeftijd van zestien nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in erotisch getinte houdingen poseert die niet bij haar leeftijd passen;

Parketnummer: 11/711306-08

Vonnis d.d. 9 juli 2009