Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BJ1231

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-07-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
81034 / KG ZA 09-114
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schade aan wonung door vrachtverkeer? Moet de Gemeente de straat ontoegankelijk maken voor vrachtauto's? Nee: eiser heeft vorig jaar een bodemprocedure hierover verloren, hoger beroep loopt en er blijkt niet dat na het vonnis van de rechtbank de situatie wezenlijk is verslechterd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 81034 / KG ZA 09-114

Vonnis in kort geding van 2 juli 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te Dordrecht,

eiser,

advocaat mr. F.A. van de Kasteele,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DORDRECHT,

zetelend te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat mr. M.H.P. Claassen.

Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente Dordrecht genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van de gemeente Dordrecht

- de door partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] woont aan de [adres eiser] in Dordrecht. Deze woning ligt schuin achter een supermarkt. In 2001 is de supermarkt verbouwd. Sindsdien moeten de voor de supermarkt bestemde goederen worden gelost aan de achterzijde van de supermarkt, via de [straatnaam]. Voor de [straatnaam] geldt een inrijverbod voor vrachtverkeer, zij het met uitzondering van 12 vrachtwagenbewegingen per dag voor bevoorrading van de supermarkt.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert na eiswijziging samengevat-, uitvoerbaar bij voorraad:

veroordeling van de gemeente Dordrecht om een wegversmalling alsmede een boog over de weg aan te brengen, beide ter hoogte van de kruising [straatnaam]/ Dubbeldreef, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de gemeente Dordrecht in de proceskosten. [eiser] stelt daartoe als volgt.

3.2. De vrachtwagens rijden de [straatnaam] in. In eerste instantie passeren zij de afslag naar de losplaats van de supermarkt. De vrachtwagens rijden nog een klein stukje door en stoppen pas ter hoogte van de woning van [eiser]. Vervolgens rijden de vrachtwagens achteruit de afslag naar de losplaats in. Door de stopbewegingen van de vrachtwagens ontstaan trillingen die schade aan de woning van [eiser] toebrengen. De woning mag dan ook als total loss worden beschouwd. De schade loopt in de tonnen. De woning is nu onverkoopbaar. Door het aanbrengen van de wegversmalling en de boog wordt het vrachtverkeer gedwongen om meteen af te slaan naar de losplaats; doorrijden naar de woning van [eiser] is dan niet meer mogelijk. [eiser] heeft al eens een civielrechtelijke bodemprocedure tegen de gemeente Dordrecht geëntameerd. Die procedure heeft hij verloren. [eiser] heeft van dit vonnis hoger beroep aangetekend. Ook langs bestuursrechtelijke weg heeft [eiser] gepoogd om tot een oplossing te komen. De gemeente Dordrecht is toen aan [eiser] tegemoet gekomen door het vrachtwagenverbod voortaan voor alle tonnages te doen gelden. Dit volstaat niet nu de politie niet altijd ter plaatse is en de vrachtauto’s toch doorrijden tot de woning van [eiser]. Het bezwaar van de gemeente Dordrecht tegen de wegversmalling en de boog dat hulpdiensten dan te veel worden gehinderd is onterecht: de boog kan met één simpele draai van een sleutel worden weggeklapt en de wegversmalling is geen probleem voor ambulances, brandweerauto’s en politiebusjes. Bovendien kunnen de hulpdiensten ook via twee andere wegen de [straatnaam] nog makkelijk bereiken.

3.3. De gemeente Dordrecht voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Volgens de gemeente Dordrecht ontbreekt aan de vordering van [eiser] het spoedeisend belang. Als aangenomen mag worden dat sprake is van een spoedeisend belang, dan nog dient de vordering te worden afgewezen. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.2. De gemeente Dordrecht komt beleidsvrijheid toe bij het treffen van verkeersmaatregelen. Tegenover het belang van [eiser] staan andere belangen, die de gemeente Dordrecht óók heeft mee te wegen in de door haar te maken keuze. Het is mogelijk dat de gemeente Dordrecht niettemin onrechtmatig handelt, namelijk als die keuze in strijd zou zijn met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt tegenover de persoon, of het goed, van [eiser]. De enkele omstandigheid dat de gemeente Dordrecht het belang van [eiser] niet laat prevaleren volstaat niet voor onrechtmatigheid. Naar voorlopig oordeel is ook anderszins geen sprake van onrechtmatigheid. [eiser] heeft niet lang geleden een bodemprocedure tegen de gemeente Dordrecht over de onderhavige kwestie verloren (vonnis rechtbank Dordrecht van 5 maart 2008). Het is niet aannemelijk geworden dat sindsdien de situatie in wezenlijke mate is verergerd. Het bewijsmateriaal waar [eiser] zich in deze kort gedingprocedure op beroept rechtvaardigt die conclusie niet. Er lijkt weliswaar sprake te zijn van enige toename in scheurvorming in de gevel, maar dat is niet voldoende om, vooruitlopend op de uitkomst van de procedure in hoger beroep, een voorlopige voorziening te treffen. In het deskundigenrapport van Hanselman Expertises van 15 juni 2009 waarop [eiser] zich beroept staat immers dat de scheurvorming herstelbaar is. De stelling dat de woning als een total loss moet worden beschouwd vindt geen bevestiging in dit deskundigenrapport. De stelling van [eiser] ter zitting dat er een knik in het dak is ontstaan bleek niet verifieerbaar, nu dit op de ter zitting door [eiser] getoonde foto’s niet goed waarneembaar was. Van de knik wordt geen melding gemaakt in het deskundigenrapport. Ook blijkt nergens uit dat de knik pas is ontstaan nadat het eerdere vonnis is gewezen. Het deskundigenrapport vermeldt bovendien dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat sprake is van verzakking en ook dat niet goed kon worden vastgesteld dat sprake is van schade aan de constructie; daarvoor zou nader onderzoek nodig zijn.

4.3. De stelling dat na het treffen van de gevorderde maatregelen brandweerauto’s de wegversmalling wél kunnen passeren waar het vrachtverkeer voor de supermarkt dat niet zou kunnen, komt op voorhand weinig aannemelijk voor. De stelling dat hulpdiensten via twee andere wegen de [straatnaam] eveneens goed kunnen bereiken faalt. Afsluiting van de [straatnaam] kán enig tijdsverlies opleveren voor hulpdiensten, met name als zich een noodsituatie voor mocht doen juist achter de te plaatsen wegversmalling of boog. De gemeente kan in redelijkheid het standpunt innemen dat enig tijdsverlies niet aanvaardbaar is.

4.4. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Dordrecht worden begroot op € 1.078, waarvan € 816 aan salaris (standaardtarief kort geding) en € 262 aan griffierecht.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente Dordrecht tot op heden begroot op € 1.078.

Dit vonnis is gewezen door mr. T. Zuidema en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2009.?