Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BI8230

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-06-2009
Datum publicatie
16-06-2009
Zaaknummer
11-500574-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 29-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden voor een poging om samen met een ander een bank te beroven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/500574-08 [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 juni 2009

in de strafzaak tegen

[naam],

geboren in 1979,

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, te Dordrecht.

Raadsman mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 juni 2009, waarbij de officier van justitie mr. D. van der Sluis, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

samen met een ander heeft geprobeerd de ABN/AMRO bank in Alblasserdam te beroven.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat in het door haar verstrekte tapproces-verbaal II een uitgewerkt voice-mailbericht van een fysiotherapeut voorkomt. Kort gezegd gaat het bericht over een verzoek tot het maken van een afspraak naar aanleiding van klachten die de broer van verdachte zou ondervinden. Dit is niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 126aa Sv en levert daardoor een vormverzuim op. De officier van justitie heeft gesteld dat niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie echter niet in de rede ligt, omdat:

- het verzuim niet moedwillig is begaan;

- de verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad en;

- de inhoud van het bericht niet in het onderzoek is gebruikt.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om ten aanzien van dit verzuim te volstaan met de enkele constatering daarvan.

De raadsman heeft laten weten hier mee in te stemmen.

De rechtbank volstaat met de constatering van het verzuim. De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het tenlastegelegde bewezen geacht op basis van de hierna opgesomde bewijsmiddelen:

- aangifte namens de ABN/AMRO bank;

- getuigenverklaringen van de vijf personen aanwezig in de bank ten tijde van de overval;

- signalement van verdachte gebaseerd op de verklaring van getuige [getuige 1];

- camerabeelden die opgenomen zijn in de steeg waaraan de achterzijde van de bank is gelegen;

- schoensporen van verdachte aangetroffen in de ABN/AMRO bank in Alblasserdam;

- bestemming navigatie apparatuur zwarte Volkswagen Golf waarin verdachte reed toen hij werd aangehouden;

- inhoud van de zwarte Volkswagen Golf waarin verdachte reed toen hij werd aangehouden, te weten een zwarte jas, GSM telefoon zonder batterij en een autosleutel van het merk Audi;

- informatie over de inbeslaggenomen autosleutel van het merk Audi;

- link verdachte met tweede auto die wellicht bij overval betrokken was, mogelijk van het merk Audi;

- aantreffen van Audi;

- inhoud van de aangetroffen en inbeslaggenomen Audi;

- inbeslaggenomen Audi sleutel afkomstig uit de zwarte Volkswagen Golf.

Door de officier van justitie is hieraan toegevoegd dat zij haar overtuiging dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, mede op de volgende punten heeft gebaseerd:

- verklaring van verdachte na te zijn aangehouden dat hij uit Amsterdam kwam;

- telefoongesprek tussen verdachte en zijn echtgenote op 15 januari 2009 om 14.25 uur;

- telefoons in de auto waarin verdachte werd aangehouden waaruit de batterijen verwijderd waren.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de volgende punten aangevoerd.

Onrechtmatige aanhouding.

Als eerste heeft de raadsman gesteld dat er onvoldoende aanleiding was om verdachte aan te houden en dat daarom de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest. Volgens de raadsman was de aanleiding voor de aanhouding van verdachte dat:

- op 4 december 2008 rond 17.00 uur (spitsuur), op de snelweg A15, twee Marokkaanse mannen reden;

- het bij de verbalisanten bekend was dat er een overval geweest was, waarbij vermoedelijk Marokkaanse mannen betrokken waren;

- de auto waarin deze mannen reden afkomstig was uit Amsterdam;

- de verbalisanten wisten dat er Marokkaanse mannen uit Amsterdam zijn die overvallen plegen.

De raadsman heeft betoogd dat het feit dat een zwarte Volkswagen Golf bij de overval betrokken zou zijn, op het moment van de aanhouding niet bekend was bij de verbalisanten. Deze kennis is gebaseerd op de volgende cirkelredenatie. Het was bij de verbalisanten bekend dat de Volkswagen Golf waar de twee Marokkaanse mannen in reden afkomstig was uit Amsterdam, omdat zij het kenteken hadden laten natrekken. Verder was het hen ambtshalve bekend dat Marokkaanse mannen uit Amsterdam zich schuldig maken aan overvallen op ABN/AMRO banken waarbij mokers gebruikt worden. Dit was de reden om de Volkswagen Golf aan te houden en daar komt uit voort dat een Volkswagen Golf mogelijk betrokken was bij de overval.

De feiten en omstandigheden zoals genoemd zijn volgens de raadsman onvoldoende om tot een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte te komen en dus onvoldoende om tot een rechtmatige aanhouding over te kunnen gaan. De raadsman heeft de rechtbank dan ook verzocht om verdachte vrij te spreken. Indien de rechtbank hier niet toe zou komen, dan heeft de raadsman verzocht om de onderzoeksresultaten die naar aanleiding van deze onrechtmatige aanhouding verkregen zijn, uit te sluiten van het bewijs. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan zaken die verdachte in verband brengen met Alblasserdam of verdachte in verband brengen met de Audi.

Onvoldoende bewijs om verdachte in de bank te plaatsen

Verder heeft de raadsman gesteld dat het enige bewijs om verdachte met de bank in verband te kunnen brengen is: het signalement en de schoensporen.

Het signalement zou volgens de raadsman eigenlijk ook weer weg moeten vallen, omdat dit een heel algemeen signalement is. Heel veel mannen voldoen aan dit signalement.

Met betrekking tot de schoensporen is volgens de raadsman niet vast komen te staan dat deze van verdachte zijn. De kwalificatie van de schoensporen is 'waarschijnlijk'. Dit is de op één na laagste kwalificatie en vormt daarmee geen bewijs.

Het signalement en de schoensporen leveren volgens de raadsman onvoldoende bewijs om te stellen dat verdachte ten tijde van de overval in de bank aanwezig zou zijn geweest. Hij heeft de rechtbank dan ook verzocht om verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging.

Onvoldoende bewijs gebruik pistool

Voorts heeft de raadsman betoogd dat er onvoldoende bewijs is dat er een pistool gebruikt zou zijn bij de overval. In de tenlastelegging staat expliciet vermeld 'een pistool'. Er staat niet subsidiair 'een op een vuurwapen gelijkend voorwerp'. Getuige [getuige 1] heeft hierover als enige verklaard. [getuige 1] kon volgens de raadsman niet beoordelen of het wapen dat zij mogelijk gezien heeft een pistool is zoals dit in de wet bedoeld is. Het kan immers niet aangenomen worden dat [getuige 1] een deskundige op het gebied van wapens is.

Daarbij komt dat [getuige 1] verklaarde dat, toen zij in de donkere kluisruimte terecht kwam, zij dacht dat de man die al in de kluisruimte stond een pistool in zijn hand had. Zij kon dit niet goed zien. Aan het einde van haar verklaring beschreef [getuige 1] het pistool. Het wapen dat is aangetroffen in de Audi, te zien op een foto in het dossier, voldoet niet aan de beschrijving zoals [getuige 1] die heeft gegeven. Deze verklaringen van [getuige 1] leveren volgens de raadsman onvoldoende bewijs voor het gebruik van een pistool bij de overval. Indien de rechtbank niet tot een algehele vrijspraak komt, dan heeft de raadsman subsidiair verzocht om verdachte vrij te spreken van het gebruik van een pistool.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De overval

Aangever heeft verklaard dat op 4 december 2008 tussen 17.00 en 17.05 uur een overval heeft plaatsgevonden op de ABN/AMRO bank in Alblasserdam. Twee overvallers zijn via de achteringang de bank binnengedrongen. Zij hebben hierbij de achterdeur van de bank geforceerd met een moker. Eenmaal binnen in de bank zijn de overvallers doorgelopen naar de hal van de bank waar de klanten van de bank ontvangen worden. Op dat moment waren in de bank vier medewerkers aanwezig. Verder was [getuige 1] als klant in de bank aanwezig.

Vervolgens hebben de overvallers geprobeerd met een moker een beveiligd raam boven het cassette-doorgeefluik te forceren. Achter dit beveiligde raam is de kluisruimte. Door met een moker tegen het raam te slaan is er glas vernield en glas op de grond terecht gekomen. Het is de overvallers niet gelukt het hele raam te forceren.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de overvallers daarna naar het midden van de bank zijn gelopen en vervolgens in de richting van de kluisdeuren. Eén van de twee overvallers sprak [getuige 1] aan met de woorden: "Kom hier". [getuige 1] is daarop in de richting van deze overvaller gelopen. Toen zij bij hem was duwde hij haar met zijn hand in haar rug in de richting van de kluis. Deze overvaller duwde haar vervolgens de kluisruimte in. Toen zij in de kluisruimte was aangekomen zag zij dat de andere overvaller al bij de kluis stond. Door hem werd tegen [getuige 1] gezegd: "waar is het geld, waar is het geld". Hierna ging de andere overvaller naar de kluis toe en begon aan het wiel van de kluis te trekken. Vervolgens hoorde [getuige 1] één van de overvallers tegen haar zeggen: "maak open, maak open".

Hierop hebben de twee overvallers de bank verlaten op dezelfde wijze als waarop zij binnengekomen waren.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangevoerd dat na de overval is gebleken dat de twee overvallers er niet in geslaagd waren om iets uit de bank weg te nemen. Nu uit de aangifte evenmin kan worden afgeleid dat er iets door de overvallers is meegenomen gaat de rechtbank ervan uit dat de overvallers niets weggenomen hebben uit de bank en het in zoverre bij een poging is gebleven.

Signalement verdachte

Direct na de overval is het signalement van de daders verspreid middels de politiefrequentie. Dit signalement was gebaseerd op de informatie die door de in de bank aanwezige personen verstrekt was. Getuige [getuige 1] heeft een signalement gegeven van de man die haar in haar rug duwde. Zij heeft daarbij onder andere de volgende punten genoemd:

- een lichte stoppelbaard, dit stak net boven de rand van de stof uit;

- een iets getinte huid;

- de kleding was helemaal zwart.

Camerabeelden nabij gelegen bedrijf ten tijde overval

Ten tijde van de overval zijn camera opnamen gemaakt door een bedrijf dat dichtbij de ABN/AMRO bank in Alblasserdam gevestigd is.

Op het beeld van 17.01 uur is te zien dat twee personen op een scooter komen aanrijden in de richting van de bank. Deze personen dragen capuchons en hun gezichten zijn bedekt.

Daarna is op de beelden van 17.03 uur te zien dat één van de twee personen met versnelde pas uit de richting van de bank komt. Over zijn schouder draagt hij een soort tas. Verder draagt hij een donkerkleurige broek, een zwarte jas tot net onder de heup en witte schoenen. Hij heeft een smal postuur.

Uit de opnamen blijkt voorts dat kort hierna de tweede persoon vanuit de richting van de bank komt. Hij heeft een scooter bij zich en probeert deze te starten. Het is te zien dat hij witte schoenen draagt met witte sokken. Hij draagt een donkerkleurige broek en een zwarte korte jas, net boven zijn broek. Deze jas is voorzien van een kennelijk vaste capuchon die de man over zijn hoofd draagt. Over zijn schouder draagt hij een tas / plunjebaal kennelijk met iets zwaars erin. Deze persoon is dikker van postuur dan de eerste. Bij het bekijken van deze beelden hebben verbalisanten geconstateerd dat de lengte en het postuur van de tweede persoon overeenkomt met de lengte en het postuur van de verdachte. Verbalisanten merken op dat de verdachte witte sportschoenen met witte sokken droeg toen hij werd aangehouden.

De aanhouding

Rond 17.05 uur op 4 december 2008 kwam bij de politie de melding binnen dat er een overval had plaatsgevonden op de ABN/AMRO bank in Alblasserdam. Gemeld werd dat:

- de daders een soort hamer of bijl hadden gebruik;

- er mogelijk een zwarte Volkswagen Golf bij betrokken was en;

- de daders vermoedelijk van Marokkaanse afkomst waren.

Toen de verbalisanten op de A15 reden zagen zij een donkere Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] vanuit de richting van Alblasserdam rijden. Toen zij deze auto inhaalden, zagen zij dat er twee Marokkaanse mannen in de auto zaten. De bestuurder van de auto viel hen op door zijn ongeschoren gezicht. Vervolgens hebben de verbalisanten het kenteken van de auto nagevraagd en hoorden zij, dat deze op naam stond van een persoon uit Amsterdam. Het was de verbalisant ambtshalve bekend dat Marokkaanse groeperingen uit Amsterdam zich schuldig maken aan overvallen op bankinstellingen waarbij scooters en mokers worden gebruikt.

De verbalisanten bleven de auto volgen in Rotterdam. Zij hadden het vermoeden dat de bestuurder door had dat hij gevolgd werd en hen probeerde af te schudden. Even later bleek dat één van de mannen uit de auto was gevlucht.

Rond 17.43 uur werd verdachte als bestuurder van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] aangehouden in Rotterdam. Toen de verdachte na zijn aanhouding overgebracht werd naar het bureau van de politie zag een verbalisant dat de verdachte een opvallende stoppelbaard had.

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig was, omdat er onvoldoende aanleiding was om verdachte aan te houden.

Naar het oordeel van de rechtbank dient met betrekking tot de aanhouding van verdachte met de volgende feiten en omstandigheden rekening te worden gehouden:

- verdachte voldeed aan het signalement van één van de daders van de bankoverval in Alblasserdam, te weten Marokkaanse man (samen met een andere Marokkaanse man), met een stoppelbaard, rijdend in een zwarte Volkswagen Golf, komend vanuit de richting Alblasserdam;

- de auto waarin verdachte reed was afkomstig uit Amsterdam en het was verbalisanten ambtshalve bekend dat Marokkaanse groeperingen uit Amsterdam zich schuldig maken aan bankovervallen met dezelfde werkwijze (mokers gebruikt);

- het vluchtgedrag dat verdachte en medeverdachte vertoonden door te proberen de verbalisanten af te schudden met de auto en het daadwerkelijk uit de auto vluchten van de mede-inzittende.

Deze feiten en omstandigheden leiden er volgens de rechtbank toe dat er een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van de verdachte was, op grond waarvan de verbalisanten tot aanhouding konden overgaan. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman.

Inhoud Volkswagen Golf waarin verdachte werd aangehouden

In de Volkswagen Golf waarin verdachte werd aangehouden, werd navigatieapparatuur aangetroffen. In deze navigatieapparatuur was als laatste reisdoel zichtbaar: Alblasserdam Nederland (NL).

Verder werd in deze auto onder andere een zwarte leren jas met capuchon aangetroffen.

Bij het bekijken van de camerabeelden opgenomen ten tijde van de overval door een nabij de bank gelegen bedrijf, is door verbalisanten geconstateerd dat deze jas qua kleur en lengte overeen komt met de jas die de persoon draagt die als eerste de bank uitkomt.

Tevens werd in deze Volkswagen Golf een autosleutel van het merk Audi gevonden. Deze sleutel werd in beslaggenomen. Bij nader onderzoek is vastgesteld dat bij deze sleutel ook een afstandsbediening voor een Audi auto aanwezig was.

Verklaring verdachte na te zijn aangehouden

Verdachte verklaarde bij zijn aanhouding dat hij zojuist uit Amsterdam was gekomen. Dit terwijl hij samen met een ander vanuit de richting van Alblasserdam kwam rijden voor hij werd aangehouden. Daar komt nog bij dat uit het navigatieapparaat van de auto waarin hij werd aangehouden bleek dat de allerlaatste ingevoerde bestemming Alblasserdam was.

Schoensporen van verdachte

Op de tegelvloer in de ABN/AMRO bank in Alblasserdam zijn schoenafdrukken aangetroffen. Deze schoenafdrukken zijn vergeleken met de schoenen die verdachte droeg op het moment dat hij werd aangehouden. Naar aanleiding van dit vergelijkend sporenonderzoek is geconcludeerd dat de in de bank aangetroffen schoenafdruksporen van een linker- en een rechterschoen waarschijnlijk veroorzaakt zijn met de schoenen van verdachte.

Link verdachte met een tweede auto, Audi A4 kenteken [kenteken]

Uit opgenomen tapgesprekken gevoerd op 18 december 2008 tussen de echtgenote van verdachte en een onbekende vrouw wordt gesproken over een auto. In deze gesprekken is te horen dat deze auto van ene '[naam]' zou zijn en dat alleen verdachte zou weten waar die auto is. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat deze '[naam]' [medeverdachte 1] is. Verder is gebleken dat op het adres van deze [medeverdachte 1] een Audi A4 met kenteken [kenteken] geregistreerd staat op naam van zijn vriendin.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze Audi A4 ter reparatie naar de garagebox van de broer van verdachte had gebracht. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte regelmatig in de garage van zijn broer werkte. De broer van verdachte heeft verklaard dat één dag voor de aanhouding van verdachte deze Audi A4 uit zijn garagebox was verdwenen. Naar aanleiding daarvan heeft hij nog geprobeerd verdachte te bellen om te vragen waar de auto was, maar hij heeft geen contact meer met hem kunnen krijgen.

Audi A4 kenteken [kenteken] aangetroffen in Alblasserdam

Op 13 januari 2009 kwam bij de politie een melding binnen dat in de Bilderdijkstraat in Alblasserdam al geruime tijd een Audi A4 met kenteken [kenteken] stond geparkeerd. Getuigen verklaarden dat deze auto er al ongeveer 7 weken stond. Deze Audi A4 was opgevallen, omdat deze auto niet in de Bilderdijkstraat thuis hoorde. Naar aanleiding van de melding werd deze auto door verbalisanten afgesloten aangetroffen in de Bilderdijkstraat en in beslaggenomen.

Aangetroffen voorwerpen in Audi A4 kenteken [kenteken]

De inbeslaggenomen Audi A4 met kenteken [kenteken] is onderzocht. Tijdens dit onderzoek werden in de kofferbak onder andere de volgende voorwerpen aangetroffen:

- 1. zwarte heupjas

- 2. zwarte vrij nieuwe plunjebaal

- 3. blauwe jas, merk Armani

- 4. rugzak van Perry Sport, groen met zwart, type Outdoor travel "Bushranger"

- 5. in de rugzak een moker (hamer met steel) met een roestige kop

Hierna wordt per voorwerp toegelicht hoe deze voorwerpen te herleiden zijn naar de ABN/AMRO bank in Alblasserdam ten tijde van de overval en / of de verdachte.

Ad 1. Zwarte heupjas

Deze jas voldoet qua kleur en capuchon aan wat de getuigen van de overval verklaard hebben over de kleding die de daders droegen. Verder komt deze jas overeen met de jas die de tweede persoon die de bank verliet droeg (zwarte korte jas, net boven zijn broek voorzien van kennelijk vaste capuchon) als zichtbaar op de camerabeelden opgenomen door een nabij de ABN/AMRO bank gelegen bedrijf.

Deze jas is onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Tijdens dit onderzoek is gebleken dat op deze jas DNA materiaal aanwezig was. Dit materiaal is vergeleken met gegevens in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. In deze DNA-databank was eerder een DNA monster van verdachte opgenomen. Uit deze vergelijking kwam naar voren dat het DNA materiaal dat op de jas aangetroffen was matcht met het DNA van verdachte. De kans dat het DNA materiaal dat op de jas aangetroffen was afkomstig is van een willekeurig gekozen ander persoon, is kleiner dan één op één miljard.

Ad 2. Zwarte plunjebaal

Eén van de bankmedewerkers heeft verklaard dat één van de daders een soort tas over zijn schouder droeg, een soort plunjebaal, zwart. Verder heeft ook getuige [getuige 1] verklaard dat één van de twee mannen iets zwarts in zijn hand had, mogelijk een tas of een zak.

Ad 3. Blauwe jas, merk Armani

De echtgenote van verdachte heeft verklaard dat verdachte toen hij van huis vertrok op de dag van de overval een donkerblauwe Armani trui aan had.

Ad 4. Rugzak van Perry Sport en ad 5. Moker

Deze rugzak en moker zijn onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat glasdeeltjes die werden aangetroffen in deze rugzak en op deze moker zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van de ingeslagen ruit van de ABN/AMRO bank in Alblasserdam.

Sleutels bij politie passen op de Audi A4 met kenteken [kenteken]

Op 16 maart 2009 heeft [medeverdachte 1] de Audi A4 met kenteken [kenteken] opgehaald bij de afdeling inbeslaggenomen goederen van politie Zuid-Holland-Zuid. Bij de politie waren Audi-sleutels met afstandsbediening aanwezig. De Audi-sleutels die pasten op deze Audi A4 zijn meegegeven aan [medeverdachte 1].

Op grond van de hierboven omschreven feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij de overval op de ABN/AMRO bank in Alblasserdam op 4 december 2008, waarbij hij samen met een ander in de bank is geweest.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 04 december 2008 te Alblasserdam

ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld , geheel of ten dele toebehorende aan ABN/AMRO bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak,

en

welke door hen voorgenomen diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededader , die [getuige 1] heeft gesommeerd bij hem te komen door tegen haar te zeggen: "Kom hier" envervolgens die [getuige 1] heeft geduwd in haar rug in de richting van de kluis (van het ABN/AMRO filiaal te Alblasserdam) en/vervolgens die [getuige 1] voornoemde kluis in heeft geduwd envervolgens tegen die [getuige 1] heeft gezegd: "Waar is het geld, waar is het geld" en "Maak open, maak open" terwijl de uitvoering van dat door hem enzijn mededader voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat het bewijs ontbreekt dat tijdens de overval een wapen is gebruikt. Het betoog van de raadsman dat de getuige [getuige 1] niet heeft kunnen oordelen of er sprake was van een pistool in de zin van de wet blijft daardoor verder buiten beschouwing.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat, mede gelet op andere overvallen, het hier een clean gebeuren betrof. Er is geen geweld gebruikt. Het is heel snel gegaan en de overval is mislukt. De eis van vier jaar die de officier van justitie heeft gesteld, is volgens de raadsman aan de bijzonder hoge kant. Vooral omdat het hier alleen om een poging gaat. Drie à vier jaar gevangenisstraf is volgens de raadsman het gemiddelde voor geslaagde overvallen waarbij een vuurwapen is gebruikt. Als het gebruik van een vuurwapen wegvalt, is de straf mogelijk nog lager. De raadsman heeft de rechtbank verzocht hier rekening mee te houden bij haar overwegingen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met een ander geprobeerd de ABN/AMRO bank in Alblasserdam te overvallen. Zij hebben daarbij gebruik gemaakt van een scooter en twee auto's, een Volkswagen Golf en een Audi A4. De Audi A4 is kort vóór de overval al in Alblasserdam weggezet. Verdachte en zijn mededader zijn de bank binnengekomen door de achterdeur met een moker te forceren.

Eenmaal in de bank hebben verdachte en zijn mededader tegen de medewerkers van de bank en een klant geroepen: 'Dit is een overval, allemaal liggen'. Drie medewerkers hebben zich daarop verstopt. Eén van de medewerkers kon uit de bank vluchten en heeft 112 gebeld. De in de bank aanwezige klant, [getuige 1], was zo geschrokken dat zij bleef staan. Vervolgens hebben verdachte en zijn mededader geprobeerd om met de moker een beveiligd raam in te slaan om toegang tot de kluisruimte te krijgen. Ondanks veel geweld, waarbij glas werd vernield, gelukte het niet om het gehele raam te forceren.

Vervolgens heeft verdachte [getuige 1] gesommeerd bij hem te komen en heeft hij haar, tegen haar zin, de kluisruimte ingeduwd. In de kluisruimte werd haar door de overvallers opgedragen de kluis te openen. [getuige 1] wist als klant van de bank vanzelfsprekend niet wat zij moest doen en bovendien stond zij te trillen van angst.

Toen bleek dat de kluis niet geopend kon worden, hebben verdachte en zijn mededader de bank weer verlaten via de achterdeur. Zij hebben de spullen die zij bij de overval gebruikt hadden en enkele kledingstukken die zij ten tijde van de overval droegen in de kofferbak van de Audi A4 gelegd. Daarna hebben zij met de Volkswagen Golf Alblasserdam verlaten. Onderweg werden zij echter opgemerkt door politieagenten en na een achtervolging is verdachte uiteindelijk in Rotterdam aangehouden. Zijn mededader was onderweg al uit de auto gevlucht.

Een bankoverval is een zeer ernstig feit en draagt bij aan de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder. In de eerste plaats is de overval voor [getuige 1] een zeer traumatische ervaring geweest, vooral omdat zij dacht dat zij gegijzeld zou worden. Dit heeft er uiteindelijk ook toe geleid dat zij in de kluisruimte een black-out heeft gekregen. Ook de ABN/AMRO medewerkers die ten tijde van de bankoverval in de bank aanwezig waren, hebben dit feit als buitengewoon beangstigend en bedreigend ervaren.

De rechtbank gebruikt als uitgangspunt bij het bepalen van de strafmaat de straffen die gewoonlijk voor bankovervallen worden opgelegd. Die straffen variëren van drie tot vijf jaren gevangenisstraf. De rechtbank zal de volgende omstandigheden in strafverminderende zin laten meewegen bij het bepalen van de strafmaat:

- het gaat hier om een poging;

- de slachtoffers hebben geen lichamelijk letsel opgelopen;

- niet is komen vast te staan dat een wapen is gebruikt.

Uit het strafblad van verdachte blijkt weliswaar dat hij veelvuldig met justitie in aanraking is geweest, maar de veroordelingen wegens diefstal dateren van inmiddels meer dan vijf jaar geleden. Deze omstandigheid zal de rechtbank daarom niet in strafverzwarende zin laten meewegen bij het bepalen van de strafmaat.

In strafmaatverminderende zin weegt de rechtbank verder mee dat aan verdachte beperkingen zijn opgelegd tijdens zijn voorarrest, voor langere duur dan noodzakelijk was voor het onderzoek. Het openbaar ministerie heeft immers niet accuraat gereageerd op een tip over meergenoemde Audi A4, terwijl de beperkingen gehandhaafd bleven om te voorkomen dat de zoektocht naar deze auto kon worden gefrustreerd.

Op grond van hetgeen hiervoor overwogen is, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 30 maanden dient te worden opgelegd.

8 Het beslag

8.1 De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de hierna in de beslissing genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 45, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten;

nr. 1 scooter van het merk Gilera;

nr. 2 jas van het merk Kazachstan;

nr. 10 navigatiesysteem van het merk GPS Blue Tooth

nr. 11 een papier

nr. 12 een klantenpas

nr. 13 een kaartlezer van het merk Casio.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. W.P.M. Jurgens en

mr. G.B. Raaphorst, rechters, in tegenwoordigheid van mr.drs. D.L. Spierings griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 juni 2009.

Mr. G.B. Raaphorst is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 04 december 2008 te Alblasserdam ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN/AMRO bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke door hem/hen voorgenomen diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [getuige 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [getuige 1] heeft/hebben gesommeerd bij hem/hen te komen door tegen haar te zeggen: "Kom hier" en/of (vervolgens) die [getuige 1] heeft/hebben geduwd in/tegen haar rug in de richting van de kluis (van het ABN/AMRO filiaal te Alblasserdam) en/of (vervolgens) die [getuige 1] voornoemde kluis in heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) aan die [getuige 1] een pistool heeft/hebben getoond (dat hij, verdachte en/of zijn mededader in zijn hand hield) en/of (vervolgens) tegen die [getuige 1] heeft/hebben gezegd: "Waar is het geld, waar is het geld" en/of "Maak open, maak open" terwijl de uitvoering van dat door hem en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet is voltooid;