Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH4923

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
05-03-2009
Zaaknummer
11/510065-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak onderzoek Lindespint. De rechtbank veroordeelt een 22-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren en 6 maanden voor het plegen van diverse bedrijfsinbraken, een geweldadige beroving op straat en het medeplegen van een gewapende overval op de Lidl. Verdachte heeft als enige verdachte in het onderzoek Lindespint openheid van zaken gegeven en de feiten bekend. De rechtbank weegt deze proceshouding van verdachte in zijn voordeel mee. De eis van de officier van justitie past bij de persoonlijke omstandigheden van verdachte maar doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank komt daarom uit op een hogere straf dan door de officier van justitie is geëist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 11/510065-08, 11/711431-08 (ttz.gev) en 10-701126-07 (TUL)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 maart 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in 1986,

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Rijnmond, locatie HvB Noordsingel, te Rotterdam.

De rechtbank heeft ter zitting van 19, 20, 26 en 27 januari 2009 en 3 en 19 februari 2009 de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaardingen is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zijn gewijzigd. De teksten van de gewijzigde tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht en maken hiervan deel uit.

De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

2 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging

3 Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren waarvan zes maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest met als bijzondere voorwaarde reclasseringsbegeleiding en indien dat aan de orde is behandeling voor zijn problematiek bij Groot Batelaar of een soortgelijke instelling.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de feiten 2, 4, 5, 6, 8, 10 en 11. De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 3, 7 primair en subsidiair en 9. De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 een bewijsverweer gevoerd en voor het overige heeft zij een strafmaatverweer gevoerd.

3.3 De vordering van de benadeelde partij

De hierna te noemen benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd en hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot het betalen van de hierna nader te noemen bedragen ter zake van schadevergoeding:

* [slachtoffer 1] (feit 1) EUR 639,88

* [benadeelde 1] (feit 4) EUR 1.533,85

* [benadeelde 2] (feit 5) EUR 3.097,01

* [benadeelde 3] (feit 6) EUR 110,--

* [benadeelde 4] (feit 9) EUR 300,--

* [benadeelde 5] (feit 10) EUR 1.770,38

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3], met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen [benadeelde 4] en [benadeelde 5] in hun vorderingen omdat deze vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn.

Verdachte heeft zich bereid verklaard de vordering van de benadeelde [slachtoffer 1] te voldoen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] is niet betwist.

Van de overige vorderingen is door de verdediging de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade betwist.

4 De bewijsbeslissing

4.1 De vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 3 en 9 ten laste is gelegd.

De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte zowel tijdens zijn verhoren bij de politie als ter terechtzitting openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft hierbij meerdere feiten bekend, maar de feiten 3 en 9 ten stelligste ontkend.

Voor beide feiten is er weliswaar wettig bewijs voorhanden, maar de rechtbank heeft niet de overtuiging dat verdachte bovengenoemde feiten heeft gepleegd. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van deze feiten.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

11/510065-08

1.

op 14 maart 2008 te Barendrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets merk: Batavus, type: Course en een toegangspas en een etui met sleutels en een geldbedrag 5 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat, verdachte, en/of zijn mededader - zakelijk weergegeven -

- die [slachtoffer 1] met een krik tegen zijn fiets heeft geslagen,

waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en

- die [slachtoffer 1] meermalen, tegen zijn lichaam hebben geschopt, terwijl die [slachtoffer 1]op de grond lag;

2.

op 14 maart 2008 te Barendrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] weg te nemen geld/of goederen, toebehorende aan Pega, en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen door middel van braak, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, - zakelijk weergegeven -

- over een hek is geklommen en

- een ruit van een roldeur heeft verbroken en

- tegen de toegangsdeur van het kantoor heeft getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

op 19 februari 2008 te Barendrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een school, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen een overheadprojector en beeldscherm, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

5.

op 7 maart 2008 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een kluis en een geldcassette en een geldbedrag 1020,15 Euro, toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

6.

op 4 maart 2008 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een kassalade met daarin een geldbedrag ongeveer 160 Euro, toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

11/711431-08

7.

Zaak Lidl

op 7 februari 2008 te Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met anderen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag ongeveer 7635,22 Euro toebehorende aan Lidl, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

B)

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 4],

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn, mededader(s),

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 4]heeft getoond en op die [slachtoffer 4]heeft gericht en gericht gehouden en tegen het hoofd van die [slachtoffer 4]heeft gedrukt en

- tegen die [slachtoffer 4]heeft geroepen: "Maak die fucking deur open, we gaan geld uit de kluis halen.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- die [slachtoffer 4]tegen zijn rug heeft geduwd en

- tegen die [slachtoffer 4]heeft gezegd dat die [slachtoffer 4] moest doorlopen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 4] heeft geduwd en

- tegen die [slachtoffer 4]heeft geroepen: "Waar is de kluis, we moeten geld, we moeten geld." en "Waar is de kluis?." en "Waar is de sleutel?" en "Ga op de grond liggen met je hoofd die kant op." en "Doe je handen op je hoofd." en "Voor je kijken of ik knal je kop eraf." en "Je moet komen staan." en "Je moet opschieten, anders zie je je vrouw en kinderen niet meer." en "Haal het fucking alarm eraf, haal het alarm eraf." en "Ik weet nu waar je woont, dus doe geen gekke dingen, anders

zie je je vrouw en kinderen nooit meer terug.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 4] heeft geduwd en die [slachtoffer 4] heeft gesommeerd op zijn buik te gaan liggen en

- tegen die [slachtoffer 4]heeft geroepen: "Ga daarheen liggen met je kop.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- die [slachtoffer 4]meermalen, tegen zijn rug en nek heeft geschopt en

tegen die [slachtoffer 4]heeft gezegd dat hij zijn handen op zijn rug moest doen en de handen en voeten van die [slachtoffer 4] met tie-wraps hebben vastgebonden en

- die [slachtoffer 4] tegen zijn lichaam heeft geschopt en

- tegen die [slachtoffer 4]heeft geroepen dat hij naar rechts moest kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking;

8.

op 11 februari 2008 te Heerjansdam, gemeente Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel, gevestigd aan [adres] heeft weggenomen strippenkaarten en postzegels en briefkaarten toebehorende aan Spar, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

10.

op 11 februari 2008 te Barendrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel, gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen luchtjes, toebehorende aan Trekpleister, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

11.

op tijdstippen in de periode van 26 januari 2008 tot en met 14 maart 2008 te Barendrecht opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 Nadere bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen bewezenverklaring kan volgen, omdat er geen sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten bij de verwezenlijking van de overval.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte is door [medeverdachte 1] gevraagd of hij geld wilde verdienen en of hij soldaat wilde zijn. Kennelijk wist hij wat daarmee bedoeld werd. Hij vroeg immers of [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ook meegingen en bood zelf aan ook nog een soldaat te regelen. Nadat hij door genoemde mededaders was opgehaald, heeft hij met [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] de avond/nacht doorgebracht in het huis van getuige [getuige 1], alwaar een aantal medeverdachten vaak kwamen. Daar werden, zoals verdachte zelf heeft verklaard, sterke verhalen verteld en wapens getoond.

Om 6.00 uur werd verdachte door [medeverdachte 2] met [medeverdachte 3] naar een auto gebracht, waarmee verdachte [medeverdachte 3] naar een bepaalde plek in Zwijndrecht moest brengen. Nadat [medeverdachte 4] door [medeverdachte 2] ook op die plek was afgezet hebben verdachte en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] in de auto gezeten, totdat die [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] uit de auto op pad gingen.

Verdachte heeft op hen gewacht, en heeft toen nog een man ([medeverdachte 5]) aangesproken die bij [medeverdachte 4] bleek te horen.

Toen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] met de buit terug in de auto kwamen, is verdachte met hen gereden naar genoemd huis van [getuige 1] in Rotterdam. Daar werd de buit verdeeld. Ook verdachte kreeg zijn deel. Later heeft verdachte de auto, waarin hij had gereden, verbrand, zoals hij tevoren met [medeverdachte 1] had afgesproken.

Uit het voorgaande blijkt dat er weldegelijk sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders bij de verwezenlijking van de overval. Verdachte wist, althans heeft moeten kunnen weten, wat er die ochtend op 7 februari 2008 ging gebeuren en hij heeft daaraan een onmisbare substantiële bijdrage geleverd.

4.4 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, VOORAFGEGAAN VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN;

2.

POGING TOT DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

4., 6., 8. en 10 telkens

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

5.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT EN HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK.

7. primair

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN

en

AFPERSING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

11.

OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 2 ONDER B VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan meerdere ernstige feiten.

Toen verdachte samen met een medeverdachte in de vroege ochtend op straat liep na een poging tot inbraak, kwamen zij een fietser tegen. Verdachte heeft met een krik naar de fiets geslagen en vervolgens hebben zij beiden hard tegen het lichaam van die fietser geschopt terwijl hij op de grond lag. De uiteindelijke buit bestond uit EUR 5,=, een pasje, sleutels en de fiets. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij een onschuldige voorbijganger op weg naar zijn werk zo heeft toegetakeld.

Het spreekt voor zich dat het slachtoffer ernstig geschrokken is door dit feit. Uit het dossier blijkt dat hij hiervan lang hinder heeft ondervonden en dat hij nu nog steeds kampt met bepaalde angstgevoelens.

Dit soort feiten, zeker als zij worden gepleegd op de openbare weg, roepen voorts onrustgevoelens in de maatschappij op.

Verdachte was die ochtend op weg na een mislukte poging tot een bedrijfsinbraak. Naast deze poging tot inbraak heeft verdachte samen met anderen inbraken gepleegd in een school en in diverse winkels. Bij alle inbraken werd de toegang tot de panden verschaft door een steen door de ruit te gooien of rolluiken te ontzetten. Naast de verdwenen spullen hebben de slachtoffers daarom ook te kampen met forse braakschade.

Uit dit handelen van verdachte valt af te leiden dat hij geen enkel respect heeft voor de eigendommen van een ander. Hij heeft slechts oog gehad voor zijn eigen behoeften en voor zijn eigen financiële gewin.

Alle eerder genoemde inbraken hebben ’s nachts plaatsgevonden, toen er niemand aanwezig was in de bedrijven. Verdachte heeft zich echter ook schuldig gemaakt aan een overval op een supermarkt, waarbij geweld en wapens zijn gebruikt tegen de bedrijfsleider van de winkel. Deze man werd bij de opening van de winkel verrast toen twee daders met wapens de winkel binnenkwamen hem vervolgens dwongen geld af te geven. Het hoeft geen betoog dat dit een enorme impact heeft gehad op het slachtoffer. In dezelfde regio en periode zijn meerdere supermarkten overvallen. Deze reeks van overvallen dragen bij aan gevoelens van onveiligheid die leven in de buurt, maar ook zeker bij de medewerkers van de supermarkten. De rechtbank neemt het verdachte in dat opzicht kwalijk dat hij zoveel feiten heeft gepleegd, waarbij het langzaam van kwaad tot erger werd.

Verdachte heeft zich daarnaast in een periode van twee maanden bezig gehouden met de handel in cocaïne. Ook hier heeft verdachte totaal geen rekening gehouden met alle negatieve aspecten die voortkomen uit dergelijke handel, maar slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.

Gelet op de hoeveelheid en ernst van de feiten is een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting openheid van zaken gegeven. Tevens lijkt hij oprecht spijt te hebben van zijn daden, in het bijzonder van de beroving van de fietser. De rechtbank weegt deze positieve proceshouding van verdachte in zijn voordeel mee.

De rechtbank weegt het forse strafblad van verdachte in zijn nadeel mee. Verdachte heeft ter zitting meerdere malen aangegeven spijt te hebben van zijn daden en serieus het roer om te willen gooien. Hij is tot het besef gekomen dat hij hulp nodig heeft en hij heeft zich bereid verklaard een behandeling bij Groot Batelaar te ondergaan.

Uit het voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 6 juni 2008, komt naar voren dat bij verdachte sprake is van forse gedragsproblematiek en problemen met het reguleren van agressie. Dit in combinatie met alcoholmisbruik leidt tot een hoog recidiverisico. Geadviseerd wordt aan verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen met verplicht reclasseringscontact, zodat een eventuele opname in Groot Batelaar al in detentie kan worden opgestart.

De rechtbank is samen met de officier van justitie, de verdediging en de reclassering van oordeel dat verdachte behandeling nodig heeft. Een deels voorwaardelijke straf als stok achter de deur met de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, lijkt in beginsel passend en geboden.

Wanneer de rechtbank echter kijkt naar het wettelijk strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten doorgaans worden opgelegd, dan komt zij niet toe aan de oplegging van een deels voorwaardelijke straf. De wetgever heeft deze mogelijkheid in artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht immers begrensd tot een maximale duur van 4 jaren.

De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie, past bij de persoonlijke omstandigheden van verdachte maar onvoldoende rekening houdt met aard en ernst van de feiten.

De rechtbank houdt daarnaast rekening met de straffen die aan de medeverdachten zullen worden opgelegd. Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaren en zes maanden passend en geboden is.

7.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

7.2.1 De verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel, dat de onder verdachte inbeslaggenomen en aan hem toebehorende weegschalen, verbeurd dienen te worden verklaard, nu met behulp van die voorwerpen het bewezenverklaarde feit 11 is begaan of voorbereid.

7.2.2 De onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de onttrekking aan het verkeer gelasten van de onder verdachte inbeslaggenomen krik, nu met behulp van de dit voorwerp het bewezenverklaarde feit 1 is begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

7.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

Nu is komen vast te staan dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] (feit 1)en [benadeelde 3] (feit 6), als gevolg van de bewezen verklaarde strafbare feiten 1 en 6 rechtstreeks schade hebben geleden, de verdachte terzake straf zal worden opgelegd en de verdachte noch de aansprakelijkheid voor noch de omvang van de gevorderde schadevergoedingen heeft betwist, zullen de gevorderde bedragen worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft als gevolg van het bewezenverklaarde feit 5 rechtstreekse schade geleden. Nu deze benadeelde partij zowel op 4 maart 2008 als op 7 maart 2008 schade heeft geleden, en verdachte alleen op 7 maart 2008 het strafbare feit heeft gepleegd, zal de rechtbank slechts die posten toewijzen die rechtstreeks terug te voeren zijn op 7 maart 2008.

De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen tot een bedrag van EUR 2.274,83 voor de posten schade aan kluis (2), glasschade (3), kosten alarm (4) en de geleden geldschade (7).

De rechtbank acht het overige gedeelte van de vordering niet van zo eenvoudige aard, dat zij zich leent voor behandeling in het strafproces. De rechtbank zal de benadeelde partij voor dit gedeelte van de vordering niet ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit gedeelte van haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Naast (gedeeltelijke) toewijzing van deze civiele vorderingen zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoedingen tevens telkens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

Nu verdachte de desbetreffende strafbare feiten met een of meer anderen heeft gepleegd en er derhalve van moet worden uitgegaan dat deze persoon/personen mede aansprakelijk is/zijn voor de door deze feiten veroorzaakte schade, zal worden verstaan dat verdachte terzake hoofdelijk is verbonden.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 4) niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, omdat deze vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De rechtbank acht zonder nadere stukken onvoldoende duidelijk waarom de schade aan het pand wel en de weggenomen goederen niet door de verzekering vergoed worden. Voorts wordt met het ontbreken van originele aankoopbonnen geen inzicht gegeven hoe oud de weggenomen goederen waren, zodat niet kan worden vastgesteld wat de hoogte van de afschrijvingen moet zijn. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 4] ( feit 9) niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering omdat er, gelet op de vrijspraak van verdachte voor feit 9, geen sprake is van rechtstreekse schade.

De rechtbank zal ook de benadeelde partij [benadeelde 5] (feit 10) niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De rechtbank acht onvoldoende duidelijk of de onder de verdachten teruggevonden flesjes parfum, in mindering zijn gebracht op de vordering, zodat de schade door de rechtbank niet eenvoudig vastgesteld kan worden. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.4 De vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling

Verdachte is door de rechtbank te Rotterdam bij onherroepelijk geworden vonnis van 28 september 2007 onder parketnummer 10/701126-07 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, met bepaling dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregelen berusten op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 3 en 9 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een GEVANGENISSTRAF van VIER (4) JAREN en ZES (6) MAANDEN;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten

2.00 STK weegschaal, volgnummer K.K.01.17/18;

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

1.00 STK Krik, volgnummer 2967492;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van EUR 639,88, waarvan EUR 339,88 ter zake van materiële schade en EUR300,= ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], EUR 639,88 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 12 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van

EUR 110,=, zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], EUR 110,= te betalen, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van EUR 2.274,83 ter zake van materiële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], EUR 2.274,83 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 32 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 4] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 5] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 28 september 2007 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10/701126-07 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten gevangenisstraf van vier (4) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter,

mr. W.P.M. Jurgens en mr. dr. M.I. Blagrove, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. Herlaar griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 5 maart 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

De wijzigingen tenlastelegging ex artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering zijn cursief weergegeven in de tekst.

1.

hij op of omstreeks 14 maart 2008 te Barendrecht, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: Batavus, type: Course) en/of

een toegangspas en/of een etui met (een) sleutel(s) en/of een geldbedrag (5

Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) - zakelijk weergegeven -

- die [slachtoffer 1] (met een krik) tegen zijn lichaam en/of zijn fiets heeft/hebben geslagen,

waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of

- die [slachtoffer 1]meermalen, althans eenmaal, tegen zijn lichaam heeft/hebben

geschopt en/of getrapt, terwijl die [slachtoffer 1]op de grond lag;

2.

hij op of omstreeks 14 maart 2008 te Barendrecht, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] weg te nemen

(een) geldbedrag(en) en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende

aan Pega, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en) en/of goed(eren) onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen, - zakelijk weergegeven -

- over een hek zijn/is geklommen en/of

- een ruit van een roldeur heeft/hebben verbroken en/of

- tegen de toegangsdeur van het kantoor heeft/hebben getrapt en/of geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 14 maart 2008 te Barendrecht, toen de aldaar dienstdoende

"verbalisant 0311" verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 312

Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van

enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had aangehouden en vastgegrepen,

althans vast had teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een

hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van

verhoor, te weten het politiebureau te Rotterdam, zich met geweld heeft verzet

tegen bovengenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige

uitoefening zijner bediening, door opzettelijk gewelddadig een krik tegen het

gezicht van die "verbalisant 0311" te gooien, tengevolge waarvan deze

opsporingsambtenaar enig lichamelijk letsel (opgezwollen mond en/of blauw

gekleurde en/of opgezette onderlip) bekwam;

4.

hij op of omstreeks 19 februari 2008 te Barendrecht tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een school, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

een overheadprojector en/of (een) beeldscherm(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

5.

hij op of omstreeks 7 maart 2008 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand, gelegen aan de

[adres] heeft weggenomen een kluis en/of een geldcassette en/of een

geldbedrag (1020,15 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

6.

hij op of omstreeks 4 maart 2008 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand, gelegen aan de

[adres] heeft weggenomen een kassalade met daarin een geldbedrag

(ongeveer 160 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 3] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

11/711431-08

7.

Zaak Lidl

hij op of omstreeks 7 februari 2008 te Zwijndrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en) (ongeveer 7635,22 Euro) en/of een portemonnee (met inhoud),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Lidl en/of

[slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4]heeft gedwongen tot

de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 7635,22 Euro) en/of een

portemonnee (met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Lidl en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn, mededader(s),

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 4]heeft/hebben getoond en/of op die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 4]heeft/hebben gedrukt en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben geroepen: "Maak die fucking deur open,

we gaan geld uit de kluis halen.", althans woorden van gelijke dreigende

aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 4]tegen zijn rug heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 4]moest

doorlopen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 4]heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben geroepen: "Waar is de kluis, we moeten

geld, we moeten geld." en/of "Waar is de kluis?." en/of "Waar is de

sleutel?" en/of "Ga op de grond liggen met je hoofd die kant op." en/of "Doe

je handen op je hoofd." en/of "Voor je kijken of ik knal je kop eraf." en/of

"Je moet komen staan." en/of "Je moet opschieten, anders zie je je vrouw en

kinderen niet meer." en/of "Haal het fucking alarm eraf, haal het alarm

eraf." en/of "Ik weet nu waar je woont, dus doe geen gekke dingen, anders

zie je je vrouw en kinderen nooit meer terug.", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 4]heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben gesommeerd op zijn buik te gaan liggen en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen: "Ga daarheen liggen met je

kop.", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 4]meermalen, althans eenmaal, tegen zijn rug en/of nek

heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben gezegd dat hij zijn handen

op zijn rug moest doen en/of (vervolgens) de handen en/of voeten van die [slachtoffer 4] met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden en/of

- die [slachtoffer 4]meermalen, althans eenmaal, tegen zijn lichaam heeft/hebben

geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben geroepen dat hij naar rechts moest

kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 4] en/of (een) ander(en) op of omstreeks 7 februari 2008 te

Zwijndrecht,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen

(een) geldbedrag(en) (ongeveer 7635,22 Euro) en/of een portemonnee (met

inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Lidl

en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

[medeverdachte 4] en/of die ander(en) en/of aan verdachte, welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voornoemd

misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft/hebben

gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 7635,22 Euro)

en/of een portemonnee (met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Lidl en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan die [medeverdachte 4] en/of die ander(en) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte 4] en/of die ander(en),

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 4]heeft/hebben getoond en/of op die [slachtoffer 4]heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer 4]heeft/hebben gedrukt en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben geroepen: "Maak die fucking deur open,

we gaan geld uit de kluis halen.", althans woorden van gelijke dreigende

aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 4]tegen zijn rug heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 4]moest

doorlopen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 4]heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben geroepen: "Waar is de kluis, we moeten

geld, we moeten geld." en/of "Waar is de kluis?." en/of "Waar is de

sleutel?" en/of "Ga op de grond liggen met je hoofd die kant op." en/of "Doe

je handen op je hoofd." en/of "Voor je kijken of ik knal je kop eraf." en/of

"Je moet komen staan." en/of "Je moet opschieten, anders zie je je vrouw en

kinderen niet meer." en/of "Haal het fucking alarm eraf, haal het alarm

eraf." en/of "Ik weet nu waar je woont, dus doe geen gekke dingen, anders

zie je je vrouw en kinderen nooit meer terug.", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 4]heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben gesommeerd op zijn buik te gaan liggen en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben geroepen: "Ga daarheen liggen met je

kop.", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 4]meermalen, althans eenmaal, tegen zijn rug en/of nek

heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- tegen die [slachtoffer 4]heeft/hebben gezegd dat hij zijn handen

op zijn rug moest doen en/of (vervolgens) de handen en/of voeten van die [slachtoffer 4] met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden en/of

- die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, tegen zijn lichaam heeft/hebben

geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben geroepen dat hij naar rechts moest

kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de

periode van 7 februari 2008 tot en met 9 februari 2008 te Rotterdam en/of

Zwijndrecht en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- telkens opzettelijk

Als chauffeur op te treden en/of één of meer dader(s) naar de (directe omgeving van) Lidl te brengen en/of daar af te zetten en/of aldaar met een vervoermiddel op de dader(s) te wachten;

8.

hij op of omstreeks 11 februari 2008 te Heerjansdam, gemeente Zwijndrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel, gevestigd aan [adres] heeft weggenomen (een) strippenkaart(en) en/of (een) postzegel(s)

en/of (een) briefkaart(en) en/of snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Spar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

9.

hij op of omstreeks 11 februari 2008 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel, gelegen aan het [adres], heeft weggenomen een fooienpot (met daarin een geldbedrag van ongeveer 20 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4]., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

10.

hij op of omstreeks 11 februari 2008 te Barendrecht, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een winkel, gevestigd aan de [adres], heeft

weggenomen (een) luchtje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Trekpleister, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

11.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 januari 2008 tot en met 14 maart 2008 te Barendrecht en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een

materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;