Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH4916

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
05-03-2009
Zaaknummer
11/510102-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak onderzoek Lindespint. De rechtbank veroordeelt een 20-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 12 jaren voor het medeplegen van gewapende overvallen op de Super de Boer, C1000, Lidl, Karwei en een mislukte overval op de Bas van der Heijden. PROMIS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 11/510102-08, 11/712323-08 (ttz. gev), 11/712716-08 (ttz. gev) en

10/642366-07 (TUL) [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 maart 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in 1988,

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden, P.C.S. Unit 2, te 's-Gravenhage.

Raadsman mr. A.J.M. Bommer, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 19, 20, 22, 26 en 27 januari 2009 en 2 en 9 februari 2009, waarbij de officier van justitie mr. A.L. van Lawick van Pabst-Hoekstra en de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen. Op 19 februari 2009 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten in het bijzijn van de officier van justitie mr. W.J.A. Struik.

Ter zitting is ook de vordering na voorwaardelijke veroordeling behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaardingen is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie zijn gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met anderen met geweld de Super de Boer in Rotterdam heeft overvallen en/of samen met anderen door geweld een medewerker van de Super de Boer heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag en goederen.

Feit 2 primair: samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor het plegen van een diefstal met geweld.

Feit 2 subsidiair: samen met anderen of alleen een vuurwapen voorhanden heeft gehad

Feit 3: samen met anderen met geweld de Karwei in Barendrecht heeft overvallen en/of samen met anderen een medewerker van de Karwei door geweld heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag.

(11/712323-08)

Feit 4: heeft geprobeerd samen met anderen met geweld de Bas van der Heijden in Rotterdam te overvallen en/of heeft geprobeerd samen met anderen door geweld de supermarktmanager van de Bas van der Heijden te dwingen tot afgifte van geld en/of goederen.

Feit 5: samen met anderen met geweld op 9 februari 2009 de C1000 in Rotterdam heeft overvallen en/of samen met anderen door geweld medewerkers van de C1000 heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag.

Feit 6: samen met anderen met geweld op 23 februari 2008 de C1000 in Rotterdam heeft overvallen en/of samen met anderen door geweld medewerkers van de C1000 heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag.

(11/712716-08)

Feit 7: samen met anderen met geweld de Lidl in Zwijndrecht heeft overvallen en/of samen met anderen door geweld de bedrijfsleider van de Lidl heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 heeft begaan.

Ten aanzien van feit 1 baseert de officier van justitie zich op de aangifte, het aantreffen van spuug met DNA van verdachte en een pakje sigaretten met de vinger afdrukken van verdachte tegenover de supermarkt, het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1], het opgenomen vertrouwelijke gesprek in P.I. De IJssel tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en het feit dat op de beelden een persoon is te zien met een groene bivakmuts met klep, die grote overeenkomsten vertoont met de onder verdachte inbeslaggenomen bivakmuts.

Ten aanzien van feit 2 primair baseert de officier van justitie zich op het feit dat verdachte is aangehouden met een wapen en een bivakmuts terwijl hij zich verdacht ophield aan de achterzijde van Plusmarkt aan de [straatnaam 1], het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] en het opgenomen vertrouwelijke gesprek in P.I. De IJssel tussen medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].

Ten aanzien van feit 3 baseert de officier van justitie zich op de aangifte, het opgenomen vertrouwelijke gesprek in P.I. De IJssel tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1].

Ten aanzien van feit 4 baseert de officier van justitie zich op de aangifte, het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1], de historische overzichten van de telefoon van verdachte en de inbeslaggenomen jas van verdachte die grote gelijkenis toont met de jas die te zien is op de beelden van de overval.

Ten aanzien van feit 5 baseert de officier van justitie zich op de aangifte en het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1].

Ten aanzien van feit 6 baseert de officier van justitie zich op de aangifte, het opgenomen vertrouwelijke gesprek in P.I. De IJssel tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1], de modus operandi en de herkenning door de slachtoffers van een zelfde dader van de overval van twee weken eerder.

Ten aanzien van feit 7 baseert de officier van justitie zich op de aangifte, de verklaringen van medeverdachte Kontos, de verklaring van getuig

[getuige 1], tapgesprekken, het opgenomen vertrouwelijke gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] en het feit dat de onder verdachte inbeslaggenomen schoenen passen in de beschrijving van de schoenen van een van de daders, door de aangever.

Bij repliek heeft de officier van justitie aangegeven dat de schoenen van verdachte en de schoenen die te zien zijn op de beelden, niet de dezelfde schoenen zijn.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten, met uitzondering van feit 2 subsidiair en voorop gesteld dat verdachte betrokkenheid bij alle feiten, met uitzondering van feit 2 subsidiair, ontkent.

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat het feit dat één van de daders een groene bivakmuts droeg en onder verdachte een soortgelijke bivakmuts in beslag is genomen, onvoldoende is om vast te stellen dat verdachte één van de daders is geweest. De raadsman is verder van mening dat de door de aangever verstrekte signalementen van de daders op zichzelf beschouwd en in combinatie met de beelden van de overval geen aanwijzingen opleveren voor deelname aan dit feit door verdachte.

Op de beelden is te zien dat de persoon met de groene bivakmuts een donkerbruin gekleurde rechterpols en een dikke nek heeft. Verdachte kan deze persoon, gezien zijn huiskleur niet zijn. Verdachte kan gezien zijn slanke postuur evenmin de andere dader zijn. De vorm van het hoofd van deze dader sluit, naar de mening van de raadsman, nagenoeg uit dat verdachte deze dader is. Ook de schoenen van deze dader wijzen evenmin in de richting van verdachte. De raadsman is tenslotte van mening dat de verklaring van [medeverdachte 3] reden tot twijfel geeft dat verdachte een van de overvallers zou zijn.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 primair aangevoerd dat de objectief vast te stellen gang van zaken die avond niet te rijmen valt met de planning van een diefstal met geweld. De inhoud van het opgenomen gesprek in P.I. De IJssel past ook in deze gang van zaken, evenals de inhoud van het opgenomen gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1].

Dat verdachte zich zenuwachtig heeft gedragen toen hij politie zag is niet vreemd, gezien het feit dat hij een vuurwapen bij zich droeg die ochtend.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 3 aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 3] in P.I. De IJssel niet voor het bewijs gebruikt kan worden, nu [medeverdachte 3] zijn bron niet wil noemen en de verdediging de wens heeft geuit de bron van de informatie als getuige te willen ondervragen. De raadsman is verder van mening dat uit het opgenomen gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] geen wettig en overtuigend bewijs gehaald kan worden om verdachte schuldig aan dit feit te bevinden.

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 4 op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [getuige 1] niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden, niet alleen omdat zij niet kan aangeven wie op de beelden verdachte is, maar ook omdat zij haar informatie van de straat heeft en de verdediging de wens heeft geuit deze bron van informatie als getuige te horen. De raadsman is verder van mening dat de telefoongegevens, de overeenkomsten in de jas, het opgenomen gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] en het gesprek in P.I. De IJssel geen bewijs opleveren voor betrokkenheid van verdachte bij dit feit.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 5 gesteld dat verdachte niet past in het door de slachtoffers opgegeven signalement. De raadsman is verder van mening dat de inhoud van het opgenomen gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] en van het gesprek in P.I. De IJssel geen wettig en overtuigend bewijs oplevert voor betrokkenheid van verdachte bij dit feit.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 6 gesteld dat verdachte, gelet op het opgegeven signalement, niet als dader in aanmerking komt. De herkenningen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn dubieus, algemeen en niet voldoende specifiek. De raadsman heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de door [medeverdachte 3] aangedragen informatie niet voor het bewijs gebruikt kan worden, omdat het om informatie van derden gaat en de verdediging de wens heeft geuit deze bron te horen. De raadsman is tenslotte van mening dat de inhoud van het gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] onvoldoende wettig en overtuigend is om verdachte als medepleger voor dit feit aan te merken.

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 7 op het standpunt gesteld dat verdachte niet op de [straatnaam 2] in Rotterdam verbleef, dat de door de officier van justitie aangehaalde telefoongesprekken geen zekerheid geven omtrent de verblijf locaties van de deelnemers aan het gesprek, en dat de betrokkenheid van verdachte bij deze overval hieruit evenmin kan volgen. De raadsman heeft zich verder op het standpunt gesteld dat er voldoende aanwijzingen zijn dat [medeverdachte 4] een van de daders is geweest die binnen in de Lidl is geweest. De raadsman heeft tenslotte aangevoerd dat de verklaring van [getuige 1] niet betrouwbaar is, dat het opgegeven signalement van dader 2 niet overeenkomt met het signalement van verdachte en dat de onder verdachte inbeslaggenomen schoenen niet overeenkomen met de schoenen die te zien zijn op de beelden van de overval.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Op 25 februari 2008 werd de supermarkt Super de Boer [naam] aan de [straatnaam 3] in Rotterdam overvallen1 en is een bedrag buitgemaakt van EUR 21.428,62 bestaande uit EUR 18.268,29, EUR 195,= aan rocksvijfjes, EUR 432,= aan Super de Boer koopzegels, EUR 981,20 aan postzegels, EUR 1.550,= aan zegelboekjes van Super de Boer en 1 los velletje van een zegelboekje van EUR 2,13.2

De eigenaar van Super de Boer, de heer [slachtoffer 3], kwam rond 5:30 uur bij zijn winkel aan. Nadat hij het rolluik had geopend zag hij aan de overkant van de [straatnaam 3] iets heel snel bewegen tussen twee witte busjes, die daar geparkeerd stonden. [slachtoffer 3] ging naar binnen om het rolluik te laten zakken en zag dat twee mannen op hem af kwamen. De mannen hadden een licht getinte huidskleur3 en droegen bivakmutsen, een groene en een zwarte4. De voorste man (hierna te noemen: dader 1), met een vuurwapen in zijn hand, gaf [slachtoffer 3] een trap op zijn borst waardoor hij achterover viel op de grond. Terwijl de man die als tweede liep (hierna te noemen: dader 2) een vuurwapen op de borst van [slachtoffer 3] gericht hield, moest hij van dader 1 het rolluik sluiten waarna hij onder bedreiging met geweld naar het kassakantoor moest lopen en de kluis moest openmaken. Vervolgens werd [slachtoffer 3] gedwongen de ruimte te verlaten om later op bevel van dader 1 alle kassalades open te maken, waarna dader 2 de inhoud van de acht kassalades in een tas leeggooide5.

Nadat de overvallers de kassalades hadden geleegd, dwongen zij [slachtoffer 3] zijn zakken te legen en zijn mobiele telefoon af te geven, waarna zij de telefoon op de grond kapot gooiden. Alvorens de daders de winkel via het magazijn verlieten, dwongen zij [slachtoffer 3] op de grond in de koelcel te gaan liggen. Anders, zo zeiden de daders, zou hij helemaal de kanker worden geschoten6.

[slachtoffer 3] heeft de overval bij de politie gemeld, waarna de omgeving diezelfde morgen werd onderzocht. In de brandgang tegenover de winkel trof de politie een pakje sigaretten aan van het merk Marlboro en enkele meters van dat pakje lag speeksel in de vorm van een rochel. Opvallend was dat ondanks het feit dat het in de nacht van 24 op 25 februari 2008 tot 02:00 uur aanhoudend had geregend7, het pakje sigaretten niet nat of vies was8. Zowel het pakje sigaretten als het speeksel zijn via sporen9- en DNA-onderzoek10 herleid naar [verdachte]11, die niet heeft kunnen of willen verklaren hoe zijn speeksel en een droog pakje sigaretten met zijn vingerafdrukken in de brandgang tegenover de Super de Boer terecht zijn gekomen.

Tijdens een opgenomen gesprek in de parketbus12 zei [verdachte] tegen [medeverdachte 1] het volgende: Ja vriend. Weet je wat ze wel zeg maar binnen in de Super de Boer hebben ze een schoenspoor aangetroffen. [medeverdachte 1] zegt: Een wat? [verdachte] zegt: Een schoenspoor hebben ze. [medeverdachte 1] zegt: Ja maar ja ja en jij draagt altijd van dezelfde aan schoenen. [verdachte] zegt: Oh ja, dat wou ik je vertellen. Deze patta’s had ik toch aan? Hun kwamen met hun beamtepas. Hun hebben bij mijn ma zo gelijk gepakt en ze zeggen dat zijn die. Ik zeg tegen hun donder op vriend. Ik zeg met die patta’s ga ik altijd naar de kerk vriend. En hun. Ik vroeg aan hun. Hun zeggen tegen ij die had je aan met je aanhouding. Ik zeg als jullie dat zeggen, maar ik zelf dat is echt niet zo. Ik bedoel waar hebben jullie die patta’s gevonden? Bij mijn moeder toch? Dus hoe kan…

[medeverdachte 1] zegt: Hoe kan je die dan aan hebben bij je aanhouding?

De rechtbank heeft kennis genomen van de camerabeelden van de overval waarop het moment te zien is dat de twee daders zich in het kassakantoor van Super de Boer bevinden. De beide daders hebben een bivakmuts op, de ene muts is groen, de andere is zwart. Opvallend is dat de gebogen houding van de dader met de zwarte muts overeenkomt met die van [verdachte] zoals te zien is op de foto’s in het dossier, waarop [verdachte] met zijn jas aan staat afgebeeld. 13

De rechtbank neemt het verweer dat verdachte niet de dader met de groene muts is over, daar zij verdachte als de dader met de zwarte muts heeft herkend.

Op grond van de hierboven gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de overval op de Super de Boer en dat [verdachte] de dader is geweest met de zwarte muts op.

Feit 2 primair en subsidiair

In verband met de vele overvallen in de wijken Lombardijen, IJsselmonde en Beverwaard in Rotterdam was er een overvallensurveillance opgezet door de Regiopolitie Rotterdam Rijnmond.

Het was de politie ambtshalve bekend dat de overvallen van winkels voornamelijk plaatsvonden tussen 06:00 uur en de openingstijden van de winkels. Daarnaast was het bekend dat de overvallen werden uitgevoerd door personen gekleed in donkere jassen met bontkragen en dat er tijdens de overvallen gebruik werd gemaakt van vuurwapens.

Verdachte was samen met de medeverdachten [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] in de nacht van 2 op 3 maart 2008 op stap gegaan in Utrecht. Bij terugkomst in Rotterdam is [medeverdachte 1] alleen naar huis gelopen. Omstreeks 06:50 uur troffen agenten belast met de overvallensurveillance in de [straatnaam 1] ter hoogte van de Plusmarkt verdachte en [medeverdachte 5] aan. Beiden waren gekleed in donkere jassen met een bontkraag. Na het staande houden ter identificatie van verdachte bleek dat hij net voor de politiecontrole zijn muts en vuurwapen, te weten een revolver zonder kogels, onder een auto had geschopt –naar eigen zeggen- omdat hij wist dat hij iets verkeerds op zak had.14 Verdachte is toen aangehouden voor het treffen van voorbereidingshandelingen op een te plegen overval bij de Plusmarkt aan de [straatnaam 1].15

Verdachte heeft verklaard dat hij zijn vuurwapen, te weten een revolver zonder kogels, bij zich droeg ter bescherming van zichzelf.16 Het vuurwapen had hij in zijn muts gewikkeld hetgeen als holster moest fungeren.17

Nu op grond van het bovenstaande en uit het dossier onvoldoende vast is komen te staan dat verdachte voornemens was met zijn vuurwapen een overval te plegen, acht de rechtbank het niet wettig en overtuigend bewezen dat hij opzettelijk voorwerpen voorhanden heeft gehad, bestemd tot het begaan van een overval. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte ten aanzien van dit primaire feit dient te worden vrijgesproken.

Op grond van de hierboven gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III.

Feit 3

Op 18 februari 2008 werd bouwmarkt Karwei aan de [straatnaam 4] in Barendrecht overvallen en is een bedrag buitgemaakt van EUR 11.009,50, bestaande uit EUR 2.045,= aan rolletjes munten en EUR 7.925,= aan bankbiljetten en EUR 754,50 en EUR 310,= uit kassaladen die in de kluis lagen.18

Assistent bedrijfsleider [slachtoffer 4]ging, nadat hij omstreeks 21.20 uur het pand had afgesloten, op zijn brommer via zijn vaste route op weg naar huis. Op de [straatnaam 5]in Rotterdam sprongen er drie mannen met bivakmutsen op de weg. Een van hen pakte het stuur van de bromfiets vast, waarna [slachtoffer 4]moest stoppen. Een van hen had een zilverkleurig vuurwapen op hem gericht. Hij werd vastgepakt, naar een schuurtje geleid, bevraagd over de kluis van de Karwei en hij moest het papiergeld uit zijn portemonnee alsmede zijn mobiele telefoon afgeven. Hem werd gezegd dat de daders wisten waar hij woonde en dat er twee personen thuis voor zijn deur stonden, dat hij al een tijdje werd gevolgd, dat hij moest meewerken, dat hij moest fluisteren en de daders niet mocht aankijken. Hem werd gezegd dat hij geen geintjes moest maken omdat hij anders zou worden neergeschoten. Hierna moest hij weer op zijn brommer met de dader met het vuurwapen achterop terugrijden naar de Karwei. Daar heeft hij het pand geopend en vervolgens de kluis. Hij moest het geld uit de kluis halen en in een plastic tas doen. De dader deed dit ook. Daarna zijn zij samen weer op de brommer terug gereden naar de plek waar aangever eerder tot stoppen werd gedwongen. De mededaders waren inmiddels weg. Hij moest afstappen en de dader ging er met zijn brommer vandoor.19

De brommer van [slachtoffer 4]werd de volgende ochtend om 7.30 uur op de [straatnaam 6] in Rotterdam bij het Albeda college gezien.20

[verdachte] is kort na de overval, omstreeks 21.46 uur samen met [medeverdachte 1] door [verdachte] vriendin21 opgehaald nabij het Albeda college22 aan de [straatnaam 6]23 in Rotterdam, waar de brommer van [slachtoffer 4] nadien is aangetroffen.

[verdachte] heeft in een opgenomen gesprek24 tussen hem en [medeverdachte 1]

–kort samengevat - verklaard ten aanzien van de zaak Karwei dat: “Als het echt fire wordt dat hij sowieso die van die man die hij heeft gestript gewoon solo neemt. Die man met wie hij solo terug ging. Die op die brommer. Want hij is toch diegene geweest.”

Op grond de hierboven gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de overval op de Karwei en op [slachtoffer 4]en dat verdachte degene is geweest die met [slachtoffer 4]achterop zijn brommer is teruggereden naar de Karwei om de kluis leeg te halen en er nadien met [slachtoffer 4] zijn brommer vandoor is gegaan.

Feit 4

Op 18 januari 2008 hebben drie personen geprobeerd de supermarkt Bas van der Heijden aan het [straatnaam 7] in Rotterdam te overvallen.25 Omdat de kluis niet kon worden geopend, hebben de daders geen geld buit kunnen maken.

De assistent supermarktmanager [slachtoffer 5] liep omstreeks 06.00 uur van zijn auto naar de winkel. Op één van de bankjes nabij de winkel zag hij een jongen zitten van ongeveer 1.80 meter met donkere kleding aan en een capuchon over het hoofd. Omdat hij de jongen niet vertrouwde bleef hij ver weg van de jongen op het bankje en deed zijn brood in zijn jaszak om zijn handen vrij te houden. Toen hij bijna bij de winkel was, kwam tram 23 aangereden. Toen hij zag dat de jongen van het bankje opstond en richting de tram liep, vertrouwde hij de zaak weer en liep naar de toegangsdeur van de winkel. Alvorens hij de deur ontgrendelde keek hij nog om zich heen. Na ontgrendeling van de deur wilde hij de deur openen, stak de sleutel in het slot en zag plotseling drie jongens achter hem staan die allen een witte bivakmuts op het hoofd hadden. Één van hen, dader 1, herkende [slachtoffer 5] als de jongen die eerder op het bankje had gezeten. De twee andere jongens waren ook ongeveer 1.80 meter en hadden ook donkere kleding aan.26

Onder bedreiging van twee zilverkleurige pistolen27, voornamelijk op zijn hoofd gericht, werd [slachtoffer 5] bevolen geld te geven en de kluis te openen.28 Hij opende de toegangsdeur van het kassakantoor waar de kluis te vinden was en gaf aan dat hij de kluis niet kon openen. Toen het de daders duidelijk was dat [slachtoffer 5] de kluis echt niet kon openen, hebben zij de winkel verlaten29. [slachtoffer 5] nam vervolgens meteen contact op met de bewakingsdienst en zag dat hij verwondingen30 in zijn gezicht en op zijn schedel had die hij voor de overval niet had.31

[getuige 1] heeft bij de politie het volgende verklaard: U toont mij politieverdachte foto 1. (..)

ik noem hem [naam]32. Over [naam] weet ik het helemaal. Heeft u de beelden van Bas van der Heijden gezien bij het tv-programma Opsporing Verzocht. Hij kan een muts over zijn oren trekken, maar je ziet toch wel dat het [naam] is. Ik heb die beelden gezien33.

De rechtbank gebruikt de verklaring van [getuige 1] afgelegd bij de politie slechts voor zover zij daar bij haar verhoor als getuige bij de rechter-commissaris niet expliciet op is teruggekomen. Het verweer dat [getuige 1] niet altijd herkent wie dader 1 en wie dader 2 is, doet daar niet aan af. Nu de rechtbank de camerabeelden van de overval op supermarkt Bas van der Heijden ook heeft gezien, in samenhang van de eigen waarneming ter terechtzitting waarin de lichaamshouding en de specifieke wijze van lopen van verdachte opgevallen is, kan zij de verklaring van [getuige 1] bevestigen.

Tijdens een opgenomen gesprek in de parketbus zegt [medeverdachte 1] tegen verdachte [verdachte] het volgende: Ja, wat heeft [bijnaam] gezegd. Dat wil ik weten. [verdachte] zegt: (..) zij heeft mij herkend op die beelden [naam]en Bas.34[medeverdachte 1] zegt: Dus ze gaan zeker bij jou komen nog voor die Bas jongen. Ik heb die beelden op Opsporing Verzocht gezien. [verdachte] zegt: Ze zijn al geweest bij mij voor die Bas. [medeverdachte 1] zegt: Ik heb die beelden gezien jongen snap je? En [naam] is ook de lul voor honderd. [verdachte] zegt: Hij was drie maanden in Suri toch, maar nu is hij bakka. Ik heb hem (..) en tak niks ik heb hem gezegd (..) en hij zegt tegen mij, ja ik begrijp. Ik heb opgehangen, gelijk.35

Op grond van de hierboven gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de poging overval op de Bas van der Heijden.

Feit 5

Op 9 februari 2008 omstreeks 7.00 uur werd de C1000 aan de [straatnaam 8] in Rotterdam door 2 personen overvallen. Er werd een bedrag buitgemaakt van EUR 32.915,= aan papier- en muntgeld36.

De bedrijfsleider opende de toegangsdeur, liep met zijn collega’s naar binnen en schakelde het alarm uit. Toen hij zich omdraaide stond dader 1 al voor hem. Deze had een vuurwapen en richtte dat op het hoofd van de bedrijfsleider. De andere collega’s werden door een tweede dader onder schot gehouden. Zij werden tevens verbaal bedreigd. De bedrijfsleider werd met een collega naar de kluis gesommeerd. De andere twee collega’s moesten in de winkel op de grond gaan liggen. Op weg naar de kluis werd de bedrijfsleider tegen het hoofd geslagen. In de kluisruimte moest hij de kluis openen. Daar lagen circa 15 enveloppen met briefgeld. Deze enveloppen moesten in een vuilniszak. De dader deed ze er zelf in en wilde al het geld hebben, ook de pakketjes met rolletjes muntgeld. Vervolgens moesten de bedrijfsleider en zijn collega weer mee naar boven naar de winkel. Daar lagen de twee andere collega’s op de grond, bij één van hen waren de armen op zijn rug vastgebonden met een bruine schoenveter. Dader 2 had de portemonnee van [slachtoffer 2] in zijn handen. Alle medewerkers moesten hun telefoons afgeven, waarna de daders ze op de grond kapot gooiden. Een van de daders tikte met een kogel op de grond en bedreigde de medewerkers dat ze zouden worden doodgeschoten. Ook werden ze geschopt en tegen het hoofd geslagen. De bedrijfsleider moest uiteindelijk onder bedreiging van een vuurwapen de schuifdeuren weer openen, waarna de daders verdwenen. De daders droegen zwarte bivakmutsen37.

Het verweer dat [verdachte] niet in het signalement van negroïde daders past, passeert de rechtbank nu de daders bivakmutsen op hadden en verdachte wel een (licht)getinte huidskleur heeft.

[slachtoffer 2] heeft ook aangifte gedaan van de diefstal van haar portemonnee.38

In een opgenomen gesprek39 in PI de IJssel bespreken [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] over de C1000 het volgende: [medeverdachte 3] zegt: Ja een paar weken na die andere, na de eerste keer [medeverdachte 2] vraagt: hoeveel hadden ze?[medeverdachte 3] zegt: dat weet ik eigenlijk niet ik bedoel eh [voornaam medeverdachte 1] [medeverdachte 2] zegt: [voornaam medeverdachte 1]is gewoon een oplichter want in de kopieën staat dat er EUR 33.000,= is gestolen. Maar hij heeft ook nog de portemonnee van die meisje dus sowieso meer en terwijl [voornaam medeverdachte 1] naar buiten kwam met EUR 15.000,= waar is dan die andere vijf- zestienduizend ? Ja want het waren allemaal envelopjes. Allemaal enveloppen, hij heeft gewoon een paar enveloppen weggestopt.Daarom gaat ie steeds in zijn eentje mee. Naar die dinges. Hij gaat steeds in zijn eentje. Hij gaat steeds in zijn eentje naar de dinges toe.

[verdachte] bespreekt in een opgenomen gesprek40 in de parketbus met [medeverdachte 1] het volgende: [verdachte] zegt: Ze hebben [voornaam medeverdachte 2] en [voornaam medeverdachte 3] genaaid mattie. Ze hebben hem afgeluisterd gewoon bij bezoek he [medeverdachte 1] zegt: Ja en hun zijn dom jongen. Ze takkie over ons snap je wat ik bedoel en hun ging takkie over ons samen dat we daar 32 doezoe zouden hebben gepakt. We moeten gaan kijken jongen, want ik ga kijken jongen welke datum dat is dat hun zeggen dat 32 doezoe jongen want als dat de datum is dat jij hebt gelapt jongen dan hebben jullie ons geflest jongen. [verdachte] zegt: Nee mattie ik ga jou zeggen waarom. Weet je waarom ik denk dat ze zeggen 33 doezoe. In totaal is hij twee keer toch getackt twee keer achter elkaar begrijp je.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van de overval op de C1000 aan de Bredenoord in Rotterdam op 9 februari 2008.

Feit 6

Op 23 februari 2008 omstreeks 7.00 uur werd supermarkt C1000 aan de [straatnaam 8] in Rotterdam door twee personen overvallen. Uit de kluis werd een bedrag van EUR 27.210,33 buitgemaakt.41

Omstreeks 6.50 uur stond er een politiebus voor het pand van de C1000. Twee agenten hadden een rondje gelopen rond het pand. De politieagenten stapten in en reden weg. Op dat moment kwam de bedrijfsleider die het pand opende. Toen de deur bijna dicht was, kwam er een man de hoek om met een bivakmuts en een zwart vuurwapen. Daarna kwam er nog een tweede man. [slachtoffer 1] herkende de dader met de bivakmuts als een van dezelfde daders van de overval die twee weken eerder had plaatsgevonden.42 Ook [slachtoffer 2] herkende de daders van de overval van twee weken geleden.43

De bedrijfsleider werd onder bedreiging van een pistool door de eerste dader gesommeerd naar de kluis te gaan en deze te openen. De vijf overige aanwezige personeelsleden44 werden onder bedreiging van een vuurwapen de winkel ingestuurd. Zij moesten op de grond gaan liggen. De tweede dader bleef bij hen met een revolver en bedreigde hen ook verbaal. Hij had een panty over zijn hoofd en had een bruine huidskleur. In de kluisruimte gooide de bedrijfsleider onder bedreiging van het vuurwapen en verbale bedreigingen het geld uit de kluis en de dader stopte het in een vuilniszak. De dader duwde de bedrijfsleider om te zien of de kluis wel leeg was. Ook moest hij kassa’s die in de kluisruimte stonden openen. De inhoud stopte de dader ook in de vuilniszak. Na afloop moest de bedrijfsleider mee naar boven naar de winkel en moest hij de schuifdeuren weer open maken. Daarop vluchtten de twee daders de winkel uit 45.

De rechtbank passeert het verweer dat het accent van verdachte niet overeenkomt met het door het winkelpersoneel opgegeven accent, omdat de benoeming van een accent subjectief is.

[verdachte] bespreekt in een opgenomen gesprek46 in de parketbus met [medeverdachte 1] iets waarbij 32 of 33 doezoe wordt genoemd. De buit bij de eerdere overval op de C1000 op 9 februari 2008 bedroeg EUR 32.915,=47. [medeverdachte 1] zegt: We moeten gaan kijken jongen want ik ga kijken jongen welke datum dat is dat hun zeggen dat 32 doezoe jongen want als dat de datum is dat jij hebt gelapt jongen dan hebben jullie ons geflest jongen. [verdachte] zegt: nee mattie ik ga jou zeggen waarom. Weet je waarom ik denk dat ze zeggen 33 doezoe. In totaal is hij twee keer toch getackt twee keer achter elkaar begrijp je ? [medeverdachte 1] zegt: dat is ook wat ik dacht. Ik begon ook al weer te trippen aan de die kant want ik spreek je natuurlijk niet. [verdachte] zegt: anders had ik nog veel money, moest ik ...Ik fles niet mattie, je weet toch zelf van mij.(…) Ik was daar met pito. [medeverdachte 1] zegt: Nee maar ik weet zeker ook al was jij van plan om te ordenen, maar caulo pito niet snap wat ik bedoel.

[verdachte] zegt: Maar ik zou hem bijna solo gewoon doen vriend. Serieus die man, die man had je die torrie niet gehoord. Ik blijf gewoon zeggen tegen die man.

In een opgenomen gesprek48 in PI de IJssel bespreken [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] over de C1000 het volgende. [medeverdachte 3] zegt: Jongens doorgaan. Beter niet die pakken. Ze zijn gewoon teruggegaan naar de C1000, [voornaam verdachte] en die ander. Kijk dan. Politie opent de C1000 met de eigenaar. [voornaam verdachte] leg in die tuin met nog een andere soldaat. [medeverdachte 2] zegt: C1000? Oh hebben ze twee tegelijk gepakt. [voornaam medeverdachte 3] zegt: [voornaam verdachte] heb eh gewacht, die politie ging weg. Ja kijk dan . de politie heb drie rondjes om de C1000 gereden. Die vent die doet die deur open om de zaak te openen ’s ochtends om 8.00 uur. Hij rent gelijk naar binnen … Bam …Tweede keer.

Het verweer dat de informatie van [medeverdachte 3] niet voor het bewijs mag worden gebruikt omdat hij zijn bron niet wil noemen verwerpt de rechtbank. Uitsluiting van bewijs is slechts aan de orde indien de verklaringen van [medeverdachte 3] het enige bewijsmiddel zouden zijn. In het onderhavige geval dient het aangehaalde gesprek van [medeverdachte 3] slechts als steunbewijs.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de overval op de C1000 op 23 februari 2008. Hij is als eerste met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de winkel binnengedrongen en heeft de bedrijfsleider gedwongen tot afgifte van geld uit de kluis.

Feit 7

Op 7 februari 2008 rond 6.30 uur werd de supermarkt Lidl aan de [straatnaam 9] in Zwijndrecht overvallen. Toen de filiaalmanager de schuifdeur van de winkel opende, kwam er een man achter hem aan de winkel in. Deze man bedreigde hem met een vuurwapen. Vervolgens kwam er een tweede man binnen. De overvallers hebben de kluis leeggehaald, waarbij de filiaalmanager werd gedwongen om onder verbale en fysieke bedreigingen de nodige hulp te verlenen. De overvallers hebben nog de portemonnee van aangever opgeëist en zijn autosleutels afgepakt . Hij is meerdere keren in zijn nek getrapt en in zijn rug geschopt. De overvallers hebben zijn handen en voeten met tie-wraps aan elkaar vastgebonden49. Er is een bedrag van EUR 7.635, 22 weggenomen50.

[medeverdachte 4] heeft gedetailleerd verklaard hoe de overval is verlopen en spreekt daarbij over daders 1 tot en met 5. Hij heeft verklaard dat hij door dader 5 en door dader 3 is opgehaald. Daarna hebben ze dader 2 opgehaald. Vervolgens zijn ze naar een woning gegaan. Er werd een vrouw gebeld, die later aankwam om de deur voor hen te openen. Dader 1 kwam ook naar die woning. Vanuit die woning werden [medeverdachte 4] en dader 1 rond 5.00 uur door dader 3 naar een auto (Opel) op de [straatnaam 10] in Rotterdam gebracht. [medeverdachte 4] is in de Opel met dader 1 naar de [straatnaam 11] in Zwijndrecht gereden. Dader 3 heeft dader 2 daar ook afgezet, waarna hij zelf is weggereden. [Medeverdachte 4], dader 1 en dader 2 hebben in de auto gezeten, totdat dader 1 en 2 naar buiten gingen. Later kwamen ze terug naar de auto. Dader 1 ging achterin zitten met de buit. [medeverdachte 4] heeft dader 1 en 2 afgezet bij de woning waar ze die avond eerder waren geweest. Alle daders hebben een deel van de buit gekregen, [medeverdachte 4] kreeg ongeveer EUR 1.400,=. 51 52

Blijkens een tapgesprek belt [medeverdachte 1] op 7 februari 2008 rond 1.00 uur verdachte en zegt dat hij bij hem op de hoek is. Hij zegt dat verdachte over 5 of 10 minuten moet opstellen bij die telefooncel. Op de achtergrond van dit gesprek zijn [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] te horen53. Om 2.27 uur belt [medeverdachte 1] mevrouw [getuige 1] en vraagt of ze deur wil komen openen omdat hij de sleutel is vergeten. [getuige 1] antwoordt dat ze over 5 minuten thuis is. [getuige 1] woont op de [straatnaam 12] in Rotterdam54 55. Verdachtes vriendin, [getuige 2], verklaart dat verdachte vanaf 3 maanden na het begin van de relatie elke dag bij haar verblijft. Daarvoor verbleef hij bij zijn moeder. [getuige 2] woont op de [straatnaam 1] in Rotterdam56. Dit adres ligt in de buurt het adres van [getuige 1]. Het voorgaande wijst erop dat [medeverdachte 1] rond 1.00 uur met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de buurt was van het huis van [getuige 1] en dat hij verdachte vroeg ook te komen.

[Medeverdachte 4] heeft dader 1 beschreven als een jonge gozer tussen de 20 en 30 jaar oud met een getinte huidskleur en een tenger postuur57. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet verdachte aan dit signalement, waarbij zij ervan uit gaat dat de leeftijd moest worden geschat. Het verweer van de raadsman van verdachte dat [medeverdachte 4] zelf dader 1 zou zijn, vindt geen steun in de overige bewijsmiddelen. De rechtbank verwerpt dit verweer.

De rechtbank heeft de beelden58 van de overval op de Lidl bekeken en ziet, met name voor wat betreft de voorover gebogen houding van de persoon, overeenkomsten tussen een van de daders, de foto’s van verdachte59 en verdachte, zoals door de rechtbank ter terechtzitting waargenomen.

In een gesprek op 12 juni 2008 bespreken verdachte en [medeverdachte 1] onder meer het bewijs dat tegen hen voorhanden is en hoe ze zich tijdens de verhoren opstellen. [medeverdachte 1] vraagt wat [bijnaam] heeft gezegd. Verdachte zegt:…ze heeft mij herkend op die beelden [naam] en Bas. Zwijndrecht. Jij en ik op de beelden. ….Ze zegt wij twee zijn… [medeverdachte 1] antwoordt: ja dat kennen ze wel zeggen maar je moet kijken wat juridisch haalbaar is….heeft ze ons gezien 60?

[medeverdachte 3] verklaart dat hij heeft gehoord dat alle overvallen waarover is gesproken, met uitzondering van de C1000, zijn gepleegd door [medeverdachte 1] en verdachte. Nu [medeverdachte 3] medeverdachte is, kan hij dit uit eigen wetenschap verklaren 61.

De rechtbank leidt uit de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen af dat verdachte de door [medeverdachte 4] genoemde dader 1 is, dat verdachte in de Lidl is geweest, geld uit de kluis heeft gepakt en geweld heeft gebruikt tegen de filiaalmanager van de Lidl.

Tegen deze achtergrond acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de overval op de Lidl en op [slachtoffer 6]

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 25 februari 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) geldbedrag ongeveer 20.000 Euro en postzegels en zegelboekjes en Rocks vijfjes en waardebonnen toebehorende aan Super de Boer en/of. [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader

- een vuurwapen aan die [slachtoffer 3] heeft getoond en

- die [slachtoffer 3] tegen zijn borst heeft getrapt, waardoor die [slachtoffer 3]

op de grond is gevallen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op de borst van die [slachtoffer 3] hebben gericht en gericht gehouden en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd:

"Opschieten, opschieten, want anders schiet ik je de kanker." en dat die [slachtoffer 3] naar het kantoor moest lopen en dat hij niet achterom mocht kijken en dat hij de kluis moest openmaken en "Opschieten en haal geen rare dingen uit anders schiet ik je de kanker." en dat die [slachtoffer 3] het kantoor uit moest gaan en op zijn buik moest gaan liggen en zich om moest draaien en dat hij de kassalades moest openmaken, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat hij de koelcel in moest lopen en op de grond moest gaan liggen en "Je blijft een kwartier liggen, anders schiet ik je helemaal de kanker.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking;

2. subsidiair

op 03 maart 2008 te Rotterdam, een vuurwapen van categorie III, onder 1, te weten een revolver merk: Arminius, voorhanden heeft gehad en heeft gedragen;

3.

op 18 februari 2008 te Barendrecht, tezamen en in vereniging met anderen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en een bromfiets toebehorende aan Karwei van Neerbos Bouwmarkten B.V. en/of [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

B)

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4]heeft gedwongen tot de afgifte van geld en een mobiele telefoon en een geldbedrag ongeveer 70 Euro, toebehorende aan Karwei van Neerbos Bouwmarkten B.V. en/of [slachtoffer 4],

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte, en/of zijn, mededader(s),

- voor de bromfiets van die [slachtoffer 4] zijn gesprongen en het stuur van die bromfiets hebben vastgepakt en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4]heeft gericht en gericht gehouden en

- tegen die [slachtoffer 4]heeft gezegd dat hij af moest stappen, en die [slachtoffer 4]bij zijn lichaam hebben vastgepakt en vastgehouden en

- gezegd dat die [slachtoffer 4]mee moest werken, want er zouden ook nog twee personen bij die [slachtoffer 4]thuis op [straatnaam 13] voor de deur staan en dat ze hem al een tijdje volgden en dat hij moest fluisteren en niet in

hun gezicht mocht kijken en naar beneden moest kijken en dat hij geen geintjes moest maken, anders zouden ze hem neerschieten, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking;

(11/712323-08)

4.

op 18 januari 2008 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld toebehorende aan. [slachtoffer 5] assistent supermarktmanager bij Bas van der Heijden, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen en te doen volgen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 5] assistent supermarktmanager bij Bas van der Heijden te dwingen tot de afgifte van geld

en (een) goed(eren), toebehorende aan Bas van der Heijden supermarkt,

met één of meer van zijn mededader(s), - zakelijk weergegeven -

- op vuurwapens gelijkende voorwerpen heeft gericht en gericht gehouden op het gezicht en hoofd van die [slachtoffer 5] en

- meermalen, naar die [slachtoffer 5] heeft geschreeuwd en geroepen de woorden: "geld, geld" en "kluis, kluis" en "kluis open", althans woorden van soortgelijke aard en strekking en

- die [slachtoffer 5] heeft gedwongen naar het kassakantoor te lopen en de deur van die ruimte te openen en

- aan die [slachtoffer 5] verwondingen aan zijn hoofd en zijn gezicht heeft toegebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

op 9 februari 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, in een supermarkt gelegen aan de [straatnaam 8]

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag ongeveer 32.915 Euro en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan C1000 en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het:

- tonen van op vuurwapens gelijkende voorwerpen aan [slachtoffer 7] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 1] en

- richten van op vuurwapens gelijkende voorwerpen op [slachtoffer 7] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 1] en

- meermalen slaan en schoppen van [slachtoffer 7] en

- dwingen van [slachtoffer 7]en [slachtoffer 2]en [slachtoffer 1]en [slachtoffer 1] om op de grond te gaan liggen en

- vastbinden van de polsen van [slachtoffer 1]en

- doorzoeken van de kleding van [slachtoffer 8] en

- dreigend tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] zeggen: "Geen geintjes of ik schiet." en "Ik wil je handen zien, anders schiet ik.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.

op omstreeks 23 februari 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander

B)

met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot de afgifte van geld totaal: 27210,33 Eurotoebehorende aan C1000,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- op vuurwapens gelijkende voorwerpen hebben getoond en gericht gehouden op genoemde

[slachtoffer 9]en [slachtoffer 1]en [slachtoffer 2]en [slachtoffer 10]en [slachtoffer 11]en [slachtoffer 12]en

- [slachtoffer 1]en [slachtoffer 2]en [slachtoffer 10]en [slachtoffer 11]en [slachtoffer 12] heeft gedwongen om op de grond te gaan liggen en

- kort achter die [slachtoffer 9] is gaan en blijven lopen met genoemd voorwerp in zijn verdachtes, hand en

- die [slachtoffer 9] tegen het lichaam heeft geduwd en

- op een dreigende manier tegen die [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 1]en/of [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 10]en/of [slachtoffer 11]en/of [slachtoffer 12] heeft gezegd:

* "Lopen, lopen!" en

* "Liggen, liggen!" en

* "Naar beneden!" en

* "Opschieten, doorlopen!" en

* "Naar de kluis!" en

* "Geen geintjes, hè?!" en

* "Pak je sleutels!" en

* "Maak de kassa's open!" en

* "Ik wil alleen papiergeld!",

althans woorden van gelijke aard en strekking;

(11/712716-08)

7.

op 07 februari 2008 te Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met anderen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag ongeveer 7635,22 Euro, toebehorende aan Lidl welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

en

B)

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 6],

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn, mededader,

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 6]heeft getoond en op die [slachtoffer 6]heeft gericht en gericht gehouden en tegen het hoofd van die [slachtoffer 6] heeft gedrukt en

- tegen die [slachtoffer 6]heeft geroepen: "Maak die fucking deur open, we gaan geld uit de kluis halen.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- die [slachtoffer 6]tegen zijn rug heeft geduwd en

- tegen die [slachtoffer 6]heeft gezegd dat die [slachtoffer 6]moest doorlopen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 6] heeft geduwd en

- tegen die [slachtoffer 6]heeft geroepen: "Waar is de kluis, we moeten geld, we moeten geld." en "Waar is de kluis?." en "Waar is de sleutel?" en "Ga op de grond liggen met je hoofd die kant op." en "Doe je handen op je hoofd." en "Voor je kijken of ik knal je kop eraf." en "Je moet komen staan." en "Je moet opschieten, anders zie je je vrouw en

kinderen niet meer." en "Haal het fucking alarm eraf, haal het alarm eraf." en "Ik weet nu waar je woont, dus doe geen gekke dingen, anders zie je je vrouw en kinderen nooit meer terug.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 6] heeft geduwd en die [slachtoffer 6] heeft gesommeerd op zijn buik te gaan liggen en

- tegen die [slachtoffer 6] heeft geroepen: "Ga daarheen liggen met je kop.", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- die [slachtoffer 6] meermalen tegen zijn rug en nek heeft geschopt en

- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat hij zijn handen

op zijn rug moest doen en de handen en voeten van die [slachtoffer 6] met tie-wraps hebben vastgebonden en

- die [slachtoffer 6] tegen zijn lichaam heeft geschopt en

- tegen die [slachtoffer 6] heeft geroepen dat hij naar rechts moest kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1. en 5. telkens

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN;

2. subsidiair

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III;

3. en 7. telkens

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN

en

AFPERSING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

4.

POGING TOT DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN

en

POGING TOT AFPERSING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6.

AFPERSING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het beslag geconcludeerd tot teruggave van een jas en schoenen aan verdachte na onherroepelijk worden van het vonnis en tot onttrekking aan het verkeer van een handschoen en een bivakmuts.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. De raadsman is van mening dat de eis van de officier van justitie buiten proportie is en meer past bij ernstige levensdelicten. De raadsman verzoekt de rechtbank subsidiair rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die naar voren zijn gekomen in de eerste verhoren en met de jeugdige leeftijd van verdachte. De raadsman acht een gevangenisstraf van maximaal 10 jaren passend indien een bewezenverklaring volgt.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals onder meer vermeld in het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 16 oktober 2008.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft een vuurwapen voorhanden gehad en is in korte tijd betrokken geweest bij een poging om een supermarkt te overvallen, meerdere voltooide overvallen op supermarkten en een overval op een bouwmarkt. Bij de overvallen was sprake van bedreigingen van het winkelpersoneel met vuurwapens, verbale bedreigingen en ander geweld tegen het personeel. Ook werden de overvallen door meerdere daders gepleegd. De buit van bovengenoemde overvallen tezamen bedroeg bijna EUR 60.000,=. Verdachte heeft uit puur winstbejag gehandeld en heeft -wellicht mede door zijn ontkennende houding- op geen enkele wijze laten blijken dat hij enig medeleven toont met zijn slachtoffers. De reclassering ziet kans op herhaling nu blijkt dat verdachte eerder is behandeld met betrekking tot agressieregulering, maar hij deze behandeling voortijdig heeft beëindigd omdat hij vond dat hij geen leerpunten meer had.

De door verdachte gepleegde feiten veroorzaken veel gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers die vaak nog lange tijd de gevolgen van dergelijke feiten ondervinden. Daarnaast hebben dergelijke feiten een grote impact op de veiligheid van de maatschappij.

Ten nadele van verdachte weegt de rechtbank nog mee dat verdachte de afgelopen jaren een aanzienlijk strafblad heeft opgebouwd waarop is vermeld dat verdachte meerdere keren is veroordeeld voor geweldsdelicten. Daarnaast liep verdachte in een proeftijd wat hem er niet

van heeft weerhouden om toch over te gaan tot het plegen van dergelijke geweldadige feiten.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank rekening houdt met de aan de medeverdachten op te leggen straffen.

In verband met een juiste normhandhaving dient een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te worden opgelegd voor de duur als hierna te melden.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de onttrekking aan het verkeer gelasten van de onder verdachte inbeslaggenomen bivakmuts, nu dit voorwerp tot het begaan van de feiten is vervaardigd of bestemd en van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

8.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van een paar schoenen, een jas en een rechterhandschoen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De benadeelde partij

De benadeelde partij Van Neerbos Bouwmarkten B.V. (Karwei) vordert een schadevergoeding van EUR 11.342,= voor feit 3.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door de verdediging is de inhoud van de vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

De rechtbank heeft in het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 1] bevolen, dat een aangetroffen geldrol met twee euromunten teruggegeven dient te worden aan Karwei. De rechtbank zal de vordering daarom met het bedrag van deze rol, te weten EUR 50,=, verminderen. Het gevorderde bedrag is voor het overige voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering minus de genoemde vermindering zal worden toegewezen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan.

Nu verdachte de desbetreffende strafbare feiten met anderen heeft gepleegd en er derhalve van moet worden uitgegaan dat deze personen mede aansprakelijk zijn voor de door deze feiten veroorzaakte schade, zal worden verstaan dat verdachte terzake hoofdelijk is verbonden.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

9.2 [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4]vordert een schadevergoeding van EUR 1.868,78 voor feit 3.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde, met matiging van post 3 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door de verdediging is de inhoud van de vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt en ook niet betwist door de verdediging, zodat de vordering integraal zal worden toegewezen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan.

Nu verdachte de desbetreffende strafbare feiten met anderen heeft gepleegd en er derhalve van moet worden uitgegaan dat deze personen mede aansprakelijk zijn voor de door deze feiten veroorzaakte schade, zal worden verstaan dat verdachte terzake hoofdelijk is verbonden.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

10 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van één (1) maand gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 29 maart 2007 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

11 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregelen berusten op de artikelen 36b, 36c, 45, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 2 primair ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een GEVANGENISSTRAF van TWAALF (12) JAREN;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

1.00 STK muts kl; zwart bivakmuts, volgnummer 2958003;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1.00 PR Schoeisel Kl: zwart AESD, volgnummer C.C01.5

1.00 STK jas lederen, volgnummer 2957624 D.d0F.3

1.00 STK handschoen, rechterhandschoen, volgnummer 2957635;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Van Neerbos Bouwmarkten B.V. van EUR 11.292,= ( elfduizendtweehonderdtweeënnegentig euro) en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Van Neerbos Bouwmarkten B.V., EUR 11.292,= te betalen, bij niet betaling te vervangen door 91 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4]van EUR 1.868,78 (achttienhonderdachtenzestig euro) en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], EUR 1.868,78 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 28 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 29 maart 2007 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 10/642366-07 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten één (1) maand gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter,

mr. W.P.M. Jurgens en mr. dr. M.I. Blagrove, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. Herlaar griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 5 maart 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

De wijzigingen tenlastelegging ex artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering zijn cursief weergegeven in de tekst.

1.

hij op of omstreeks 25 februari 2008 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en) (ongeveer 20.000 Euro) en/of postzegels en/of zegelboekjes

en/of Rocks vijfjes en/of waardebonnen en/of krasloten en/of een mobiele

telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Super de

Boer en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen.

[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld. [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de

afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 20.000 Euro) en/of postzegels en/of

zegelboekjes en/of Rocks vijfjes en/of waardebonnen en/of krasloten en/of een

mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Super de Boer en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben getoond en/of

- die [slachtoffer 3] tegen zijn borst heeft/hebben getrapt, waardoor die [slachtoffer 3]

op de grond is gevallen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op de borst van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of

gericht gehouden en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd:

"Opschieten, opschieten, want anders schiet ik je de kanker." en/of dat die

[slachtoffer 3] naar het kantoor moest lopen en/of dat hij niet achterom mocht

kijken en/of dat hij de kluis moest openmaken en/of "Opschieten en haal geen

rare dingen uit anders schiet ik je de kanker." en/of dat die [slachtoffer 3] het

kantoor uit moest gaan en/of op zijn buik moest gaan liggen en/of zich om

moest draaien en/of dat hij de kassalades moest openmaken,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 3] op de grond kapot heeft/hebben gegooid

en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat hij de koelcel in moest lopen

en/of op de grond moest gaan liggen en/of "Je blijft een kwartier liggen,

anders schiet ik je helemaal de kanker.", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 3 maart 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van een misdrijf,

waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of

meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging hetgeen het

misdrijf van artikel 312 lid 1 en lid 2 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of afpersing in vereniging hetgeen het misdrijf van artikel 317 lid 1 en

lid 3 van het Wetboek van Strafrecht oplevert,

opzettelijk

- een vuurwapen, te weten een revolver en/of

- een mes en/of

- een of meerdere bivakmuts(en) en/of een of meerdere handschoen(en), kennelijk

bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of

voorhanden heeft gehad;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 03 maart 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen van categorie III, onder

1, te weten een revolver (merk: Arminius), voorhanden heeft gehad en/of heeft

gedragen;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 18 februari 2008 te Barendrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en) (ongeveer 11.009,50 Euro) en/of een bromfiets en/of een mobiele

telefoon en/of een geldbedrag (ongeveer 70 Euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Karwei (van Neerbos Bouwmarkten B.V.)

en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4]heeft gedwongen tot de

afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 11.009,50 Euro) en/of een bromfiets

en/of een mobiele telefoon en/of een geldbedrag (ongeveer 70 Euro), in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Karwei (van Neerbos

Bouwmarkten B.V.) en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn, mededader(s),

- voor de bromfiets van die [slachtoffer 4]is/zijn gesprongen en/of het stuur van

die bromfiets heeft/hebben vastgepakt en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden

en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat hij af moest stappen, en/of

die [slachtoffer 4] bij zijn lichaam heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden

en/of

- gezegd dat die [slachtoffer 4]mee moest werken, want er zouden ook nog twee

personen bij die [slachtoffer 4]thuis op [straatnaam 13] voor de deur staan en/of dat

ze hem al een tijdje volgden en/of dat hij moest fluisteren en/of niet in

hun gezicht mocht kijken en/of naar beneden moest kijken en/of dat hij geen

geintjes moest maken, anders zouden ze hem neerschieten, althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking;

(11/712323-08)

4.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te Rotterdam, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of

(een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5]

(assistent supermarktmanager bij Bas van der Heijden), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die

voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te

doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], te

plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (assistent

supermarktmanager bij Bas van der Heijden) te dwingen tot de afgifte van geld

en/of (een) goed(eren), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Bas van der Heijden supermarkt, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen, - zakelijk weergegeven -

- één of meerdere vuurwapen(s), althans (een) op vuurwapen(s) gelijkend(e)

voorwerp(en) heeft gericht en gericht gehouden op (het gezicht en/of hoofd

van) die [slachtoffer 5] en/of

- meermalen, althans eenmaal, naar die [slachtoffer 5] heeft geschreeuwd en/of

geroepen de woorden: "geld, geld" en/of "kluis, kluis" en/of "kluis open",

althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 5] heeft gedwongen naar het kassakantoor te lopen en/of de

deur van die ruimte te openen en/of

- aan die [slachtoffer 5] verwondingen aan zijn hoofd en/of zijn gezicht heeft

toegebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 9 februari 2008 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, in/uit een supermarkt gelegen aan de

[straatnaam 8]

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen een

geldbedrag (ongeveer 32.915 Euro) en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C1000 en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van

een geldbedrag (ongeveer 32.915 Euro), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan C1000, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- betreden van de C1000 met (een) bivakmuts(en) over zijn/hun, verdachtes

en/of medeverdachtes, hoofd(en) en/of

- tonen en/of voorhouden van (een op) (een) vuurwapen(s) (gelijkende

voorwerp(en)) aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8]

en/of [slachtoffer 1] en/of

- richten van (een op) (een) vuurwapen(s) (gelijkende voorwerp(en)) op [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen

van [slachtoffer 7]en/of

- dwingen van [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8]

en/of [slachtoffer 1] om op de grond te gaan liggen en/of

- vastbinden van de polsen van [slachtoffer 1]en/of

- doorzoeken van de kleding van slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8]

en/of [slachtoffer 1] en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8]

en/of [slachtoffer 1] zeggen: "Geen geintjes of ik schiet." en/of "Ik wil je

handen zien, anders schiet ik.", althans woorden van gelijke dreigende aard

of strekking;

6.

hij op of omstreeks 23 februari 2008 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of

meerdere geldbedrag(en) (totaal: 27210,33 Euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan C1000, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 1]en/of

[slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 10]en/of [slachtoffer 11]en/of [slachtoffer 12]en/of een

of meerdere (andere) werknemer(s) van C1000,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9]heeft gedwongen tot de

afgifte van een of meerdere geldbedrag(en) (totaal: 27210,33 Euro), in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

- het winkelpand met (een) bivakmuts(en) en/of panty('s) over zijn/hun,

verdachtes en/of zijn mededader(s), hoofd(en) heeft betreden en/of

- een of meerdere (vuur)wapen(s), althans een of meer op (vuur)wapen(s)

gelijkende voorwerp(en) heeft getoond en/of gericht (gehouden) op genoemde

[slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of een of meerdere (andere) werknemer(s) van

C1000 en/of

-[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of een of meerdere (andere) werknemer(s) van C1000 heeft

gedwongen om op de grond plaats te nemen/te gaan liggen en/of

- kort achter die [slachtoffer 9] is gaan en/of blijven lopen (met genoemd

(vuur)wapen/voorwerp in zijn verdachtes, hand) en/of

- die [slachtoffer 9] tegen het lichaam heeft geduwd en/of

- op een dreigende manier tegen die [slachtoffer 9]en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of een

of meerdere (andere) werknemer(s) van C1000 heeft gezegd:

* "Lopen, lopen!" en/of

* "Liggen, liggen!" en/of

* "Naar beneden!" en/of

* "Opschieten, doorlopen!" en/of

* "Naar de kluis!" en/of

* "Geen geintjes, hè?!" en/of

* "Pak je sleutels!" en/of

* "Maak de kassa's open!" en/of

* "Ik wil alleen papiergeld!",

althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

(11/712716-08)

7.

hij op of omstreeks 07 februari 2008 te Zwijndrecht,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en) (ongeveer 7635,22 Euro) en/of een portemonnee (met inhoud), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Lidl en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot

de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 7635,22 Euro) en/of een

portemonnee (met inhoud), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Lidl en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn, mededader(s),

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 6]heeft/hebben getoond en/of op die [ slachtoffer 6] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of tegen het hoofd van

die [slachtoffer 6]

heeft/hebben gedrukt en/of

- tegen die [slachtoffer 6]heeft/hebben geroepen: "Maak die fucking deur open,

we gaan geld uit de kluis halen", althans woorden van gelijke dreigende

aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 6] tegen zijn rug heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 6] moest

doorlopen en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de rug van die [slachtoffer 6] heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben geroepen: "Waar is de kluis, we moeten

geld, we moeten geld" en/of "Waar is de kluis?" en/of "Waar is de

sleutel?" en/of "Ga op de grond liggen met je hoofd die kant op" en/of "Doe

je handen op je hoofd" en/of "Voor je kijken of ik knal je kop eraf" en/of

"Je moet komen staan" en/of "Je moet opschieten, anders zie je je vrouw en

kinderen niet meer" en/of "Haal het fucking alarm eraf, haal het alarm

eraf" en/of "Ik weet nu waar je woont, dus doe geen gekke dingen, anders

zie je je vrouw en kinderen nooit meer terug", althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 6] heeft/hebben geduwd en/of die Van den

Hoek heeft/hebben gesommeerd op zijn buik te gaan liggen en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben geroepen: "Ga daarheen liggen met je

kop", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal, tegen zijn rug en/of nek

heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- tegen die [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd dat hij zijn handen

op zijn rug moest doen en/of (vervolgens) de handen en/of voeten van die [slachtoffer 6] met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden en/of

- die [slachtoffer 6]meermalen, althans eenmaal, tegen zijn lichaam heeft/hebben

geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer 6]heeft/hebben geroepen dat hij naar rechts moest

kijken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

________________________________________________________________________ _