Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH4753

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
05-03-2009
Zaaknummer
79348 - KG ZA 09-38
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beroep op retentierecht. Eigenrichting. Niet aannemelijk dat eigenrichting tot schade heeft geleden, omdat vordering waarop retentierecht wordt gebaseerd niet aannemelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010/115
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 79348 / KG ZA 09-38

Vonnis in kort geding van 5 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN UDEN INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Waddinxveen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. H.T. Kernkamp te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SEATS AND SOFAS B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.O. de Wilde te ’s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna Van Uden en Seats and Sofas genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 6 februari 2009, met producties,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,

- de brief van mr. Kernkamp d.d. 17 februari 2009, met wijziging eis en producties,

- de pleitnota van Van Uden,

- de pleitnota van Seats and Sofas.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Seats and Sofas houdt zich bezig met de detailhandel in meubelen. Op 1 juli 2008 heeft zij een overeenkomst gesloten met [belanghebbende 1], handelend onder de naam [M Transport] (verder: [M Transport]) voor het transport van haar meubelen, opslag ter distributie daaronder begrepen, tot 31 december 2008. Van Uden was op dat moment subcontractant van [M Transport]. Seats and Sofas, [M Transport] en Van Uden zijn overeengekomen dat Van Uden in de plaats van [M Transport] zou treden indien [M Transport] niet in staat zou zijn uitvoering aan de overeenkomst van 1 juli 2008 te geven, hetgeen is vastgelegd in een namens hen ondertekende allonge bij die overeenkomst.

2.2. Voor de uitvoering van de voormelde overeenkomst maakte [M Transport] gebruik van een loods aan de [adres] te Waddinxveen (verder: de loods) als crossdockcentre.

2.3. De loods is eigendom van Vedabo Beheer B.V., welke vennootschap is gelieerd aan Van Uden. [belanghebbende 2] (verder: [belanghebbende 2]) is (indirect) bestuurder van beide vennootschappen.

2.4. Vanaf oktober of november 2008 hebben partijen onderhandeld over de uitvoering van de aan [M Transport] opgedragen werkzaamheden over het jaar 2009 door Van Uden als hoofdcontractant, met [M Transport] als subcontractant. De onderhandelingen werden gevoerd door [belanghebbende 2], [belanghebbende 3] (verder: [belanghebbende 3]) en [belanghebbende 4] namens Seats and Sofas, en [belanghebbende 1].

2.5. Op 16 december 2008 heeft [belanghebbende 2] aan onder meer [belanghebbende 3] een e-mail met als onderwerp ‘afspraken 2009’ gezonden, waarvan de inhoud – voor zover hier van belang – luidt:

“Mijne Heren,

Graag bevestig ik nog even al hetgeen wij naar mijn mening hebben afgesproken zodat dit na ondertekening onder de kerstboom geplaatst kan Worden.

[…]

Als VAN UDEN en SEATS EN SOFAS géén overeenstemming kunnen bereiken over de dienstverlening behoud SEATSANDSOFAS het recht Om het crossdockcentre te huren tegen marktconforme tarieven, en de distributie door een ander te laten uitvoeren.”

2.6. Op 22 december 2008 heeft [belanghebbende 3] per e-mail op voormelde e-mail gereageerd en daarbij – voor zover hier van belang – medegedeeld:

“[H]

Ik wil hier en daar nog wat aanvullingen maken op hetgeen je me gemaild hebt en dat uiterlijk deze week met je bespreken.

[…]”

[belanghebbende 2] heeft dezelfde avond per e-mail daarop gereageerd met de mededeling:

“[J]

Kom morgen even langs dan regelen we even de laatste dingen.

[H]”

2.7. Per 1 januari 2009 heeft Vedabo Beheer B.V. de loods aan Van Uden verhuurd.

2.8. Op 27 januari 2009 heeft [belanghebbende 3] om 09.55 uur aan [belanghebbende 2] een e-mail met als onderwerp ‘Samenwerking’ gezonden, waarvan de inhoud – voor zover hier van belang – luidt:

“Beste [H],

Naar aanleiding van de vele gesprekken die wij het afgelopen jaar en inmiddels ook dit jaar hebben gevoerd, blijkt continu dat we op verschillende punten van mening verschillen. Duidelijk mag zijn dat we (vanzelfsprekend) van beide zijde vechten voor de laatste cent. Zoals eerder aangegeven zijn wij, naast de laagste prijs, ook op zoek naar een partner waar we voor de toekomst een stabiele relatie mee op kunnen bouwen. In ons laatste gesprek bleek wederom dat we nog steeds op een aantal punten van mening verschillen […].

Gezien de opsomming van bovenstaande hebben wij besloten het transport over te dragen aan een derde partij en zullen wij op korte termijn de aanvoer stoppen en kan het magazijn leeg gereden worden. Uiteraard zullen wij dit in overleg met de mensen van Van Uden realiseren en de samenwerking op een correcte manier afsluiten.

[...]”

Dezelfde dag heeft [belanghebbende 2] per e-mail daarop gereageerd en daarbij – voor zover hier van belang – meegedeeld:

“Mijne Heren

Uw mail van hedenmorgen 9.55 heeft mij hogelijk verbaasd maar nog meer de argumenten.

Wat U schrijft in de derde zin loopt als een rode draad door het hele verhaal. Daar waar men om de laatste cent onderhandeld moet men ook alle onderdelen nauwkeurig beprijzen. Dit neemt niet weg dat wij hiermee juist die stabiliteit nastreven die voorkomt dat er achteraf discussies ontstaan.

[…]

U bent inmiddels ongeveer 10 dienstverleners verder, en heeft er nu een gevonden die tegen marginale tarieven exact wil doen wat U Verlangd, maar niet accepteerd dat extra diensten niet belast worden. Zolang U dit blijft nastreven zal U de 20e ook nog wel meemaken. Als tip raad ik U aan éérst de laatste jaarcijfers in te zien alvorens U in zee gaat met een volgende, want extreem veel collega’s van ons staan Op omvallen. Als de curator zich meld bij één van deze heeft U een ernstig probleem met uitleveren.

Hoogachtend,

[…]”

2.9. Bij e-mail aan [belanghebbende 3] van 28 januari 2009 heeft [belanghebbende 2] zich namens Van Uden op het standpunt gesteld dat er een wilsovereenstemming bestaat tussen Van Uden en Seats and Sofas voor 2009 en is Seats and Sofas gesommeerd om een en ander vóór 29 januari 2009 12.00 uur te bevestigen. Deze e-mail wordt afgesloten met de mededeling:

“Mocht U daar anders over denken sluiten wij een gang naar de rechter niet uit teneinde onze mening te laten bevestigen. Zolang u de instroom niet afbreekt zullen wij de uitstroom blijven verzorgen.”

In vervolg op deze e-mail heeft [belanghebbende 2] bij e-mail van 30 januari 2009 – voor zover hier van belang – aan [belanghebbende 3] meegedeeld:

“[…]

Inmiddels heb ik Uw mail ontvangen, en dit geeft aan dat U bij Uw standpunt blijft.

Ik zal Kernkamp advocaten in Rotterdam opdracht geven middels een voorlopige voorziening bij de rechtbank een uitspraak te laten doen Teneinde de werkzaamheden voor 2009 te continueren. Tevens zal ik overleggen of de uitlevering gedurende die tijd door moet gaan. Het is in ieder geval zo, dat als instroom doorgaat, wij ook de uitstroom blijven doen.

[…]”

2.10. Bij brief van 2 februari 2009 heeft mr. Kernkamp Seats and Sofas namens Van Uden gesommeerd om binnen drie werkdagen te bevestigen dat zij de overeenkomst tussen partijen onverkort zal nakomen en Seats and Sofas tevens meegedeeld dat Van Uden vanaf 2 februari 2009 een retentierecht uitoefent op alle zaken die zij onder zich heeft in het kader van de uitvoering van de overeenkomst, met name op de zich in de loods bevindende zaken. Seats and Sofas heeft deze brief dezelfde dag om 16.50 uur per fax ontvangen.

2.11. In de loods bevindt zich een kantoorruimte, welke ter beschikking is gesteld aan Seats and Sofas die aldaar twee werknemers werkzaamheden liet uitvoeren. Deze werknemers hebben ieder een sleutel, alarmtag en deurtag van de loods in bruikleen gekregen.

2.12. In de nacht van 2 op 3 februari 2009 heeft Seats and Sofas, met gebruikmaking van 15 vrachtwagens en de aan haar werknemers ter beschikking gestelde sleutels, alarm- en deurtags, het overgrote deel van de zich in de loods bevindende meubels afgevoerd. In de loods werd een slinger met feestvlaggetjes met smileys achtergelaten.

2.13. Bij e-mail van 12 februari 2009 heeft de raadsman van Seats and Sofas Van Uden verzocht de in de loods achtergebleven meubels, voornamelijk bestaande uit tuinsets, aan Seats and Sofas af te geven. Van Uden heeft hieraan niet voldaan.

2.14. De door Van Uden aan Seats and Sofas toegezonden facturen voor haar werkzaamheden zijn steeds voor de vervaldatum voldaan.

3. Het geschil in conventie

3.1. Van Uden vordert na wijziging eis – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Seats and Sofas te bevelen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de zich op 2 februari 2009 in opslag bij Van Uden bevindende handelsvoorraad van ca. 5.000 zitplaatsen weer in de macht van Van Uden te brengen, door middel van het op gebruikelijke wijze aanleveren per vrachtwagen aan de partijen bekende loods te Waddinxveen, althans van een vergelijkbare courante handelsvoorraad van ca. 2.000 bankstellen met, door Seats and Sofas aan de hand van inkoopfacturen te bewijzen, ten minste gelijke economische waarde als de aan de macht van Van Uden onttrokken handelsvoorraad, althans tot het stellen van vervangende zekerheid ex art. 6:55 BW door middel van het aan de raadsman van Van Uden ter hand stellen van een door een te goeder naam en faam bekende staande Nederlandse handelsbank gegeven bankgarantie, conform de tekst van het NVB-model Beslaggarantie NVB 1999, voor een bedrag van € 850.000, althans in goede justitie te bepalen bedrag, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. Seats and Sofas te veroordelen tot betaling aan Van Uden van een bedrag van € 450.000 terzake van voorschot op de door Van Uden geleden schade wegens de toerekenbare tekortkoming van Seats and Sofas.

3.2. Seats and Sofas voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Seats and Sofas vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Van Uden te bevelen binnen 2 dagen (48 uur) na het wijzen van dit vonnis (de voorzieningenrechter leest: Seats and Sofas) toe te laten tot de loods aan de Noordkade nummer 64 te Waddinxveen en te gehengen en gedogen dat Seats and Sofas (het restant van) haar voorraad als beschreven in de lijst welke als productie 12 aan de dagvaarding is gehecht, althans de voorraad van Seats and Sofas die Van Uden in haar bezit heeft, in vrachtwagens kan laden en mee kan nemen, alsmede daartoe de mederwerkers en vrachtwagens van Seats and Sofas toelaat tot de betreffende loods, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.

4.2. Van Uden voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Alhoewel Seats and Sofas dat bestrijdt, is het duidelijk dat zij met het afvoeren van meubels uit de loods in de nacht van 2 op 3 februari 2009 tot doel had het door Van Uden gepretendeerde retentierecht op de zich in de loods bevindende meubels te omzeilen en dat zij aldus eigenrichting heeft gepleegd. Het tijdstip waarop de actie is uitgevoerd, maakt immers op zichzelf reeds aannemelijk dat Seats and Sofas niet wilde dat Van Uden zag dat de meubels door haar werden afgevoerd en de door Seats and Sofas in de loods achtergelaten slinger met feestvlaggetjes kan, bij gebreke van enige verklaring daarvoor van Seats and Sofas, niet anders worden gezien dan als een boodschap aan Van Uden dat Seats and Sofas haar heeft afgetroefd. Voorts is aannemelijk dat Seats and Sofas ten tijde van de actie wist dat Van Uden een beroep deed op een retentierecht op de meubels die zich in de loods bevonden. Daargelaten dat niet gesteld is dat Seats and Sofas de fax van 2 februari 2009 voorafgaande aan haar actie in de nacht van 2 op 3 februari 2009 niet heeft gelezen, heeft Seats and Sofas immers niet bestreden dat [belanghebbende 2] op 2 februari 2009 één van de in de loods werkzame medewerkers van Seats and Sofas heeft meegedeeld dat Van Uden geen goederen meer zou uitleveren. Voorts was Seats and Sofas reeds bij e-mail van 30 januari 2009 op de mogelijkheid daarvan gewezen. Nu niet is weersproken dat Van Uden verantwoordelijk was voor zowel het transport als de opslag van de meubels in de loods en dat zij tot aan de overdracht van de meubels aan de filialen van Seats and Sofas over de vervoersdocumenten beschikte, is ook aannemelijk dat Van Uden feitelijk houder van de zich in de loods bevindende meubels was. Dat Seats and Sofas, zoals zij heeft aangevoerd, via de sleutels en alarm- en deurtags waarover haar twee in de loods werkzame medewerkers beschikten, vrijelijk toegang had tot de meubels die zich in de loods bevonden, maakt dat niet anders, te minder nu Seats and Sofas niet heeft weersproken dat deze medewerkers geen taak hadden bij het laden en lossen van de meubels of de opslag daarvan in de loods. Indien Van Uden, zoals Seats and Sofas stelt, geen retentierecht toekwam en misbruik maakte van haar machtspositie en Seats and Sofas daardoor schade dreigde te lijden, had het op de weg van Seats and Sofas gelegen om de zaak voor te leggen aan de (voorzieningen)rechter in plaats van het recht in eigen hand te nemen en te handelen zoals zij heeft gedaan.

5.2. Seats and Sofas is aansprakelijk voor de schade die Van Uden door voormelde eigenrichting heeft geleden. Het bestaan van die schade is afhankelijk van het bestaan van het door Van Uden gepretendeerde retentierecht. Niet gesteld is immers dat Van Uden van het afvoeren van de meubels ander nadeel heeft dan dat deze aan het door haar gepretendeerde retentierecht zijn onttrokken.

5.3. De verweren van Seats and Sofas dat het retentierecht niet kenbaar was en dat Van Uden niet beschikte over de voor het retentierecht vereiste feitelijke macht over de zich in het loods bevindende meubels, zijn in het vorenstaande reeds verworpen. Resteert de vraag of de vordering waarvoor Van Uden het retentierecht heeft ingeroepen bestaat. Van Uden baseert die vordering op de stelling dat partijen eind 2008 volledige wilsovereenstemming voor de dienstverlening van Van Uden aan Seats and Sofas over 2009 hebben bereikt. Deze door Seats and Sofas gemotiveerd bestreden stelling heeft Van Uden niet aannemelijk gemaakt. De onder 2.5 tot en met 2.8 weergegeven correspondentie tussen partijen per e-mail in de periode van 16 december 2008 tot en met 28 januari 2009 bieden, met name gezien het slot van de e-mails van [belanghebbende 2] van 16 december 2008 en 28 januari 2009, onvoldoende steun voor die stelling. De door Van Uden overgelegde conceptovereenkomst maakt dat niet anders. Dat – zoals Van Uden stelt, maar door Seats and Sofas wordt betwist – laatstbedoeld stuk tussen 22 december 2008 en de daaropvolgende kerstdagen door partijen is besproken, waarbij zij volledige overeenstemming hebben bereikt en daarop de handen hebben geschud, is evenmin aannemelijk nu enige onderbouwing voor die stelling ontbreekt.

5.4. Uit het vorenstaande volgt dat niet kan worden aangenomen dat Van Uden op Seats and Sofas een vordering uit hoofde van de door gestelde overeenkomst voor 2009 heeft.

Niet gesteld is dat Van Uden andere (opeisbare) vorderingen op Seats and Sofas heeft of heeft gehad die de opschorting van haar verplichting tot afgifte van de zich in de loods bevindende meubels rechtvaardigden. Dit betekent dat niet kan worden aangenomen dat Van Uden op 2 en 3 februari 2009 jegens Seats and Sofas een retentierecht toekwam, zodat evenmin kan worden aangenomen dat zij ten gevolge van de door Seats and Sofas gepleegde eigenrichting schade heeft geleden. Vordering sub I dient derhalve te worden afgewezen.

5.5. Vordering sub II strekt tot vergoeding van de schade die Van Uden lijdt door de ontbinding van de door haar gestelde overeenkomst tussen partijen voor 2009. Uit het voorafgaande volgt dat het bestaan van de vordering niet kan worden aangenomen. Hiermee is gegeven dat niet is voldaan aan de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Vordering sub II dient derhalve eveneens afgewezen te worden.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Niet in geschil is dat de in de loods achtergebleven meubels aan Seats and Sofas toebehoren. Het verweer van Van Uden dat zij ten aanzien van die zaken een retentierecht heeft, dient op grond van hetgeen in conventie is overwogen te worden verworpen. Dit brengt tevens mee dat de door Van Uden in het verlengde van dat retentierecht gemaakte aanspraken op vervangende zekerheid en voorafgaande voldoening van kosten uit hoofde van de zorg voor de zaken als bedoeld in artikel 3:293 BW, bewaarloon en kosten van uitslag falen.

6.2. Tegenover de betwisting van Van Uden heeft Seats and Sofas haar stelling dat de in de loods achtergebleven voorraad overeenstemt met de door haar overgelegde voorraadlijst niet nader gemotiveerd of onderbouwd, zodat dit niet kan worden aangenomen.

6.3. Op grond van het vorenstaande zal de vordering als na te melden worden toegewezen.

7. De beoordeling in conventie en reconventie

7.1. Van Uden zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie en in reconventie, worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Seats and Sofas worden begroot op:

- vast recht € 262,00

- salaris advocaat 1.224,00 (1,5 x € 816,00)

Totaal € 1.486,00

8. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

wijst de vorderingen af

in reconventie

beveelt Van Uden om, binnen 2 werkdagen na betekening van dit vonnis, medewerkers en vrachtwagens van Seats and Sofas toe te laten tot de loods aan de [adres] te Waddinxveen en te gehengen en gedogen dat Seats and Sofas de voorraad van Seats and Sofas die Van Uden in haar bezit heeft in vrachtwagens kan laden en mee kan nemen;

bepaalt dat Van Uden een dwangsom zal verbeuren van € 10.000,00 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij in gebreke zal blijven aan dit vonnis te voldoen, zulks tot een maximum van € 150.000,00;

in conventie en reconventie

veroordeelt Van Uden in de proceskosten, aan de zijde van Seats and Sofas tot op heden begroot op € 1.486,00,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Baal en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2009.?