Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH2082

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
05-02-2009
Zaaknummer
11-510081-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 47-jarige man veroordeeld wegens een poging tot verkrachting van een 16-jarig buurmeisje

tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/510081-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 februari 2009

in de strafzaak tegen

[naam],

geboren in 1961,

wonende te [adres en woonplaats],

Raadsman mr. B.J. Manspeaker, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 januari 2009. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie mr. W.J.A. Struijk en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: heeft geprobeerd [slachtoffer] te verkrachten.

Subsidiair: [slachtoffer] heeft aangerand.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het primair ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard. Volgens de officier van justitie is vastgesteld dat aangeefster en verdachte samen waren in de kelderbox. De officier van justitie heeft aangevoerd dat wanneer je de verklaring van verdachte volgt over wat daar is gebeurd, het niet zo kan zijn dat er speeksel in het gezicht van aangeefster is gekomen. Hij acht, met het technisch bewijs dat verdachte heeft geprobeerd aangeefster te tongzoenen, de verklaring van aangeefster heel plausibel. Volgens hem is het dan heel goed mogelijk dat de rest van de verklaring van aangeefster ook juist is. Dat beeld wordt versterkt door de plek op haar onderbuik, en de verklaring van de zus van aangeefster dat zij in het verleden ook door verdachte is benaderd met de vraag of ze wilde neuken met hem, aldus de officier van justitie. Hij heeft medegedeeld dat verdachte zich kennelijk aangetrokken voelt door meisjes van deze leeftijd, in ieder geval aangeefster en haar zus. De officier van justitie komt tot de conclusie dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de primair ten laste gelegde poging tot verkrachting.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat aangeefster het niet zo nauw neemt met de waarheid en dat haar aangifte onbetrouwbaar is. De raadsman beroept zich in dit verband op de getuigenverklaring die de zus van aangeefster als getuige ter zitting heeft afgelegd. Zij verklaart te twijfelen aan het verhaal van aangeefster omdat zij denkt dat het niet mogelijk is geweest voor de verdachte om de kelderbox binnen te komen omdat hij geen sleutel van die toegangsdeur heeft. Daarnaast heeft aangeefster na het incident dingen over haar zus en over zichzelf gezegd die niet waar zijn.

Ten aanzien van het aangetroffen DNA-materiaal van verdachte op aangeefster, heeft de raadsman betoogd dat niet duidelijk blijkt uit het dossier of de bemonstering van dit materiaal in de nek of in het gelaat van aangeefster heeft plaatsgevonden. Daarnaast wijst de raadsman op het feit dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij met zijn wang het gezicht van aangeefster heeft geraakt. Dat er op de riem van aangeefster geen DNA-materiaal is aangetroffen, is een extra aanwijzing dat aangeefster niet de waarheid heeft gesproken.

De slotconclusie van de raadsman luidt dat verdachte vrijgesproken dient te worden omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de ten laste gelegde handelingen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Betrouwbaarheid van de aangifte:

De raadsman heeft zijn standpunt onder meer onderbouwd door te refereren aan de ter zitting afgelegde getuigenverklaring door de zus van het aangeefster [slachtoffer]. Deze getuige heeft verklaard dat zij is gaan twijfelen aan het verhaal van haar zus omdat zij denkt dat verdachte niet in de kelderbox had kunnen komen omdat hij geen sleutel heeft. Nu verdachte ook zelf heeft verklaard samen met het slachtoffer in de kelderbox te zijn geweest, kan de verklaring van de getuige op dit punt geen aanleiding zijn te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte van het slachtoffer. Of het slachtoffer, zoals door de verdediging aangevoerd, onwaarheden zou hebben verteld over haar zus of over zichzelf, laat de rechtbank in het midden. Al zou dit zo zijn, dan brengt dit nog niet vanzelfsprekend met zich mee dat het slachtoffer gelogen zou hebben over de door verdachte bij haar verrichtte handelingen, te meer nu de aangifte wordt ondersteund door technisch bewijs in de vorm van DNA-bewijs. Bovendien is het alibi van verdachte voor een deel aantoonbaar onjuist. Volgens hem was het slachtoffer verdrietig omdat haar vader in het ziekenhuis was opgenomen. Het slachtoffer ontkent dat: haar vader was die daggewoon naar zijn werk gegaan, zei zij, en dat is verder op geen enkele manier weersproken.

De feiten:

Het slachtoffer heeft verklaard dat zij op 20 februari 2008 haar fiets wilde pakken die zich in een kelderbox onder haar woning in Dordrecht bevond. Toen zij haar fiets wilde keren zag zij verdachte staan die zij herkende omdat hij bij haar in de flat woont. Verdachte raakte het slachtoffer aan en deed zijn beide handen bij haar bovenarmen. Verdachte zei tegen het slachtoffer: "Ik ben geil, jij moet mij neuken, je moet mij pijpen, nu moet je mij pijpen". Verdachte begon daarna aan de gesp van de broeksriem van het slachtoffer te trekken. Het slachtoffer trok aan het uiteinde van de riem om te voorkomen dat verdachte de broeksriem open kon trekken. Verdachte raakte het geslachtsdeel van het slachtoffer over haar broek heen aan. Het slachtoffer duwde zijn hand weg en riep "hou nou op". Verdachte zei weer "ik ben geil" en probeerde het bh-bandje van het slachtoffer los te maken. Daarbij sloeg verdachte zijn armen om het slachtoffer heen. Het slachtoffer schudde heen en weer waardoor dit niet lukte. Verdachte probeerde haar daarna te zoenen. Eerst zoende hij haar in haar nek, daarna op haar mond. Het slachtoffer voelde dat verdachte zijn tong tegen haar lippen aan drukte. Toen het slachtoffer daarna de schuur uit probeerde te lopen heeft verdachte gezegd "ik pak je nog wel een keertje terug. Je woont alleen thuis. Jouw vader neukt jou ook." Daarna is verdachte de schuur uitgelopen.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 20 februari 2008 contact heeft gehad met het slachtoffer. Hij is in de deuropening van de schuur blijven staan en heeft met het slachtoffer gepraat. Verdachte heeft haar getroost door een arm om haar heen te slaan.

De politie heeft bemonsteringen van de nek en het gelaat van het slachtoffer genomen ten behoeve van onderzoek naar mogelijk achtergelaten DNA-materiaal. Het NFI heeft deze bemonsteringen onderzocht en een rapport uitgebracht naar aanleiding van haar bevindingen. In de bemonsteringen is een aanwijzing verkregen op de aanwezigheid van speeksel. Het afgeleide DNA-profiel van één specifiek monster van het gelaat van het slachtoffer is vergeleken met de aanwezige DNA-profielen in de DNA-databank voor strafzaken. Bij deze vergelijking is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

De zus van het slachtoffer heeft verklaard dat zij op 20 februari 2008 gebeld is door aangeefster. Zij hoorde het slachtoffer huilen, ze snikte. Het slachtoffer vertelde haar dat de buurman geprobeerd had haar te verkrachten in de schuur. Ze vertelde dat hij haar had gezoend in haar gezicht en dat hij had gezegd dat zij hem moest neuken. De zus van het slachtoffer verklaart verder dat zij merkt dat het slachtoffer nog steeds bang is en dat zij de hele tijd trilt, ze kan haar handen niet stil houden.

Een GGD-arts heeft geconstateerd dat bij het slachtoffer ter plaatse van haar onderbuik onder de navel een ovale, rode plek zichtbaar is met in het midden een vuurrood strookje dat horizontaal in het midden loopt.

De rechtbank overweegt dat de handelingen van verdachte, zoals hiervoor beschreven, naar uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op de voltooiing van een verkrachting, zodat sprake is van een begin van uitvoering. Aldus is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het DNA-materiaal:

In het proces-verbaal van bevindingen is opgenomen dat het slachtoffer is bemonsterd op mogelijk DNA-materiaal in haar nek en haar gelaat. Vervolgens wordt in het proces-verbaal van 'identificatie van een biologisch spoor' en in het deskundigenrapport slechts gesproken over bemonsteringen van het gelaat van het slachtoffer. Nu het slachtoffer heeft verklaard dat verdachte haar zowel in haar nek als op haar gezicht heeft ge(tong)zoend, is het aantreffen van speeksel van verdachte op welk van beide plekken dan ook belastend voor verdachte. Verdachte heeft geen aannemelijke verklaring afgelegd voor een alternatieve wijze waarop zijn speeksel daar terecht is gekomen. Zijn verklaring dat hij met zijn wang het gezicht van aangeefster aangeraakt zou hebben toen hij haar wilde troosten, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Hoewel niet onmogelijk is het toch wel hoogst onwaarschijnlijk dat op die wijze speeksel is overgebracht op het slachtoffer. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het aangetroffen speeksel met DNA-materiaal van verdachte op de plaats waarvan het slachtoffer zegt dat verdachte haar ge(tong)zoend heeft, bezigen als bewijsmiddel dat verdachte deze handelingen inderdaad heeft verricht.

Ten aanzien van de riem:

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft over het op de riem aangetroffen celmateriaal gerapporteerd dat dit niet per definitie delictgerelateerd is. Dit betekent niet dat hetgeen het slachtoffer heeft verklaard, niet conform de waarheid is. De aangetroffen rode plekken op de onderbuik van het slachtoffer ter hoogte van de gesp van de riem ondersteunen haar verklaring dat verdachte inderdaad aan haar riem heeft getrokken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

(primair)

op 20 februari 2008 te Dordrecht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer]

- die [slachtoffer] onverhoeds heeft benaderd en/of

- de borsten en de schaamstreek van die [slachtoffer]

heeft betast en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd:

* "Ik ben geil" en

* "Je moet mij neuken" en

* "Je moet mij pijpen. Nu moet je mij pijpen" en

* "Ik pak je nog wel eens een keertje terug. Je woont alleen thuis. Jouw

vader neukt jou ook." en

- aan de riem en/of de kleding van die [slachtoffer] heeft getrokken en

- zijn, verdachtes, arm om die [slachtoffer] heeft geslagen en vervolgens heeft getracht haar bh-bandje los te maken en

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en vastgehouden en

- die [slachtoffer] in de nek en op de mond heeft gezoend en hierbij met zijn, verdachtes, tong tegen de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

(primair)

POGING TOT VERKRACHTING.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen bepaald op grond van de ernst van en de omstandigheden waaronder begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn 16-jarig buurmeisje benaderd in de kelderbox onder haar flatgebouw en haar in een schuur geprobeerd te verkrachten. Verdachte heeft het slachtoffer onzedelijk betast en haar geprobeerd te tongzoenen. Verdachte heeft dwang toegepast door haar vast te houden en aan haar riem te trekken. Verdachte heeft hierbij seksueel getinte opmerkingen gemaakt en het slachtoffer in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt wat hij van haar verlangde. Ook toen het slachtoffer verbaal en fysiek duidelijk maakte dat zij wilde dat verdachte stopte, heeft verdachte zijn poging om haar te verkrachten, voortgezet.

Dit feit heeft niet alleen een enorme impact gehad op het slachtoffer, maar dergelijke feiten brengen ook gevoelens van onveiligheid in de samenleving teweeg. Het bewezen verklaarde feit is een ernstig feit, waartegen streng en consequent dient te worden opgetreden. Een (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke gevangenisstraf is dan ook passend naar het oordeel van de rechtbank. Omdat de rechtbank de ernst van het feit iets minder groot oordeelt dan de officier van justitie kennelijk heeft gedaan, legt de rechtbank een minder zware straf op dan door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank heeft acht geslagen op de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd.

Wat betreft de persoon van verdachte merkt de rechtbank op dat het dossier slechts verouderde gegevens bevat in de vorm van een rapport van het Boumanhuis van 1 februari 2001. Verdachte is niet ter zitting verschenen en heeft zodoende geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid persoonlijke omstandigheden aan te voeren. Door de verdediging is geen strafmaatverweer gevoerd. Blijkens het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 november 2008 is verdachte meermaals veroordeeld wegens strafbare feiten, maar nog niet eerder voor een soortgelijk feit.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat een deel van die straf niet ten uitvoer zal worden gelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de algemene voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van verdachte, het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

8 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf (12) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. van den Beld, voorzitter,

mr. A.P. Hameete en mr. T. Kooijmans rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. van Dooren griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 5 februari 2009.

Wegens afwezigheid is mr. Kooijmans voornoemd buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 20 februari 2008 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer] onverhoeds heeft benaderd en/of

- de borsten en/of de schaamstreek, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd:

* "Ik ben geil" en/of

* "Je moet mij neuken" en/of

* "Je moet mij pijpen. Nu moet je mij pijpen" en/of

* "Ik pak je nog wel eens een keertje terug. Je woont alleen thuis. Jouw vader neukt jou ook." en/of

- aan de riem en/of de kleding van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of

- zijn, verdachtes, arm om die [slachtoffer] heeft geslagen en/of vervolgens

heeft getracht haar bh-bandje los te maken en/of

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] in de nek en/of op de mond heeft gezoend en/of hierbij met

zijn, verdachtes, tong tegen de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 februari 2008 te Dordrecht, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het betasten van de borsten en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of

- het zoenen in de nek en/of op de mond van die [slachtoffer], waarbij hij, verdachte, (tevens) met zijn, verdachtes, tong tegen de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het onverhoeds benaderen van die [slachtoffer] en/of

- het zeggen tegen die [slachtoffer]:

* "Ik ben geil" en/of

* "Je moet mij neuken" en/of

* "Je moet mij pijpen. Nu moet je mij pijpen" en/of

* "Ik pak je nog wel eens een keertje terug. Je woont alleen thuis. Jouw

vader neukt jou ook." en/of

- het trekken aan de riem en/of de kleding van die [slachtoffer] en/of

- het slaan van zijn, verdachtes, arm om die [slachtoffer], waarna hij, verdachte, heeft getracht het bh-bandje van die [slachtoffer] los te maken en/of

- het vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer];

Parketnummer: 11/510081-08

Vonnis d.d. 5 februari 2009