Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH0818

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
22-01-2009
Datum publicatie
28-01-2009
Zaaknummer
11/5010182-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan een diefstal met geweld door twee of meer verenigde personen door opzettelijk inlichtingen te verschaffen. Opzet niet gericht op het gepleegde geweld. Gevolgen voor bewezenverklaring, kwalificatie en straftoemeting. Medeplichtige hoofdelijk aansprakelijk voor schade geleden door de benadeelde partij

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/510182-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 januari 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in 1983,

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Flevoland - HvB Almere Binnen, te Almere.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

2 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging

3Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het primair ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspraak bepleit.

3.3 De vordering van de benadeelde partij

• Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [benadeelde partij 1], [adres en woonplaats].

Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van Eur 5.000, = , ter zake van vergoeding van materiële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering.

Door of namens de verdachte is de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade betwist.

• Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [benadeelde partij 2], [adres en woonplaats].

Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van Eur 18.007,85 ter zake van schadevergoeding van materiële en immateriële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering.

Door of namens de verdachte is de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade betwist.

4 De bewijsbeslissing

4.1 De vrijspraak

Primair is verdachte tenlastegelegd dat hij een diefstal met geweld heeft gepleegd “tezamen en in vereniging met een ander of anderen”. Daarvan kan sprake zijn indien op grond van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat tussen verdachte en de mededaders een nauwe en bewuste samenwerking heeft plaatsgehad bij de verwezenlijking van het te plegen delict.

Verdachte verklaart dat hij in contact is gekomen met [medverdachte 1] (een neef) en [medeverdachte 2]. [medeverdachte 1] wilde geld regelen en verdachte heeft hen toen getipt dat er wat te halen viel bij [benadeelde partij 2], een autohandelaar in Gorinchem, bij wie hij vroeger had gewerkt. Hij heeft aan de medeverdachten laten zien waar [benadeelde partij 2] woonde, is enkele malen met hen bij de woning gaan kijken, heeft hen informatie verschaft over de indeling van de woning, over de aanwezigheid van een kluis en over geldbedragen die zich in die kluis zouden kunnen bevinden. Dat zou, aldus verdachte, wel kunnen neerkomen op Eur 50.000,- a Eur 100.000,-. De opbrengst zou verdeeld worden onder vijf personen en zijn aandeel zou tussen de Eur 10.000,- en Eur 15.000,- bedragen. Volgens [medeverdachte 1] heeft verdachte kort voor de overval, in de tweede helft van april 2008 aan hem laten weten dat [benadeelde partij 2] net terug was van zakenreis uit Afrika en dat deze Eur 300.000,- bij zich had en dat er nu wat moest gebeuren. [medeverdachte 4] en [medverdachte 2] zijn naar aanleiding van die informatie verdere plannen gaan maken. In hoeverre verdachte bij het maken van die – en overigens ook eerdere - plannen nog betrokken is geweest blijkt onvoldoende. Ook blijkt niet in hoeverre hij bij de feitelijke uitvoering van de overval nog aanwezig is geweest of op afstand een rol heeft gespeeld of de hand heeft gehad in het veilig stellen van de buit. [medverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat verdachte naderhand met geld heeft lopen smijten, maar heeft dat slechts van horen zeggen en bovendien staat de herkomst van het geld daarmee nog niet vast.

Uit het voorgaande, met name het ontbreken van informatie over de mate waarin verdachte, naast het verschaffen van informatie, verder nog bij de planning en feitelijke uitvoering is betrokken geweest komt de vereiste nauwe en bewuste samenwerking onvoldoende naar voren. De verdachte zal daarom van het hem primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

SUBSIDIAIR:

[medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en meer mededaders op of omstreeks 29 april 2008 te Gorinchem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een kluis (inhoudende meerdere kentekenbewij(zen) en meerdere sleutels en een sieradendoos en inentingsbewijzen) en een enveloppe (inhoudende 5000 euro) en een doosje (inhoudende meerdere buitenlandse bankbiljetten (ter waarde van

ongeveer 1600 euro)) en meerdere zakjes (inhoudende gouden munten (ter waarde van ongeveer 8000 euro) en meerdere horloges en meerdere sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] die [benadeelde partij 2] meermalen met (een) vuist(en) en (de kolf van) een vuurwapen in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en- die [benadeelde partij 2] met een stroomstootwapen een stroomstoot heeft/hebben gegeven en

- een vuurwapen aan die [benadeelde partij 2] heeft/hebben getoond en op die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en

- heeft/hebben gezegd "ik schiet je dood en I shoot you en/of if you tell someone I will kill you or someone else will do it" en

- de handen en voeten van die [benadeelde partij 2] met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden en de mond van die [benadeelde partij 2] met tape heeft/hebben dichtgeplakt, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 december 2007 tot en met 29 april 2008 te Gorinchem en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk inlichtingen

heeft verschaft door de woning van die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 1] aan te wijzen en inlichtingen te verschaffen omtrent de indeling van die woning en omtrent de aanwezigheid van geld in die woning.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

Nadere bewijsoverwegingen

Het hiervoor bij de motivering van de vrijspraak van het primair tenlastegelegde weergegeven feitenrelaas levert wel toereikend bewijs op dat verdachte tot het plegen van het misdrijf opzettelijk inlichtingen heeft verschaft, namelijk omtrent de geldbedragen die bij [benadeelde partij 2] omgingen, de indeling en ligging van diens woning en de terugkeer, met veel geld, van een zakenreis.

Mitsdien heeft de rechtbank de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan de overval bewezen verklaard.

Verdachte heeft verklaard dat hij nooit de opzet heeft gehad op een diefstal met geweld, maar dat hij steeds heeft gedacht dat zou worden ingebroken. Uit de bewijsmiddelen valt niet voldoende af te leiden dat en op wat voor wijze verdachte kennis heeft gehad of had behoren te voorzien dat bij het bezoeken van de woning van [benadeelde partij 2] tegen aldaar aanwezigen geweld zou worden gebruikt. Dat kennis van de wijze waarop een misdrijf wordt gepleegd een vereiste is om tot bewezenverklaring van opzettelijke medeplichtigheid daaraan te komen vindt echter geen steun in het recht (HR 4 maart 2008 LJN BC0780); voldoende is dat opzet bestond, al dan niet in voorwaardelijke vorm, op het misdrijf als zodanig. Daarvan is in dit geval sprake, nu verdachte in elk geval gedacht zegt te hebben dat het geld door middel van diefstal zou worden verkregen.

De rechtbank zal overigens bij de bepaling van de straf rekening houden met de omstandigheid dat niet is vast te stellen dat verdachte kennis had of had kunnen hebben van het bij de diefstal toegepaste geweld.

Verdachte heeft voorts aangevoerd – zo begrijpt de rechtbank het verweer – dat van medeplichtigheid geen sprake is geweest omdat hij zich voordat de overval werd gepleegd uit het gezelschap van de daders zou hebben teruggetrokken en gezegd zou hebben er niets (meer) mee te maken te willen hebben. Dit verweer verwerpt de rechtbank eveneens, omdat, indien van een dergelijk terugtrekken al sprake is geweest, daardoor niets is afgedaan aan de informatie die verdachte voordien al had verschaft en die zodanig van aard was dat zijn mededaders daarin voldoende reden hebben kunnen vinden om de overval verder te plannen en uit te voeren. Verdachte heeft ook niets gedaan om de gevolgen van de door hem verstrekte informatie te blokkeren of ongedaan te maken door hetzij [benadeelde partij 2], hetzij de politie te tippen dat een diefstal werd voorbereid.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

MEDEPLICHTIGHEID AAN DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF OF ANDERE DEELNEMERS AAN HET MISDRIJF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar

7 De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte medeplichtig is aan een brute roofoverval op [benadeelde partij 2] in zijn woning, waarbij gebruik is gemaakt van een vuurwapen en een stroomstootwapen. Bij de overval is fors fysiek geweld gebruikt, waardoor het slachtoffer een kies moet missen en ernstig oogletsel heeft opgelopen. Ook hebben de overvallers het vuurwapen op die [benadeelde partij 2] gericht en gericht gehouden. Uit deze handelwijze volgt dat geweld bij het plegen van het door financieel gewin ingegeven strafbaar feit beslist niet werd geschuwd. Verdachte heeft gedurende een periode van vijf maanden voorafgaand aan deze overval diverse gesprekken met de overvallers gevoerd over hoe de woning van [benadeelde partij 2] er van binnen uitzag en waar de kluis stond. Verdachte heeft de woning ook daadwerkelijk aangewezen. Daarnaast heeft hij de informatie gegeven dat [benadeelde partij 2] met veel cash geld uit het buitenland was teruggekomen.

Gelet op de aard en de ernst van het feit en de hiervoor geschetste omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf dient te worden opgelegd. Bij haar beoordeling over de duur van deze straf betrekt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze in het bijzonder naar voren zijn gebracht in het over hem door de reclassering te Den Haag uitgebrachte rapport, d.d. 30 juli 2008 en het strafblad van 10 september 2008, waaruit blijkt dat verdachte eerder door de strafrechter tot werkstraffen is veroordeeld.

De rechtbank gaat bij het bepalen van de strafhoogte uit van haar oriëntatiepunten bij medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, doch rekent in zeer sterke mate als strafverhogende omstandigheid mee dat aan dit feit een lange planning is voorafgegaan, dat verdachte met het geven van informatie over [benadeelde partij 2] een onmisbare schakel is geweest in de voorbereiding van de overval en dat de gevolgen van het misdrijf, naast de materiële kant daarvan, voor het slachtoffer zeer traumatisch en ernstig zijn geweest en nog zijn.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf passend en geboden is met een proeftijd van twee jaar, met daaraan verbonden na te melden bijzondere voorwaarde. De rechtbank ziet gelet op de ernst van het feit en de recidive, geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Deze voorwaardelijke straf dient ook als waarschuwing aan de verdachte zich in de toekomst van het plegen van strafbare feiten te onthouden.

7.2 De vordering van de benadeelde patij

De benadeelde partij [benadeelde partij 1], [adres en woonplaats] vordert een schadevergoeding van Eur 5.000,= wegens materiële schade voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde partij 2], [adres en woonplaats] vordert een schadevergoeding van Eur 18.007,85 voor feit 1. De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van Eur 6.946,57 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan Eur 1.946,57 ter zake van materiële schade en Eur 5.000,= ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De materiële schade bestaat uit Eur 1.196,57 eigen bijdrage en wettelijk eigen risico en een voorschot ter zake van het plaatsen van een kroon, door de rechtbank bepaald op Eur 750,=. Terzake van immateriële schade wordt door de rechtbank een voorschot toegewezen, bepaald op Eur 5.000,=. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

Verdachte is, ondanks het feit dat hij medeplichtige en dus geen medepleger is, toch in civielrechtelijke zin hoofdelijk jegens de benadeelde partijen aansprakelijk. Dit volgt uit de wet, omdat verdachte deel heeft uitgemaakt van een groep die op onrechtmatige wijze schade heeft toegebracht aan deze benadeelde partijen, verdachte wist dat door dit groepsoptreden schade zou ontstaan zoals ook in concreto is gebeurd en hem dit optreden mede kan worden toegerekend. Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Noch het feit dat verdachte een langdurige gevangenisstraf zal worden opgelegd noch de omstandigheid dat wellicht verdachte in de onderlinge verhouding tot de andere deelnemers aan het delict minder dan een gelijk deel zal moeten bijdragen, geeft de rechtbank voldoende aanleiding om de vordering van de officier van justitie terzake af te wijzen. Het belang van de slachtoffers prevaleert.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel berusten op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 48, 49, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vierentwintig (24) maanden, waarvan drie (3) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van Eur 5.000,= (vijfduizend euro) ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1], Eur 5.000,= te betalen, bij niet betaling te vervangen door 100 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] van Eur 6.946,57 (zesduizendnegenhonderdzesenveertig euro en zevenenvijftig cent), waarvan Eur 1.946,57 ter zake van materiële schade en Eur 5.000,= ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 2], Eur 6.946,57 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 138 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Hameete, voorzitter,

mr. F.L.J.M. Heijnen en mr. L.C. van Walree, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Andel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 januari 2009.

Mr. Heijnen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 29 april 2008 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kluis (inhoudende een of meerdere kentekenbewij(s)(zen) en/of een of meerdere sleutel(s) en/of een sieradendoos en/of twee inentingsbewijzen) en/of een enveloppe (inhoudende 5000 euro) en/of een doosje (inhoudende een of meerdere buitenlands(e) bankbiljet(ten) (ter

waarde van ongeveer 1600 euro)) en/of een of meerdere zakje(s) (inhoudende (een) gouden munt(en) (ter waarde van ongeveer 8000 euro) en/of een of meerdere horloge(s) en/of een of meerdere siera(a)d(en), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal, - die [benadeelde partij 2] met (een) vuist(en) en/of (de kolf van) een vuurwapen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of- tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [benadeelde partij 2] met een stroomstootwapen (een) stroomsto(o)t(en) heeft/hebben gegeven en/of

- een vuurwapen aan die [benadeelde partij 2] heeft/hebben getoond en/of op die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

- heeft/hebben gezegd "ik schiet je dood en/of I shoot you en/of if you tell someone I will kill you or someone else will do it" en/of

- de handen en/of de voeten van die [benadeelde partij 2] met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden en/of de mond van die [benadeelde partij 2] met tape heeft/hebben dichtgeplakt;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer mededader(s) op of omstreeks 29 april 2008 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben/heeft weggenomen een kluis (inhoudende een of meerdere kentekenbewij(s)(zen) en/of een of meerdere sleutel(s) en/of een sieradendoos en/of twee inentingsbewijzen) en/of een enveloppe (inhoudende 5000 euro) en/of een doosje

(inhoudende een of meerdere buitenlands(e) bankbiljet(ten) (ter waarde van ongeveer 1600 euro)) en/of een of meerdere zakje(s) (inhoudende (een) gouden munt(en) (ter waarde van ongeveer 8000 euro) en/of een of meerdere horloge(s) en/of een of meerdere siera(a)d(en), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of zijn/diens mededader(s) en/of verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of diens/zijn mededader(s) meermalen, althans eenmaal,

- die [benadeelde partij 2] met (een) vuist(en) en/of (de kolf van) een vuurwapen in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of;

- die [benadeelde partij 2] met een stroomstootwapen (een) stroomst(o)t(en) heeft/hebben gegeven en/of

- een vuurwapen aan die [benadeelde partij 2] heeft/hebben getoond en/of op die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

- heeft/hebben gezegd "ik schiet je dood en/of I shoot you en/of if you tell someone I will kill you or someone else will do it" en/of

- de handen en voeten van die [benadeelde partij 2] met tie-wraps heeft/hebben vastgebonden en/of de mond van die [benadeelde partij 2] met tape heeft/hebben dichtgeplakt,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 29 april 2008 te Gorinchem en/of Amsterdam en/of Delft en/of elders in Nederland, opzettelijk inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de woning van die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 1] aan te wijzen en/of inlichtingen te verschaffen omtrent de indeling van die woning en/of omtrent de aanwezigheid van geld en/of goederen in die woning en/of ten tijde van het plegen van het feit op de uitkijk te staan teneinde bij mogelijk onraad waarschuwend op te treden;