Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH0519

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-01-2009
Datum publicatie
21-01-2009
Zaaknummer
11/710694-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 28-jarige verdachte voor het meerdere malen plegen van valsheid in geschrifte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 225
Wetboek van Strafvordering 266
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2009/62
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/710694-07

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 januari 2009

in de strafzaak tegen

[naam],

geboren in 1980,

wonende te [adres en woonplaats].

Raadsman mr. R.H. Dormeijer, advocaat te Leiden.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 januari 2009, waarbij de officier van justitie, mr. D.E.J. Mattheijs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

(Feit 1 tot en met 5) op meerdere momenten in de periode van 30 juni 2005 tot en met 10 september 2006 zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift en/of oplichting door telkens middels verzoeken tot afkoop zich voor te doen als de rechthebbende verzekeringnemer die een (levens)verzekering wil afkopen, met opgave van rekeningnummers waarop de afkoopsommen dienden te worden uitbetaald, naar aanleiding waarvan de verzekeraar telkens tot uitbetaling is overgegaan.

(Feit 6) in de periode van 1 juni 2005 tot en met 30 juni 2006 zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift en/of oplichting door middels een akkoordverklaring met een voorgestelde schade-uitkering zich voor te doen als de rechthebbende verzekeringnemer met opgave van de rekeningnummers waarop de schade-uitkering diende te worden uitbetaald, naar aanleiding waarvan de verzekeraar tot uitbetaling is overgegaan.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Door de verdediging is een tweetal ontvankelijkheidsverweren gevoerd. De raadsman heeft betoogd dat bij brief van 8 juli 2008 door de officier van justitie de dagvaarding is ingetrokken, waarna geen nieuwe dagvaarding is uitgebracht en voorts dat de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek niet op de voet van artikel 225 lid 4 Wetboek van Strafvordering is betekend. Naar het oordeel van de verdediging dient de officier van justitie op grond hiervan niet ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen en beslist:

Over de intrekking.

Weliswaar vermeldt de brief van 8 juli 2008 dat de officier van justitie de dagvaarding om te verschijnen op donderdag 24 juli 2008 te 15.30 uur intrekt, maar kennelijk wordt daarmee bedoeld de oproeping voor die terechtzitting. Deze oproeping bevindt zich in het dossier. In het dossier bevindt zich voorts de dagvaarding voor de terechtzitting van 27 maart 2008 op grond waarvan het onderzoek ter terechtzitting op 27 maart 2008 is aangevangen en vervolgens voor onbepaalde tijd is geschorst. Artikel 266 Sv staat er aan in de weg dat nadien de dagvaarding nog zou kunnen worden ingetrokken, zodat ook om die reden duidelijk moet zijn geweest dat de intrekking niet de dagvaarding maar de oproeping betrof.

Over het einde van het gerechtelijk vooronderzoek.

Het gerechtelijk vooronderzoek is geopend op 26 maart 2008, dus op de dag voor de terechtzitting. Uit de aantekeningen op de dossieromslag van de stukken van het gerechtelijk vooronderzoek blijkt dat de zaak vervolgens ter terechtzitting van 27 maart 2008 is verwezen naar de rechter-commissaris. Het proces-verbaal van die zitting vermeldt weliswaar niet met zoveel woorden dat de zaak naar de rechter-commissaris wordt verwezen, maar dat het onderzoek voor onbepaalde tijd zal worden geschorst in verband met het onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte, maar zodanige verwijzing ligt in de rede nu het systeem van de wet zo is dat het gerechtelijk vooronderzoek een einde vindt vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting. Sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek was dan ook niet aan de orde. Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting zijn de sluitingsbepalingen van het gerechtelijk vooronderzoek niet meer van toepassing. Tenslotte zij opgemerkt dat verdachte door deze gang van zaken niet in enig belang is geschaad.

Nu deze verweren niet slagen en ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de officier van justitie niet ontvankelijk zou zijn is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten gepleegd heeft. Hij baseert zich daarbij op de aangiftes, de verklaringen van verdachte en de bij de aangiftes overgelegde bescheiden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot het bewijs van de tenlastegelegde feiten geen verweer gevoerd. Hij heeft verwezen naar de bekennende verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen gelet op:

Feit 1

- de aangifte door [naam] namens De Goudse Verzekeringen N.V., met de daarbij behorende aangifte verklaring;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie, afgelegd bij de rechter-commissaris en haar verklaring afgelegd ter terechtzitting

Feit 2

- de aangifte door [naam], namens Reaal Levensverzekeringen N.V.

- een afschrift van een brief d.d. 6 maart 2006 betreffende de afkoop van een verzekering met polisnummer 1106074906 t.n.v. [Alias 2];

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie, afgelegd bij de rechter-commissaris en haar verklaring afgelegd ter terechtzitting

Feit 3

- de aangifte door [naam], namens De Goudse Verzekeringen N.V.;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie, afgelegd bij de rechter-commissaris en haar verklaring afgelegd ter terechtzitting

Feit 4

- de aangifte door [naam], namens Fortis Verzekeringen Nederland N.V.;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie, afgelegd bij de rechter-commissaris en haar verklaring afgelegd ter terechtzitting;

Feit 5

- de aangifte door [naam], namens Fortis Verzekeringen Nederland N.V.;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie en haar verklaring afgelegd ter terechtzitting;

Feit 6

- de aangifte door [naam], namens De Goudse Verzekeringen N.V.

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie en haar verklaring afgelegd ter terechtzitting;

4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 september 2006 te Alblasserdam, een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop van een levensverzekeringspolis - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 1] door op dat formulier de rekeningnummers te vermelden waarop de afkoopsom

moest worden uitbetaald en dat formulier te ondertekenen met (een) handtekening en die moest en doorgaan voor de handtekening en van die [Alias 1] en diens echtgenote, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

in de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 juli 2006 te Alblasserdam, een formulier, te weten een verzoek tot afkoop van een levensverzekeringspolis- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 2] door op dat formulier de rekeningnummers te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en dat formulier te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 2] zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

in de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2006 te Alblasserdam, een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop van een levensverzekeringspolis - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 3] door op dat formulier de rekeningnummers te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en dat formulier te ondertekenen met handtekening en die moest en doorgaan voor de handtekening en van die [Alias 3] en diens echtgenote, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4.

in of omstreeks de periode van 1 juni 2005 tot en met 30 juni 2005 te Hardinxveld-Giessendam, een

formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop van een levensverzekeringspolis - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 4] door op dat formulier een rekeningnummer te vermelden waarop de

afkoopsom moest worden uitbetaald en dat formulier te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 4], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken;

5.

in of omstreeks de periode van 30 juni 2005 tot en met 7 juli 2005 te Hardinxveld-Giessendam, een formulier, te weten een formulier voor afkoop verzekering van een levensverzekeringspolis- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 5] door op dat formulier een rekeningnummer te vermelden waarop de afkoopsom

moest worden uitbetaald en dat formulier te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 5], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door

anderen te doen gebruiken;

6.

ter berechting gevoegde zaak 713010/07:

in de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te Alblasserdam, een brief aan de Goudse Verzekering - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft verdachte zich in die brief valselijk voorgedaan als zijnde de rechthebbende op een schade-uitkering, te weten [Alias 6], en in die brief

medegedeeld akkoord te gaan met de voorgestelde schade-uitkering en in die brief aangegeven op welke wijze de schade-uitkering moest worden overgemaakt en een adreswijziging van die [Alias 6] doorgegeven en die brief ondertekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 6], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders aan verdachte is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1Het deskundigenrapport

Door drs. R. de Vries is een psychologisch onderzoek ingesteld naar de persoonlijkheid van verdachte. De deskundige concludeert dat verdachte niet lijdende is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, maar dat er wel sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Verdachte wordt beschreven als enig kind in het gezin van strenge traditioneel ingestelde ouders in Nederland aan wie zij zich aanpaste. Voorts als iemand die goed kon leren en straaljagerpiloot wilde worden, maar voor dat beroep werd afgewezen en zich vervolgens schikte in een baantje op een accountantskantoor dat een vriend van haar vader aandroeg. Zij is vervolgens getrouwd met een man met wie het naar haar zeggen “klikte”, maar tegenover wie zij nooit heeft durven vertellen dat zij schulden had, omdat naar zijn oordeel mensen met schulden onbetrouwbaar zijn, en tegenover wie zij tot op de dag van vandaag niet heeft verteld dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan de haar tenlastegelegde feiten om hem maar niet verliezen. De deskundige concludeert dat verdachte tot de tenlastegelegde feiten is gekomen “vanuit verdrongen boosheid over de aanpassing aan de strenge voorschriften van haar ouders, de afwijzing voor piloot en het aanvaarden van het kader van het huwelijk met een man waartegen ze voelde te moeten liegen om hem niet alsdan reeds te verliezen”. Met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte concludeert de deskundige vervolgens dat verdachte weet heeft van het ontoelaatbare van haar handelen, maar dat zij in licht verminderde mate in staat is zich naar dat inzicht te gedragen. Hij onderbouwt dat door aan te voeren dat het niet om een impulsief delict gaat, maar meer om een zich voortdurend manifesteren van onaangepastheid en verzet, niet alleen tegen (financiële) instituties, maar ook in het persoonlijke vlak.

6.2 Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat de gedragingen van verdachte en de gevolgen daarvan haar niet kunnen worden toegerekend. Verdachte heeft gehandeld onder voordurende psychische druk. Er is een duidelijk causaal verband tussen de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de gedragingen. De problematiek van verdachte is vergelijkbaar met die van zwangere vrouwen die stelen. Een psychiater zou daar een beter oordeel over kunnen geven, want een psychiater is, anders dan een psycholoog, een medicus. De raadsman bepleit dan ook aanhouding van de zaak om psychiatrische rapportage over verdachte te laten uitbrengen. Dat psychiatrische rapportage nodig is leidt de raadsman ook af uit het feit dat de psycholoog opmerkt dat er geen onderzoek wordt gedaan door een psychiater.

6.3 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat hij, overeenkomstig de psychologische rapportage, zich op het standpunt stelt dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is. Er is geen noodzaak voor psychiatrische rapportage.

6.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verenigt zich met de conclusies van het psychologisch rapport op grond van de onderbouwing daarvan. Het rapport bevat een uitgebreide anamnese, het gebruikelijke (test)psychologisch onderzoek met een uitvoerige beschrijving en heldere beschouwingen op grond daarvan. Voor rapportage door een psychiater ziet de rechtbank geen aanleiding. Ook al niet omdat door de raadsman niet is aangegeven wat er mis zou zijn aan de rapportage van de psycholoog, behalve dat de psycholoog geen medicus is. Voor zoveel de raadsman uit de zinsnede in het rapport dat in deze zaak geen onderzoek wordt gedaan door een psychiater heeft afgeleid dat ook de psycholoog van mening zou zijn dat er psychiatrische rapportage had dienen plaats te vinden, kan hij hierin niet worden gevolgd. Deze zinsnede is slechts een vaststelling.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en het psychologisch rapport, voldoende vast is komen staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten in licht verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Nu er verder uit het onderzoek ter terechtzitting ook geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door haar gepleegde strafbare feiten.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van tweehonderdveertig uur met aftrek en een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering. De officier heeft voorts de verbeurdverklaring gevorderd van de EUR 2.000,-- die onder verdachte in beslag is genomen en geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met dien verstande dat de vordering van De Goudse Levensverzekeringen N.V. wordt bepaald op EUR 23.930,89 minus EUR 2.000,-- (bij verbeurdverklaring), telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf wordt opgelegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte tot inkeer is gekomen tijdens de voorlopige hechtenis; verdachte was toen reeds zes maanden in verwachting en is erg geschrokken van het verblijf in de cel. Verdachte zal dan ook niet in herhaling vervallen zoals de psycholoog heeft gerapporteerd. Ook al niet omdat verdachte zich nu verantwoordelijk weet voor haar dochtertje. Inmiddels is verdachte via de derdenrekening van de raadsman aan het terugbetalen. Verdachte is erg getroffen door de gevolgen van haar handelen. Zij is ontslagen door haar werkgever. Dat verdachte haar man nog steeds niet heeft verteld wat zij heeft gedaan, staat buiten het strafrecht. Zij is te bang voor de reactie van haar man om het hem te vertellen en bevindt zich daardoor in een verschrikkelijke situatie. Verdachte is vanwege haar lichamelijke klachten ten gevolge van een ongeval fysiek niet in staat een werkstraf te verrichten.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft vijfmaal in strijd met de waarheid een verzoek tot afkoop van een levensverzekeringspolis ingevuld, waarbij zij zich door het plaatsen van valse handtekeningen voordeed als de verzekeringnemer en waarbij zij rekeningnummers opgaf waarop de verzekeraar diende te betalen. Bovendien heeft zij zich eenmaal in strijd met de waarheid akkoord verklaard met een door de verzekeraar voorgestelde schade-uitkering, waarbij zij zich eveneens door het plaatsen van een valse handtekening voordeed als de verzekerde en opgaf op welke rekeningnummers de verzekeraar moest betalen. De door verdachte opgegeven rekeningnummers betroffen veelal betaalrekeningen van hotels waar verdachte vervolgens met haar echtgenoot verbleef, maar ook van een reisbureau waar verdachte een dure vakantie in Dubai had geboekt en van winkels. Voor zover teveel werd betaald op de opgegeven rekeningen, liet verdachte het teveel aan zichzelf betalen. In enkele gevallen lukte dat niet. Toen het Palace Hotel te Noordwijk in september 2006 weigerde de hotelrekening te vereffenen met de betaling die van een derde was ontvangen, liep verdachte tegen de lamp.

Verdachte kon handelen zoals zij heeft gedaan doordat zij werkzaam was bij assurantiekantoren. Zij kon beschikken over de gegevens van verzekerden en trad op als tussenpersoon tussen verzekerden en verzekeraars. Verzekerden bleven veelal onkundig van de gepleegde valsheid doordat verdachte tevens aan de verzekeraar in strijd met de waarheid een adreswijzing van de verzekerde had opgegeven.

Toen medio 2005 bij het eerste assurantiekantoor waar verdachte werkte aan het licht kwam dat verdachte een afkoopformulier in strijd met de waarheid had opgemaakt (N.B. het gaat niet om een van de telastgelegde feiten) is zij per 20 juli 2005 op staande voet ontslagen. Nadien bleek bij dat kantoor van de feiten 4 en 5. Zij is vervolgens in dienst getreden bij een ander assurantiekantoor en heeft zich daar vervolgens opnieuw schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, te weten de feiten 1,2,3, en 6. Het ontslag op staande voet bij haar eerste werkgever heeft verdachte er dus niet van weerhouden opnieuw en op soortgelijke wijze valsheid in geschrift te plegen.

Over het motief voor haar handelen blijft verdachte onduidelijk. Verdachte zegt dat zelf niet te weten. Van een financiële noodzaak blijkt niet echt, hoewel een deel van de betalingen is gebruikt om schulden af te lossen bij een deurwaarder.

Door haar handelen heeft verdachte het vertrouwen dat verzekerden in hun assurantietussenpersonen moeten kunnen hebben, ernstig geschaad. Verdachte maakte misbruik van cliëntgegevens. Door bovendien in een geval akkoord te gaan met de door verzekeraar voorgestelde schade-uitkering en die uitkering via derden te incasseren, dupeerde zij één van die cliënten, die toch al schade had geleden, nog eens extra. Deze cliënt moest zich van rechtsbijstand voorzien om alsnog zijn schade uitgekeerd te krijgen.

Ook de verzekeraars zijn ernstig gedupeerd door de handelwijze van verdachte. Afgezien van het feit dat ook zij moeten kunnen vertrouwen op de assurantietussenpersoon, hebben zij ten gevolge van de valsheid in geschrift onterechte uitkeringen gedaan en zal het op zijn minst tijd en moeite kosten die schade geheel op verdachte te verhalen.

Voor wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad d.d. 17 juni 2008, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld. De rechtbank houdt ook rekening met het oordeel van de psycholoog dat de feiten in licht verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

De rechtbank heeft tevens gelet op het voorlichtingsrapport van de reclassering en het rapport van de psycholoog waarin nadrukkelijk wordt overwogen dat de kans op herhaling aanzienlijk is. De psycholoog motiveert dit door te stellen dat verdachte nog steeds voort gaat op de weg van misleiding. Hij doelt daarmee op het feit dat verdachte tegenover haar echtgenoot nog steeds geen openheid van zaken heeft gegeven maar hem kennelijk voorliegt, en het feit dat zij onder valse voorwendselen een lening bij een familielid heeft geregeld ter voldoening van haar schulden. Ook de reclasseringsmedewerkster acht de kans op herhaling hoog. Hoewel het Risc-profiel aangeeft dat er geen grote kans op herhaling is, sluit zij aan bij de bevindingen van de psycholoog. Haar indruk is dat verdachte berekenend is, de zaken naar haar hand probeert te zetten en daartoe leugen en bedrog gebruikt. Zowel psycholoog als reclasseringswerkster geven de rechtbank in overweging aan verdachte een (voorwaardelijke) straf op te leggen met (reclasserings)toezicht om herhaling zoveel mogelijk te voorkomen. Zij noemen daarbij tevens de mogelijkheid van een taakstraf.

De rechtbank verenigt zich met het oordeel van de psycholoog en de reclassering ten aanzien van de kans op herhaling en zal verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht en een lange proeftijd opleggen. Zij zal een langere voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen dan de officier heeft geëist, om verdachte zoveel mogelijk van het opnieuw plegen van soortgelijke feiten af te houden.

Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf zal aan verdachte ook een werkstraf worden opgelegd van 180 uur om recht te doen aan de ernst van de gepleegde feiten. Deze werkstraf is van kortere duur dan door de officier van justitie geëist om enigszins tegemoet te komen aan de lichamelijke klachten van verdachte. Dat verdachte fysiek niet in staat zou zijn een werkstraf te verrichten, zoals door de raadsman is betoogd, is niet aannemelijk geworden. Integendeel, de reclassering acht verdachte geschikt om een werkstraf te verrichten. De rechtbank ziet bij de werkstraf wel een risico, namelijk dat verdachte - die deze hele strafzaak aan haar omgeving verborgen wil houden - afspraken niet of onvoldoende na zal komen. Het is echter aan verdachte hierin een keuze te maken.

7.4 De inbeslag genomen voorwerpen en verbeurdverklaring

Onder verdachte is EUR 2.000,-- in beslaggenomen. Dit bedrag is verkregen door valsheid in geschrift, vermeld als feit 1. Het geldbedrag zal worden verbeurd verklaard.

8 De benadeelde partijen

Als benadeelde partij hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

- De Goudse Levenszekeringen N.V., met een vordering van EUR 23.930,89 ;

- De Goudse Schadeverzekeringen N.V., met een vordering van EUR 8.229,84;

- AXA Leven N.V., gevestigd te (3531 AH) Utrecht aan de Graadt van Roggenweg 500, met een vordering van EUR 2.851,--

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen, met dien verstande dat de vordering van De Goudse Levensverzekeringen N.V. wordt bepaald op EUR 23.930,89 minus EUR 2.000,-- (bij verbeurdverklaring).

Door of namens de verdachte is de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade niet betwist.

De benadeelde partijen zijn ontvankelijk in hun vorderingen, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de bewezen verklaarde strafbare feiten toegebrachte schade.

De vorderingen van AXA Levensverzekeringen -+N.V. en De Goudse Schadeverzekeringen N.V. zullen als voldoende onderbouwd en niet weersproken worden toegewezen. De vordering van De Goudse Levensverzekeringen N.V. zal worden toegewezen tot een bedrag van EUR 18.875,89. Op de vordering ad EUR 23. 930,89 dient in mindering te komen de EUR 2.000,-- die indirect afkomstig van de benadeelde partij en onder verdachte in beslag is genomen, verbeurd zal worden verklaard en, blijkens mededeling door de officier van justitie ter terechtzitting gedaan, aan de benadeelde zal worden gerestitueerd. Voorts dient in mindering te komen een bedrag van EUR 3.055,-- dat eveneens indirect afkomstig is van benadeelde en door het reisbureau Namasté (feit 1) is gestort op de rekening van politie Hollands-Midden .

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

9 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregel berusten op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 22e, 27, 33, 33a, 36f , 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot:

- een gevangenisstraf van vier maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- heft op het geschorste bevel bewaring;

- een werkstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen geld, te weten EUR 2.000,--;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij De Goudse Levensverzekeringen N.V. van EUR 18.875,89 ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij De Goudse Schadeverzekeringen N.V. van EUR 8.229,84 ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij AXA Leven N.V. van EUR 2.851,-- ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer De Goudse Levensverzekeringen N.V. EUR 18.875,89 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 124 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer De Goudse Schadeverzekeringen N.V. EUR 8.229,84 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 71 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer AXA Leven N.V. EUR 2.851,-- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 43 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de respectieve schademaatregelen de betalingsverplichting aan de betreffende benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.R. Roukema, voorzitter,

mr. E. van Schouten, mr. E.H. van der Steeg, rechters

in tegenwoordigheid van mr. P.C. Schroeijers griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 januari 2009.

Mr. E.H. van der Steeg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

(incident 1)

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 september 2006 te Alblasserdam en/of te Gouda, in elk geval in Nederland, een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop (van een levensverzekeringspolis) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 1] door op dat formulier de rekeningnummers te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en/of dat formulier te ondertekenen met (een) handtekening(en) die moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [Alias 1] (en/of diens echtgenote), zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 10 september 2006 te Alblasserdam en/of te Gouda, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse Levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een levensverzekeringpolis, te weten een geldbedrag van 18.129,51 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de verzekeringsnemer van die levensverzekeringpolis, te weten [Alias 1], en/of aan de Goudse Levensverzekeringen N.V. een adreswijziging van die verzekeringnemer doorgegeven (teneinde te voorkomen dat die verzekeringnemer correspondentie over de afkoop van die levensverzekeringpolis zou ontvangen) en/of een formulier "verzoek tot uitbetaling wegens afkoop" (van een levensverzekeringpolis) ingevuld en/of dat formulier voorzien van (een)

handtekening(en) die moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [Alias 1] (en/of diens echtgenote), waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

(incident 2)

zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 juli 2006 te Alblasserdam en/of te Alkmaar, in elk geval in Nederland, een formulier, te weten een verzoek tot afkoop (van een levensverzekeringspolis) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 2] door op dat formulier de rekeningnummers te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en/of dat formulier te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 2], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 juli 2006 te Alblasserdam en/of te Alkmaar, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Reaal Levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een levensverzekeringpolis, te weten een geldbedrag van 3.927,- euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de verzekeringsnemer van die levensverzekeringpolis, te weten [Alias 2], en/of aan Reaal

Levensverzekeringen N.V. een adreswijziging van die verzekeringnemer doorgegeven (teneinde te voorkomen dat die verzekeringnemer correspondentie over de afkoop van die levensverzekeringpolis zou ontvangen) en/of een formulier "verzoek tot uitbetaling wegens afkoop" ingevuld en/of dat formulier voorzien van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 2], waardoor Reaal Levensverzekeringen N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

(incident 3)

zij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2006 te Alblasserdam en/of te Gouda, in elk geval in Nederland, een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop (van een levensverzekeringspolis) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 3] door op dat formulier de rekeningnummers te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en/of dat formulier te ondertekenen met (een) handtekening(en) die moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [Alias 3] (en/of diens echtgenote), zulks met het oogmerk om dat

geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 31 januari 2006 te Alblasserdam en/of te Gouda, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse Levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een levensverzekeringpolis, te weten een geldbedrag van 4.240,85 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de verzekeringsnemer van die levensverzekeringpolis, te weten [Alias 3] en/of aan de Goudse Levensverzekeringen N.V. een adreswijziging van die verzekeringnemer doorgegeven (teneinde te voorkomen dat die verzekeringnemer correspondentie over de afkoop van die levensverzekeringpolis zou ontvangen) en/of een formulier "verzoek tot uitbetaling wegens afkoop" ingevuld en/of dat formulier voorzien van (een) handtekening(en) die moest(en) doorgaan voor de handtekening(en) van die [Alias 3] (en/of diens echtgenote), waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

(incident 4)

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2005 tot en met 30 juni 2005 te Hardinxveld-Giessendam en/of te Utrecht in elk geval in Nederland, een formulier, te weten een verzoek tot uitbetaling wegens afkoop (van een levensverzekeringspolis) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 4] door op dat formulier een rekeningnummer te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en/of dat formulier te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 4], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2005 tot en met 30 juni 2005 te Hardinxveld-Giessendam en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, AXA Leven N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een levensverzekeringpolis, te weten een geldbedrag van 2.851,00 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de erzekeringsnemer van die levensverzekeringpolis, te weten [Alias 4], en/of aan de AXA Leven N.V. een adreswijziging van die verzekeringnemer doorgegeven (teneinde te voorkomen dat die verzekeringnemer correspondentie over de afkoop van die

levensverzekeringpolis zou ontvangen) en/of een formulier "verzoek tot uitbetaling wegens afkoop" ingevuld en/of dat formulier voorzien van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 4], waardoor AXA Leven N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

(incident 6)

zij in of omstreeks de periode van 30 juni 2005 tot en met 7 juli 2005 te Hardinxveld-Giessendam en/of te Utrecht in elk geval in Nederland, een formulier, te weten een formulier voor afkoop verzekering (van een levensverzekeringspolis) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte zich valselijk voorgedaan als zijnde de verzekeringnemer [Alias 5] door op dat formulier een rekeningnummer te vermelden waarop de afkoopsom moest worden uitbetaald en/of dat formulier te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 5], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 30 juni 2005 tot en met 7 juli 2005 te Hardinxveld-Giessendam en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, AMEV Levensverzekering N.V. heeft bewogen tot de afgifte van de afkoopwaarde van een levensverzekeringpolis, te weten een geldbedrag van 356,02 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de verzekeringsnemer van die levensverzekeringpolis, te weten [Alias 5], en/of een formulier voor afkoop verzekering ingevuld en/of dat formulier voorzien van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 5], waardoor AMEV Levensverzekering N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

ter berechting gevoegde zaak 713010/07:

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te Alblasserdam en/of te Gouda, in elk geval in Nederland, een brief (aan de Goudse Verzekering) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte zich in die brief valselijk voorgedaan als zijnde de rechthebbende op een schade-uitkering, te weten [Alias 6], en/of in die brief medegedeeld akkoord te gaan met de voorgestelde schade-uitkering en/of in die brief aangegeven op welke wijze de schade-uitkering moest worden overgemaakt

en/of een adreswijziging van die [Alias 6] doorgegeven en/of die brief ondertekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [Alias 6], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te Alblasserdam en/of te Gouda, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse Verzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een schade-uitkering ingevolge een ongevallenverzekering ten name van [Alias 6], te weten een geldbedrag van 7.487,40 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de rechthebbende op die schade-uitkering en/of uit naam van die [Alias 6] in een brief aan de Goudse Verzekeringen opgesteld en gezonden, waarin werd medegedeeld dat die [Alias 6] akkoord ging met de voorgestelde schade-uitkering en/of waarin een adreswijziging van die rechthebbende werd doorgegeven (teneinde te voorkomen dat die rechthebbende correspondentie over die schade-uitkering zou ontvangen) en/of waarin werd opgegeven op welke bankrekeningen die schade-uitkering moest worden overgemaakt en/of die brief voorzien van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [Alias 6], waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V. werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;