Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BH0205

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
19-01-2009
Zaaknummer
76755 / HA ZA 08-2482
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is de aanwezigheid van twee bomen binnen twee meter van de erfgrens van de naburige percelen. Beide bomen reiken hoger dan de aanwezige schutting. Gedaagde beroept zich ten aanzien van één boom op de verjaring van de vordering op grond van een verklaring van een aangezochte boomdeskundige dat de boom ouder is dan twintig jaar. Dit verweer wordt door de eiser gemotiveerd betwist door te stellen dat indien de boom twintig jaar mocht zijn, nog niet vast staat dat de boom ook twintig jaar ter plaatse staat. De gedaagde dient nu alsnog te bewijzen dat de boom langer dan twintig jaar ter plaatse staat. Wel staat vast dat er geen sprake is van een afwijkend plaatselijk gebruik, er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid aan de kant van eiser en de aard van de hinder niet als onrechtmatig in de zin van artikel 5:38 BW valt te kwalificeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 76755 / HA ZA 08-2482

Vonnis van 14 januari 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Puttershoek,

eiseres,

advocaat mr. F.A. Hoveijn te Utrecht,

procesadvocaat mr. Th.H.P. van den Kieboom te Dordrecht,

tegen

de stichting

WONINGSTICHTING DE MAASHOEK,

gevestigd te Puttershoek,

gedaagde,

advocaat mr. N.C. van Eck te Rotterdam,

procesadvocaat mr. V.J. Groot te Dordrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en De Maashoek genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 oktober 2008 met de daarin opgenomen processtukken,

- het proces-verbaal van de descente en comparitie ter plaatse van 28 november 2008.

1.2. Ten slotte is tussenvonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De percelen van [eiseres] en De Maashoek grenzen aan de achterzijde aan elkaar.

2.2. Op het perceel van de Maashoek staan twee bomen binnen twee meter van de erfgrens met het perceel van [eiseres] en de bomen reiken hoger dan de schutting die op circa twintig centimeter van de erfgrens staat.

3. De vordering

3.1. [eiseres] vordert, na vermindering van eis tijdens de comparitie ter plaatse, veroordeling van De Maashoek tot verwijdering en het verwijderd houden van de twee bomen op het perceel van De Maashoek binnen twee meter van de erfgrens van het perceel van [eiseres], op straffe van een dwangsom van EUR 500,-- per dag dat De Maashoek nalatig blijft om aan het bevel te voldoen.

3.2. Ter onderbouwing stelt [eiseres] het volgende.

Primair is de vordering gebaseerd op artikel 5:42 BW. Op grond van dit artikel dienen -kort gezegd- bomen binnen twee meter van de erfgrens verwijderd te worden. Een verjaringsverweer van De Maashoek wordt gemotiveerd betwist. Uit de hoogte van de bomen valt af te leiden dat de bomen niet ouder zijn dan de verjaringstermijn van twintig jaar. In het geval dat één van de bomen, de lijsterbes, wel ouder blijkt te zijn dan twintig jaar, dan slaagt het verjaringsverweer alsnog niet. De boom is op latere leeftijd geplant op het stuk grond waar voorheen een brandgang liep.

3.3. Subsidiair is de vordering gebaseerd op artikel 5:37 BW. [eiseres] ondervindt dermate veel hinder van de uitvallende bladeren en de opkomende wortels van de bomen dat er sprake is van onrechtmatige hinder.

4. Het verweer

4.1. De Maashoek voert verweer. Zij stelt hiertoe het volgende.

Ten aanzien van de vordering gebaseerd op artikel 5:42 BW, beroept de Maashoek zich op de verjaring van de vordering tot verwijdering van de lijsterbes. De Maashoek legt hiertoe een verklaring van een door haar ingeschakelde deskundige over. De boomdeskundige schat de lijsterbes ouder dan twintig jaar. Deze leeftijd van de boom leidt ertoe dat de vordering van [eiseres] verjaard is.

4.2. Daarnaast verweert De Maashoek zich door te stellen dat [eiseres] misbruik maakt van haar bevoegdheid door de verwijdering van de bomen te vorderen. Het belang van het verwijderen van de bomen weegt niet op tegen het algemeen belang van een groene omgeving. Verder weegt dit belang van [eiseres] ook niet op tegen het belang van het woongenot van de huurder (92 jaar) van het perceel van De Maashoek. Tot slot weegt het belang van [eiseres] niet op tegen de kosten die De Maashoek zal moeten maken wanneer de bomen verwijderd dienen te worden. Er zijn andere oplossingen om overlast van de bomen te beperken.

4.3. De vordering op grond van onrechtmatige hinder dient volgens de Maashoek eveneens afgewezen te worden. Ter onderbouwing stelt de Maashoek dat [eiseres] deze grondslag onvoldoende onderbouwd heeft. Omdat in de omgeving meer bomen staan, staat niet vast dat eventuele hinder door de bomen op het perceel van De Maashoek wordt veroorzaakt.

4.4. Tijdens de comparitie ter plaatse heeft De Maashoek het verweer dat het plaatselijk gebruik bomen binnen de twee meter van naburige erven toe laat ingetrokken.

5. De beoordeling

de lijsterbes

5.1. Op grond van artikel 5:42 BW dienen beide bomen in beginsel te worden verwijderd, nu de bomen binnen twee meter van de erfgrens met het perceel van [eiseres] staan én de bomen hoger reiken dan de schutting, tenzij de vordering tot verwijdering is verjaard. De Maashoek beroept zich op de verjaring van de vordering ten aanzien van de lijsterbes. De overgelegde verklaring van de boomdeskundige dat de boom ouder is dan twintig jaar, is door [eiseres] echter gemotiveerd betwist en hierbij is tevens gesteld dat ook indien de boom al zo oud zou zijn, nog niet vast staat dat deze ook al zo lang op deze plaats staat. Het staat derhalve niet vast hoe oud de boom is, noch hoe lang deze boom ter plaatse staat. Nu De Maashoek zich beroept op het rechtsgevolg van de verjaring, is het aan haar om de verjaring te bewijzen. De Maashoek wordt dan ook een opdracht tot bewijslevering gegeven.

5.2. Indien De Maashoek bewijs wil leveren door middel van getuigen, dan moeten partijen er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen waarbij een rechtspersoon ter zitting vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

5.3. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

de es of esdoorn

5.4. Ten aanzien van de andere boom (een es of esdoorn) is het verweer van De Maashoek gericht op misbruik van bevoegdheid door [eiseres]. Van misbruik van bevoegd kan ingevolge artikel 3:13 lid 2 BW sprake zijn indien de bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Ook kan volgens dit artikellid van misbruik van bevoegdheid sprake zijn indien de betrokken partij, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van de bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, in redelijkheid niet tot die uitoefening kan komen.

5.5. De bevoegdheid van [eiseres] om de verwijdering van de es of esdoorn te vorderen volgt uit artikel 5:42 BW, nu de boom binnen twee meter van de erfgrens staat en hoger reikt dan de schutting. Dat in dit geval misbruik van die bevoegdheid wordt gemaakt is door de Maashoek niet aannemelijk gemaakt. Het belang van de groene omgeving, het woongenot van de huurder en het belang van de kosten die De Maashoek zal moeten maken worden zeker niet onevenredig geschaad bij de verwijdering van de boom. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering tot verwijdering van deze boom gehonoreerd moet worden, maar houdt de beslissing hierover aan tot een beslissing is genomen over de lijsterbes.

de onrechtmatige hinder

5.6. Het beroep op onrechtmatige hinder zal door de rechtbank ten aanzien van beide bomen worden gepasseerd. De aard van de hinder (uitvallende bladeren en opkomende wortels van de bomen) valt niet te kwalificeren als onrechtmatige hinder, zoals bedoeld in artikel 5:37 BW.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. draagt Woningstichting De Maashoek op te bewijzen, desgewenst door middel van getuigen, dat de vordering tot verwijdering van de lijsterbes is verjaard doordat de boom langer dan twintig jaar ter plaatse staat;

6.2. verwijst de zaak naar de rolzitting van 11 februari 2009 om Woningstichting De Maashoek in de gelegenheid te stellen alsdan bij akte bewijsstukken over te leggen en/of de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen op te geven en de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen en hun raadslieden in de daaropvolgende vier maanden mede te delen;

6.3. bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden voor mr. R.P. Broeders, die daartoe zal overgaan op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gebouw van de rechtbank aan het Steegoversloot 36 te Dordrecht;

6.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. Broeders en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.?