Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2009:BG8976

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
06-01-2009
Datum publicatie
06-01-2009
Zaaknummer
11/500458-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 18-jarige man uit Leerdam wegens beroving van een cassiëre van een winkel in Gorinchem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde verplichte begeleiding door de reclassering. Veroordeelde dient tevens de immateriële schade te vergoeden aan het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/500458-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 januari 2009

in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren in 1990,

[adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, te Dordrecht.

Raadsman mr. [naam], advocaat te [woonplaats].

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 december 2008, waarbij de officier van justitie mr. J. Spaans en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vorderingen van de benadeelde partijen. Het slachtoffer heeft een schriftelijke slachtofferverklaring opgesteld, welke ter terechtzitting is voorgelezen.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: door bedreiging met geweld een ander heeft gedwongen om geld af te geven.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het oordeel van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank feit 1 in de primaire vorm wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 23 december 2008;

- de aangifte van [benadeelde partij 1].

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 19 september 2008 te Gorinchem met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met

geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 200 euro), toebehorende aan [naam bedrijf], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een mes tevoorschijn heeft gehaald en

vervolgens terwijl hij, verdachte, op een geringe afstand van die [benadeelde partij 1] stond dit mes op genoemde [benadeelde partij 1] heeft gericht en gericht heeft gehouden en vervolgens tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd: "Als je al het geld geeft zal ik je geen pijn doen".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit/de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

AFPERSING.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1 De rapporten van de deskundigen

Uit het door H. Leijsen, psycholoog, over verdachte uitgebracht rapport van 26 november 2008 komt het volgende naar voren:

Bij betrokkene bestond er ten tijde van de ten laste gelegde feiten een ziekelijke stoornis in de vorm van een dysthyme stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en paranoïde trekken. Ook was er in de periode vóór en tijdens het ten laste gelegde sprake van alcoholmisbruik. Verder is er sprake van concentratieproblematiek, maar er zijn momenteel onvoldoende aanwijzingen gevonden voor ADHD. Er bestaat een neerslachtige stemming, een onvermogen om te genieten, een verlaagde zelfwaardering en schuldgevoelens. Verder is er bij betrokkene sprake van (…) in emotioneel opzicht overgevoeligheid voor de omgeving met een gebrekkige impulscontrole. Bij spanning of druk kan de impulscontrole tekortschieten en bestaat er een verhoogde kans op uitingen van agressie. (…) Betrokkene is slecht in staat zijn gevoelens te uiten. Hij kropt veel op, waardoor de spanning fors kan toenemen.

Deze ziekelijke stoornis gecombineerd met de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedden onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van de ten laste gelegde feiten.

In de periode vóór het ten laste gelegde, maakte betrokkene een aantal heftige gebeurtenissen mee. Toen hij ook nog eens enkele financiële tegenvallers te verwerken kreeg (rekeningen, boetes) en zijn huurbaas om de huur vroeg, steeg de spanning tot een hoogtepunt en ging betrokkene nog meer alcohol nuttigen. De spanningen liepen zo hoog op, dat de impulscontrole tekort schoot. Hierbij heeft waarschijnlijk zijn alcoholgebruik (een fles Jägermeister) een drempelverlagende rol gespeeld. Ondanks het feit dat betrokkene de strekking van zijn handelen begrepen heeft en dat er bij betrokkene sprake is van het besef van het maatschappelijk ongeoorloofde van de ten laste gelegde feiten, is hij door zijn kwetsbaarheid en onvermogen toch in de problemen gekomen. Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten kan betrokkene daarom verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de conclusies van voormeld deskundigenrapport op grond van de onderbouwing ervan en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en het rapport van voornoemde deskundige, voldoende vast is komen te staan dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor het door hem gepleegde strafbare feit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt het volgen van een behandeling bij Het Dok.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank gewezen op de instabiele situatie waarin verdachte is opgegroeid en op de heftige gebeurtenissen in het persoonlijke leven van verdachte direct voorafgaande aan het delict, zoals het verlies van een ongeboren kindje, de omstandigheid dat verdachte gedurende een beperkte periode op straat heeft geleefd en de daarop volgende financiële problemen met een aandringende huurbaas. De raadsman heeft betoogd dat de opeenstapeling van omstandigheden verdachte in een gemoedstoestand heeft gebracht waaruit het delict als het ware is voortgevloeid. De raadsman heeft voorts gewezen op de omstandigheid dat verdachte een excuusbrief aan het winkelpersoneel heeft geschreven waarin hij duidelijk heeft aangegeven dat vrees voor zijn terugkeer ongegrond is, dat de kans op recidive klein is en verdachte een duidelijk toekomstperspectief heeft. De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij strafoplegging rekening te houden met deze omstandigheden.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is op 19 september 2008 te Gorinchem een winkel binnengelopen en heeft – nadat hij een tijdje in de winkel had rondgelopen – een mes uit een verpakking gepakt. Met dit mes verborgen in zijn mouw is verdachte naar de kassa gelopen. Daar heeft hij het mes tevoorschijn gehaald en het op korte afstand gericht op de medewerkster achter de kassa terwijl hij haar de woorden toevoegde: “als je al het geld geeft, zal ik je geen pijn doen”. De medewerkster van de winkel heeft verdachte het geld gegeven waarna verdachte de winkel heeft verlaten.

Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest, hetgeen bevestiging vindt in de door het slachtoffer opgestelde slachtofferverklaring. Verdachte heeft – op het moment van de overval – kennelijk in het geheel niet stilgestaan bij deze gevolgen voor het slachtoffer. Het heeft hem er in elk geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen. De rechtbank neemt verdachte dat zeer kwalijk. Daaraan doet niet af dat verdachte de opbrengst van de overval, althans een fors deel daarvan, heeft vernietigd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte eerder is veroordeeld voor een geweldsmisdrijf. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de jonge leeftijd van verdachte en zijn houding ter terechtzitting. Verdachte heeft er blijk van gegeven in toenemende mate inzicht te hebben in de ongeoorloofdheid van zijn handelen en de daaraan ten grondslag liggende factoren in zijn persoon terwijl verdachte voorts de bereidheid heeft getoond om te werken aan deze achterliggende problematiek. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de hiervoor onder 6.2 vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het plegen van het feit.

De rechtbank heeft voor wat betreft de persoon van verdachte en het bepalen van de strafmaat in het bijzonder acht geslagen op de (overige) conclusies en adviezen in het rapport van de psycholoog H. Leijsen. De psycholoog concludeert – zakelijk weergegeven – dat de recidivekans voor vergelijkbare ontsporingen gering lijkt. Betrokkene lijkt van het gebeurde geleerd te hebben. Hij is zich bewust van wat hij anderen heeft aangedaan en heeft spijt van het ten laste gelegde. Hij is vastbesloten om zijn leven te beteren. De psycholoog adviseert – zakelijk weergegeven – de verdachte in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf ambulant te behandelen waarbij aandacht moet worden besteed aan zijn depressieve klachten, zijn verslavingsgevoeligheid en copingvaardigheden, al dan niet met ondersteuning door medicatie. Voorts dient aandacht te worden besteed aan verdachtes terugkeer in de samenleving. Betrokkene kan binnen een verplicht reclasseringscontact, verwezen worden naar ‘het Dok’ (forensische polikliniek van ‘De Kijvelanden’) voor een dergelijke ambulante behandeling.

Mede gelet op verdachtes houding tijdens het onderzoek ter zitting neemt de rechtbank deze standpunten over en baseert zich op dat oordeel.

Alles overwegende ziet de rechtbank in de genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om een gevangenisstraf aan verdachte op te leggen gelijk aan de eis van de officier van justitie, doch met een langer voorwaardelijk gedeelte dan door de officier van justitie is geëist.

8 De benadeelde partij

Benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1]. Zij vordert een schadevergoeding van EUR 500,-, zijnde immateriële schade.

Namens verdachte is de hoogte van de vordering betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van EUR 250,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich voorts in het geding gevoegd [benadeelde partij 2]. Zij vordert een schadevergoeding van

EUR 300,-,zijnde immateriële schade.

Namens verdachte is de hoogte van de vordering betwist.

De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat de bewezen geachte bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2] gericht was zodat hierdoor door haar geen rechtstreekse schade is geleden. De vordering dient om die reden te worden afgewezen.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.1 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5. van dit vonnis vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij Het Dok (forensische polikliniek ‘De Kijvelanden’);

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van EUR 250,-, ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 september 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1], EUR 250,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] af;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Moolenburgh - Pelser voorzitter, mr. F.G.H. Kristen, mr. G.A.J.M. van Vugt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 januari 2009.

mr. F.G.H. Kristen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

mr. G.A.J.M. van Vugt is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 19 september 2008 te Gorinchem met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 200 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een mes tevoorschijn heeft gehaald en/of (vervolgens) (terwijl hij, verdachte, op een geringe afstand van die [benadeelde partij 1] stond) dit mes op genoemde [benadeelde partij 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden

en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd: "Als je al het geld geeft zal ik je geen pijn doen";

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 september 2008 te Gorinchem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 200 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte een mes tevoorschijn heeft gehaald en/of (vervolgens) (terwijl hij, verdachte, op een geringe afstand van die [benadeelde partij 1] stond) dit mes op genoemde [benadeelde partij 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd: "Als je al het geld geeft zal ik je geen pijn doen";