Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BJ0049

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
07-10-2008
Datum publicatie
26-06-2009
Zaaknummer
76863/08/5200
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vonnis toewijzing verzoek dwangakkoord

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 76863/08/5200

bevel in te stemmen met schuldregeling (dwangakkoord)

[verzoekster],

wonende te T[adres],

verzoekster;

Op 22 augustus 2008 is ter griffie binnengekomen het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet om de volgende schuldeisers:

1. Bon Prix,

vertegenwoordigd door Euro Incassodienst (EID), postbus 4, 5000 AA Tilburg;

2. ECI B.V.,

vertegenwoordigd door Incassobureau I.P.B., postbus 95203, 1090 HE Amsterdam;

3. Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB),

vertegenwoordigd door Flanderijn&Wijnhold, postbus 9065, 3301 AB Dordrecht;

4. Robert Klingel Europe GmbH,

vertegenwoordigd door Smiesing & De Bruin Gerechtsdeurwaarders, postbus 363, 4200 AJ Gorinchem;

5. Fa-Med B.V.,

vertegenwoordigd door R.A.M. Vismans Gerechtsdeurwaarders, postbus 4262, 3006 AG Rotterdam,

die weigeren mee te werken aan de door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

Vaststaande feiten

Bij de beoordeling van het onderhavige verzoek gaat de rechtbank uit van de navolgende vaststaande feiten.

- verzoekster heeft 20 schuldeisers, waarvan 1 preferente en 19 concurrente schuldeisers, die in totaal een bedrag van € 13.876,65 van haar te vorderen hebben;

- verzoekster heeft op of omstreeks 25 juni 2008 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 13,66% tegen finale kwijting. Verzoekster heeft geen afloscapaciteit, doch er is een voorstel gedaan gebaseerd op de NVVK-norm, zijnde 5% van het inkomen;

- 15 schuldeisers hebben ingestemd met het voorstel;

- de 5 bovengenoemde schuldeisers zijn niet akkoord gegaan met het voorstel. Zij hebben de volgende vorderingen op verzoekster:

• Bon Prix € 102,62

• ECI B.V. € 182,51

• CJIB € 334,38

• Robert Klingel € 384,38

• Fa-Med B.V. € 193,06

Totaal € 1.196,95

- De vorderingen van deze weigerachtige schuldeisers vertegenwoordigen tezamen 8,63% van de totale schuldenlast.

- Schuldeisers hebben de volgende redenen opgegeven voor weigering van het voorstel.

Bon Prix, ECI B.V. en Robert Klingel hebben aangegeven het voorstel te laag te vinden. Fa-Med gaat alleen akkoord met een voorstel van minimaal 50%.

Het CJIB gaat niet akkoord met een voorstel tegen finale kwijting.

Beoordeling

Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 23 september 2008 en 7 oktober 2008. Daarbij is verzoekster gehoord. De schuldeisers zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of genoemde schuldeisers in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en het belang van verzoekster dat door de weigering wordt geschaad alsmede het belang van de overige schuldeisers die wel met de minnelijke regeling hebben ingestemd.

Voorafgaand aan de zitting van 23 september 2008 hebben Bon Prix en ECI B.V. schriftelijk medegedeeld alsnog akkoord te gaan met het voorstel.

Het beantwoorden van bovenstaande vraag door de rechtbank zal dan ook alleen plaatsvinden ten aanzien van het CJIB, Fa-Med en Robert Klingel.

Ten aanzien van het CJIB is ter zitting van 23 september 2008 eerst besproken dat het CJIB ten onrechte hetzelfde voorstel heeft gekregen als de overige schuldeisers (betaling van 13,66% tegen finale kwijting), terwijl het CJIB een afwijkend voorstel had moeten ontvangen nu in artikel 358, vierde lid Faillissementswet een eventuele toepassing van het wettelijke schuldsaneringsregime er evenmin toe kan leiden dat de door het CJIB te incasseren schulden niet langer afdwingbaar zijn.

Ingevolge het convenant van de NVVK dat geldt sinds 1 september 2007 doet het CJIB wel mee in het voorstel en krijgen ze het aangeboden percentage uitgekeerd, echter er is daarbij geen sprake van finale kwijting van het restant van de vordering. Het restant wordt daarentegen na afloop van de minnelijke schuldregeling in termijnbetalingen volledig afgelost.

De zitting is vervolgens aangehouden om het CJIB een hernieuwd voorstel te doen en hen vervolgens de gelegenheid te geven hierop te reageren, ervan uitgaand dat het CJIB akkoord zal gaan nu het voorstel de strekking heeft dat het CJIB hetzelfde percentage wordt aangeboden als de overige schuldeisers echter zonder dat finale kwijting wordt gevraagd.

Tijdens de zitting van 7 oktober 2008 is besproken dat het CJIB naar aanleiding van het hernieuwde voorstel wederom heeft aangegeven niet akkoord te gaan met een voorstel tegen finale kwijting. Hieruit leidt de rechtbank a contrario af dat zij wel akkoord gaan met een voorstel waarbij geen sprake is van finale kwijting, maar van volledige betaling van de vordering. De rechtbank ziet niet welk redelijk belang het CJIB heeft bij de weigering van de aangeboden regeling, nu deze regeling ziet op betaling van de volledige vordering.

Ten aanzien van Fa-Med en Robert Klingel geldt vervolgens het navolgende.

Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Zij heeft een verstandelijke beperking en ontvangt een Wajong-uitkering. Dit zal naar verwachting in de toekomst niet veranderen. Het voorstel is dan ook te beschouwen als het maximaal haalbare.

Nu aannemelijk is dat verzoekster tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zou worden toegelaten indien geen dwangakkoord zou worden opgelegd en nu toepassing van die wettelijke regeling aanzienlijke kosten met zich meebrengt die in mindering komen op hetgeen verzoekster thans aanbiedt, zou toepassing van de schuldsaneringsregeling alle schuldeisers naar verwachting minder opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.

Daarbij geldt nog dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het eind van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd terwijl het akkoord erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank niet welk redelijk belang het CJIB, Robert Klingel en Fa-Med hebben bij hun weigering van de aangeboden regeling. Nu van het CJIB geen finale kwijting wordt verlangd en zij dus betaling van de volledige vordering kan blijven vorderen en het belang van de overige schuldeisers bij het verkrijgen van zekerheid omtrent een regeling en bij het voorkomen van de hogere kosten van toepassing van de wettelijke regeling duidelijk is en het belang van de schuldeisers bij het verkrijgen van een uitkering ineens op korte termijn voor de hand ligt, acht de rechtbank het geboden het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord toe te wijzen.

Schuldeisers CJIB, Robert Klingel en Fa-Med zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een procureur, worden de kosten begroot op nihil.

De beslissing

De rechtbank:

- beveelt het CJIB, Robert Klingel en Fa-Med om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt het CJIB, Robert Klingel en Fa-Med in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster bepaald op nihil;

- verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. R.P. Broeders en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2008 in tegenwoordigheid van de griffier .