Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BG6363

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
09-12-2008
Zaaknummer
11-510210-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een oplichtster, die deed alsof ze leed aan een ernstige vorm van kanker, is door de rechtbank Dordrecht veroordeeld

tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

Tekst tenlastelegging week af van de tekst kennisgeving verdere vervolging; toch geldige dagvaarding (artikel 258 lid 3 Sv)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/510210-08

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 december 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te Hellevoetsluis,

wonende te [adres]

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 23 april 2008 te 's-Gravendeel en/of Mijnsheerenland en/of Numansdorp en/of Puttershoek met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, benadeelde partij 1, en/of benadeelde partij 2, en/of benadeelde partij 3, en/of benadeelde partij 4, en/of benadeelde partij 5, en/of benadeelde partij 6, en/of benadeelde partij 7, en/of benadeelde partij 8, en/of benadeelde partij 9, en/of benadeelde partij 10, en/of benadeelde partij 11 heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en) (totaal ongeveer 300.000 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een persoon die dringend medische zorg nodig had en/of wiens kind dringend medische zorg nodig had en/of

- aan bovengenoemde personen verteld dat aan de benodigde medische zorg hoge kosten verbonden waren en/of

- aan bovengenoemde personen verteld dat haar, verdachtes, ziektekosten en/of de ziektekosten van haar, verdachtes, kind niet door de verzekering werden vergoed en/of niet door haar, verdachte, konden worden opgebracht en/of

- aan bovengenoemde personen verteld dat zij problemen had met de bank en/of de belastingdienst en/of

- aan bovengenoemde personen gevraagd om haar, verdachte, geld te lenen en/of te geven,

waardoor benadeelde partij 1, en/of benadeelde partij 2, en/of benadeelde partij 3, en/of benadeelde partij 4, en/of benadeelde partij 5, en/of benadeelde partij 6, en/of benadeelde partij 7, en/of benadeelde partij 8, en/of benadeelde partij 9, en/of benadeelde partij 10, en/of benadeelde partij 11 tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 23 april 2008

te 's-Gravendeel en/of Mijnsheerenland en/of Numansdorp benadeelde partij 1 en/of benadeelde partij 2 met het oogmerk om zich, verdachte, en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, benadeelde partij 3, en/of benadeelde partij 4, en/of benadeelde partij 5, en/of benadeelde partij 6, en/of benadeelde partij 7, en/of benadeelde partij 8, en/of benadeelde partij 9, en/of benadeelde partij 10 heeft doen bewegen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – benadeelde partij 1 en/of benadeelde partij 2 en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan bovengenoemde personen

- doen vertellen dat zij, verdachte, en/of haar kind dringend medische zorg nodig had(den) en/of

- doen vertellen dat aan de benodigde medische zorg hoge kosten verbonden waren en/of

- doen vertellen dat die kosten niet door de verzekering werden vergoed en/of niet door haar, verdachte, konden worden opgebracht en/of

- doen vertellen dat zij, verdachte, problemen had met de bank en/of de belastingdienst en/of

- doen vragen om ten behoeve van haar, verdachte, geld te lenen en/of te geven, waardoor Benadeelde partij 3 en/of Benadeelde partij 4 en/of Benadeelde partij 5 en/of Benadeelde partij 6 en/of Benadeelde partij 7 en/of benadeelde partij 8 en/of Benadeelde partij 9 en/of Benadeelde partij 10 werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 23 april 2008 te 's-Gravendeel, gemeente Binnenmaas, en/of Mijnsheerenland, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) brie(f)(ven) met (het) (logo)gegevens van Zorgverzekeraar VGZ gedateerd op 18 februari 2007 en/of met (het)(logo)gegevens van Cancer Treatment Centers of America gedateerd op 13 januari 2007, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte, de bovengenoemde brie(f)(ven) ten bewijze van door haar, verdachte, gedane mededelingen heeft overhandigd aan Benadeelde partij 1 en/of Benadeelde partij 2 en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de brie(f)(ven) niet afkomstig zijn/waren van Zorgverzekeraar VGZ en/of Seattle Cancer Treatment & Wellness Center en/of de brie(f)ven (een) alinea('s) bevat(ten) waarin een aanvraag voor vergoeding van medische ziektekosten wordt afgewezen en/of de ontvangst van een betaling van 125.000 euro wordt bevestigd, terwijl deze mededelingen nooit zijn gedaan door VGZ en/of Seattle Cancer Treatment & Wellness Center;

4.

zij in of omstreeks de periode van 30 maart 2008 tot en met 19 juni 2008 te 's-Gravendeel, gemeente Binnenmaas, een aanvraagformulier voor een doorlopend krediet t.n.v. [naam] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [naam] op genoemd formulier geplaatst, zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2. De voorvragen

2.1De geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank heeft de geldigheid van de dagvaarding ter zitting aan de orde gesteld. Gebleken is dat de tekst van de tenlastelegging niet geheel overeenstemt met de tekst van de kennisgeving verdere vervolging. Desgevraagd heeft de verdediging medegedeeld geen bezwaren te hebben tegen een onderzoek ter terechtzitting op grondslag van de tenlastelegging.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande en gelet op de ratio van het bepaalde in artikel 258 derde lid Wetboek van Strafvordering, de dagvaarding geldig.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte het onder 1 (t.a.v. Benadeelde partij 1/Benadeelde partij 2 en Benadeelde partij 11), 2 (t.a.v. de overigen), 3 en 4 heeft begaan. Zij vordert dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich moet gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt het ondergaan van een ambulante behandeling door De Grote Rivieren of een andere soortgelijke instelling en een werkstraf voor de duur van 240 uren.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

3.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

De hierna te noemen benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd en hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot het betalen van de hierna nader te noemen bedragen, ter zake van schadevergoeding:

Benadeelde partij 3 EUR 10.000,00

Benadeelde partij 8 EUR 69.000,00

Benadeelde partij 10 EUR 56.000,00

Benadeelde partij 9 EUR 70.000,00 Benadeelde partij 1 EUR 79.560,00 Benadeelde partij 5 EUR 10.500,00

Benadeelde partij 6 EUR 11.787,50

Benadeelde partij 11 EUR 7.367,01

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen tot de volgende bedragen:

Benadeelde partij 3 EUR 10.000,00

Benadeelde partij 8 EUR 69.000,00

Benadeelde partij 10 EUR 50.000,00

Benadeelde partij 9 EUR 70.000,00

Benadeelde partij 1 EUR 79.560,00

Benadeelde partij 5 EUR 10.500,00

Benadeelde partij 6 EUR 10.537,50

Benadeelde partij 11 EUR 2.500,00

Door of namens de verdachte zijn de vorderingen gedeeltelijk betwist.

4. De bewijsbeslissingen

4.1De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

in de periode van 1 september 2006 tot en met 23 april 2008 te Mijnsheerenland en Puttershoek met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, Benadeelde partij 1 en Benadeelde partij 2 en Benadeelde partij 11 heeft bewogen tot de afgifte van

meerdere geldbedragen, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als een persoon die dringend medische zorg nodig had en/of wiens kind dringend medische zorg nodig had en

- aan bovengenoemde personen verteld dat aan de benodigde medische zorg hoge kosten verbonden waren en

- aan bovengenoemde personen verteld dat haar, verdachtes, ziektekosten en de ziektekosten van haar, verdachtes, kind niet door de verzekering werden vergoed en niet door haar, verdachte, konden worden opgebracht en

- aan bovengenoemde personen verteld dat zij problemen had met de bank en de belastingdienst en

- aan bovengenoemde personen gevraagd om haar, verdachte, geld te lenen en te geven,

waardoor benadeelde partij 1 en benadeelde partij 2 en benadeelde partij 11 werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

in de periode van 1 september 2006 tot en met 23 april 2008 te Mijnsheerenland benadeelde partij 1 en benadeelde partij 2 met het oogmerk om zich, verdachte, en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, Benadeelde partij 3 en Benadeelde partij 4 en Benadeelde partij 5 en Benadeelde partij 6 en Benadeelde partij 7 en benadeelde partij 8 en Benadeelde partij 9 en Benadeelde partij 10 heeft doen bewegen tot de afgifte van meerdere geldbedragen, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - Benadeelde partij 1 en Benadeelde partij 2 valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid aan bovengenoemde personen

- doen vertellen dat zij, verdachte, en haar kind dringend medische zorg nodig hadden en

- doen vertellen dat aan de benodigde medische zorg hoge kosten verbonden waren en

- doen vertellen dat die kosten niet door de verzekering werden vergoed en niet door haar, verdachte, konden worden opgebracht en

- doen vertellen dat zij, verdachte, problemen had met de bank en de belastingdienst en

- doen vragen om ten behoeve van haar, verdachte, geld te lenen of te geven,

waardoor Benadeelde partij 3 en Benadeelde partij 4 en Benadeelde partij 5 en Benadeelde partij 6 en Benadeelde partij 7 en benadeelde partij 8 en Benadeelde partij 9 en Benadeelde partij 10 werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

in de periode van 1 januari 2007 tot en met 23 april 2008 te Mijnsheerenland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of brieven met (logo)gegevens van Zorgverzekeraar VGZ gedateerd op 18 februari 2007 en met (logo)gegevens van Cancer Treatment Centers of America gedateerd op 13 januari 2007, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat zij, verdachte, de bovengenoemde brieven ten bewijze van door haar, verdachte, gedane mededelingen heeft overhandigd aan Benadeelde partij 1 en Benadeelde partij 2 en bestaande die valsheid hierin dat de brieven niet afkomstig zijn van Zorgverzekeraar VGZ en Seattle Cancer Treatment & Wellness Center en de brieven alinea's bevatten waarin een aanvraag voor vergoeding van medische ziektekosten wordt afgewezen en de ontvangst van een betaling van 125.000 euro wordt bevestigd, terwijl deze mededelingen nooit zijn gedaan door VGZ en Seattle Cancer Treatment & Wellness Center;

4.

in de periode van 30 maart 2008 tot en met 19 juni 2008 te 's-Gravendeel, gemeente Binnenmaas, een aanvraagformulier voor een doorlopend krediet t.n.v. [naam] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van die [naam] op genoemd formulier geplaatst, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

2.

DOEN PLEGEN VAN OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

3.

OPZETTELIJK GEBRUIK MAKEN VAN EEN VALS GESCHRIFT, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 225, EERSTE LID, VAN HET WETBOEK VAN STRAFRECHT, ALS WARE HET ECHT EN ONVERVALST, MEERMALEN GEPLEEGD.

4.

VALSHEID IN GESCHRIFT.

6. De strafbaarheid van de verdachte

6.1 Het rapport van de deskundige

Uit het door Drs. J.J. van der Weele, psycholoog, over verdachte uitgebracht rapport van 17 juli 2008 komt onder meer het navolgende –zakelijk weergegeven- naar voren:

In geval van betrokkene is vooral sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de vorm van een persoonlijkheid met zowel borderline- als afhankelijke kenmerken. Dit was ook het geval t.t.v. het ten laste gelegde. Wij merken betrokkene als licht verminderd toerekeningsvatbaar aan.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de conclusies en het advies van voormeld deskundigenrapport op grond van de onderbouwing ervan en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en het rapport van voornoemde deskundige, voldoende vast is komen te staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door haar gepleegde strafbare feiten.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim anderhalf jaar schuldig gemaakt aan oplichting. Verdachte heeft in de loop der tijd een web van leugens verspreid en daarbij niet geschroomd haar leugens tot in detail uit te werken. Verdachte heeft haar pleegouders en de vader van haar partner verteld dat zij en haar (toen 2-jarig) zoontje leden aan een ernstige vorm van kanker, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Verdachte heeft daarbij in strijd met de waarheid verteld dat deze ziektes speciale medische zorg behoefden, waarvan de kosten zeer hoog waren en niet door haar ziektekostenverzekeraar werden vergoed. Om die voorgewende reden verzocht verdachte geld aan haar te geven of te lenen.

Verdachte verzon onder meer dat een Amerikaans kankerbehandelcentrum haar en haar zoontje wilde behandelen. Om haar leugens kracht bij te zetten heeft verdachte aan een ander gevraagd valse brieven op te stellen waarin door de ziektekostenverzekeraar werd bevestigd dat de medische kosten niet werden vergoed en waarin het Amerikaanse kankerbehandelcentrum bevestigde dat zij geldbedragen had ontvangen ten gunste van behandeling van verdachte en haar zoontje. Verdachte heeft deze valse brieven getoond aan haar pleegouders alsof deze brieven echt waren. Om haar omgeving in de waan van haar leugens te laten, liet verdachte zich door haar familie afzetten bij ziekenhuizen waar zij zogenaamde behandelingen zou ondergaan. Verdachte verscheen op krukken bij bijeenkomsten en pleegde valse telefoongesprekken in bijzijn van haar pleegouders.

Verdachte vertelde haar pleegouders en de vader van haar partner keer op keer dat zij dringend geld nodig had voor haar zogenaamde medische behandelingen en die van haar zoontje.

De pleegouders van verdachte waren overtuigd geraakt van het bestaan van de ernstige ziekte van hun pleegdochter en hun pleegkleinkind. Zij zijn uit goedheid een actie gestart waarbij geld werd ingezameld bij familie, vrienden en vele bewoners van de gemeente waarin pleegouders woonachtig waren. Ook hebben de pleegouders contact gezocht benadeelde partij 8 die vervolgens een grootschalige inzamelingsactie is gestart. Over langere periode zijn aanzienlijke geldbedragen overgemaakt naar verdachte. In totaal ongeveer EUR 300.000,00. In werkelijkheid is niets gespendeerd aan medische kosten. Verdachte heeft verklaard het geld te hebben uitgegeven aan, onder meer, de aankoop van auto’s, fotocamera’s en vakanties. Tevens is gebleken dat verdachte samen met haar partner veelvuldig bezoeken bracht aan casino’s.

Voorts heeft verdachte de handtekening van haar partner vervalst en op zijn naam een doorlopend krediet afgesloten.

Verdachte heeft door haar handelen een groot aantal mensen financieel gedupeerd en is hierbij zeer berekenend te werk gegaan. Met name haar pleegouders ondervinden de negatieve gevolgen hiervan. De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij op zeer geraffineerde wijze haar familie heeft bedrogen. Op verschillende momenten ontving verdachte grote geldbedragen die binnenkwamen uit de inzamelingsacties van haar pleegouders. Verdachte heeft geen moment gedacht te stoppen met haar leugens. Integendeel, haar leugens gingen alsmaar door. Verdachte had echter niet genoeg aan deze inzamelingsacties. Zij deed het voorkomen dat haar een erfenis was toegevallen die op korte termijn beschikbaar zou komen. Zij verzon problemen met de belastingdienst, banken en een gerechtelijke procedure teneinde geldelijke voorschotten te verkrijgen van particulieren, velaal vrienden van haar pleegouders.

Verdachte heeft misbruik gemaakt van de goedheid en bezorgdheid van haar pleegouders en alle andere gedupeerden die geld hebben afgegeven aan verdachte.

Wat de persoon van de verdachte betreft heeft de rechtbank in het bijzonder acht geslagen op de inhoud van het rapport hierboven onder 6.1 vermeld. De deskundige heeft zich uitgelaten over de afdoening van deze zaak.

Psycholoog Drs. J.J. van der Weele heeft hierover gerapporteerd:

“Wij zouden uw college willen adviseren om aan betrokkene een (langdurig) reclasseringstoezicht op te leggen en daarbinnen te zoeken naar een geschikte voorziening voor ambulante, individuele therapie.”

Aldus heeft de deskundige –zakelijk weergegeven- geadviseerd aan verdachte, in het kader van een voorwaardelijk strafdeel, reclasseringsbegeleiding op te leggen, met de verplichting de aanwijzingen van de reclassering op te volgen, ook indien dit inhoudt dat verdachte een ambulante behandeling zal moeten ondergaan. De rechtbank zal dit advies van de deskundige volgen en mede ten grondslag leggen aan de uiteindelijke strafoplegging.

Voorts heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met de hiervoor onder 6.1 vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Gelet op de hoogte van de door verdachte veroorzaakte financiële schade, de lange periode waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting en de wijze waarop, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat een vrijheidsbenemende straf geboden is. De door verdachte aangevoerde persoonlijke omstandigheden zijn niet zo bijzonder dat afgeweken zou moeten worden van straffen die gebruikelijk worden opgelegd in soortgelijke zaken. Het is om die reden dat de rechtbank afwijkt van de eis van de officier van justitie en het strafmaatverweer van de verdediging verwerpt. De eis van de officier van justitie doet geen recht aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de hoogte van de door verdachte veroorzaakte schade.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

7.2 De vorderingen van de benadeelde partijen

De rechtbank komt tot het volgende oordeel ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen:

Benadeelde partij 1

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door onder 1 het bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering ad EUR 79.560,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 79.310,00 vanaf 4 november 2008 en over een bedrag van EUR 250,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan het moment van algehele voldoening, aan de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

Wat betreft de toegewezen rente gaat de rechtbank uit van de gevorderde rente van 3% over de hoofdsommen, berekend vanaf het moment van ontstaan van de diverse schades, -kennelijk- tot en met het moment van ondertekenen van het voegingsformulier (3 november 2008). Na interventie van Slachtofferhulp is verzocht de vordering te vermeerden met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade. De rechtbank wijst deze vordering toe, doch te berekenen vanaf 4 november 2008, nu de gederfde rente berekend tot en met het moment van de voeging, blijkens het voegingsformulier reeds opgenomen is in het (materiele) schadebedrag. Ten aanzien van de toegewezen immateriële schade dient wettelijke rente vergoed te worden vanaf het moment van ontstaan van de schade.

Benadeelde partij 11

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 1 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal een gedeelte van de vordering groot EUR 2.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, van de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in zijn vordering betreffende het restant ad

EUR 4.867,01 nu geen sprake is van een rechtstreeks verband tussen de vermeende schade en het bewezen verklaarde feit.

Benadeelde partij 3

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering ad EUR 10.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, van de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

Benadeelde partij 8

Gebleken is dat vele personen geld hebben gestort op een door de benadeelde partij 8 (benadeelde partij) speciaal geopende rekening waarvan de opbrengst ten gunste van verdachte kwam. Het moge duidelijk zijn dat deze personen geen geld hadden gestort indien zij bekend waren geweest met het bewezen verklaarde bedrog van verdachte. Zij zijn benadeeld door verdachte en verdachte heeft deze geldbedragen wederrechtelijk ontvangen. Echter, de geldbedragen zijn gestort op een rekening van benadeelde partij 8, die het vervolgens weer heeft doorgestort naar verdachte. Benadeelde partij 8 is als het ware een doorgeefluik geweest en is als zodanig zelf niet in haar vermogenspositie geraakt. Gelet op het voorgaande is benadeelde partij 8 als benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering nu er geen sprake is van rechtstreeks toegebrachte schade door het bewezen verklaarde feit.

Benadeelde partij 10

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal een gedeelte van de vordering groot EUR 50.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, van de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in haar vordering betreffende het restant ad

EUR 6.000,00 nu deze gestelde schade niet is onderbouwd en de vordering voor dit deel niet eenvoudig van aard is.

Benadeelde partij 9

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal een gedeelte van de vordering groot EUR 60.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, van de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in haar vordering betreffende het restant ad

EUR 10.000,00 nu de vordering voor dit deel niet eenvoudig van aard is.

Benadeelde partij 5

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering ad EUR 10.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 10.300,00 vanaf 6 november 2008 en over een bedrag van EUR 200,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan het moment van algehele voldoening, aan de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

Wat betreft de toegewezen rente gaat de rechtbank uit van de gevorderde rente van 3% over de hoofdsom, berekend vanaf het moment van ontstaan van de schade, -kennelijk- tot en met het moment van ondertekenen van het voegingsformulier (5 november 2008). Na interventie van Slachtofferhulp is verzocht de vordering te vermeerden met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade. De rechtbank wijst deze vordering toe, doch te berekenen vanaf 6 november 2008, nu de gederfde rente berekend tot en met het moment van de voeging, blijkens het voegingsformulier reeds opgenomen is in het (materiele) schadebedrag. Ten aanzien van de toegewezen immateriële schade dient wettelijke rente vergoed te worden vanaf het moment van ontstaan van de schade.

Benadeelde partij 6

De benadeelde partij is ontvankelijk in de vordering nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal een gedeelte van de vordering groot EUR 10.537,50 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag EUR 10.337,50 vanaf 4 oktober 2008 en over een bedrag van

EUR 200,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade, tot het moment van algehele voldoening, van de benadeelde partij toewijzen, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

Wat betreft de toegewezen rente gaat de rechtbank uit van de gevorderde rente van 3 procent over de hoofdsom, berekend vanaf het moment van ontstaan van de schade, -kennelijk- tot en met het moment van ondertekenen van het voegingsformulier (3 oktober 2008). Na interventie van Slachtofferhulp is verzocht de vordering te vermeerden met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade. De rechtbank wijst deze vordering toe, doch te berekenen vanaf 4 oktober 2008, nu de gederfde rente berekend tot en met het moment van de voeging, blijkens het voegingsformulier reeds opgenomen is in het (materiele) schadebedrag. Ten aanzien van de toegewezen immateriële schade dient wettelijke rente vergoed te worden vanaf het moment van ontstaan van de schade.

De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in zijn vordering betreffende het restant ad

EUR 1.250,00 nu deze gestelde schade onvoldoende is onderbouwd en de vordering voor dit deel niet eenvoudig van aard is.

Naast toewijzing van de civiele vorderingen zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding telkens tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregelen zijn gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 47, 57, 225, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 18 (ACHTTIEN) MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten 9 (NEGEN) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op DRIE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de hierna te melden bijzondere voorwaarde;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt het ondergaan van een ambulante behandeling door De Grote Rivieren of een andere soortgelijke instelling, zolang deze instelling, in overleg met de reclassering, gedurende de proeftijd noodzakelijk acht;

verstrekt aan de genoemde reclasseringsinstelling opdracht om aan veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

ten aanzien van feit 1

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 1, een bedrag van EUR 79.560,00 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 79.310,00 vanaf 4 november 2008 en over een bedrag van EUR 250,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade, tot aan het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 79.560,00 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 79.310,00 vanaf 4 november 2008 en over een bedrag van EUR 250,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade tot aan het moment van algehele voldoening ten behoeve van Benadeelde partij 1;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 130 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 11, een bedrag van EUR 2.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij Benadeelde partij 11 niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 2.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening ten behoeve van Benadeelde partij 11;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

ten aanzien van feit 2

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 3, een bedrag van EUR 10.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 10.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening ten behoeve van Benadeelde partij 3;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

bepaalt dat de benadeelde partij Benadeelde partij 8 niet ontvankelijk is in haar vordering, met veroordeling van benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 10, een bedrag van EUR 50.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij Benadeelde partij 10 niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 50.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening ten behoeve van Benadeelde partij 10;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 82 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 9, een bedrag van EUR 60.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij Benadeelde partij 9 niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 60.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade tot het moment van algehele voldoening ten behoeve van Benadeelde partij 9;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 98 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 5, een

bedrag van EUR 10.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 10.300,00 vanaf 6 november 2008 en over een bedrag van EUR 200,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade, tot aan het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 10.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 10.300,00 vanaf 6 november 2008 en over een bedrag van EUR 200,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade, tot aan het moment van algehele voldoening ten behoeve van Benadeelde partij 5;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan Benadeelde partij 6, een bedrag van EUR 10.537,50 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 10.337,50 vanaf 4 oktober 2008 en over een bedrag van EUR 200,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade, tot aan het moment van algehele voldoening, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij Benadeelde partij 6 niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering en dat de benadeelde partij;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 10.537,50 te vermeerderen met de wettelijke rente, over een bedrag van EUR 10.337,50 vanaf 4 oktober 2008 en over een bedrag van EUR 200,00 vanaf het moment van ontstaan van de schade, tot aan het moment van algehele voldoening ten behoeve van

Benadeelde partij 6;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. J.A.M.J. Janssen en mr. E.H. van der Steeg,rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. van Dooren en D.J. Boogert, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 december 2008.

Door afwezigheid is mr. Van der Steeg voornoemd buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.