Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BG5826

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
02-12-2008
Zaaknummer
11-500272-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 18-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk, na openlijke geweldpleging op de Kolfstraat te Dordrecht. Het 20-jarige slachtoffer heeft door de klap van verdachte zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Nadere overwegingen over betrouwbaarheid getuigen. Verwerping beroep op noodweer. PROMIS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 11/500272-08 [P] en 11/500004-07 (TUL)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 december 2008

in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren in 1990,

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, te Dordrecht.

Raadsman mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 november 2008, waarbij de officier van justitie mr. W.A. van Natijne en de verdediging en verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de benadeelde partij.

Ter zitting is ook de vordering na voorwaardelijke veroordeling behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: deel heeft uitgemaakt van een groep die geweld heeft gepleegd op de openbare weg tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], door die [slachtoffer 1] te slaan en te schoppen en die [slachtoffer 2] te slaan, door welk geweld van verdachte die [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Subsidiair: samen met een ander danwel alleen [slachtoffer 2] zodanig tegen het hoofd heeft geslagen dat aan hem zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Meer subsidiair: samen met een ander danwel alleen heeft geprobeerd [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Meest subsidiair: samen met een ander danwel alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan. De officier van justitie baseert zich hierbij op de verklaringen van slachtoffer [slachtoffer 1] en van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]. De officier van justitie acht op basis van deze verklaringen bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte de eerste klap hebben uitgedeeld aan de slachtoffers en niet andersom. De officier van justitie ziet om deze reden ook geen enkel aanknopingspunt voor een geslaagd beroep op noodweer of noodweer-exces. Er was geen aanleiding om aan het slachtoffer [slachtoffer 2] zo'n geweldige klap te geven. Verdachte of een ander zat niet in het nauw en er was ook geen sprake van een aanval die afgewend moest worden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat alleen de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] voor het bewijs gebruikt mogen worden. Deze verklaringen komen als enige overeen met elkaar. Verdachte is ook de enige die volledige openheid van zaken heeft gegeven. Dat medeverdachte [medeverdachte] pas in een later stadium een verklaring heeft afgelegd is zijn goed recht en doet naar het oordeel van de verdediging niet af aan de betrouwbaarheid van deze verklaring. De verklaringen van de getuigen [slachtoffer 1], [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] dienen van het bewijs te worden uitgesloten, nu zij niet betrouwbaar zijn. Van deze getuigen was alleen [getuige 2] nuchter. De overige getuigen waren allen onder invloed van alcohol. De inhoud van deze verklaringen komt op belangrijke punten niet overeen. De verdediging typeert deze verklaringen als gatenkaas.

De verdediging acht daarnaast de inhoud van de verklaringen niet geloofwaardig, omdat gezien de inhoud van het dossier het niet logisch is dat verdachte en zijn medeverdachte uit het niets zinloos geweld zouden hebben gepleegd.

In het kader van de strafbaarheid van het feit heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte handelde uit noodweer.

Hiertoe heeft zij onder meer kort samengevat aangevoerd dat medeverdachte [medeverdachte] door slachtoffer [slachtoffer 2] werd aangevallen, door een sprong om zijn nek. Deze wurgklem was een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van een ander, waartegen verdachte zich verdedigde. Verdachte is daarna op zijn borst geslagen door die [slachtoffer 2]. Een klap geven was het enige wat verdachte kon doen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Over de toedracht van het ten laste gelegde zijn uiteenlopende verklaringen afgelegd door verdachte, medeverdachte [naam medeverdachte] en diverse getuigen. Er bestaan grof gezegd twee versies over de toedracht, namelijk die van verdachte en zijn medeverdachte en de versie van de overige vier getuigen. Hiervan behoorden er twee tot de groep van de slachtoffers en twee tot voorbijgangers.

Door de verdediging is onder meer aangevoerd dat de verklaringen van de vier getuigen niet betrouwbaar zijn omdat deze getuigen dronken waren tijdens het voorval.

De rechtbank overweegt op voorhand dat het feit dat iemand gedronken zou hebben niet betekent dat zijn waarneming op dat moment in het geheel niet meer betrouwbaar kan worden geacht. Daarbij stelt de rechtbank vast dat ook de verdachte en zijn medeverdachte op de bewuste avond onder invloed waren van alcohol. De rechtbank ziet daarom geen reden de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte op dat punt meer betrouwbaar te achten dan de verklaringen van de overige getuigen. De rechtbank verwerpt in zo verre het verweer van de verdediging.

Nu de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte en de overige getuigen op twee belangrijke punten van elkaar afwijken acht de rechtbank het voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van belang of deze verklaringen op relevante onderdelen overeenstemmen met overige stukken die zich in het dossier bevinden.

De rechtbank hecht in dat opzicht waarde aan de processen-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant]. Deze verbalisant heeft verklaard dat hij in de avond van 31 mei 2008 in het centrum van Dordrecht een manspersoon zich vervelend zag gedragen voor de ingang van Area Sixx. De verbalisant hoorde van de portier dat er binnen een ruzie was geweest en dat er twee partijen gescheiden waaronder de persoon voor de ingang. Er waren nog drie personen buiten gezet, die niet naar hun fietsen durfde te lopen omdat zij bang waren dat het weer tot een confrontatie zou komen. De verbalisant zag de drie jongens lopen en de eerder genoemde vervelende persoon liep hier vlak achter. De verbalisant zag dat deze persoon behoorlijk opgefokt was en dat de drie jongens hem negeerden.1

De verbalisant herkende later in het arrestantencomplex de opgefokte persoon, welke [naam medeverdachte] bleek te heten.2

De rechtbank neemt op grond van het bovenstaande als uitgangspunt dat de medeverdachte [naam medeverdachte] zich opgefokt en vervelend gedroeg ten opzichte van de groep van de latere slachtoffers. Weliswaar heeft medeverdachte [naam medeverdachte] in zijn verklaring bij de rechter-commissaris over dit voorval verklaard dat juist getuige/slachtoffer [slachtoffer 1] agressief was, maar de rechtbank acht deze verklaring, evenals de verklaring van [verdachte] niet betrouwbaar, gelet op de bevindingen van verbalisant [naam verbalisant] op dit punt.

Hoewel dit voorval geen onderdeel uitmaakt van de ten laste legging acht de rechtbank deze vaststelling wel van belang voor de verdere beoordeling van het bewijs. De kern van de verklaringen van verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] is immers dat de groep van het slachtoffer hen achterna kwam nabij de Kolfstraat, waarbij [slachtoffer 1] zich direct agressief zou hebben gedragen tegen [medeverdachte].

Slachtoffer [slachtoffer 1]3, getuige [getuige 1]4 en getuige [getuige 2]5 hebben allen verklaard dat de groep van [slachtoffer 1] langs de groep van [medeverdachte] is gelopen en dat [medeverdachte] en [verdachte] hen daarna achterna zijn gelopen.

Nu de rechtbank als uitgangspunt neemt dat medeverdachte [naam medeverdachte] zich opgefokt en agressief heeft gedragen, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [slachtoffer 1] de aanstichter is geweest van de confrontatie. De rechtbank hecht meer waarde aan de inhoud van de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en slachtoffer [slachtoffer 1]. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar omdat deze overeenkomen met elkaar en aansluiten op de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.

De rechtbank heeft voor het overige ook geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de diverse verklaringen. De rechtbank erkent dat de verklaringen op detailniveau van elkaar verschillen. In grote lijnen en op relevante onderdelen sluiten deze verklaringen echter wel op elkaar aan.

De rechtbank acht tevens van belang dat getuige [getuige 1] en [getuige 3] als voorbijgangers als onpartijdig aangemerkt kunnen worden. Tevens acht de rechtbank van belang dat getuige [slachtoffer 1], direct eerlijk is geweest over zijn eigen aandeel en de feiten niet erger heeft voorgesteld dan zij zijn geweest.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman omtrent de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen.

De rechtbank overweegt ten slotte dat zij, in tegenstelling tot de verdediging, extra kritisch kijkt naar de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte], nu deze pas 5 maanden na dato en na inzage van het dossier door hem is afgelegd. Dat deze verklaring naadloos aansluit op de verklaring van verdachte [verdachte], raakt de betrouwbaarheid ervan juist in negatieve zin.

Het feit

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 31 mei 2008 bij Area Sixx zijn vriend, verdachte [verdachte], gebeld om naar de stad te komen. Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij wist dat er ruzie was geweest, omdat [medeverdachte] hem had gebeld om op te komen halen.6 Zij zijn samen weggelopen in de richting van het Statenplein.

Op het Statenplein werden zij ingehaald door [slachtoffer 1], [getuige 1] en [slachtoffer 2].

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] en [verdachte] achter hen aanliepen. [verdachte] trok op dat moment een vork uit de broekzak van [slachtoffer 1]. [medeverdachte] begon weer tegen [slachtoffer 1] te praten en zij hebben over en weer dingen geroepen. Zij stonden tegenover elkaar. [medeverdachte] gaf toen uit het niets aan [slachtoffer 1] een klap in zijn gezicht met gebalde vuist. [slachtoffer 1] sloeg [medeverdachte] daarop met gebalde vuist terug. [slachtoffer 2] kreeg toen opeens een klap van [verdachte]. Dit was een harde klap met een vuist midden in zijn gezicht. [slachtoffer 2] stond er bij en deed niets. Het was één klap en [slachtoffer 2] viel meteen neer. Toen [slachtoffer 1] en [medeverdachte] aan het vechten waren stond [verdachte] ernaast.7 Het gevecht heeft plaatsgevonden ter hoogte van de Kolfstraat te Dordrecht.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat een jongen waar [slachtoffer 1] ruzie mee had gehad, samen met een andere jongen achter hen aanliep. De jongen waar [slachtoffer 1] ruzie mee had gehad, gaf [slachtoffer 1] onverwachts een klap met zijn gebalde vuist op zijn linkerwang. Hij zag dat [slachtoffer 1] meteen uithaalde. De andere jongen was omgelopen en naast [slachtoffer 2] gaan staan. Die tweede jongen gaf [slachtoffer 2] opeens een klap. Hij zag dat [slachtoffer 2] op de grond viel, zijn ogen dicht deed, helemaal slap was en als een pop naar beneden viel. Hij zag dat [slachtoffer 2] van de stoep op de straat viel. [slachtoffer 1] ging toen bij [slachtoffer 2] zitten en de getuige zag toen dat de eerste jongen [slachtoffer 1] nog een trap gaf.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat de groep van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gevolgd werd door in ieder geval twee personen. Zij heeft gezien dat [slachtoffer 1] is geslagen door een persoon en dat [slachtoffer 1] zelf ook heeft geslagen.9

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] één klap heeft gegeven.10

Door de vader van [slachtoffer 2] is aangifte gedaan. Aan [slachtoffer 2] is op 31 mei 2008 ernstig hersenletsel toegebracht.11

[slachtoffer 2] heeft aan de klap hoofdtrauma met een schedelfractuur overgehouden. Hij heeft ook last van blijvende doofheid aan het rechteroor.12

Op 3 juli 2008 is hij overgeplaatst naar een revalidatiecentrum. De revalidatiearts heeft verklaard dat er verschillende aandachtsfuncties nog zijn verstoord. Ook werden geheugenstoornissen gevonden. Inschatting of blijvend letsel zal blijven en ook de mate waarin dat het geval zal zijn, zal minimaal voor een jaar uitgesteld worden.13

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander op 31 mei 2008 te Dordrecht schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], met zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 2] tot gevolg.

De rechtbank acht het bestanddeel 'in vereniging' bewezen nu verdachte gebeld is door [medeverdachte] en zelf heeft verklaard dat hij daardoor wist dat er ruzie was geweest. Verdachte is daarna samen met [medeverdachte], die agressief en opgefokt was, achter de groep van [slachtoffer 1] aangelopen. Verdachte heeft zich toen ook direct bemoeid met die [slachtoffer 1], door een vork uit zijn achterzak te pakken. [medeverdachte] heeft daarna woorden gehad met deze [slachtoffer 1]. Verdachte heeft zich niet gedistantieerd van het geweld maar is er juist bij en naast gaan staan. Naar het oordeel van de rechtbank is dit handelen van verdachte er naar zijn uiterlijke verschijningsvorm op gericht om samen met [medeverdachte] de confrontatie aan te gaan met de groep van [slachtoffer 1]. Door mee te gaan en zich in het gevecht te mengen heeft verdachte misschien stilzwijgend, maar wel bewust en volledig samengewerkt met medeverdachte [naam medeverdachte].

De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of verdachte handelde ter noodzakelijke verdediging van zijn eigen of een anders lijf.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat de groep van [slachtoffer 1] hem en medeverdachte [naam medeverdachte] achterna waren gekomen. Hij zag dat [medeverdachte] door [slachtoffer 1] werd geslagen. [slachtoffer 2] ging vervolgens om de nek van [medeverdachte] hangen. Verdachte heeft [slachtoffer 2] hiervan afgetrokken, waarna hij een klap kreeg van [slachtoffer 2]. Verdachte heeft daarop uit zelfverdediging geslagen.

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat hij en [verdachte] achterna werden gezeten door de groep van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] wilde hem een klap geven, waarop hij een directe klap heeft gegeven met rechts. [medeverdachte] voelde toen iemand van achteren aan zijn nek hangen en hij kreeg geen lucht meer. Hij merkte toen dat de jongen van zijn nek werd gehaald. Hij zag dat [verdachte] tegenover de jongen stond en een klap van hem kreeg. Hij zag dat [verdachte] de jongen een harde klap gaf, waardoor deze jongen op de grond viel en bleef liggen.

Artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt onder meer dat niet strafbaar is degene die een feit begaat geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

Voor een geslaagd beroep op deze strafuitsluitingsgrond is allereerst vereist dat aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, tegen verdachte of een ander ofwel van een "noodweersituatie". In deze zaak zal dan aannemelijk moeten zijn dat slachtoffer [slachtoffer 2] als eerste medeverdachte [naam medeverdachte] of verdachte heeft belaagd, omdat pas dan ten aanzien van verdachte sprake zou kunnen zijn van een noodweersituatie.

Gezien de inhoud van de verklaringen van [slachtoffer 1], [getuige 1] en [getuige 2] is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is geweest van een dergelijke ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De rechtbank acht op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat slachtoffer [slachtoffer 2] om de nek van medeverdachte [naam medeverdachte] heeft gehangen. Buiten de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte] wordt deze lezing van de feiten niet ondersteund door enig ander objectief bewijs. Nu er ook geen sprake is geweest van een acute dreiging, komt verdachte geen beroep op noodweer toe. De rechtbank verwerpt het verweer.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair

op 31 mei 2008 te Dordrecht met een ander, op de openbare weg, de Kolfstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] welk geweld bestond uit eenmaal,

- slaan in het gezicht, van die [slachtoffer 1] en

- trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] op de straat zat) en

- stompen tegen het hoofd van die [slachtoffer 2], ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] met zijn hoofd op de straat is gevallen waarbij hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] tegen het hoofd heeft gestompt welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (scheurtjes in de schedel) voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Zoals onder 4.3 is gemotiveerd, volgt de rechtbank het beroep van verdachte op noodweer niet.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Primair

HET OPENLIJK IN VERENIGING GEWELD PLEGEN TEGEN PERSONEN, WELK GEWELD ZWAAR LICHAMELIJK LETSEL TEN GEVOLGE HEEFT.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact ook indien dit inhoudt het ondergaan van een behandeling bij Het Dok of De Waag.

De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat de inbeslaggenomen pet en broek aan verdachte zullen worden teruggegeven.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat volstaan kan worden met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Verdachte heeft zijn leven op de rails en geen problemen met agressie. De verdediging ziet geen aanwijzingen om aan een eventueel voorwaardelijke strafdeel verplicht reclasseringscontact te koppelen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich op 31 mei 2008 samen met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte werd die avond gebeld door zijn vriend dat hij naar de binnenstad van Dordrecht moest komen om hem op te halen. Deze vriend was uit een uitgaansgelegenheid gezet omdat hij ruzie gehad zou hebben met een andere jongen.

Buiten kwamen verdachte en zijn vriend, de groep van de jongen waar eerder op de avond ruzie mee was geweest weer tegen.

Verdachte en medeverdachte gingen samen achter deze jongens aan. De medeverdachte kreeg weer ruzie met de jongen en gaf deze een klap. Verdachte heeft daarop iemand anders uit de groep ook een harde klap tegen het hoofd gegeven. Deze jongen is door de klap buiten westen geraakt. In het ziekenhuis is bij hem een schedelbasisfractuur geconstateerd, waarvoor hij dagen kunstmatig in coma is gehouden.

Na het ontwaken heeft het slachtoffer opnieuw moeten leren spreken. Door de beschadiging aan de hersenen heeft het slachtoffer nog steeds spraakproblemen. Ook is hij als gevolg van de klap blijvend doof aan één oor. Het is duidelijk dat de gevolgen voor het slachtoffer, dat pas 20 jaren oud is, enorm zijn. Het is op dit moment nog onduidelijk of het slachtoffer volledig zal herstellen.

Het handelen van verdachte heeft niet alleen impact op de directe slachtoffers maar ook op de samenleving. Geweld tijdens het uitgaan, vaak begaan onder invloed van alcohol, zorgt voor gevoelens van ergernis, onrust en onveiligheid. Voor ouders is het een grote angst en zorg dat hun kinderen ongewild in aanmerking komen met deze vormen van geweld, met alle gevolgen van dien.

Het plegen van groepsgeweld op straat is een ernstig feit, waarvoor het opleggen van een gevangenisstraf gerechtvaardigd is. Zeker nu de strafverzwarende omstandigheid is opgetreden, dat het geweld van verdachte zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank naast de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd tevens rekening met de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Voor wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op zijn strafblad en de rapportage van de reclassering d.d. 28 juli 2008. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit, waar hij nota bene voor in een proeftijd liep. Dit heeft hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden wederom een strafbaar feit te plegen.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de kans op herhaling aanwezig wordt geacht. Om deze kans op herhaling te verkleinen wordt geadviseerd in het kader van een bijzondere voorwaarde met verplicht reclasseringscontact een behandeling agressieregulatie op te leggen. Verdachte heeft bij de reclassering aangeven dat hij niet openstaat voor een dergelijke behandeling. Ook ter terechtzitting is gebleken dat verdachte meent geen problemen met agressie te hebben.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen berouw toont voor zijn daden, maar de schuld bij het slachtoffer legt. Het baart de rechtbank daarbij zorgen dat verdachte de ernst van zijn handelen niet lijkt in te zien.

Gelet op deze zorgen acht de rechtbank het noodzakelijk dat verdachte begeleid zal worden door de reclassering. De rechtbank zal daarom een deel van de straf voorwaardelijk opleggen om daaraan de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact te koppelen. Nu een eventuele behandeling van de agressie van verdachte ook in dit kader kan plaatsvinden, zal de rechtbank, gelet op de weigerende houding van verdachte, deze behandeling niet als onderdeel van de bijzondere voorwaarde opleggen. De voorwaardelijke straf dient tevens als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden wederom in de fout te gaan.

Behalve de jeugdige leeftijd van verdachte zijn de rechtbank geen omstandigheden gebleken om af te wijken van de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.

De rechtbank acht daarom een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.

Rekening houdend met de Wet vervroegde invrijheidstelling en de leeftijd van verdachte is deze straf lager dan die door de officier van justitie is geëist.

8 Het beslag

8.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van EUR 25.809,44 voor geleden materiële schade van EUR 10.809,44 en immateriële schade van EUR 15.000 als voorschot.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft de vordering betwist voor wat betreft de posten 1, 2 en 3 omdat hier geen schriftelijke stukken ter onderbouwing en controle zijn bijgevoegd. Tevens is geen rekening gehouden met afschrijving bij post 3.

De posten 4, 5 en 6 zijn betwist omdat het hier schade voor de ouders betreft, welke niet rechtstreeks is geleden door verdachte.

Post 7 is betwist omdat dit gedeelte niet zo eenvoudig van aard is, dat zij zich leent voor behandeling in het strafproces.

Post 8 is betwist omdat de immateriële schade niet eenvoudig is vast te stellen.

De verdediging heeft zich voor wat betreft post 9 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

1. Eigen risico en 3. verknipt t-shirt

De rechtbank is van oordeel dat de schade van het eigen risico van EUR 150,00 en de schade van het verknipte T-shirt van EUR 25,00 een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezen verklaarde en zij acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De gevorderde bedragen zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk en dienen geen nadere onderbouwing. De rechtbank zal de vordering voor deze bedragen toewijzen.

2. Vertragingsschade en 7, verlies inkomsten baan.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor deze gedeelten van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat deze gedeelten van de vordering niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in dit strafgeding.

4. Kilometerkosten, 5. ziekenhuisdaggeldvergoeding en 6. extra kosten revalidatiecentrum

De rechtbank zal de benadeelde partij voor deze gedeelten van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat de hier opgevoerde schade niet rechtstreeks is geleden door het bewezen verklaarde feit.

8. Immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van EUR 10.000,00 een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Zij acht verdachte ook aansprakelijk voor die schade. De rechtbank acht het gevorderde tot dit bedrag voldoende aannemelijk, zodat dit bedrag als voorschot zal worden toegewezen. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht bij de gevallen opgenomen in de smartengeldgids en rekening gehouden met de ernstige gevolgen voor het jeugdige slachtoffer.

De rechtbank acht de vordering voor de meer gevorderde schade niet zo eenvoudig van aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafproces.

Naast gedeeltelijke toewijzing van de civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

9. Kosten rechtsbijstand

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, te weten EUR 94,00.

10 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 1 week jeugddetentie die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 19 april 2007 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

Nu verdachte de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet in aanmerking komt voor jeugddetentie, zal de jeugddetentie, op grond van artikel 77dd, derde lid Wetboek van Strafrecht, ten uitvoer worden gelegd als gevangenisstraf.

11 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel berusten op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5. vermelde strafbare feit oplevert:

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van VIJFTIEN MAANDEN, waarvan VIJF MAANDEN voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Stichting Reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten

1.00 STK pet, kl. zwart

1.00 STK broek, kl. blauw;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van EUR 11.175, 00 waarvan EUR 175,00 ter zake van materiële schade en EUR 10.000,00 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, te weten EUR 94,00;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

-verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de verplichting van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] met eenzelfde bedrag doet verminderen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2], EUR 11.175,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 85 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

-verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 2] komt te vervallen voor zover een mededader aan diens betalingsverplichting jegens of ten behoeve van [slachtoffer 2] zal hebben voldaan;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 19 april 2007 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 11/500004-07 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten één (1) week jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. M.I. Blagrove en mr. J.A.M.J. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Herlaar, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 december 2008.

Mr. Blagrove is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 31 mei 2008 te Dordrecht met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Kolfstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal,

- slaan en/of stompen in het gezicht, althans tegen het hoofd van [slachtoffer 1] en/of

- trappen en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond/straat zat) en/of

- slaan en/of stompen in het gezicht, althans tegen het hoofd van die [slachtoffer 2], ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] (met zijn hoofd) op de grond/straat is gevallen waarbij hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] (met zijn hoofd) op de grond/straat is gevallen en welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (een of meerdere scheurtje(s) in de schedel), althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 mei 2008 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meerdere scheurtje(s) in de schedel), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te slaan en/of te stompen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] (met zijn hoofd) op de grond/straat is gevallen;

MEER SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 mei 2008 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] (met zijn hoofd) op de grond/straat is gevallen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

MEEST SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 31 mei 2008 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk mishandelend een persoon te weten: [slachtoffer 2], meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] (met zijn hoofd) op de grond/straat is gevallen, ten gevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (een of meerdere scheurtje(s) in de schedel), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

1 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant, AH.3 van het eindproces-verbaal PL1810/08-503466 d.d. 16 juni 2008, van politie Zuid-Holland-Zuid, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 0.1 tot en met G.6

2 Het proces-verbaal van verbalisant, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina AH.10.

3 Het proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina AG.2.1.

4 Het proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina VA.2.

5 Het proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina VA.4

6 Het proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina AG.3.1.

7 Het proces-verbaal van verhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina AG.2.3.

8 Zie noot 3.

9 Zie noot 5.

10 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 18 november 2008.

11 Het proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina AG.1.1.

12 Het geschrift, te weten een letselverklaring d.d. 4 augustus 2008 van Dr. R.P. Kleijweg, neuroloog, als los stuk toegevoegd aan het dossier.

13 Het geschrift, te weten een verklaring van de revalidatiearts Dr. G.M. Ribbers, d.d. 28 augustus 2008, als los stuk toegevoegd aan het dossier.

________________________________________________________________________ _