Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BF0672

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
11-09-2008
Datum publicatie
12-09-2008
Zaaknummer
11/500710-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het seksueel binnendringen van een zwakbegaafde minderjarige. De rechtbank is van oordeel dat verdachte wetenschap had van het gebrek van het slachtoffer en heeft mede op basis van DNA-sporen wettig en overtuigend bewijs aanwezig geacht. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken voor verkrachting nu zij uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging heeft bekomen dat er sprake is geweest van dwang. De rechtbank heeft verdachte een gevangenisstraf van 2 jaar en 6 maanden opgelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 242
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 352
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2008/403
NbSr 2008/403
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 11/500710-06

Zittingsdatum : 28 augustus 2008

Uitspraak : 11 september 2008

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de gewijzigde tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in 1951,

[adres en woonplaats]

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd en thans luidt:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 13 oktober 2006 te Dordrecht door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren in 1989) heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte,

-die [slachtoffer] heeft meegenomen naar zijn, verdachtes woning en/of

-die [slachtoffer] te kennen heeft gegeven dat hij seks met haar wou en/of dat zij zich uit moest kleden en/of

-die [slachtoffer] op een bed heeft neergelegd en/of

-die [slachtoffer] met kracht en/of gewelddadig bij haar nek heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 13 oktober 2006 te Dordrecht, met [slachtoffer] (geboren in 1989), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die , hebbende verdachte, hebbende hij verdachte;

- in die periode meermalen, althans eenmaal, seksueel getinte brieven en/of emails en/of msn berichten gestuurd aan die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] meegenomen naar zijn, verdachtes woning en/of

- die [slachtoffer] te kennen gegeven dat hij seks met haar wou en/of dat zij zich uit moest kleden en/of

- die [slachtoffer] op een bed neergelegd en/of

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en/of

- zijn verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden;

MEER SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 13 oktober 2006 te Dordrecht, met [slachtoffer] (geboren in 1989), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te

maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende hij verdachte;

- in die periode meermalen, althans eenmaal, seksueel getinte brieven n/of emails en/of msn berichten gestuurd aan die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] meegenomen naar zijn, verdachtes woning en/of

- die [slachtoffer] te kennen gegeven dat hij seks met haar wou en/of dat zij zich uit moest kleden en/of

- die [slachtoffer] op een bed neergelegd en/of

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en/of

- zijn verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer] met kracht en/of gewelddadig bij haar nek vastgepakt en/of vastgehouden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2006 tot en met 18 oktober 2006 te Dordrecht, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren in 1989) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte,

- die [slachtoffer] heeft meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of

- die [slachtoffer] aldaar heeft laten verblijven en/of

- die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- een of meerdere nachten in dezelfde slaapkamer heeft geslapen als die [slachtoffer] en/of

- een of meerdere nachten het bed die [slachtoffer] heeft gedeeld en/of

- (met) die [slachtoffer] heeft gezoend en/of

- die [slachtoffer] te kennen heeft gegeven dat hij seks met haar wou en/of dat zij zich uit moest kleden en/of

- die [slachtoffer] op een bed neergelegd en/of

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2006 tot en met 18 oktober 2006 te Dordrecht, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met [slachtoffer] (geboren op 07 december 1989), van wie hij, verdachte, wist dat die die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer]

niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer]

hebbende hij verdachte;

- die [slachtoffer] meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of

- die [slachtoffer] aldaar laten verblijven en/of

- een of meerdere nachten in dezelfde slaapkamer geslapen als die [slachtoffer] en/of

- een of meerdere nachten het bed die [slachtoffer] gedeeld en/of

- (met) die [slachtoffer] gezoend en/of

- die [slachtoffer] te kennen gegeven dat hij seks met haar wou en/of dat zij zich uit moest kleden en/of

- die [slachtoffer] op een bed neergelegd en/of

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en/of

- zijn verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden;

MEER SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2006 tot en met 18 oktober 2006 te Dordrecht, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met [slachtoffer] (geboren in 1989), van wie hij, verdachte, wist dat die die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, hebbende hij verdachte;

- die [slachtoffer] meegenomen naar een woning aan de [adres] en/of

- die [slachtoffer] aldaar laten verblijven en/of

- die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- een of meerdere nachten in dezelfde slaapkamer geslapen als die [slachtoffer] en/of

- een of meerdere nachten het bed die [slachtoffer] gedeeld en/of

- (met) die [slachtoffer] gezoend en/of

- die [slachtoffer] te kennen gegeven dat hij seks met haar wou en/of dat zij zich uit moest kleden en/of

- die [slachtoffer] op een bed neergelegd en/of

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en/of

- zijn verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden;

MEEST SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2006 tot en met 18 oktober 2006 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de gewijzigde dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de gewijzigde dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het onder 1. subsidiair en 2. primair ten laste gelegde bewe-zen achtend- gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een bewijsverweer gevoerd.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte primair onder feit 1 en feit 2 ten laste is gelegd, omdat de rechtbank uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het slachtoffer heeft gedwongen om geslachtsgemeenschap met hem te hebben. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat nu niet is gebleken dat het slachtoffer aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat zij geen seks met hem wilde, niet bewezen kan worden dat verdachte wist of had moeten weten dat zij dit niet wilde. Dat het slachtoffer met betrekking tot feit 2 heeft verklaard dat zij door de verdachte was geschopt en uit angst voor nieuw geweld seks met de verdachte heeft gehad doet hier niet aan af nu verdachte dit geweld niet heeft toegepast om het slachtoffer te bewegen tot seks maar, uit jaloezie, kennelijk omdat slachtoffer naar zijn idee teveel aandacht gaf aan anderen in huis. Dat het slachtoffer daaropvolgend seksueel contact heeft toegelaten zonder dat protest of tegenwerking zichtbaar was heeft de verdachte dan ook niet als vanzelfsprekend aan het eerdere schoppen behoren toe te schrijven. Het slachtoffer zegt overigens wel dat zij tijdens dat seksueel contact heeft geschreeuwd, omdat haar buik pijn deed, maar er zijn geen andere getuigen die daar iets van hebben gehoord. Ook de omstandigheid dat er foto’s van het slachtoffer zijn waarop te zien is dat zij blauwe plekken heeft, kan niet tot de conclusie leiden dat het slachtoffer door verdachte gedwongen is, nu niet kan worden uitgesloten dat deze blauwe plekken afkomstig zijn van de worsteling die het slachtoffer eerder met haar moeder had en er ook geen medische verklaring is waaruit kan worden opgemaakt dat iemand die in augustus bij de keel is gepakt in oktober nog dergelijke verwondingen zou kunnen hebben.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van die feiten.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1. (subsidiair)

in de maand augustus 2006 te Dordrecht, met [slachtoffer] (geboren in1989), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer]

niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende hij verdachte:

- in die periode meermalen msn berichten gestuurd aan die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] meegenomen naar zijn, verdachtes woning en

- die [slachtoffer] te kennen gegeven dat hij seks met haar wou en

- die [slachtoffer] op een bed neergelegd en

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en

- zijn verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en gehouden;

2. (subsidiair)

in de periode van 14 oktober 2006 tot en met 18 oktober 2006 te Dordrecht, meermalen, telkens met [slachtoffer] (geboren in 1989), van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] hebbende hij verdachte:

- die [slachtoffer] meegenomen naar een woning aan de [adres] en

- die [slachtoffer] aldaar laten verblijven en

- meerdere nachten in dezelfde slaapkamer geslapen als die [slachtoffer] en

- meerdere nachten het bed met die [slachtoffer] gedeeld en

- die [slachtoffer] gezoend en

- die [slachtoffer] te kennen gegeven dat hij seks met haar wou en

- zichzelf afgetrokken in het directe bijzijn van die [slachtoffer] en

- zijn verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en gehouden.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het be-wijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.4 Nadere bewijsoverwegingen

4.4.1 De raadsman heeft als verweer gevoerd -zakelijk weergegeven- dat geen der tenlastege-legde feiten wettig en overtuigend kan worden bewezen omdat er, aldus de verdediging, sprake is van dusdanige tegenstrijdigheden en onjuistheden in de verklaring van het slachtoffer, dat die verklaring onvoldoende geloofwaardig kan worden geacht om voldoende wettig en overtuigend bewijs op te leveren.

4.4.2 Hoewel de rechtbank met de verdediging van oordeel is dat de diverse verklaringen van het slachtoffer niet volledig gelijkluidend zijn, acht de rechtbank deze afwijkingen dermate ondergeschikt, dat zij in het niet vallen bij de – als geloofwaardig aan te merken – be-lastende onderdelen van de verklaringen van het slachtoffer. De rechtbank neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat het slachtoffer, terwijl zij beperkte verstandelijke ver-mogens heeft, op hoofdlijnen drie maal (aan de medewerkers van [bedrijf], in het studioverhoor en bij de rechter-commissaris) hetzelfde verhaal heeft verteld. De rechtbank verwerpt dit verweer ten aanzien van beide tenlastegelegde feiten derhalve in zoverre.

4.4.3 De raadsman heeft ook als verweer gevoerd -zakelijk weergegeven- dat de uitkomst van het DNA-onderzoek geen bewijs kan opleveren voor de ten laste gelegde feiten nu er niet van kan worden uitgegaan dat het spoor dat aan [verdachte] toebehoort en aan de linkerzijde van het kruis was gevonden daadwerkelijk sperma zou zijn geweest en niet gezegd kan worden dat het spoor dat in de onderzochte onderbroek is aangetroffen als daderspoor kan worden aangemerkt.

4.4.4 De rechtbank overweegt met betrekking tot de vraag of de sporen in de onderzochte onderbroek voor het bewijs kunnen worden gebezigd het volgende. Uit zowel de rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 20 maart 2008 alsmede de rapportage van het Leids Universitair Medisch Cenrum (LUMC) d.d. 8 mei 2008 kan worden opgemaakt dat het spoor met de omschrijving AFR534#1 sperma betreft (het LUMC spreekt van een DNA extract van spermacelfractie) dat afkomstig was van verdachte. Voorts blijkt uit de rapportage van het LUMC dat, aan de binnenkant van de onderbroek, twee sporen zijn aangetroffen. Het betreft het voornoemde spoor van verdachte én een spoor van het slachtoffer (AFR543#2). Gelet op het voorgaande acht de rechtbank genoegzaam bewezen dat de onderzochte onderbroek de onderbroek betreft die het slachtoffer aanhad op de dag dat ze aankwam op [bedrijf] en die aldaar door de politie veilig is gesteld. Dat in diezelfde onderbroek een spermaspoor van de verdachte is aangetroffen duidt erop dat hij een zaadlozing moet hebben gehad in aanwezigheid van het slachtoffer en waarschijnlijk ook op het moment dat zij geen onderbroek droeg. Verdachte heeft aangevoerd dat hij in de tenlastegelegde periode erectiestoornissen had, waarvoor ook medische behandeling werd toegepast. Uit het dossier blijkt inderdaad van een recept voor viagrapillen, maar daar is pas door verdachte om gevraagd in november, ruim nadat de zaak aan het rollen was gebracht. De medicijnen die hij verder gebruikte -het bewijs dat daarvan door de verdediging is bijgebracht duidt overigens niet per sé op de periode voor eind oktober- noemen een remmende invloed op de seksualiteit als mogelijke bij-werking, hetgeen die bijwerking dus niet vanzelfsprekend maakt. Het verweer wordt derhalve in zoverre verworpen.

4.4.5 De raadsman heeft daarnaast als verweer gevoerd -zakelijk weergegeven- dat verdachte niet wist dat aangeefster geestelijk een lager niveau had dan haar werkelijke leeftijd en als zodanig zwakbegaafd was c.q. niet behoefde te weten dat daarvan bij aangeefster sprake was.

4.4.6 De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Uit verklaringen van verdachte, de voogd en de moeder van het slachtoffer valt op te maken dat verdachte het slachtoffer ruim tien jaar kent. Verdachte verklaart hierover onder meer dat de ouders van het slachtoffer ongeveer 2,5 jaar bij hem in huis hebben gewoond en dat het slachtoffer, dat uit huis geplaatst was, vaak met hem meeging als ze bij haar moeder was. Gelet op het voornoemde langdurige en intensieve contact acht de rechtbank het onaannemelijk dat verdachte niet heeft geweten dat het slachtoffer een lager geestelijk niveau had dan passend bij haar leeftijd en als zodanig zwakbegaafd was. De rechtbank vindt steun voor haar opvatting in de verklaringen van de moeder en de voogd van het slachtoffer waarin zij aangeven dat verdachte op de hoogte was van de geestesgesteldheid van het slachtoffer (processen-verbaal van verhoor d.d. 18 april 2007 respectievelijk 16 april 2007). De rechtbank acht op grond van het voorgaande genoegzaam bewezen dat verdachte wetenschap had van het feit dat het slachtoffer aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil omtrent de seksuele gedragingen met verdachte te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, althans dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij in deze toestand verkeerde. Het verweer wordt derhalve in zoverre verworpen.

4.4.7 De rechtbank merkt met betrekking tot het bewijs voor de geestestoestand van verdachte voorts op dat zij de verklaring van de orthopedagoog E.J.A. Spruyt, voor zover inhouden-de dat het slachtoffer licht verstandelijk gehandicapt is met een IQ van 67, hetgeen zich vertaalt in een niveau van 10 jaar en dat het slachtoffer het verschil niet in kan zien of een contact wel of nauwelijks goed is, redengevend acht voor het bewijs dat het slachtoffer leed aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens dat zij niet of on-volkomen in staat is geweest om haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. De rechtbank overweegt hiertoe dat het feit dat het slachtoffer functioneert op het niveau van een 10-jarige voldoende is om aan te nemen dat zij zodanig kwetsbaar is dat ze onvolkomen in staat is haar wil omtrent dergelijke handelingen te bepalen.

4.4.8 Tot slot bezigt de rechtbank als bewijs voor met name het onder 1 subsidiair tenlastegelegde de inhoud van de MSN-gesprekken die in augustus tussen verdachte en het slachtoffer zijn gevoerd. Die gesprekken zijn dermate expliciet over seksueel contact en zo feitelijk, dat dat contact er, niettegenstaande verdachtes ontkenning, in die periode ook echt wel moet zijn geweest. Verdachte laat ook na een behoorlijke verklaring te geven over de vraag waarom hij en het slachtoffer zich anders zo duidelijk over dat contact hebben uit-gelaten.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. (subsidiair)

MET IEMAND VAN WIE HIJ WEET DAT ZIJ AAN EEN ZODANIGE GEBREKKIGE ONTWIKKELING OF ZIEKELIJKE STOORNIS VAN HAAR GEESTVERMOGENS LIJDT DAT ZIJ NIET OF ONVOLKOMEN IN STAAT IS HAAR WIL DAAROMTRENT TE BEPALEN OF KENBAAR TE MAKEN OF DAARTEGEN WEERSTAND TE BIEDEN, HANDELINGEN PLEGEN DIE MEDE BESTAAN UIT HET SEKSUEEL BINNENDRINGEN VAN HET LICHAAM;

2.

MET IEMAND VAN WIE HIJ WEET DAT ZIJ AAN EEN ZODANIGE GEBREKKIGE ONTWIKKELING OF ZIEKELIJKE STOORNIS VAN HAAR GEESTVERMOGENS LIJDT DAT ZIJ NIET OF ONVOLKOMEN IN STAAT IS HAAR WIL DAAROMTRENT TE BEPALEN OF KENBAAR TE MAKEN OF DAARTEGEN WEERSTAND TE BIEDEN, HANDELINGEN PLEGEN DIE MEDE BESTAAN UIT HET SEKSUEEL BINNENDRINGEN VAN HET LICHAAM, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft meermalen een 16-jarig meisje seksueel misbruikt. Hij heeft daarbij misbruik gemaakt van de omstandigheid dat het slachtoffer, dat een IQ had van 67 wat zich vertaalt in het niveau van een 10-jarige, onvoldoende in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken of weerstand te bieden tegen de verlangens van verdachte. Verdachte was al jaren huisvriend van de familie van het slachtoffer. In die hoedanigheid heeft hij het slachtoffer op een gegeven moment onder valse voorwendselen naar zijn huis meegenomen en daar seks met haar gehad. Vervolgens heeft verdachte het slachtoffer, toen het zij bij haar moeder was weggelopen, ondergebracht bij bekenden en heeft daar verschillende malen seksuele handelingen met haar verricht, waaronder het (meermalen) binnendringen van het lichaam. Verdachte was zich ervan bewust dat het slachtoffer een zeer laag IQ had, hij heeft het slachtoffer, als huisvriend van haar moeder op zien groeien en wist dat zij in een instelling in Ermelo verbleef.

Wat verdachte tot zijn handelen heeft gebracht blijft onduidelijk nu hij blijft ontkennen dat er seksueel contact tussen hem en het slachtoffer heeft plaatsgevonden. Over de, op seksueel gebied redelijk expliciete, correspondentie die tussen verdachte en het slachtoffer is gewisseld, geeft verdachte slechts als verklaring dat dit grapjes waren en een stommiteit. De rechtbank kan derhalve niet anders dan concluderen dat verdachte, door op deze wijze te handelen, enkel de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens voor ogen heeft gehad. Verdachte heeft daarmee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en heeft het vertrouwen dat het slachtoffer in hem mocht hebben ern-stig geschaad.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van de rapportage van reclasseringsmedewerker M. Buitelaar d.d. 5 mei 2007. Hieruit komt onder meer naar voren dat de rapporteur, als gevolg van de ontkennende houding van verdachte, heeft afgezien van een strafadvies.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van een aantal door de verdediging overgeleg-de stukken met betrekking tot de geestesgesteldheid van verdachte, waaronder een rap-portage van psychiater B.R. van der Hek d.d. 16 november 1997. Hieruit heeft de rechtbank kunnen opmaken dat verdachte zelf een zeer traumatisch verleden heeft en hiervoor ook bij diverse instellingen onder behandeling is (geweest).

Gezien verdachtes ontkenning, het ontbreken van een behandeladvies en de voornoemde problematiek van verdachte ziet de rechtbank geen ruimte voor een voorwaardelijke straf.

In strafverzwarende zin neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Een en ander afwegend is in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaren en 6 maanden passend en geboden. Deze straf is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd. Hierbij heeft met name het feit dat de rechtbank de verdachte heeft vrijgesproken van het primair ten laste gelegde (verkrachting) een rol gespeeld, nu het strafmaximum voor dit strafbare feit veel hoger ligt dan het strafmaximum voor de bewezenver-klaarde feiten.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 57 en 243 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair onder feit 1 en feit 2 ten laste is ge-legd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals ver-meld onder 4.2 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier-boven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van TWEE JAREN en ZES MAANDEN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.P. Hameete, voorzitter,

mr. G.A.J.M. van Vugt en mr. B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.E. Dijkers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 september 2008.

Mr. G.A.J.M. van Vugt is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis te ondertekenen.