Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BE8975

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
21-08-2008
Datum publicatie
21-08-2008
Zaaknummer
11/510075-08
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1915, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 18-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk voor een elftal brandstichtingen aan auto's. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de ernst van de feiten en daarnaast met de geestesgesteldheid van verdachte, zijn jeudige leeftijd en het feit dat hij niet eerder is veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 11/510075-08

Zittingsdatum : 7 augustus 2008

Uitspraak : 21 augustus 2008

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in 1989,

[adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-West, locatie Dordtse Poorten, te Dordrecht.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven en thans luidt:

1.

(zaak 1)

hij op of omstreeks 7 april 2008 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Peugeot, type: 406 Break, kleur: groen, geparkeerd staande aan de Heimerstein), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in die auto aanwezig goed(eren) en/of een/overige aldaar geparkeerd staande auto('s) en/of de/een belendende woning(en) (die van hout skeletgebouwd is/zijn en/of een houten voorzijde heeft/hebben), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was, en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de/een bewoner(s) van voornoemde woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

(zaak 3)

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te Zwijndrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Volkswagen, type: Passat, geparkeerd staande aan het Marsdiep), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in die auto aanwezig goed(eren) en/of een (houten) schutting, althans een met beplanting begroeide

(scheidings-)muur, en/of de/een belendende woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was, en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichanelijk letsel voor de/een bewoner(s) van voornoemde woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

3.

(zaak 4)

hij op of omstreeks 16 augustus 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Ford, type: Escort, geparkeerd staande aan de Essenburg), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) en/of de/een belendende woning(en) (aangezien voornoemde auto geparkeerd stond onder een carport, gesitueerd onder een of meerdere woning(en)), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) van voornoemde woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letstel voor een ander of

anderen te duchten was;

4.

(zaak 11)

hij op of omstreeks 5 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Opel, type: Astra, kleur: blauw, geparkeerd staande aan de Goudestein), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) en/of de/een belendende woning(en) (aangezien voornoemde auto geparkeerd stond onder een carport, gesitueerd onder een of meerdere woning(en)), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s) van voornoemde woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letstel voor een ander of anderen te duchten was;

5.

(zaak 2)

hij op of omstreeks 17 augustus 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Citroën, type: C4, kleur: zilver/grijs, geparkeerd staande aan de Schuilenburg), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) en/of een boom (waarnaast/waaronder voornoemde auto geparkeerd stond), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

6.

(zaak 5)

hij op of omstreeks 18 maart 2008 te Zwijndrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Ford, type: Mondeo, kleur: groen, geparkeerd staande aan de Molenstraat), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) en/of een/de struik(en) in de groenstrook naast voornoemde auto en/of de bestrating onder/rondom voornoemde auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

7.

(zaak 6)

hij op of omstreeks 14 januari 2008 te Zwijndrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Mercedes-Benz, type: B180 CDI, kleur: beige/grijs, geparkeerd staande aan de Oosterschelde/Volkerak), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft

verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) (te weten: een auto navigatiesysteem van het merk Pioneer en/of een of meerdere cd('s) en/of een zonnebril van het merk Serengetti en/of squash artikelen en/of een kinderautostoeltje) en/of een naast voornoemde auto geparkeerd staande (andere) auto (merk: Ford, type: Fiesta, kleur: wit, geparkeerd staande aan de Volkerak, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6]), welke auto (eveneens) geheel of gedeeltelijk is verbrand, en/of een naast die auto('s) gelegen electriciteitshuisje, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

8.

(zaak 7)

hij op of omstreeks 29 januari 2008 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een (bedrijfs-)auto (merk: Mercedes-Benz, type: 903.6, kleur: wit, geparkeerd staande aan de Heimerstein), geheel of ten dele toebehorende aan Tsantos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) (te weten: een of meerdere houten pallet(s) en/of karton en/of een transportkar) en/of een naast voornoemde auto geparkeerd staande (andere) auto (merk: Ford, type: Focus, kleur: blauw, geparkeerd staande aan de Heimerstein, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7]), welke auto (eveneens) geheel of gedeeltelijk is verbrand, en/of een/de struik(en) in de groenstrook naast voornoemde auto('s) en/of de bestrating onder/rondom voornoemde auto('s), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

9.

(zaak 8)

hij op of omstreeks 1 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Volkswagen, type: Golf, kleur: zwart, geparkeerd staande aan de Slangenburg), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) en/of een naast voornoemde auto geparkeerd staande (andere) au-to (merk: Peugot, type: 206 cc, kleur: grijs, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2]), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

10.

(zaak 9)

hij op of omstreeks 2 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Peugeot, type: 407, kleur: blauw, geparkeerd staande aan de Prattenburg), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren) (te weten: een carkit van het merk Jabra en/of een GPS muis en/of een autostoeltje en/of een of meerdere cd('s)), en/of een/de struik(en) in de groenstrook naast voornoemde auto en/of de bestrating onder/rondom voornoemde auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

11.

(zaak 10)

hij op of omstreeks 2 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht in/onder/aan een auto (merk: Ford, type: Fiesta, kleur: rood, geparkeerd staande aan de Prattenburg), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, althans een brandend voorwerp, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een (plastic) luchtrooster en/of grill (dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of (een) in de auto aanwezig(e) goed(eren),en/of een/de struik(en) in de groenstrook naast voornoemde auto en/of de bestrating onder/rondom voornoemde auto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

2. De voorvragen

2.1De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -alle ten laste gelegde feiten bewezen achtend- gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

3.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

De hierna te noemen benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd en hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot het betalen van de hierna nader te noemen bedra-gen ter zake van schadevergoeding:

[benadeelde partij 1] (feit 1/zaak 1) EUR 2400,-- (+ wettelijke rente)

[benadeelde partij 2] (feit 2/zaak 3) EUR 150,-- (+ wettelijke rente)

[benadeelde partij 3] (feit 3/zaak 4) EUR 6800,--

[benadeelde partij 4] (feit 4/zaak 11) EUR 2000,-- (+ wettelijke rente)

[benadeelde partij 5] (feit 6/zaak 5) EUR 1500,-- (+ wettelijke rente)

[benadeelde partij 6] (feit 7/zaak 6) EUR 950,-- (+ wettelijke rente)

[benadeelde partij 7] (feit 8/zaak 7) EUR 135,-- (+ wettelijke rente)

[benadeelde partij 8] (feit 11/zaak 10) EUR 450,-- (+ wettelijke rente)

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot de volgende bedragen:

[benadeelde partij 1] (feit 1/zaak 1) EUR 200,--

[benadeelde partij 2] (feit 2/zaak 3) EUR 150,--

[benadeelde partij 3] (feit 3/zaak 4) EUR 392,06

[benadeelde partij 4] (feit 4/zaak 11) EUR 2000,--

[benadeelde partij 6] (feit 7/zaak 6) EUR 950,--

[benadeelde partij 7] (feit 8/zaak 7) EUR 135,--

[benadeelde partij 8] (feit 11/zaak 10) EUR 250,--

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [benadeelde partij 5] (feit 6/zaak 5) in haar vordering.

Door of namens de verdachte zijn de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 8] betwist.

4. De bewijsbeslissingen

4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

(zaak 1)

op 7 april 2008 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Peugeot, type: 406 Break, kleur: groen, geparkeerd staande aan de Heimerstein, toebehorende aan [benadeelde partij 1], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een grill die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en overige aldaar geparkeerd staande auto's en de belendende woningen die van hout skeletgebouwd zijn te duchten was, en terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van

voornoemde woningen te duchten was;

2.

(zaak 3)

op 18 januari 2008 te Zwijndrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Volkswagen, type: Passat, geparkeerd staande aan het Marsdiep toebehorende aan [benadeelde partij 2], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en een houten schutting te duchten was;

3.

(zaak 4)

op 16 augustus 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Ford, type: Escort, geparkeerd staande aan de Essenburg, toebehorende aan [benadeelde partij 3], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en een belendende woningaangezien voornoemde auto geparkeerd stond onder een carport, gesitueerd onder een woning te duchten was;

4.

(zaak 11)

op 5 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Opel, type: Astra, kleur: blauw, geparkeerd staande aan de Goudestein, toebehorende aan [benadeelde partij 4], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een grill die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en en de belendende woningen aangezien voornoemde auto geparkeerd stond onder een carport, gesitueerd onder een of meerdere woningen te duchten was

5.

(zaak 2)

op 17 augustus 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Citroën, type: C4, kleur: zilver/grijs, geparkeerd staande aan de Schuilenburg, toebehorende aan [benadeelde partij 7], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een luchtrooster dat onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en in de auto aanwezige goederen en een boom waaronder voornoemde auto geparkeerd stond, te duchten was;

6.

(zaak 5)

op 18 maart 2008 te Zwijndrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Ford, type: Mondeo, kleur: groen, geparkeerd staande aan de Molenstraat, toebehorende aan [benadeelde partij 5], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aanraking gebracht met een grill die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto ende struiken in de groenstrook naast voornoemde auto te duchten was;

7.

(zaak 6)

op 14 januari 2008 te Zwijndrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Mercedes-Benz, type: B180 CDI, , kleur: beige/grijs, geparkeerd staande aan de Oosterschelde/Volkerak, toebehorende aan [slachtoffer 3], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een grill die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en in de auto aanwezige goederen te weten: een auto navigatiesysteem van het merk Pioneer en meerdere cd’s en een zonnebril van het merk Serengetti en squash artikelen en een kinderautostoeltje en een naast voornoemde auto geparkeerd staande auto merk: Ford, type: Fiesta, kleur: wit, geparkeerd staande aan de Volkerak, toebehorende aan

[benadeelde partij 6], welke auto eveneens geheel of gedeeltelijk is verbrand, en een naast die auto's gelegen elektriciteitshuisje te duchten was;

8.

(zaak 7)

op 29 januari 2008 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een bedrijfsauto merk: Mercedes-Benz, type: 903.6, kleur: wit, geparkeerd staande aan de Heimerstein, toebehorende aan Tsantos, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een grill die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en in de auto aanwezige goederen te weten: meerdere houten pallets en karton en een transportkar en een naast voornoemde auto ge-parkeerd staande auto merk: Ford, type: Focus, kleur: blauw, geparkeerd staande aan de Heimerstein, toebehorende aan [benadeelde patij 7], welke auto eveneens geheel of gedeeltelijk is verbrand, en de struiken in de groenstrook naast voornoemde auto's te duchten was;

9.

(zaak 8)

op 1 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Volkswagen, type: Golf, kleur: zwart, geparkeerd staande aan de Slangenburg, toebehorende aan [slachtoffer 1], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een luchtrooster en/of grill dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en een naast voornoemde auto geparkeerd staande auto, merk: Peugot, type: 206 cc, kleur: grijs, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] te duchten was;

10.

(zaak 9)

op 2 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Peugeot, type: 407, kleur: blauw, geparkeerd staande aan de Prattenburg, toebehorende aan [benadeelde partij 7], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een luchtrooster en/of grill dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en in de auto aanwezige goederen, te weten: een carkit van het merk Jabra en een GPS muis en een autostoeltje en meerdere cd's en de struiken in de groenstrook naast voornoemde auto te duchten was;

11.

(zaak 10)

op 2 november 2007 te Dordrecht opzettelijk brand heeft gesticht aan een auto merk: Ford, type: Fiesta, kleur: rood, geparkeerd staande aan de Prattenburg, toebehorende aan [benadeelde partij 8], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met een luchtrooster en/of grill dat/die onderdeel uitmaakte van voornoemde auto, ten gevolge waarvan voornoemde auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en de struiken in de groenstrook naast voornoemde auto te duchten was.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Meer in het bijzonder kan ten aanzien van het onder feit 2, 3 en 4 ten laste gelegde worden opgemerkt dat, ondanks het feit dat de verdachte zelf ter zitting heeft aangegeven dat hij achteraf beseft heeft dat er bij deze branden sprake was van levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, dit een geobjectiveerd bestanddeel betreft dat op basis van de omstandigheden van het geval moet worden aangetoond. Tegen die achtergrond acht de rechtbank het, op basis van de in het dossier aanwezige stukken, niet voldoende aannemelijk dat voornoemde autobranden van dusdanige aard waren dat zij hadden kunnen overslaan naar de nabijgelegen woningen, waardoor levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de woningen aanwezige personen te duchten was. De rechtbank spreekt verdachte derhalve voor deze onderdelen van de tenlastelegging vrij.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaar-digingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS

EN

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VOOR ZWAAR LICHAMELIJK LETSELVOOR EEN ANDER TE DUCHTEN IS;

FEIT 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 EN 11 TELKENS:

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS.

6. De strafbaarheid van de verdachte

6.1De rapportages van de deskundigen

In het kader van een persoonlijkheidsonderzoek hebben psycholoog H. Leijsen en psychi-ater B.A. Blansjaar rapportages uitgebracht over de persoon van de verdachte.

In het rapport van Leijsen, gedateerd 11 juli 2008, komt onder meer naar voren -zakelijk weergegeven-:

Bij betrokkene bestond ten tijde van het tenlastegelegde een ziekelijke stoornis in de vorm van een stoornis in de impulsbeheersing (pyromanie) en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid.

Er lijkt een verband te bestaan tussen de gevonden stoornis in de impulsbeheersing (pyromanie) met de zwakbegaafdheid en de huidige ten laste gelegde feiten. Het gedrag van verdachte getuigt van naïviteit, rigiditeit en een gebrek aan inzicht, zowel op cognitief alsook op emotioneel en sociaal gebied. Wel lijkt betrokkene de strekking van zijn handelen begrepen te hebben en lijkt er sprake van het besef van het maatschappelijk ongeoorloofde van de ten laste gelegde feiten. Betrokkene kan verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht.

In het rapport van Blansjaar, gedateerd 17 juni 2008, komt onder meer naar voren -zakelijk weergegeven-:

Blijkens de bevindingen van het psychiatrisch onderzoek lijdt verdachte aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een verstandelijke handicap op waarschijnlijk laag zwakbegaafd niveau en aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van pyromanie. Verdachte was ook ten tijde van het ten laste gelegde beperkt in zijn gedragskeuzen en gedragingen door een verstandelijke handicap waardoor hij zich slechts in beperkte mate kon verzetten tegen impulscontrolestoornissen door pyromanie. Geadviseerd wordt verdachte te beschouwen als verminderd toerekeningsvatbaar.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verenigt zich, in tegenstelling tot de officier van justitie, met bevindingen en de conclusies van de voormelde rapportages en neemt deze over, gelet op de onderbouwing ervan. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en de rapportages van voornoemde deskundigen, voldoende is komen vast te staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde brandstichtingen aan verdachte kunnen worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

Overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een tijdsbestek van ongeveer 9 maanden meerdere malen schuldig gemaakt aan brandstichting aan auto’s. Daarbij is één van deze autobranden aangestoken in de directe nabijheid van woningen met een houten skelet, waardoor het gevaar te duchten was dat door deze brand ook voornoemde woningen in brand zouden geraken, met fatale gevolgen voor de bewoners.

Het behoeft geen betoog dat verdachte door het plegen van de bewezen verklaarde feiten ernstige misdrijven heeft gepleegd welke naast gevaar voor goederen in één geval ook levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de nabij gelegen woningen bevindende personen hebben veroorzaakt. Door de brandstichtingen is voorts aanzienlijke materiële en immateriële schade veroorzaakt. Daarnaast hebben dit soort feiten doorgaans een enorme impact op de slachtoffers en veroorzaken ze gevoelens van angst en onrust in de samenleving.

Op dergelijke feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een aanzienlijke duur. De rechtbank acht dit echter op grond van de navolgende omstandigheden in dit geval niet passend en gebo-den.

In strafverminderende zin heeft de rechtbank in de eerste plaats laten meewegen dat verdachte blijkens het hem betreffende Uittreksel uit het Justitiële Documentatie-register nog niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en daarnaast de houding van verdachte ter terechtzitting, waarbij hij de bewezen verklaarde feiten heeft bekend en waarbij hij spijt heeft betuigd van zijn daden.

Voorts heeft de rechtbank voor wat betreft de persoon van de verdachte en het bepalen van de strafmaat in het bijzonder acht geslagen op de conclusies en adviezen in de rapporten van de hiervoor genoemde psycholoog Leijsen en psychiater Blansjaar en het rapport van de Reclassering Nederland (d.d. 22 juli 2008). Uit voornoemde stukken blijkt onder meer dat verdachte bij het plegen van de ten laste gelegde feiten aan een stoornis in de impulsbeheersing (pyromanie) en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid leed. Mede op basis hiervan concluderen zowel Leijsen als Blansjaar tot de hiervoor onder 6.2 vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De genoemde rapporten concluderen voorts eenduidig dat teneinde de kans op recidive te beperken, aan verdachte begeleiding en adequate behandeling geboden dient te worden. Geadviseerd wordt om een voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde begeleiding door de reclassering en een verplichting mee te werken aan (ambulante) gedragstherapeutische behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek gedurende de proeftijd. Blansjaar adviseert daarnaast tevens maatschappelijke begeleiding door een instelling gespecialiseerd in de zorg voor verstandelijk gehandicapten.

Leijsen concludeert voorts, gezien het kwetsbare profiel van betrokkene, tot een contra-indicatie voor een vrijheidsstraf. De rechtbank neemt voorgaande conclusies over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank acht het met het oog op de hierboven beschreven geestesgesteldheid van verdachte en zijn nog jeugdige leeftijd niet wenselijk om verdachte langere tijd in een gevangenis te laten doorbrengen. Daarnaast wordt het belang van de samenleving alsmede dat van verdachte het beste gediend door verdachte zo snel mogelijk met de geadviseerde behandeling te laten beginnen.

De rechtbank heeft in tegenstelling tot hetgeen de raadsman heeft aangevoerd niet in strafverlagende zin laten meewegen dat de politie op het moment dat zij vermoedens kreeg omtrent het daderschap van de verdachte diens ouders niet heeft ingelicht. De rechtbank acht de handelswijze van de politie in deze toereikend en binnen de strafvorderlijke kaders.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank een gevangenisstraf waarvan een aanzienlijk deel voorwaardelijk is, passend en geboden. Hiermee wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht, anderzijds beoogt deze straf het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. De rechtbank zal daarbij als bijzondere voorwaarde stellen dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Reclassering Nederland te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks noodzakelijk oordeelt. De rechtbank zal de proeftijd daarbij stellen op een ter-mijn van twee jaar.

De op te leggen straf is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd. Hierbij heeft hetgeen hiervoor is overwogen en met name de geestesgesteldheid en de jeugdige leeftijd van verdachte een rol gespeeld.

7.2 De vordering van de benadeelde partijen

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 7], [benadeelde partij 6], [benadeelde partij 8] en [benadeelde partij 3] zijn ontvankelijk in hun vorderingen, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan deze benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de betreffende bewezen verklaarde strafbare feiten toe-gebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 1) wegens immateriële schade toewijzen tot een bedrag van EUR 200,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voor dit gedeelte voldoende onderbouwd en juist voorkomt. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk is, omdat zij van oordeel is dat dit gedeelte van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal worden bepaald dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit 2) geheel toewijzen, zijnde een bedrag van EUR 150,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] (feit 3) wegens immateriële schade toewijzen tot een bedrag van EUR 200,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voor dit gedeelte voldoende onderbouwd en juist voorkomt. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk is, omdat zij van oordeel is dat dit gedeelte van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal worden bepaald dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] (feit 4) geheel toewijzen, zijnde een bedrag van EUR 2000,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] (feit 7) geheel toewijzen, zijnde een bedrag van EUR 950,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]. (feit 8) geheel toewijzen, zijnde een bedrag van EUR 135,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voldoende onderbouwd en juist voorkomt.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] (feit 11) toewijzen tot een bedrag van EUR 250,00 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente, omdat de vordering voor dit gedeelte voldoende onderbouwd en juist voorkomt. De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk is, omdat zij van oordeel is dat dit gedeelte van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal worden bepaald dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank zal bepalen dat de benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 6) niet-ontvankelijk is in haar vordering, omdat de rechtbank van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal worden bepaald dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Naast toewijzing van deze civiele vorderingen zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 24 MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten 18 MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de hierna te melden bijzondere voorwaarde;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, ook indien dit inhoudt een ambulante behandeling bij Het DOK of De Waag of een soortgelijke instelling, zolang de Reclassering dit noodzakelijk oordeelt;

verstrekt aan de genoemde reclasseringsinstelling opdracht om aan veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 1], een bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) ten behoeve van [benadeelde partij 1];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 2], een bedrag van EUR 150,00 (honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 150,00 (hon-derdvijftig euro) ten behoeve van [benadeelde partij 2];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 3], een bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de da-tum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 200,00 (tweehonderd euro) ten behoeve van [benadeelde partij 3];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 4], een bedrag van EUR 2000,00 (tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de da-tum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 2000,00 (tweeduizend euro) ten behoeve van [benadeelde partij 4];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ten behoeve van de verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 6], een bedrag van EUR 950,00 (negenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 950,00 (negenhonderdvijftig euro) ten behoeve van [benadeelde partij 6];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 19 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 7], een bedrag van EUR 135,00 (honderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 135,00 (honderdvijfendertig euro) ten behoeve van [benadeelde partij 7];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 8], een bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het plegen van het delict, en met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 8] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ten behoeve van [benadeelde partij 8];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.B. van den Beld, voorzitter,

mr. H.W. Bezemer en mr. R.W. van Zuijlen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.E. Dijkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2008.