Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD6254

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
03-07-2008
Zaaknummer
AWB 07/747
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De door verweerder gevolgde werkwijze in bezwaar, bij de hertaxatie, komt de rechtbank niet onjuist voor. Eiseres heeft naar aanleiding daarvan aangegeven dat zij het bezwaar intrekt en daartoe een akkoordverklaring ondertekend. Niet is gebleken dat eiseres ten tijde van de intrekking in een situatie van dwaling verkeerde. Evenmin is gebleken van dwang of druk van de zijde van verweerder teneinde eiseres ertoe te bewegen het bezwaar in te trekken. De door eiseres getekende akkoordverklaring moet worden opgevat als een schriftelijke intrekking van het bezwaarschrift, zoals bedoeld in artikel 6:21, eerste lid, van de Awb. Met deze intrekking is de bij oorspronkelijke beschikking vastgestelde waarde onherroepelijk komen vast te staan. Gelet op het systeem van de Awb was verweerder niet bevoegd alsnog uitspraak op het bezwaar te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2008-1717
Belastingblad 2008/897

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 07/747

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[XXX], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: [YYY].

tegen

De heffingsambtenaar van de gemeente Leerdam, verweerder.

gemachtigde: B. van Rozendaal, werkzaam bij de gemeente Leerdam.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft bij beschikking, gedagtekend 25 februari 2007, de waarde van de onroerende zaak, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning), op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) op 1 januari 2005 (hierna: de waardepeildatum) voor het belastingjaar 2007 vastgesteld op € 166.000,- (hierna: de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiseres opgelegde aanslag in de onroerende-zaakbelasting voor het jaar 2007 (hierna: de aanslag).

Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2007 tegen de beschikking bezwaar gemaakt bij verweerder. Gelet op artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ wordt dit bezwaar geacht mede te zijn gericht tegen de aanslag.

Bij uitspraak van 28 juni 2007, verzonden op 29 juni 2007, heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft eiseres bij brief van 28 juli 2007, ingekomen op 31 juli 2007, beroep ingesteld bij de rechtbank Dordrecht.

De zaak is op 26 februari 2008 ter zitting van een meervoudige kamer behandeld.

Eiseres is ter zitting verschenen bij gemachtigde.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde, vergezeld van R. Atol, WOZ-taxateur.

2. Overwegingen

2.1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting ziet de rechtbank zich allereerst voor de vraag gesteld of verweerder terecht een uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

2.2. Ingevolge artikel 6:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan het bezwaar of beroep schriftelijk worden ingetrokken. Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan de intrekking ook mondeling geschieden.

Volgens bestendige jurisprudentie kan de (schriftelijke) intrekking van een bezwaar- of beroepschrift niet bij een nadere brief of mededeling van belanghebbende ongedaan gemaakt worden, tenzij er sprake is van aan de betrokkene niet toe te rekenen omstandigheden waar hij in een situatie van dwaling verkeerde of blijkt van dwang of bedrog van enige zijde teneinde de betrokkene te bewegen het bezwaar of (hoger) beroep in te trekken. (Zie ook: Centrale Raad van Beroep, 10 januari 2001, JB 2001/74.)

2.3. Blijkens de gedingstukken, waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter comparitie van 11 december 2007, en het verhandelde ter zitting van 26 februari 2008 hanteert de gemeente Leerdam ten aanzien van tegen de WOZ-waarde ingediende bezwaren de volgende werkwijze. Met de indiener van het bezwaar wordt een afspraak gemaakt voor een hertaxatie. Deze vindt plaats in de vorm van een huisbezoek, waarbij de woning in- en uitpandig wordt opgenomen door een WOZ-taxateur. Tevens vindt daarbij een gesprek plaats met de indiener, waarin de conclusies van de hertaxatie worden besproken en waarbij uitleg wordt gegeven over het systeem van herwaardering, alsmede over het voor dit specifieke doel opgestelde formulier 'akkoordverklaring'. Met deze verklaring wordt de indiener van het bezwaar een drietal keuzemogelijkheden geboden, waarbij hij aangeeft of hij:

1) het bezwaar intrekt;

2) akkoord gaat met verlaging van de vastgestelde waarde; of

3) niet akkoord gaat en een uitspraak op het bezwaar wenst.

Ter bevestiging van de gekozen optie wordt het formulier door de indiener van het bezwaar ondertekend.

In het onderhavige geval heeft de taxateur op 18 april 2007 de woning van eiseres bezocht en op basis daarvan geconcludeerd dat de waarde van het object goed is vastgesteld en gehandhaafd blijft. De bevindingen van de taxateur zijn neergelegd in het eerder genoemde formulier 'akkoordverklaring'. Naar aanleiding van het gesprek met de taxateur heeft eiseres besloten dat zij het bezwaar intrekt, waarna zij de akkoordverklaring heeft ondertekend. Na ontvangst van de bevestiging van de intrekking van het bezwaar heeft de zoon van eiseres tegenover verweerder te kennen gegeven, dat eiseres terugkomt van deze verklaring en dat zij alsnog een uitspraak op haar bezwaar van 17 maart 2007 wenst.

2.4. De rechtbank komt de door verweerder gevolgde werkwijze bij de hertaxatie, mede gelet op de door verweerder ter zitting gegeven toelichting, niet onjuist voor. Hetgeen eiseres in dit verband naar voren heeft gebracht biedt onvoldoende aanleiding om die werkwijze ter discussie te stellen. De rechtbank is voorts niet gebleken dat eiseres ten tijde van de intrekking van het bezwaar in een situatie van dwaling verkeerde. Ook is de rechtbank niet gebleken van dwang of druk van de zijde van verweerder teneinde eiseres ertoe te bewegen het bezwaar in te trekken.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door eiseres getekende akkoordverklaring moet worden opgevat als een schriftelijke intrekking van het bezwaarschrift, zoals bedoeld in artikel 6:21, eerste lid, van de Awb. Door deze intrekking is de bij beschikking van 25 februari 2007 vastgestelde WOZ-waarde onherroepelijk komen vast te staan. De Awb voorziet niet in een bedenktijd zoals door eiseres gewenst.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder gelet op het systeem van de Awb niet bevoegd was een uitspraak op het bezwaar te doen. Verweerder is hier dan ook ten onrechte toe overgegaan. De uitspraak op bezwaar kan dan ook om deze reden niet in stand blijven en dient te worden vernietigd.

2.5. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres kosten heeft moeten maken die op grond van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb voor vergoeding in aanmerking komen.

2.6. Nu het beroep gegrond wordt verklaard dient de gemeente Leerdam op de voet van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb aan eiseres het door haar betaalde griffierecht te vergoeden.

Mitsdien beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank Dordrecht:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;

- beveelt dat de gemeente Leerdam aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 39,- vergoedt.

Aldus gegeven door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, voorzitter, en mrs. M.A.C. Prins en J.P. Kruimel, en door de voorzitter en M.G. den Ambtman, griffier, ondertekend.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op:

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.