Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD6236

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
03-07-2008
Datum publicatie
03-07-2008
Zaaknummer
11/993006-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Telefoontap. Is het bedrijfsmatig verspreiden van illegale navigatiesoftware een ernstige inbreuk op de rechtsorde?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

AFWIJZING VORDERING MACHTIGING OPNEMEN VAN (TELE) COMMUNICATIE (ART. 126M en 126L SV)

Parketnummer: 11/993006-08

Betreffende: [ Telefoonnummer]

OVERWEGINGEN

De rechter-commissaris heeft op 24 april 2008 in bovengenoemde zaak een vordering ontvangen tot machtiging van een bevel tot het opnemen van telecommunicatie gevoerd via bovengenoemd telefoonnummer door verdachte.

Het betreft een zaak waarbij verdachte en zijn medeverdachte ervan worden verdacht, kort gezegd, dat zij in de periode 25 november 2007 tot (in ieder geval) 24 april 2008 opzettelijk en bedrijfsmatig cd-roms en/of dvd’s en/of SD-kaarten met daarop navigatiesoftware hebben verveelvoudigd en aan derden afgeleverd zonder toestemming van de rechthebbenden op het auteursrecht.

Concreet is de verdenking met name gebaseerd op het aantreffen van honderden advertenties op www.marktplaats.nl waarin de illegale versie van de genoemde goederen tegen lage (`onmogelijke’) prijzen werd aangeboden. Het aanbieden van dergelijke advertenties op de genoemde site werd kennelijk hardnekkig (via andere emailadressen) volgehouden, ook toen pogingen werden ondernomen om deze te verwijderen. De advertenties waren via de daarin genoemde telefoonnummers te verbinden met verdachte en zijn medeverdachte.

Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie in deze zaak overweegt de rechter-commissaris als volgt.

Artikel 126m, eerste lid, Sv bepaalt onder meer dat een dergelijke vordering slechts kan worden toegewezen `ingeval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde (gecursiveerd door de rechter-commissaris) oplevert’.

In de memorie van toelichting die mede ten grondslag heeft gelegen aan de invoering van artikel 126m Sv wordt over het gecursiveerde criterium het volgende opgemerkt (Kamerstukken II, 1996-1997, 25403, nr. 3, p. 24-25):

“Het vereiste dat misdrijven worden beraamd of gepleegd als omschreven in artikel 67, eerste lid, die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, is ook onderdeel van de voorwaarden voor de infiltratie, de telefoontap en het opnemen van communicatie, in het kader van de traditionele opsporing, geregeld in titel IVa. De woorden `aard van het misdrijf’ duiden niet slechts op de delictsomschrijving in de wet, maar tevens op de ernst van de feiten en omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd of wordt beraamd. De concrete feiten en omstandigheden dienen meegewogen te worden bij de beoordeling of sprake is van een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het kan gaan om misdrijven als moord, handel in drugs, mensenhandel, omvangrijke milieudelicten, wapenhandel maar ook ernstige financiële misdrijven, zoals omvangrijke ernstige fraude, bijvoorbeeld een BTW-carrousel. Dergelijke misdrijven schokken de rechtsorde ernstig door hun gewelddadige karakter of door hun omvang en gevolgen voor de samenleving. Ook minder ernstige misdrijven kunnen een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde, doordat zij in combinatie met andere misdrijven worden gepleegd, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte in combinatie met omkoping van ambtenaren met het oog op verkrijging van vergunningen voor bedrijven, of kleine fraudes waarvan, gelet op de aard, kan worden vermoed dat deze deel uitmaken van een omvangrijke en ernstige vorm van fraude. Het dient te gaan om samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven (…) dan wel om samenhang met andere misdrijven die in het georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd (…).”

De rechter-commissaris leidt uit de wettekst van artikel 126m, eerste lid, Sv, alsmede uit de memorie van toelichting af dat de telefoontap derhalve mogelijk is, indien het gaat om een misdrijf (waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is) dat 1) gezien zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert of dat 2) gezien zijn samenhang met andere misdrijven een dergelijke inbreuk oplevert.

De rechter-commissaris stelt voorop dat voor het onderhavige feit voorlopige hechtenis mogelijk is, omdat het plaatsen van honderden advertenties over een langere periode in beginsel kan worden gekwalificeerd als beroeps- of bedrijfsmatig handelen (op welk handelen maximaal vier jaar gevangenisstraf staat).

De rechter-commissaris is echter van oordeel dat het hier geen delict betreft dat naar zijn aard (het eerste subcriterium) een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. De officier van justitie heeft in haar vordering ook niet nader onderbouwd waarom dit delict zo’n ernstige inbreuk op de rechtsorde vormt. De gestelde feiten zijn naar het oordeel van de rechter-commissaris wat betreft de mate van inbreuk op de rechtsorde niet (zonder meer) vergelijkbaar met de in de memorie van toelichting genoemde voorbeelden, ook niet wanneer de daarin genoemde voorbeelden van financiële misdrijven in ogenschouw worden genomen. Dit wordt niet anders indien men hierbij de concrete feiten en omstandigheden van deze zaak meeweegt.

Aangezien uit de vordering voorts niet blijkt dat sprake is van samenhang met andere door verdachte en zijn medeverdachte begane misdrijven (het tweede subcriterium) is de rechter-commissaris van oordeel dat ook op deze basis geen machtiging kan worden verleend.

BESLISSING

De rechter-commissaris verleent derhalve geen machtiging tot een bevel tot het opnemen van telecommunicatie gevoerd via het betreffende telefoonnummer door verdachte.

Aldus gedaan te Dordrecht op 16 mei 2008

De rechter-commissaris belast met

de behandeling van strafzaken

Mr. C.J. van der Wilt

RECHTBANK DORDRECHT

Parketnummers: 11/993006.08 en 11/993007.08

Beschikking van de rechtbank op het hoger beroep in de zaak tegen:

[verdachte 1] en [verdachte 2],

Hierna te noemen: verdachten.

De raadkamer heeft kennis genomen van het strafdossier en heeft het hoger beroep op 26 mei 2008 in raadkamer behandeld, ter gelegenheid waarvan de officier van justitie is gehoord.

Procesgang.

Op 24 april 2008 heeft de officier van justitie een tweetal vorderingen machtiging bevel opnemen van (tele)communicatie ex artikel 126m van het Wetboek van Strafvordering ingediend, strekkende daartoe dat de rechter-commissaris aan de officier van justitie machtiging verleent voor een periode van ten hoogste vier weken van twee telefoonnummers.

Blijkens deze vorderingen wordt verdachte verdacht van: overtreding van de auteurswet.

De rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, heeft de vorderingen afgewezen overwegende dat het hier geen delict betreft dat naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert en dat ook uit de vorderingen niet blijkt dat er sprake is van samenhang met andere door verdachte en zijn medeverdachte begane misdrijven.

De officier van justitie heeft blijkens een akte rechtsmiddel, op 21 mei 2008 hoger beroep tegen deze afwijzingen ingesteld.

De officier van justitie heeft op 20 mei 2008 een appelmemorie ingediend.

De raadkamer heeft het hoger beroep in raadkamer behandeld, alwaar de officier van justitie is gehoord.

Rechtsoverwegingen.

De officier van justitie heeft het hoger beroep tijdig ingesteld en is derhalve ontvankelijk in haar hoger beroep.

Niet in geding is dat sprake is van de verdenking van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, op de gronden als door de rechter-commissaris vermeld.

De raadkamer overweegt dat blijkens het zich bij de stukken bevindende proces-verbaal aanvraag telefoontap mogelijk sprake is van de plaatsing van honderden advertenties waarin navigatiesoftware wordt aangeboden. De advertenties worden volgens een gehoorde getuige geplaatst sedert maart 2007. De advertenties zijn geplaatst op de internetsite ”Markplaats.nl”, hetgeen een bekende en veelgeraadpleegde advertentiesite is. Sprake zou zijn van vele honderden advertenties; volgens de getuige zijn er 500 advertenties verwijderd.

Onderzoek van de FIOD wijst uit dat tot recentelijk toe veel van de betreffende advertenties zijn geplaatst.

Op grond van deze omstandigheden is sprake van een verdenking van het stelselmatig -strafbaar- handelen, gedurende een langere periode, terwijl verwijdering van advertenties niet heeft geleid tot afname of beëindiging van de plaatsing van de advertenties. Voor de aanbieding van de software wordt gebruik gemaakt van een algemeen bekende en drukbezochte advertentiesite op internet.

Dit alles betekent voorts dat moet worden aangenomen dat dit strafbaar handelen tot grote financiële schade kan leiden.

Aldus is sprake van de verdenking van een misdrijf dat naar zijn aard een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert.

Vastgesteld wordt voorts dat uit genoemd proces-verbaal volgt dat een andere wijze van onderzoek tot nu toe niet voldoende resultaat heeft gehad.

Op de gronden als hiervoor gegeven kunnen de vorderingen van de officier van justitie te Rotterdam worden toegewezen, als na te melden. Dit betekent dat het beroep gegrond is en de beslissing van de rechter-commissaris zal worden vernietigd.

BESLISSING:

De rechtbank verklaart het beroep van de officier van justitie gegrond, vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris en verleent de officier van justitie machtiging tot geven van een bevel tot opnemen van telecommunicatie gedurende maximaal de periode 1 juni 2008 tot en met 28 juni 2008 via de volgende twee telefoonnummers:

- [telefoonnummer 1]

- [telefoonnummer 2]

Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 26 mei 2008 door mrs. J.B. van den Beld, voorzitter,

R.R. Roukema en D. Bogaert, rechters,

Ain tegenwoordigheid van A.M. Vos, griffier.