Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD4804

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
19-06-2008
Datum publicatie
19-06-2008
Zaaknummer
11-500681-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 33-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk terzake verkrachting. De rechtbank verwerpt het verweer dat de seks met instemming van het slachtoffer zou hebben plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 11/500681-07

Zittingsdatum : 5 juni 2008

Uitspraak : 19 juni 2008

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in 1975,

[adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-West, locatie Dordtse Poorten te Dordrecht.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 15 december 2007 te Dordrecht, althans in Nederland, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn vinger(s) en/of zijn penis in de vagina en/of zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of gehouden en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

bij [slachtoffer] op het bed is gaan zitten en/of zich naar haar toe heeft bewogen en/of

heeft gezegd: "zal ik je pijn doen" en/of "ik ga je pijn doen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

(druk) met zijn handen heeft bewogen en/of

haar hoofd heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of in of tegen het matras

heeft geduwd en/of

tegen haar aan is gaan liggen en/of

haar hoofd heeft vastgehouden met zijn hand(en) en/of

heeft gezegd: "ik ga je hoofd in elkaar duwen" en/of

zijn vinger(s) in haar vagina heeft gebracht en/of gehouden en/of (heen en

weer) bewogen en/of

heeft gezegd "kom hier met je kutje" en/of "en nou hou je op, hou op met

huilen" en/of "je moet ervan genieten en het lekker vinden, want het is

lekker", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

(met) zijn (rechter)hand op of tegen haar gezicht heeft geduwd en/of met zijn

(linker) hand haar arm(en) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

heeft gezegd "ik doe je pijn hoor, wees stil" en/of

haar borsten heeft betast en/of gezoend en/of

(boven)op haar is gaan zitten en/of liggen en/of

heeft gezegd "niet huilen, niet bibberen, het is toch lekker, ik ga je slaan

hoor, ik ga je pijn doen hoor" en/of

en (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. De voorvragen

2.1De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op 15 december 2007 te Dordrecht door geweld en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn vingers en zijn penis in de vagina en zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

bij [slachtoffer] op het bed is gaan zitten en zich naar haar toe heeft bewogen en

heeft gezegd: "zal ik je pijn doen" en"ik ga je pijn doen" en

haar hoofd heeft vastgepakt en vastgehouden en in of tegen het matras heeft geduwd en

tegen haar aan is gaan liggen en

haar hoofd heeft vastgehouden met zijn handen en

heeft gezegd: "ik ga je hoofd in elkaar duwen" en

zijn vingers in haar vagina heeft gebracht en gehouden en heen en weer bewogen en

heeft gezegd "kom hier met je kutje" en "en nou hou je op, hou op met huilen" en "je moet ervan genieten en het lekker vinden, want het is lekker" en

met zijn hand op of tegen haar gezicht heeft geduwd en met zijn hand haar armen heeft vastgepakt en vastgehouden en

heeft gezegd "ik doe je pijn hoor, wees stil" en

haar borsten heeft betast en gezoend en

boven op haar is gaan liggen en

heeft gezegd "niet huilen, niet bibberen, het is toch lekker, ik ga je slaan

hoor, ik ga je pijn doen hoor"

en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.3 Nadere bewijsoverweging

In het dossier bevindt zich een aangifte (PL1852/07-141811, p. AG1.1) waarin gedetailleerd de gebeurtenissen van het eerste gedeelte van de avond/nacht worden omschreven en waarin kort wordt verwezen naar het tweede gedeelte van de avond/nacht. Daarnaast bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal (PL1852/07-141811, p. AG 1.2) van de aangeefster waarin gedetailleerd de gebeurtenissen van het tweede deel van de avond/nacht worden omschreven, waaronder het seksuele binnendringen van het slachtoffer. Daarnaast bevinden zich in het dossier verschillende verklaringen van verdachte (PL1852/07-141811, p. V1.3, p. V1.5, V1.7, V1.10 en V1.11 en PL1810/07-141811, p. V1.4 en V1.9) waarin hij verklaart dat hij seks heeft gehad met het slachtoffer. De verklaring van het slachtoffer wordt aldus deels ondersteund door de verklaringen van verdachte.

De rechtbank vindt steunbewijs in de getuigenverklaring van [getuige 1] (proces-verbaalnummer 2007088937-1, p. G 1.4) waarin hij verklaart dat hij verklaart dat hij op 15 december 2007 rond 06.00 uur heeft gezien dat verdachte en het slachtoffer zich in de woonkamer bevonden. Hij verklaart dat hij zag dat verdachte op de bank zat en dat het slachtoffer tegenover hem zat. Hij voegt eraan toe dat er een salontafel tussen hen in stond. Deze verklaring ondersteunt de aangifte van het slachtoffer waarin zij heeft verklaard dat zij eerst samen met verdachte op de bank zat, maar dat zij op een fauteuil was gaan zitten, omdat deze zich vreemd gedroeg, onprettige vragen stelde en vervelende voorstellen deed. Voorts vindt de rechtbank steunbewijs in het proces-verbaal (PL1810/07-141811, p. AH 1.1) waarin wordt omschreven op welke manier het slachtoffer bij aanvang van het onderzoek in de slaapkamer werd aangetroffen. Daarnaast vindt de rechtbank steunbewijs in de verklaring van getuige [getuige 2] (PL1810/07-141811, p. G 1.5) waarin zij verklaart dat zij midden in de nacht wakker is geworden van gegil afkomstig uit het pand van de buren en dat zij voornamelijk een vrouw steeds hoorde gillen of schreeuwen. Deze verklaringen ondersteunen de aangifte van het slachtoffer waarin zij heeft verklaard dat zij tijdens de verkrachting een woedeaanval heeft gekregen en heel hard is gaan schreeuwen.

De verdediging heeft aangevoerd dat aangeefster en verdachte seks op vrijwillige basis hebben gehad en dat al het belastende bewijs in het dossier slechts afkomstig is van de aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van het slachtoffer betrouwbaar is te achten, mede gezien het feit dat de aangifte deels steun vindt in eerder genoemd bewijsmateriaal. De rechtbank heeft ook uit de verklaring van het slachtoffer niet kunnen opmaken, dat er door het slachtoffer leugens zijn verteld. Integendeel, de aangifte en vooral het aanvullende proces-verbaal zijn juist consistent, gedetailleerd, genuanceerd en chronologisch correct. De rechtbank ziet in het bovenstaande aanleiding hetgeen het slachtoffer naar voren brengt zwaarder te wegen dan hetgeen verdachte verklaart.

Door de verdediging is verzocht om de aangifte en de aanvullende verklaring van de aangeefster voor het bewijs uit te sluiten, nu een groot gedeelte van de aangifte van 15 december 2007 niet op dvd is opgenomen en deze derhalve niet controleerbaar is. Met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat de verdediging tijdens de procedure ex artikel 36a van het Wetboek van Strafvordering voldoende tijd en mogelijkheden heeft gehad om bijvoorbeeld de verbalisanten betreffende de aangifte te (doen) horen. De rechtbank stelt vast dat de verdediging tijdens deze procedure geen verzoek van dien aard heeft ingediend en dat ook tijdens de zitting hier niet om is verzocht. De rechtbank ziet ambtshalve geen reden een dergelijk onderzoek alsnog te bevelen en ziet evenmin aanleiding bedoelde verklaringen van aangeefster voor het bewijs uit te sluiten.

De rechtbank verwerpt dan ook beide verweren van de verdediging.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

VERKRACHTING.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdacht heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. Hij is via een oud-collega op een kerstborrel in contact gekomen met diens ex-vriendin. Nadat de kerstborrel was afgelopen is hij met anderen, waaronder het slachtoffer, naar een uitgaansgelegenheid geweest. Na sluitingstijd is verdachte door zijn oud-collega uitgenodigd om bij hem thuis te ontnuchteren, voordat hij met de auto huiswaarts zou rijden. Het slachtoffer ging ook mee naar het huis van haar ex-vriend omdat zij daar zou blijven logeren. Nadat verdachte en het slachtoffer alleen in de woonkamer van het huis waren, heeft verdachte zich zodanig gedragen dat het slachtoffer zich ongemakkelijk voelde en zij naar boven, naar bed is gegaan. Toen zij bijna in slaap was gevallen, merkte zij dat verdachte de slaapkamer binnen was gekomen. Verdachte heeft vervolgens het slachtoffer verkracht.

Het behoeft weinig betoog dat verdachte door zijn handelen een grove inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Het is niet denkbeeldig dat het slachtoffer hier langdurig psychische schade van zal ondervinden. Uit het proces-verbaal d.d. 29 mei 2008 blijkt in ieder geval dat zij op dit moment nog steeds de nadelige gevolgen van deze verkrachting ondervindt, zij kan haar dagelijkse bezigheden niet oppakken en heeft dagelijks last van angstaanvallen.

Ook in de samenleving zorgen dergelijke feiten voor gevoelens van grote onrust en onveiligheid. Het feit dat de verkrachting heeft plaats gevonden in de woning en de slaapkamer van een vriend van het slachtoffer, een plaats waar zij zich veilig waande, maakt dat het strafbare feit zo mogelijk nog meer impact op het slachtoffer heeft gehad. Verdachte heeft zich hier weinig gelegen aan laten liggen en slechts oog gehad voor zijn eigen seksuele behoeftebevrediging. Het handelen van verdachte rechtvaardigt het opleggen van een forse vrijheidsstraf.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte eerder met justitie en politie voor misdrijven, waarbij (dreiging van) geweld een rol speelde, in aanraking is geweest.

Bij de bepaling van de strafmaat acht de rechtbank het voorts van belang dat er door verdachte geen bruut geweld is gebruikt. Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsstraf van na te melden duur passend en geboden is. De rechtbank zal een gedeelte van deze vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom een dergelijk feit te plegen.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van VIERENTWINTIG (24) MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten ACHT (8) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuit¬voerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen en mr. E. van Schouten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Hooge, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 juni 2008.