Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD3262

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
05-06-2008
Datum publicatie
10-07-2008
Zaaknummer
74841 / KG ZA 08-69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft aan zijn ex-echtgenote een e-mail gestuurd met onder meer de volgende tekst: “Bedankt voor de kosten. Zal ze doorbelasten aan je advocaat voor ik zijn strot af zal snijden.”

Eiser, de advocaat van de ex-echtgenote, heeft het bericht ontvangen en vordert - kort gezegd - om gedaagde te verbieden zich bedreigend uit te laten jegens eiser, zijn familie en kantoorgenoten.

Gedaagde voert als verweer onder meer aan dat zijn tekst niet bedreigend is bedoeld.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is, ongeacht de bedoelingen van gedaagde, de uitdrukking “zijn strot af zal snijden” zodanig dat deze als een bedreiging kan en mag worden opgevat, zodat voorshands moet worden geoordeeld dat het handelen van gedaagde als een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eiser is aan te merken.

Het gevorderde verbod ten aanzien van eiser wordt toegewezen. Voor het verbod ten aanzien van de familie en kantoorgenoten is onvoldoende grond. Dit wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 74841 / KG ZA 08-69

Vonnis in kort geding van 5 juni 2008

in de zaak van

PAULUS CORNELIS VAN HOUTEN,

wonende te Dordrecht,

eiser,

procureur mr. S. Kandemir,

tegen

[Gedaagde],

wonende te Dordrecht,

gedaagde,

procureur mr. M.R. Dill.

Partijen zullen hierna Van Houten en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- de dagvaarding met producties,

- de akte aan de zijde van Van Houten, houdende overlegging producties,

- de pleitnota van mr. Kandemir,

- de pleitnota van mr. Dill.

1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad op 22 mei 2008.

2. De feiten

2.1. Van Houten is advocaat te Dordrecht. Hij heeft de ex-echtgenote van [gedaagde], mevrouw [ex-echtgenote gedaagde], bijgestaan in de echtscheidingsprocedure.

2.2. In een e-mail van 26 maart 2008 heeft [gedaagde] aan [ex-echtgenote gedaagde] bericht: “Bedankt voor de kosten. Zal ze doorbelasten aan je advocaat voor ik zijn strot af zal snijden. Kun je ook weer op een briefje aan hem geven NSBer”. [ex-echtgenote gedaagde] heeft het bericht aan Van Houten doen toekomen.

2.3. Van Houten heeft aangifte gedaan van bedreiging met de dood. De behandeling van de strafzaak zal op 24 juni 2008 plaatsvinden.

2.4. Bij vonnis van 24 mei 2007 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is op vordering van Van Houten, op straffe van verbeurte van dwangsommen:

- [gedaagde] verboden om zich op enigerlei wijze schriftelijk of bij e-mail over Van Houten uit te laten in die zin dat daaruit overkomt of daaruit blijkt of daaruit afgeleid kan worden of daarin staat Van Houten onbetrouwbaar is, een onbetrouwbaar sujet is, alleen uit is op eigen gewin, een oplichter is, een echtscheidingstiller is en/of ondeskundig is;

- [gedaagde] veroordeeld om aan Van Houten bekend te maken alle door gebruikte adressen, e-mailadressen en woonadressen dan wel zakenadressen van advocaten, notarissen, justitiële instellingen en anderen aan wie hij zijn dichtbundel in wording “Van dik HOUTEN zaagt men planken” heeft toegezonden;

- [gedaagde] veroordeeld om aan al diegenen aan wie hij zijn dichtbundel in wording “Van dik HOUTEN zaagt men planken” heeft toegezonden een rectificatie via e-mail te zenden.

Van Houten heeft beslag doen leggen op de lijfrenteuitkering van [gedaagde], stellende dat [gedaagde] voornoemde veroordeling heeft overtreden en mitsdien dwangsommen heeft verbeurd.

3. Het geschil

De vordering

3.1. Van Houten vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- [gedaagde] te verbieden om per brief, e-mail, advertentie, persbericht, vlugschrift, althans schriftelijk, althans mondeling, zich over of jegens mr. P.C. van Houten, advocaat te Dordrecht, uit te laten in die zin dat daaruit overkomt, blijkt of kan worden afgeleid dat mr. P.C. van Houten dan wel zijn naasten en/of familieleden en/of kantoorgenoten en/of medewerkers van het advocatenkantoor Van Houten en partners, mag/mogen vrezen voor zijn/hun gezondheid dan wel zijn/hun leven,

- zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod zal overtreden, met een maximum van € 50.000,-,

- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Van Houten legt aan zijn vordering onrechtmatige daad ten grondslag.

3.3. Van Houten stelt daartoe het volgende. Van Houten voelt zich bedreigd. Kennelijk ging [gedaagde] ervan uit dat [ex-echtgenote gedaagde] het bericht aan Van Houten zou doorgeven. Van Houten had gehoopt dat na de uitspraak in het eerdere kort geding en de ontbinding van het huwelijk tussen [ex-echtgenote gedaagde] en [gedaagde] de rust zou weerkeren, maar dit bleek niet het geval. [gedaagde] heeft diverse klachten tegen Van Houten ingediend bij de Deken van de Orde van Advocaten en bij de Vereniging van Familierechtadvocaten en Scheidingsbemiddelaars. Voorts heeft hij aangifte gedaan bij de FIOD.

3.4. Ter onderbouwing van het spoedeisend belang stelt Van Houten dat hij er belang bij heeft dat in afwachting van de strafrechtelijke beoordeling reeds een maatregel wordt getroffen omdat Van Houten zich bedreigd voelt door de uitlatingen van [gedaagde].

Het verweer

3.5. [gedaagde] voert verweer. Hij betwist onder meer dat de vordering spoedeisend is. Hij voert daartoe aan dat de behandeling van de strafzaak al op 24 juni 2008 zal plaatsvinden.

3.6. Op de stellingen van [gedaagde] zal hierna worden ingegaan.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1. Van Houten heeft voldoende gesteld dat hij spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. Dat op korte termijn de behandeling van de strafzaak zal plaatsvinden maakt dit niet anders. Straf- en civielrechtelijke procedures zijn van geheel verschillende aard en staan los van elkaar.

Onrechtmatige daad

4.2. Vaststaat dat [gedaagde] in de e-mail van 26 maart 2008 aan [ex-echtgenote gedaagde] heeft bericht: “Bedankt voor de kosten. Zal ze doorbelasten aan je advocaat voor ik zijn strot af zal snijden. Kun je ook weer op een briefje aan hem geven NSBer”. [gedaagde] voert nog aan dat zijn tekst niet bedreigend is bedoeld. Hij onderbouwt dit door aan te voeren dat dit taalgebruik in zijn milieu (de metaalbranche) niet als bedreigend wordt ervaren en dat hij er bovendien van is uitgegaan dat zijn e-mails aan [ex-echtgenote gedaagde] ongelezen bleven nu hij deze als ‘spam’ terug ontving.

4.3. Ongeacht de bedoelingen van [gedaagde] is de door hem gebezigde uitdrukking “zijn strot af zal snijden” zodanig dat Van Houten deze als een bedreiging heeft kunnen en mogen opvatten. Voorshands moet worden geoordeeld dat de handeling van [gedaagde] is aan te merken als een onrechtmatige daad in de zin van een inbreuk op een recht, te weten inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van Van Houten. De stelling van [gedaagde] dat hij niet hoefde te verwachten dat zijn e-mail aan Van Houten zou worden doorgeleid doet daaraan niet af; [gedaagde] heeft de e-mail immers verzonden en daarmee heeft hij de mogelijkheid gecreëerd dat het bericht Van Houten ook zou bereiken.

4.4. Het gevorderde verbod versterkt met een dwangsom, is een gepaste prikkel ter voorkoming van herhaling van bedoeld of onbedoeld bedreigende uitlatingen. De hoogte van de gevorderde dwangsom is redelijk en door [gedaagde] ook niet weersproken.

4.5. De vordering van Van Houten zoals in 3.1 omschreven zal worden toegewezen.

4.6. De vordering ter zake van de naasten en/of familieleden van Van Houten en/of kantoorgenoten en/of medewerkers van het advocatenkantoor Van Houten en partners is onvoldoende onderbouwd. Ter zitting heeft Van Houten aangevoerd dat hij dit veiligheidshalve vordert omdat “de pijlen van [gedaagde] alle kanten opgaan”. Weliswaar is ter zitting aan de orde gekomen dat [gedaagde] ook tegen Kandemir, kantoorgenoot van Van Houten, een klacht heeft ingediend, maar dat is voorshands onvoldoende. Voor het overige zijn de uitlatingen van [gedaagde] altijd tegen Van Houten gericht geweest. Van Houten heeft onvoldoende onderbouwd dat te verwachten valt dat [gedaagde] zich ook jegens naasten en/of familieleden van Van Houten en/of kantoorgenoten en/of medewerkers van het advocatenkantoor Van Houten en partners bedreigend zal uitlaten, wat natuurlijk op zich ook niet is toegestaan. Dit deel van het gevorderde verbod zal worden afgewezen.

Proceskosten

4.7. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van Houten worden begroot op:

- dagvaarding 88,71

- vast recht 254,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.158,71

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] om zich per brief, e-mail, advertentie, persbericht, vlugschrift, althans schriftelijk, althans mondeling, over of jegens mr. P.C. van Houten, advocaat te Dordrecht, uit te laten in die zin dat daaruit overkomt, blijkt of kan worden afgeleid dat mr. P.C. van Houten mag vrezen voor zijn gezondheid dan wel zijn leven;

5.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat hij handelt in strijd met het onder 5.1 bepaalde, aan Van Houten een dwangsom verbeurt van € 5.000,- (vijfduizend euro), met een maximum van € 50.000,- (vijtigduizend euro);

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Van Houten tot op heden begroot op € 1.158,71;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst het anders af meer gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2008.?