Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD2343

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-05-2008
Datum publicatie
23-05-2008
Zaaknummer
75219/ FT RK 08.5107
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het instellen van een moratorium ex art 287b Fw in verband met dreigende ontruiming huurwoning. Huurachterstand te wijten aan gezinssituatie. Na het tweede ontruimingsvonnis heeft verzoekster direct hulp gezocht en gekregen van verschillende hulpverleningsinstanties. Na belangenafweging moratoriumverzoek toegewezen. Moratorium vastgesteld voor maximaal 6 maanden op voorwaarde dat aan de lopende huurverplichtingen wordt voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

rekestnummer: 75219/ FT RK 08.5107

Vonnis van 9 mei 2008

in de zaak van

[verzoekster]

wonende te [woonplaats]

verzoekster

Op 25 april 2008 is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).

Verzoekster is ter terechtzitting verschenen. Zij werd bijgestaan door mw. [gezinscoach], haar gezinscoach van de Rivas Zorggroep. Namens de schuldeiser, Stichting Bevo Woningbeheer (verder: de Stichting), is verschenen dhr. I. van Apeldoorn van gerechtsdeurwaarderskantoor Maas-Delta Deurwaarders.

1. Het verzoek

Verzoekster huurt samen met haar echtgenoot van de Stichting de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats]. Wegens een huurschuld heeft de kantonrechter bij vonnis van 14 april 2008 de huurovereenkomst ontbonden en de ontruiming van de gehuurde woning gelast. De ontruiming is aangezegd tegen 13 mei 2008.

Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd inhoudende het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw ter verhindering van de aangekondigde uithuiszetting.

Aan het verzoek tot voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw is onder meer ten grondslag gelegd dat de echtgenoot van verzoekster per januari 2008 de echtelijke woning heeft verlaten met achterlating van een aanzienlijke schuldenlast. Na ontvangst van de dagvaarding met het verzoek om ontbinding en ontruiming (21 februari 2008) heeft verzoekster zich in maart 2008, opnieuw, gewend tot de RSD Alblasserwaard-Oost/Vijfheerenlanden met een verzoek om hulp. In april 2007 hadden verzoekster en haar echtgenoot al een aanvraag voor schuldhulpverlening ingediend. Deze is uiteindelijk, nadat was geadviseerd om budgetbeheer op te starten, eind januari 2008 beëindigd.

Door de ernstige psychosociale problematiek binnen het gezin heeft verzoekster voorts een gezinscoach toegewezen gekregen. Ook zijn diverse andere hulpverleningsinstanties ingeschakeld (Advies en Meldpunt Kindermishandeling, Jeugdzorg voor het oudste kind, Stichting Viataal Onderwijs, een vrijwilligersorganisatie voor opvoedingsondersteuning in gezinnen).

Per 1 mei 2008 is budgetbeheer opgestart om de situatie te stabiliseren en is opnieuw een aanvraag voor schuldhulpverlening ingediend. Vervolgens zijn alle crediteuren aangeschreven om te pogen tot een minnelijke schuldregeling met deze schuldeisers te komen. Er is een echtscheidingsprocedure in gang gezet. De met verzoekster door de hulpverlening gemaakte afspraken worden tijdig nagekomen.

Een ontruiming zou het opgestarte traject kunnen doorkruisen en de poging om tot een oplossing te komen voor de schuldenlast kunnen frustreren.

2. Het verweer

De Stichting heeft zich tegen het verzoek verzet. Zij heeft daartoe aangevoerd dat kort na het sluiten van de huurovereenkomst op 3 januari 2007 er al achterstanden in de betaling van de huur zijn ontstaan. Op 27 augustus 2007 is voor het eerst via de kantonrechter een ontbinding- en ontruimingsvonnis verkregen. Vervolgens zijn er in november 2007 wederom huurachterstanden ontstaan. De kantonrechter te [woonplaats] heeft bij vonnis van 14 april 2008 de vorderingen van de Stichting om de huurovereenkomst te ontbinden, de ontruiming van de gehuurde woning te gelasten en verzoekster te veroordelen in betaling van de huurschuld toegewezen.

Thans bestaat er een betalingsachterstand van meer dan € 4.000,--, dat wil zeggen zeven maanden huur (periode november 2007 tot en met mei 2008).

Niet is gebleken dat verzoekster van goede wil is om tussentijds (deel-)betalingen te verrichten op de ontstane huurachterstand. Pas in maart 2008 heeft een intakegesprek met de RSD Alblasserwaard-Oost/Vijfheerenlanden plaatsgevonden en pas begin april 2008 is vernomen dat getracht wordt een regeling te treffen.

De Stichting betwijfelt of het inkomen van verzoekster voldoende is om de huur te betalen en of zij de huur kan blijven betalen aangezien zij werkzaam is via een uitzendbureau en derhalve geen vast inkomen en baangarantie heeft. Zij is dan ook van mening dat er voldoende garantie moet worden geboden dat de komende huurtermijnen zullen worden voldaan.

4. Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een bedreigende situatie als bedoeld in het tweede lid van artikel 287b Fw.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster, na het eerste gewezen ontruimingsvonnis wegens een huurachterstand, wederom haar verplichtingen niet is nagekomen. Ter zitting is aangevoerd dat dit mede is te wijten aan haar gezinssituatie. Verzoekster is door haar echtgenoot verlaten met achterlating van een hoge, door hem ontstane, schuldenlast. Hierdoor kwam niet alleen de zorg voor haar kinderen, maar ook de financiële afwikkeling van deze schuldenlast voor haar rekening. Doordat zij daarnaast de Nederlandse taal in woord en geschrift niet cq. onvoldoende beheerste, was zij niet in staat deze problemen zelf op een adequate wijze op te lossen. Vrij kort na de tweede dagvaarding d.d. 21 februari 2008 met het verzoek om ontbinding en ontruiming heeft zij dan ook begeleiding gezocht en gekregen.

Mevrouw De Laffressange van Rivas Zorggroep heeft daarnaast nog aangevoerd dat inkomensbeheer is gestart en dat de verschuldigde huurtermijnen zullen worden voldaan gedurende de looptijd van het moratorium.

Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op een nader te bepalen tijdstip.

Gelet op alle omstandigheden van het geval dienen de belangen van verzoekster thans zwaarder te wegen dan het belang van de Stichting. Dat betekent dat de gevraagde voorziening gegeven zal worden. Hierbij geldt de voorwaarde dat verzoekster vanaf heden de verschuldigde huurtermijn stipt voldoet.

Indien verzoekster gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers tot stand brengt, dient zij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken. Indien geen minnelijke regeling tot stand komt, dient verzoekster dit eveneens onverwijld te melden. In dat geval zal terstond een datum voor mondelinge behandeling van het verzoekschrift worden bepaalt.

5. Beslissing

De rechtbank

- schort de tenuitvoerlegging op van het op 14 april 2008 op verzoek van de Stichting uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning aan de [adres] te [woonplaats] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

- bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek verschuldigde huurtermijnen zullen worden voldaan;

- bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van maximaal zes maanden;

- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;

- bepaalt dat degene die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Baal en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.