Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD1326

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
09-05-2008
Zaaknummer
212587 VV EXPL 08-27
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer die zelf ontslag heeft genomen wil in dienst treden bij bedrijf dat is opgericht door de zonen van de oude aandeelhouder van de werkgever. Dat de beoogde nieuwe werkgever een kleiner assortiment heeft maakt het bedrijf niet minder concurrerend.

Een non-concurrentiebeding dient er toe om het bedrijf van de werkgever dat door de werknemer wordt verlaten te beschermen tegen het gevaar dat die vertrekkende werknemer hem zodanig zal beconcurreren met de kennis en ervaring bij die werkgever opgedaan, dat daardoor het handelsdebiet van die werkgever op onoirbare wijze wordt aangetast. Het non-concurrentiebeding is dan ook geen papieren tijger waarvan de naleving illusoir is, zo blijkt genoegzaam uit de rechtspraak.

Slechts onder bijzondere omstandigheden is er reden om een non-concurrentiebeding buiten werking te stellen, of te matigen. Dat is hier niet het geval.

De belemmering die werknemer van het beding ondervindt, is dan ook niet zodanig dat er aanleiding bestaat om een vergoeding als bedoeld in artikel 7:653 lid 4 BW toe te kennen, nog daargelaten dat iemand die zelf ontslag heeft genomen in principe niet voor zo'n vergoeding in aanmerking komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0313

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 212587 VV EXPL 08-27

vonnis in kort geding van de kantonrechter te Dordrecht van 29 april 2008

in de zaak van:

[eiser in conventie],

wonende te [adres],

eiser in conventie

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: mr. W.P. Brussaard

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Systemate Numafa B.V.,

gevestigd te Numansdorp,

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. M.C.T. Burgers

Partijen worden hierna verder [eiser in conventie] en Systemate genoemd.

Verloop van de procedure

1. De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 4 april 2008;

2. de pleitaantekeningen zijdens [eiser in conventie];

3. de pleitaantekeningen zijdens Systemate;

4. de overgelegde producties;

Omschrijving van het geschil

2. Feiten

2.1. Systemate is leverancier van vleesverwerkende machines en inrichter van slachterijen.

2.2. [eiser in conventie], geboren op [geboortedatum] en mitsdien 50 jaren oud, is van 16 juni 1977 tot 1 december 2007 bij Systemate en haar rechtsvoorganger(s) in dienst geweest, laatstelijk als medewerker uitbesteding.

2.3. Tussen partijen is op 11 april 2000 een (nieuwe) schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan.

2.4. Die arbeidsovereenkomst bevat de navolgende bedingen:

"10 Concurrentiebeding

10.1.1. Het is de werknemer, indien werkzaam op de afdelingen project-

management, verkoop, public-relations, voorcalculatie, tekenkamer,

inkoop/uitbesteding, automatisering, technische adviseurs, bedrijfskundige

en juridische zaken, r&d, kwaliteit- en manuals, bedrijfsleiding of service,

alsmede alle leidinggevenden, verboden binnen het tijdvak van één jaar

na beëindiging van de dienstbetrekking in Europa een zaak gelijksoortig

aan die van werkgever, te drijven hetzij direct, hetzij indirect, dan wel bij een

soortgelijke onderneming in dienst te zijn.

10.1.2. Het is de werknemer, met uitzondering van de in lid 1.1 van dit artikel

vermelde werknemers, verboden binnen het tijdvak van één jaar na

beëindiging van de dienstbetrekking in Nederland een zaak gelijksoortig

aan die van werkgever, te drijven hetzij direct, hetzij indirect, dan wel bij een

soortgelijke onderneming in dienst te zijn.

10.2. Het is de werknemer eveneens verboden binnen hetzelfde tijdvak van één

jaar, hetzij voor zich, hetzij in dienst van anderen, hetzij tegen beloning met

klanten en/of relaties van werkgever, enigerlei transactie aan te gaan welke

behoort tot de kring van de werkzaamheden van werkgever.

10.3. Werknemer kan van zijn/haar verplichtingen op grond van dit artikel op

verzoek van werknemer door werkgever worden ontheven. De werkgever

zal bij het nemen van een beslissing hierover in redelijkheid alle belangen

tegen elkaar afwegen.

10.4. Indien werknemer de verplichting(en) als neergelegd in de artikelen 9.1,

10.1.1, 10.1.2 en of 10.2 niet nakomt, dan verbeurt hij/zij ten behoeve van de

werkgever een onmiddellijk opeisbare boete, waarvan de hoogte door het

gerecht zal worden bepaald.”

2.5. [eiser in conventie] heeft bij brief van 30 oktober 2007 de arbeidsovereenkomst met Systemate, met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, tegen 1 december 2007 opgezegd. Deze opzegging is door Systemate aanvaard.

2.6. [eiser in conventie] heeft op de dag van opzegging aan Systemate te kennen gegeven dat hij in dienst zal treden bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Foodmate B.V., gevestigd te Numansdorp.

2.7. Systemate heeft zich toen terstond beroepen op het tussen partijen geldende non-concurrentiebeding, waardoor dat dienstverband tussen [eiser in conventie] en Foodmate B.V. tot nu toe nog niet door [eiser in conventie] is geëffectueerd.

3. De vordering

[eiser in conventie] vordert, dat:

het de Edelachtbare Vrouwe/Heer Voorzieningenrechter moge behagen bij vonnis in kort geding, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en voor zover de wet zulks toelaat, om:

- te bepalen dat de werking van het non-concurrentiebeding zoals omschreven onder

artikel 10 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst d.d. 11 april 2000

jegens eiser wordt opgeschort met ingang van 1 april 2008 zodat het eiser vrijstaat met onmiddellijke ingang in dienst te treden bij Foodmate B.V. gevestigd te Oud-Beijerland, totdat in een bodemprocedure tussen partijen – waarbij door eiser zal worden gevorderd genoemd concurrentiebeding te vernietigen – definitief zal zijn beslist;

- alsmede gedaagde jegens eiser te veroordelen tot betaling van een voorschot op de

aan eiser toekomende vergoeding op de voet van art. 7.653 lid 4 BW ten bedrage van € 3.000,-- per maand, althans een bedrag dat Uw Rechtbank redelijk acht, over de periode vanaf 1 december 2007 tot de datum met ingang van welke de werking van het non-concurrentiebeding (art. 10.1.1.) wordt opgeschort, door gedaagde te betalen binnen 5 werkdagen na de betekening van het in deze te wijzen vonnis op een nader door eiser op te geven bankrekening;

- alsmede gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.

Hij legt aan die eis kort weergegeven het navolgende ten grondslag:

3.1. [eiser in conventie] kan niet bij Foodmate B.V. in dienst treden zolang het non-concurrentiebeding van kracht is;

3.2. onverkorte handhaving van het non-concurrentiebeding is in verhouding tot het daarmee te beschermen belang van Systemate onredelijk, temeer omdat de tekst van het hoofdstuk waarin het non-concurrentiebeding is opgenomen, expliciet aangeeft dat Systemate in redelijkheid [eiser in conventie] van zijn verplichtingen kan ontheffen;

3.3. [eiser in conventie] is pas de laatste tien jaar in zijn huidige functie werkzaam, voorheen had hij de niet concurrentiegevoelige functie van machinebankwerker;

3.4. toen het beding in het jaar 2000 aan hem ter tekening werd voorgelegd, was hij feitelijk, gelet op zijn afhankelijke positie als werknemer, niet in staat om te weigeren;

3.5. [eiser in conventie] zal bij Foodmate B.V. een aanzienlijke salarisverbetering (circa € 850,--,- bruto per maand hoger dan zijn laatstverdiende salaris bij Systemate) kunnen realiseren;

3.6. Foodmate B.V. handelt ook in machines in sectoren waarin Systemate zich niet beweegt en is, mede gelet op haar bescheiden omvang, geen volwaardige concurrent te noemen;

3.7. Bij het vertrek van andere werknemers is ook geen beroep op het non-concurrentiebeding gedaan;

3.8. Dat dit nu wel gebeurt, is ongetwijfeld een gevolg van het feit dat Foodmate B.V. wordt gedreven door de zonen van de voormalige eigenaar van Systemate, die zijn aandelen in Systemate twee jaar geleden heeft verkocht aan een dochteronderneming van de huidige Zweedse eigenaar;

3.9. [eiser in conventie] weet weinig van bedrijfsgevoelige zaken en vormt dus ook geen gevaar voor Systemate;

3.10. [eiser in conventie] heeft een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening, die hem in staat stelt om zijn werkzaamheden voor Foodmate B.V. te kunnen aanvangen, omdat hij kostwinner is en zijn gezin dus van zijn inkomsten afhankelijk is.

4. Het verweer

Systemate heeft, nadat zij ter zitting heeft afgezien om zich ook nog te beroepen op een in 1998 tussen partijen aangegaan non-concurrentiebeding, kort samengevat het volgende verweer tegen de vorderingen van [eiser in conventie] gevoerd:

4.1. Foodmate B.V. is wel degelijk als een concurrent te beschouwen. De afzetmarkt voor dit soort machines is klein en bewaking van het debiet is daarom van groot belang. [eiser in conventie] is van alle zaken, Systemate betreffende, genoegzaam op de hoogte

4.2. de onverkorte handhaving van het non-concurrentiebeding leidt niet tot brodeloosheid van [eiser in conventie], omdat hij al enige tijd bij een aan Foodmate B.V. althans bij een aan haar holding geliëerde onderneming in dienst is en waarschijnlijk zelfs bij Foodmate B.V. zelf, getuige een rapport van het Bedrijfsrecherchebureau Hoffmann;

4.3. daarom is er ook geen sprake van spoedeisendheid;

4.4. de gestelde salarisverbetering is onvoldoende duidelijk en wordt betwist, nu een onderbouwing ervan geheel ontbreekt;

4.5. andere werknemers zijn wel degelijk aan hun non-concurrentiebeding gehouden, maar soms was dat niet nodig of niet mogelijk. Eén vertrekkende werknemer bijvoorbeeld werd buschauffeur en een ander vertrok naar Australië, waar het beding geen gelding heeft;

4.6. [eiser in conventie] heeft er zelf voor gekozen om zijn dienstverband te beëindigen, terwijl hij wist dat hij aan een non-concurrentiebeding was gebonden.

Reconventie

4.7. Door Systemate is in reconventie, na mondelinge wijziging van de eis, op grond van hetgeen door haar in conventie is aangevoerd, gevorderd een verklaring voor recht dat [eiser in conventie] onverkort is gebonden aan het non-concurrentiebeding, waaronder het relatiebeding, zoals neergelegd in artikel 10 van de arbeidsovereenkomst en dat het hem derhalve niet is toegestaan bij Foodmate en/of enige andere concurrent in dienst te treden tot 1 december 2008, op straffe van verbeurte van een dwangsom jegens Systemate van € 500,-- per dag bij niet naleving daarvan, met veroordeling van [eiser in conventie] in de kosten.

4.8. [eiser in conventie] heeft zich ter zitting daartegen verweerd.

5. Beoordeling van het geschil

In conventie

5.1. De zaak is naar haar aard spoedeisend, nu het non-concurrentiebeding nog van kracht is. Dat [eiser in conventie] al ander werk heeft of wellicht zelfs al bij Foodmate werkt, is niet komen vast te staan, omdat deze stellingen berusten op slechts in het geheel niet onderbouwde stellingen.

5.2. Tussen partijen is in confesso dat het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen non-concurrentiebeding van kracht is. Weliswaar heeft [eiser in conventie] zich er op beroepen dat hij bij de ondertekening geen keuze had, maar hij heeft aan die stelling geen verdere juridische consequenties verbonden.

5.3. Een non-concurrentiebeding dient er toe om het bedrijf van de werkgever dat door de werknemer wordt verlaten te beschermen tegen het gevaar dat die vertrekkende werknemer hem zodanig zal beconcurreren met de kennis en ervaring bij die werkgever opgedaan, dat daardoor het handelsdebiet van die werkgever op onoirbare wijze wordt aangetast. Het non-concurrentiebeding is dan ook geen papieren tijger waarvan de naleving illusoir is, zo blijkt genoegzaam uit de rechtspraak.

5.4. Slechts onder bijzondere omstandigheden is er reden om een non-concurrentiebeding buiten werking te stellen, of te matigen. Nagegaan moet worden of daarvan in het onderhavige geval, zoals [eiser in conventie] heeft betoogd, sprake is. Dat is niet het geval.

De volgende omstandigheden leiden tot dit oordeel.

5.5. Aan de totstandkoming van een non-concurrentiebeding liggen beschermende waarborgen ten grondslag, zoals de eis van schriftelijkheid, waaraan is voldaan. [eiser in conventie] wist dus heel goed dat er sprake van een non-concurrentiebeding was toen hij het dienstverband niettemin zonder de eis dat dit buiten werking zou worden gesteld, opzegde. Alleen al daardoor heeft [eiser in conventie] gevolgen over zich zelf afgeroepen die niet achteraf met een enkel beroep op bepaalde omstandigheden kunnen worden weggenomen. Immers had [eiser in conventie] de volledige mogelijkheid gehad om voorafgaand aan zijn eventuele opzegging te sonderen of en zo ja op welke wijze Systemate eventueel bereid zou zijn om over de draagwijdte van het non-concurrentiebeding te onderhandelen. Indien van die bereidheid niet was gebleken, had [eiser in conventie] toen kunnen besluiten om niet op te zeggen en om de rechter te adiëren.

5.6. Voldoende is hier komen vast te staan dat Systemate en Foodmate B.V. concurrenten zijn. Dat de omvang en de assortimenten van beide bedrijven verschillen is bepaald niet doorslaggevend. Juist de wèl te herkennen raakvlakken geven Systemate een rechtens te respecteren belang bij de handhaving van het beding.

5.7. Aannemelijk is ook, dat [eiser in conventie] bij Systemate een zodanige functie heeft uitgeoefend dat hij de mogelijkheid heeft om datgene te doen wat hierboven onder 5.3 al is overwogen.

5.8. Het moge zo zijn dat [eiser in conventie] bij indiensttreding bij Foodmate B.V. wellicht een aanzienlijke salarisverbetering ondergaat, maar die omstandigheid, die overigens niet is onderbouwd, is in dezen van onvoldoende gewicht om tot buiten werking stelling van het beding te beslissen, wederom vanwege het gerechtvaardigde belang van Systemate en de wellicht dan door haar te lijden schade.

5.9. Evenmin valt in te zien dat [eiser in conventie] door handhaving van het non-concurrentiebeding te ernstig wordt belemmerd. De belemmering die [eiser in conventie] van het beding ondervindt, is dan ook niet zodanig dat er aanleiding bestaat om een vergoeding als bedoeld in artikel 7:653 lid 4 BW aan [eiser in conventie] toe te kennen, nog daargelaten dat iemand die zelf ontslag heeft genomen in principe niet voor zo'n vergoeding in aanmerking komt. Bovendien zijn thans reeds bijna 5 maanden van de duur van het non-concurrentiebeding verstreken, waarmee het nadeel van [eiser in conventie] dat hij stelt nog te ondervinden niet als buitenproportioneel is te beschouwen

5.10. [eiser in conventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding worden veroordeeld, gevallen aan de zijde van Systemate en begroot op een bedrag van € 400,-- aan salaris gemachtigde.

Reconventie

5.11. Verklaringen voor recht kunnen in een kort geding procedure niet worden gegeven. De eis van Systemate wordt daarom aldus verstaan dat zij beoogt een voorlopige voorziening te verkrijgen in de vorm van een verbod met dwangsom.

5.12. Voor de oplegging van een verbod is niet veel aanleiding, omdat uit de eis in conventie, behoudens indien het tegendeel wordt aangetoond, voortvloeit dat [eiser in conventie] niet zal doen wat hij met dit kort geding juist wel wilde bereiken.

5.13. Toch zal de vordering, met de hiervoor al aangegeven en verder nog aan te geven beperking worden toegewezen, omdat Systemate er belang bij heeft dat de handhaving van het non-concurrentiebeding, dat op grond van de tekst van het beding geen vooraf vastgestelde boete kent, wordt verstevigd door middel van de gevorderde dwangsom. Het relatiebeding zal geen onderdeel van die toewijzing kunnen uitmaken, aangezien dat geen rol kan spelen, zolang het non-concurrentiebeding, dat immers een hoger doel dient, nog gelding heeft.

5.14. Nu de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van het vonnis niet is gevorderd, zal die ambtshalve geschieden op basis van art. 258 Rv..

5.15. Aangezien de reconventionele vordering dus slechts gedeeltelijk wordt toegewezen is er aanleiding om de proceskosten in reconventie te compenseren in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

wijst de vorderingen af en veroordeelt [eiser in conventie] in de kosten , tot op heden aan de zijde van Systemate bepaald op € 400,-- aan salaris gemachtigde.

In reconventie:

verbiedt [eiser in conventie] om het non-concurrentiebeding zoals neergelegd in artikel 10 van de arbeidsovereenkomst te overtreden en om vóór 1 december 2008 bij Foodmate of enige andere concurrent in dienst te treden, op straffe van verbeurte van een dwangsom jegens Systemate van € 500,-- per dag bij overtreding van dit verbod, onder compensatie van proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2008, in aanwezigheid van de griffier.