Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD0461

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
13-05-2008
Zaaknummer
66970 / HA ZA 06-2685
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Doseerfout bij toevoeging kopersulfaat aan druppelwater voor komkommers. Komkommerteler stelt teeltbegeleider, diensondergeschikte die de teeltbegeleiding bij de komkommerteler verzorgde en de leverancier van het kopersulfaat aansprakelijk voor de schade op grond van toerekenbare tekortkomingen.

Ondergeschikte van teeltbegeleider feitelijke opdrachtnemer in de zin van artikel 7:404 BW? Dit kan eerst worden aanvaard indien de ondergeschikte zichzelf jegens de opdrachtgever op enigerlei wijze voor de uitvoering van de opdracht verantwoordelijk heeft gesteld. Ter zake is onvoldoende gesteld.

Taak teeltbegeleider: Haviltex-criterium. Causaal verband. Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Geldigheid exoneratieclausules. Eigen schuld. Exhibitieplicht.

Vooralsnog geen plaats voor bevel overlegging van bescheiden ex art. 843 a Rv

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 102
Burgerlijk Wetboek Boek 6 233
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 404
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 843a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2008/410
NJF 2008, 333
RCR 2008, 77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66970 / HA ZA 06-2685

Vonnis van 7 mei 2008

in de zaak van

de vennootschap onder firma

KWEKERIJ KLEIN AMBACHT V.O.F.,

gevestigd te Dongen,

eiseres,

procureur mr. P.G. Gilhuis,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HORTI-CONSULT B.V.,

gevestigd te Vlierden, gemeente Deurne,

gedaagde,

procureur mr. J.A. Visser,

2. [gedaagde 2],

wonende te Numansdorp, gemeente Cromstrijen,

gedaagde,

procureur mr. J.A. Visser,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN IPEREN B.V.,

gevestigd te Oud-Beijerland,

gedaagde,

procureur mr. V.J. Groot.

Partijen zullen hierna Klein Ambacht, Horti-Consult, [gedaagde 2] en Van Iperen genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen van respectievelijk 22 en 27 september 2006,

- de conclusie van antwoord van Horti-Consult en [gedaagde 2],

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Van Iperen,

- de conclusie van antwoord tot referte in het incident tot oproeping in vrijwaring van Klein Ambacht,

- het tussenvonnis van 24 januari 2007,

- de conclusie van antwoord van Van Iperen,

- het tussenvonnis van 21 maart 2007,

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 23 augustus 2007,

- de conclusie van repliek, tevens houdende akte tot vermindering van eis,

- de conclusie van dupliek van Van Iperen,

- de conclusie van dupliek van Horti-Consult en [gedaagde 2].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Klein Ambacht teelt het jaar rond komkommers in kassen te Dongen.

2.2. Horti-Consult is een tuinbouwadviesbureau dat gespecialiseerd is in teelttechnische advisering in de glasgroenten, zoals onder meer komkommers.

2.3. [gedaagde 2] is sedert mei 2002 als teeltbegeleider in dienst van Horti-Consult. Daarvoor bekleedde hij die functie bij DLV Adviesgroep N.V. te Wageningen (verder: DLV), alwaar hij onder meer de teeltbegeleiding aan Klein Ambacht verzorgde. Na zijn overstap naar Horti-Consult is [gedaagde 2] de teeltbegeleiding voor Klein Ambacht blijven doen. Tussen Horti-Consult en Klein Ambacht zijn jaarlijks overeenkomsten ter zake de teeltbegeleiding gesloten.

2.4. Om de groei van de komkommers te optimaliseren maakt Klein Ambacht gebruik van additieven in het water. Eén van die additieven is kopersulfaat. Eind 2003 heeft Klein Ambacht besloten over te gaan van het toevoegen van kopersulfaat in vloeibare vorm in plaats van in vaste vorm.

2.5. Van Iperen is de vaste leverancier van meststoffen van Klein Ambacht. Op de koopovereenkomsten tussen Van Iperen en Klein Ambacht zijn de algemene voorwaarden van Van Iperen van toepassing. Artikel 12 van deze voorwaarden – voor zover hier van belang – luidt:

“ (…)Indien wij aansprakelijk zijn jegens de koper, en deze aansprakelijkheid is gedekt onder een terzake afgesloten verzekering, zijn wij slechts aansprakelijk tot het bedrag dat de verzekeraar uitkeert. Indien wij aansprakelijk zijn en deze aansprakelijkheid niet is gedekt onder een terzake door ons afgesloten verzekering, zal de verplichting tot vergoeding van schade, uit welken hoofde ook, te allen tijde zijn beperkt tot ten hoogste de factuurwaarde van het verbruikte deel van de leverantie van zaken, tengevolge waarvan schade is ontstaan, danwel tot ten hoogste de factuurwaarde van de door ons verstrekte adviezen en toelichtingen (…)”

2.6. Vanaf 18 december 2003 heeft Van Iperen aan Klein Ambacht vloeibare kopermeststof onder de naam “Kombispoor” geleverd. In april 2004 is Klein Ambacht dit additief gaan gebruiken.

2.7. Omdat de komkommers zich gaandeweg minder goed ontwikkelden heeft Klein Ambacht in december 2004 Delft Research Group B.V., h.o.d.n. Groen Agro Control deskundig onderzoek laten verrichten. In maart 2005 heeft Groen Agro Control een rapport uitgebracht. De conclusie van het rapport vermeldt onder meer:

“ In het druppelwater zijn zeer lage concentraties koper aangetoond. De concentratie koper op 21-01-05 was slechts 0,1µmol/l. Een normale concentratie is 1,5µmol/l. Omdat al sinds mei 2004 met deze concentratie koper gedruppeld werd, daalde de kopervoorraad in het systeem langzaam, totdat er in oktober 2004 de aangegeven, met het oog waarneembare symptomen optraden. (…) Vanaf juli 2004 t/m oktober 2004 is er echter sprake geweest van groeiremming en opbrengstderving door een te lage concentratie koper in het gewas. De concentratie koper is na oktober 2004 nog verder afgenomen, hierdoor is de groeiremming en opbrengstderving nog verder toegenomen, met het optreden van met het oog waarneembare symptomen van oktober 2004 t/m januari 2005.

Nadat het gehalte koper in het druppelwater weer naar 1,5µmol/l werd verhoogd op 22 januari 2005 verdwenen de symptomen geleidelijk, de eerste verbetering werd na een week zichtbaar. De waargenomen bladschade verdween geheel enkele weken na het toedienen van extra koper aan de voedingsoplossing.”

2.8. Klein Ambacht laat elke twee weken een monster van het drainwater analyseren door Blgg Naaldwijk op de concentratie van additieven. Een kopie van de analyseresultaten wordt steeds door Blgg Naaldwijk aan [gedaagde 2] toegezonden. De analyses van Blgg Naaldwijk van de in de periode van 28 oktober 2003 tot en met 7 december 2004 van Klein Ambacht ontvangen monsters vermelden de volgende resultaten voor kopersulfaat:

28-10-2003: 0,7 27-04-2004: 1,7 31-08-2004: 0,2

06-01-2004: 0,7 11-05-2004: 0,8 14-09-2004: 0,3

20-01-2004: 0,7 25-05-2004: 0,3 28-09-2004: 0,5

03-02-2004: 1,5 08-06-2004: 0,3 12-10-2004: 0,2

17-02-2004: 2,0 22-06-2004: 0,2 26-10-2004: 0,2

02-03-2004: 2,2 06-07-2004: 0,2 09-11-2004: 0,3

16-03-2004: 2,3 20-07-2004: 0,2 23-11-2004: 0,2

30-03-2004: 2,1 03-08-2004: 0,2 07-12-2004: 0,2

14-04-2004: 1,9 17-08-2004: 0,2

2.9. Horti-Consult hanteert algemene voorwaarden. Artikel 8 van deze voorwaarden – voor zover hier van belang – luidt:

“(…)

1. Ingeval van niet nakoming der overeenkomst anders dan gewettigd uit hoofde van een der in deze Algemene Voorwaarden genoemde redenen, is Horti-Consult BV, in voorkomende gevallen, slechts verplicht tot vergoeding van de meerkosten welke het doen uitvoeren van de overeenkomst door een derde met zich meebrengt, met dien verstande dat Horti-Consult BV onder geen enkele omstandigheid, uit welke hoofde ook, aansprakelijk is tot vergoeding van schade welke het te factureren bedrag voor de verleende diensten tot op het moment der schadeveroorzakende gebeurtenis te boven gaat.

2. Horti-Consult BV is onder geen enkele omstandigheid, uit welke hoofde ook, aansprakelijk tot vergoeding van schade, welke is veroorzaakt door toepassing van door haar geadviseerde produkten en/of methoden. Schade veroorzaakt aan gewassen als ook schade ontstaan door structuurbederf van de bodem en schade door het niet bereiken van een bepaald teeltresultaat, zal nimmer te beschouwen zijn als schade, waarvoor Horti-Consult BV aansprakelijk kan worden gesteld.

3. Voor schade ontstaan door het niet verrichten van diensten in gevallen waarin de wederpartij meent dat deze hadden dienen plaats te vinden is Horti-Consult BV niet aansprakelijk.

(…).”

3. Het geschil

De vordering

3.1. Klein Ambacht vordert na vermindering van eis samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Horti-Consult, [gedaagde 2] en Van Iperen hoofdelijk, des dat de een betalende de ander tot het bedrag daarvan is bevrijd, te veroordelen tot betaling van € 821.371,10, vermeerderd met wettelijke rente over € 816.670,- vanaf 19 augustus 2005 en met veroordeling van Horti-Consult, [gedaagde 2] en Van Iperen in de kosten van het geding.

Zij stelt daartoe het volgende.

3.1.1. [gedaagde 2] is steeds de vaste teeltbegeleider van Klein Ambacht geweest. Derhalve dient [gedaagde 2] als de feitelijke opdrachtnemer in de zin van artikel 7:404 BW te worden aangemerkt en Horti-Consult als de juridische opdrachtnemer.

3.1.2. [gedaagde 2], en dus ook Horti-Consult, is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van de teeltbegeleidingsovereenkomst door het kopergebrek in het druppelwater niet op te merken en op te heffen. [gedaagde 2] had dit gebrek uit de analyses van het drainwater van Blgg Naaldwijk moeten opmerken, te meer omdat hij op de hoogte was van de overstap van het toevoegen van kopersulfaat in vaste vorm naar toevoeging in vloeibare vorm. Voorts heeft [gedaagde 2] niet gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot door geen actief onderzoek te doen naar de oorzaken van de lage waarden kopersulfaat die de analyses van Blgg Naaldwijk structureel lieten zien en de verschijnselen die aan de komkommerplanten optraden niet te (laten) onderzoeken.

3.1.3. Van Iperen heeft ten onrechte een aan haar door Klein Ambacht in verband met de overstap naar dit vloeibare additatief voorgelegd druppelschema, dat als productie 1 is overgelegd, goedgekeurd. Voorts bevond zich bij het additief geen heldere en niet voor misverstanden vatbare omrekentabel om te komen van µmol/l naar de dosering Kombispoor en beantwoordde de afgeleverde zaak daardoor niet aan de overeenkomst. Aldus is Van Iperen als leverancier toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst van Kombispoor.

3.1.4. Klein Ambacht heeft schade geleden door het gebrek aan kopersulfaat in het druppelwater in de periode april 2004 tot februari 2005. Door dat gebrek is de opbrengst van de komkommers over die periode sterk verminderd. De schade aan opbrengstderving, rekening houdend met de als gevolg daarvan niet dan wel gemaakte kosten, bedraagt € 816.670,--.

3.1.5. Op grond van voormelde toerekenbare tekortkomingen zijn Horti-Consult, [gedaagde 2] en Van Iperen hoofdelijk voor die schade aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de door Klein Ambacht gemaakte kosten voor het rapport van Delft Research Group B.V. ad € 4.701,10, welke dienen te worden aangemerkt als kosten voor het vaststellen van de oorzaak van de schade en de hoogte van de schade.

Het verweer

3.2. De conclusie van Horti-Consult en [gedaagde 2] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Klein Ambacht, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding. Zij voeren als verweer het volgende aan.

3.2.1. Betwist wordt dat [gedaagde 2] als feitelijk opdrachtnemer als bedoeld in artikel 7:404 BW moet worden aangemerkt. Met [gedaagde 2] zijn geen afspraken gemaakt. [gedaagde 2] is derhalve ten onrechte in rechte betrokken. Indien dit verweer wordt verworpen, moet het navolgende eveneens worden aangemerkt als verweer van [gedaagde 2].

3.2.2. Er is geen sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de teeltbegeleidingsovereenkomst. Horti-Consult heeft geen aandacht geschonken aan de analyses van Blgg en behoefde dat ook niet. De bemesting werd door Klein Ambacht zelf gedaan en was geen onderdeel van de teeltbegeleidingsovereenkomst. Voorts kan geen kopergebrek ontstaan indien de dosering in het druppelwater goed is en is Horti-Consult niet eerder dan op 18 januari 2005 door Klein Ambacht geïnformeerd over de overstap van toevoeging van kopersulfaat in vaste vorm naar toevoeging daarvan in vloeibare vorm. Een kopergebrek ontstaat ook niet als het kopergehalte van drainwater langdurig onder de ondergrens van 0,5 µ/l ligt. Horti-Consult is geen onderzoeksbureau, zodat niet van haar kan worden verwacht dat zij onderzoek doet.

3.2.3. Op de teeltbegeleidingsovereenkomsten tussen Horti-Consult en Klein Ambacht zijn de algemene voorwaarden van Horti-Consult van toepassing. Bij het sluiten van een nieuwe teeltbegeleidingsovereenkomst met Horti-Consult ontving Klein Ambacht telkens die algemene voorwaarden en bij de teeltbegeleidingsovereenkomst voor 2004 heeft Klein Ambacht daarvoor ook getekend. Op grond van het exoneratiebeding in artikel 8 van de algemene voorwaarden is Horti-Consult niet aansprakelijk voor de gepretendeerde schade.

3.2.4. Het causaal verband tussen de gestelde wanprestatie van Horti-Consult en de gepretendeerde schade en de hoogte van die schade wordt betwist.

3.2.5. Uit de stellingen van Klein Ambacht volgt dat de gepretendeerde schade is veroorzaakt door verschillende tekortkomingen. Horti-Consult is niet aansprakelijk voor de tekortkoming van Van Iperen. Er is geen sprake van dezelfde schade in de zin van artikel 6:102 BW. Derhalve dient de schade te worden uitgesplitst en is geen plaats voor hoofdelijke veroordeling van Horti-Consult en Van Iperen.

3.2.6. Er is sprake van eigen schuld aan de zijde van Klein Ambacht. Zij kan als expert op het gebied van voeding/bemesting worden aangemerkt, doseerde zelf, maakte zelf de doseerfout en ontving zelf elke twee weken de analyseresultaten van Blgg Naaldwijk. Voorts heeft zij Horti-Consult voorgehouden dat de bemesting onder controle was en dat die bij voorbaat niet de problemen veroorzaakte.

3.3. De conclusie van Van Iperen strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Klein Ambacht, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak. Zij voert als verweer het volgende aan.

3.3.1. De afgeleverde zaak beantwoordde aan de overeenkomst. Van Iperen heeft op of vóór 17 december 2003 een omrekentabel aan Klein Ambacht verstrekt. Betwist wordt dat die tabel onvoldoende duidelijk is. Eveneens wordt betwist dat het door Klein Ambacht als productie 1 overgelegde druppelschema aan Van Iperen is voorgelegd en door haar is goedgekeurd.

3.3.2. De verzekering van Van Iperen dekt de gepretendeerde schade niet. Op grond van artikel 12 van de toepasselijke algemene voorwaarden van Van Iperen is haar aansprakelijkheid derhalve beperkt tot ten hoogste de factuurwaarde van Kombispoor.

3.3.3. Er is sprake van eigen schuld aan de zijde van Klein Ambacht welke dermate groot is dat de schade geheel voor haar rekening dient te blijven. Gezien haar ervaring en deskundigheid had Klein Ambacht aan de hand van de conditie van de komkommerplanten en de analyses van Blgg Naaldwijk zelf tot de conclusie moeten komen dat het kopergehalte in het druppelwater te laag was. Het handelen en nalaten van Horti-Consult en [gedaagde 2] dient daarbij aan Klein Ambacht te worden toegerekend.

3.3.4. Betwist wordt dat de schade uitsluitend is veroorzaakt door het kopergebrek. Er zijn nog diverse andere oorzaken die tot groeistoornis hebben geleid.

3.3.5. De hoogte van de gepretendeerde schade wordt betwist.

3.3.6. Ten gevolge van de dagvaarding van Klein Ambacht was Van Iperen genoodzaakt om een vrijwaringsprocedure tegen Horti-Consult en [gedaagde 2] te starten. Indien blijkt dat de vordering in de hoofdzaak ten onrechte is ingesteld door Klein Ambacht dan moet Klein Ambacht in de kosten van de vrijwaringsprocedure veroordeeld worden.

4. De beoordeling

inzake [gedaagde 2]

4.1. Een ondeugdelijke uitvoering van een opdracht door een ondergeschikte van een opdrachtnemer maakt die ondergeschikte niet zonder meer jegens de opdrachtgever aansprakelijk voor de schade die deze daardoor lijdt. Ingevolge artikel 7:404 BW is in het geval dat een opdracht is verleend met het oog op een persoon die met de opdrachtnemer of in zijn dienst een beroep of een bedrijf uitoefent, die persoon gehouden de werkzaamheden, nodig voor de uitvoering van de opdracht, zelf te verrichten, behoudens voor zover uit de opdracht voortvloeit dat hij deze onder zijn verantwoordelijkheid door anderen mag laten uitvoeren; alles onverminderd de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer. Uit de parlementaire geschiedenis van dit wetsartikel (Parl.Gesch. Boek 7, Inv. 3, 5 en 6, blz. 331) blijkt dat deze persoon bij niet-nakoming van de verplichting tot correcte uitvoering van de opdracht op grond van artikel 6:6 BW ook zelf tot nakoming en eventueel tot schadevergoeding kan worden aangesproken. Daaruit blijkt echter ook dat artikel 7:404 BW tot stand is gekomen ten einde de persoonlijke verantwoordelijkheid van de beoogde derde-uitvoerder in geval van beroepsuitoefening in vennootschaps- of maatschapsverband tot haar recht te laten komen.

4.2. Uit het vorenstaande volgt dat artikel 7:404 BW tot doel heeft te voorkomen dat de beoogde derde-uitvoerder zich kan verschuilen achter de vennootschap of maatschap waarmee de overeenkomst juridisch is gesloten. Daaruit volgt niet dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat voor een ondergeschikte die in dienst van een opdrachtnemer een beroep uitoefent aansprakelijkheid voor schade reeds ontstaat indien een opdracht, die door de opdrachtgever is verstrekt met het oog op de uitvoering daarvan door die ondergeschikte, niet correct wordt uitgevoerd. Evenmin volgt uit de verdere parlementaire geschiedenis dat die aansprakelijkheid kan ontstaan zonder een daarmee overeenstemmende rechtshandeling van de ondergeschikte. Mede gelet op de het bepaalde in artikel 7:400 lid 2 BW kan de uit artikel 7:404 BW voortvloeiende aansprakelijkheid van ondergeschikten die in dienst van een opdrachtnemer een beroep uitoefenen derhalve eerst worden aanvaard indien de betreffende ondergeschikte zichzelf jegens de opdrachtgever op enigerlei wijze voor de uitvoering van de opdracht verantwoordelijk heeft gesteld. Uit de stellingen van Klein Ambacht dat [gedaagde 2] haar teeltbegeleider was toen hij bij DLV werkte en dat zij hem is gevolgd toen hij voor Horti-Consult ging werken, blijkt daar niet van. Evenmin volgt dat uit de gemotiveerd door [gedaagde 2] bestreden stelling dat hij als zelfstandig ondernemer voor Klein Ambacht werkzaam is geweest zolang zijn concurrentiebeding hem verbood voor Horti-Consult te werken, zodat de juistheid van die stelling in het midden kan blijven. Bijkomende feiten en/of omstandigheden waaruit zou kunnen volgen dat [gedaagde 2] zichzelf voor de uitvoering van de door Klein Ambacht aan Horti-Consult verstrekte opdracht verantwoordelijk heeft gesteld, zijn door Klein Ambacht niet gesteld.

4.3. Op grond van het vorenstaande wordt de stelling van Klein Ambacht dat [gedaagde 2] als feitelijke opdrachtnemer in de zin van artikel 7:404 BW moet worden aangemerkt als onvoldoende onderbouwd verworpen. Hieruit volgt dat de vordering tegen [gedaagde 2] als ongegrond dient te worden afgewezen.

4.4. Elke verdere beslissing wordt aangehouden totdat ook in de procedure tegen de andere gedaagden eindvonnis kan worden gewezen.

inzake Horti-Consult

4.5. Klein Ambacht en Horti-Consult verschillen van mening over de vraag of de teeltbegeleidingsovereenkomst inhield dat Horti-Consult de analyses van Blgg Naaldwijk diende te beoordelen. Tot welke werkzaamheden een opdrachtnemer precies is verplicht, is een kwestie van interpretatie van de overeenkomst. Die interpretatie dient te geschieden aan de hand van de omstandigheden van het geval, in verband met wat in het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is en met hetgeen partijen over en weer van elkaar hebben verwacht en mochten verwachten; voorts wordt de omvang van de te verrichten taak door de redelijkheid en billijkheid bepaald.

4.6. Vast staat dat Horti-Consult telkens een kopie van de analyses van Blgg Naaldwijk ontving. Door Horti-Consult is niet aangevoerd dat de toezending daarvan een andere grond had dan het bestaan van de teeltbegeleidingsovereenkomst. Ter adstructie van haar verweer dat de bemesting geen onderdeel uitmaakte van de teeltbegeleidingsovereenkomst en dat zij niet naar de analyseresultaten behoefde te kijken, heeft Horti-Consult gesteld dat Klein Ambacht meermalen heeft aangegeven dat terrein zelf te beheersen. Uit deze stellingname volgt dat het gebruikelijk is dat de bemesting en de beoordeling van de analyses van Blgg Naaldwijk deel uitmaken van de teeltbegeleiding. Dat het, zoals Horti-Consult heeft aangevoerd, wel vaker voorkomt dat de ondernemer de bemesting voor zijn rekening neemt, houdt slechts in dat wel vaker sprake is van deze uitzondering. De stelling dat Klein Ambacht niet voor het Horti-Consult-bemestingsadvies via het Blgg Naaldwijk heeft gekozen, heeft Horti-Consult eerst bij conclusie van dupliek heeft geponeerd. Onder die omstandigheden lag het op de weg van Horti-Consult, deze stelling feitelijk te onderbouwen met het moment en de wijze waarop deze keuze aan Klein Ambacht is voorgelegd. Bij gebreke daarvan dient de onderhavige stelling van Horti-Consult te worden gepasseerd.

4.7. Indien juist is dat - zoals Horti-Consult stelt, maar Klein Ambacht betwist - Klein Ambacht meermalen heeft aangegeven het terrein van de bemesting zelf goed te beheersen, volgt daaruit niet zonder meer dat de bemesting geen onderdeel van de teeltbegeleiding uitmaakte en dat Horti-Consult de ontvangen analyses van Blgg Naaldwijk niet behoefde te beoordelen. Wanneer een opdracht gebruikelijk een bepaalde taak voor de opdrachtnemer inhoudt, brengt de zorg die een goed opdrachtnemer jegens zijn opdrachtgever in acht dient te nemen immers mee, dat hij tegenover zijn opdrachtgever duidelijk maakt dat hij die taak gezien bepaalde omstandigheden niet (langer) zal uitoefenen. Niet gesteld is dat Horti-Consult dat heeft gedaan. Haar verweer dat zij de ontvangen analyses van Blgg Naaldwijk niet behoefde te beoordelen, dient derhalve als onvoldoende gemotiveerd te worden verworpen.

4.8. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de teeltbegeleidingsovereenkomst inhield dat Horti-Consult de ontvangen analyses van Blgg Naaldwijk diende te beoordelen. Nu Horti-Consult stelt dat zij die analyses niet heeft beoordeeld, is daarmee gegeven dat zij toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de teeltbegeleidingsovereenkomst. Voor de periode april 2004 tot februari 2005 is de nakoming van die verplichting blijvend onmogelijk, zodat Horti-Consult aansprakelijk is voor de schade die Klein Ambacht daardoor heeft geleden.

4.9. Voor de vaststelling van het causaal verband tussen de voormelde tekortkoming van Horti-Consult en de gepretendeerde schade dient te worden vastgesteld wat een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend teeltbegeleider naar aanleiding van de analyses van Blgg Naaldwijk zou hebben ondernomen. In het kader daarvan hebben Klein Ambacht en Horti-Consult gedebatteerd over de norm voor kopersulfaat in het drainwater. Klein Ambacht stelt dat 1,5µmol/l de norm is en Horti-Consult stelt dat zulks de norm voor het maximum is en dat de norm voor het minimum 0,5 µmol/l is. Ook als van deze laatste minimumnorm wordt uitgegaan lagen de resultaten voor kopersulfaat in de analyses van Blgg Naaldwijk, zoals uit het overzicht onder 2.8 blijkt, vanaf 25 mei 2004 langdurig daaronder. Voorts heeft Horti-Consult gesteld dat indien de bemesting onderdeel had uitgemaakt van de teeltbegeleiding zij Klein Ambacht op het lage kopergehalte in het drainwater zou hebben geattendeerd. Hiermee staat voldoende vast dat van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend teeltbegeleider, die deze analyses beoordeelt, mag worden verwacht dat hij zijn opdrachtgever op die lage resultaten wijst. Gezien de bekendheid van Klein Ambacht met de overstap naar het toevoegen van kopersulfaat in vloeibare vorm in plaats van vaste vorm en de stelling van Horti-Consult dat de achtereenvolgende te lage resultaten van het kopergehalte voor Klein Ambacht een sein hadden moeten zijn dat er met de voeding iets mis was, mag er vanuit worden gegaan dat de vorenbedoelde attendering tot ontdekking van de gemaakte doseerfout en opheffing daarvan zou hebben geleid.

4.10. Volgens de conclusie van de deskundige, waarop Klein Ambacht zich beroept, is vanaf juli 2004 sprake geweest van groeiremming en opbrengstderving door een te lage concentratie koper in het gewas. Niet gesteld is dat eerder van groeiremming en opbrengstderving sprake is geweest. Schade aan opbrengstderving is derhalve kennelijk eerst aan de orde nadat er meerdere opeenvolgende analyses met een resultaat onder de 0,5 µmol/l waren geweest.

4.11. Met het vorenstaande is het causaal verband gegeven tussen de toerekenbare tekortkoming van Horti-Consult en de door Klein Ambacht gepretendeerde schade door de te lage concentratie koper in de komkommerplanten. Derhalve behoeft niet te worden ingegaan op de door Klein Ambacht gestelde hogere norm voor koper in het drainwater.

4.12. Op grond van het vorenstaande is Horti-Consult in beginsel (mede) aansprakelijk voor de schade die Klein Ambacht heeft geleden door de te lage concentratie koper in de komkommerplanten. Op dit beginsel geldt een uitzondering indien Horti-Consult een beroep op het exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden toekomt.

4.13. Klein Ambacht betwist dat zij de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Horti-Consult heeft aanvaard en voert subsidiair aan dat zij niet daaraan is gebonden omdat Horti-Consult haar de algemene voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de teeltbegeleidings-overeenkomst ter hand heeft gesteld. Ter staving van haar stelling dat de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden tussen haar en Klein Ambacht is overeengekomen en dat de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de teeltbegeleidingsovereenkomst aan Klein Ambacht zijn ter hand gesteld, heeft Horti-Consult een afschrift van de ondertekende teeltbegeleidingsovereenkomst voor de contractsperiode van 15 december 2003 tot en met 15 december 2004 overgelegd. Op deze overeenkomst is onder de handtekening van de cliënt en de teeltbegeleider vermeld: “Handtekening tevens voor ontvangst van de leveringsvoorwaarden van Horti-Consult”. Klein Ambacht bestrijdt dat de terhandstelling van de algemene voorwaarden uit die tekst kan worden afgeleid, nu niet tevens een handtekening is gezet voor de ontvangst van de voorwaarden. Omdat de onderhavige tekst onder de geplaatste handtekening staat, valt niet uit te sluiten dat bij de cliënt de gedachte postvat dat die tekst slechts van toepassing is indien hij nogmaals een handtekening zet. Derhalve zal Horti-Consult nader bewijs dienen te leveren van haar stelling dat Klein Ambacht bij het sluiten van de teeltbegeleidingsovereenkomst voor de contractsperiode van 15 december 2003 tot en met 15 december 2004 en/of bij het sluiten van eerdere overeenkomsten een exemplaar van de algemene voorwaarden van Horti-Consult heeft gekregen. Gezien haar bewijsaanbod zal Horti-Consult tot het bewijs van deze stelling worden toegelaten.

4.14. Indien Horti-Consult in het voormelde bewijs slaagt, staat daarmee de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden vast. Uit de terhandstelling van de algemene voorwaarden heeft Klein Ambacht immers moeten begrijpen dat Horti-Consult haar algemene voorwaarden van toepassing wilde laten zijn op de teeltbegeleidingsovereenkomst. Het niet reageren van Klein Ambacht op de ter hand gestelde algemene voorwaarden dient te worden opgevat als een aanvaarding van hun gelding. Niet gesteld is dat Klein Ambacht daarop heeft gereageerd.

4.15. Slechts indien Horti-Consult in het voormelde bewijs slaagt, komt de vraag aan de orde of het exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is, dan wel het beroep daarop in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De stelplicht en bewijslast daarvan berust bij Klein Ambacht.

4.16. Ingevolge artikel 6:233, aanhef en onder a BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar, indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Daarnaast geldt de algemene regel van artikel 6:248 lid 2 BW dat een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het laatste zal in het algemeen het geval zijn als de schade is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar of van met de leiding van zijn bedrijf belaste personen. Daarbij zal rekening gehouden moeten worden met alle omstandigheden waarop door de partij die het beding buiten toepassing gelaten wil zien zich heeft beroepen. In het bijzonder zal in een geval als het onderhavige in aanmerking moeten worden genomen hoe laakbaar het verzuim dat tot aansprakelijkheid zou moeten leiden, is geweest, wat de gevolgen van dit verzuim zijn en in hoeverre de daardoor ontstane schade eventueel door verzekering is gedekt.

4.17. Niet gesteld is dat Klein Ambacht een met een natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf gelijk te stellen positie heeft. Dat Klein Ambacht Horti-Consult als deskundige heeft ingeschakeld, brengt niet zonder mee dat zij, zoals Klein Ambacht stelt, geen gelijkwaardige partijen zijn. Een nadere feitelijke onderbouwing van die ongelijkwaardigheid heeft Klein Ambacht niet gegeven, hetgeen te meer op haar weg lag nu zij niet heeft weersproken dat zij al zes jaar als komkommerteler voorzitter van de Landelijke Komkommercommissie is en nu zij heeft gesteld dat zij in de bewuste periode bezig was met een nieuw te bouwen kas van 4 à 5 miljoen euro. De gestelde ongelijkwaardigheid van Klein Ambacht en Horti-Consult wordt derhalve gepasseerd. Hetzelfde geldt voor de stelling van Klein Ambacht dat hantering van algemene voorwaarden niet gebruikelijk is in de branche, nu dit niet feitelijk is onderbouwd en door Horti-Consult gemotiveerd is betwist.

4.18. De stelling van Klein Ambacht dat het exoneratiebeding vernietigbaar is omdat het alle aansprakelijkheid uitsluit en dus ook die voor opzettelijk of door bewuste roekeloosheid veroorzaakte schade dient te worden verworpen. Een in algemene bewoordingen gesteld exoneratiebeding dat zo ruim is geformuleerd dat dit naar de letter ook een aansprakelijkheid voor opzet of bewuste roekeloosheid omvat, is niet om die reden al ontoelaatbaar. Dat is slechts anders als deze aansprakelijkheid met zoveel woorden wordt uitgesloten, hetgeen in het onderhavige geval niet aan de orde is.

4.19. Horti-Consult verleent teelttechnisch advies. Het staat Klein Ambacht vrij al dan niet conform dat advies te handelen. De verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering berust bij haar. De gevolgen van de daarbij gemaakte fouten, komen in de eerste plaats voor rekening van Klein Ambacht, gelijk zij in de eerste plaats voordeel geniet van verbeteringen in de bedrijfsvoering.

4.20. Vast staat dat het kopergebrek is ontstaan door een fout in de dosering van het kopersulfaat in vloeibare vorm in het druppelwater. Dit moet worden aangemerkt als een fout in de bedrijfsvoering. Voor zover Klein Ambacht met haar stelling dat het door haar als productie 1 overgelegde druppelschema door Horti-Consult is goedgekeurd, althans door [gedaagde 2] is opgesteld, heeft bedoeld te stellen dat die doseerfout mede aan Horti-Consult kan worden verweten, dient die stelling als onvoldoende onderbouwd te worden gepasseerd. Klein Ambacht heeft immers de stelling dat [gedaagde 2] het bewuste druppelschema heeft goedgekeurd na de betwisting van Horti-Consult niet feitelijk onderbouwd en in de plaats daarvan gesteld dat het bewuste schema door [gedaagde 2] is opgesteld. Zonder toelichting is het laatste echter niet verenigbaar met de eveneens door Klein Ambacht geponeerde stelling dat haar vennoot De Jong zijn druppelschema aan Van Iperen heeft toegestuurd met de vraag of hij daarop de benodigde doses voor de vloeibare elementen zo goed had uitgerekend. Die toelichting heeft Klein Ambacht niet gegeven.

4.21. Anders dan Klein Ambacht kennelijk meent, levert niet elk handelen of nalaten dat niet in overeenstemming is met hetgeen van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend teeltbegeleider mag worden verwacht een schending van de hoofdverplichting uit de teeltbegeleidingsovereenkomst op. Klein Ambacht heeft onvoldoende gesteld om de beoordeling van de analyses van Blgg Naaldwijk als een hoofdverplichting van Horti-Consult uit de teeltbegeleidingsovereenkomst aan te merken.

4.22. De hiervoor vastgestelde toerekenbare tekortkoming van Horti-Consult betreft een fout waardoor de doseerfout van Klein Ambacht niet tijdig is opgemerkt en de gevolgen daarvan niet werden voorkomen of beperkt. Klein Ambacht heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat ten dien aanzien sprake is van opzet van Horti-Consult. Van bewuste roekeloosheid of grove schuld en voorzienbaarheid van de onderhavige schade kan in vorenbedoeld geval slechts sprake zijn indien Horti-Consult op de hoogte was van de overstap van het toevoegen van kopersulfaat in vaste vorm naar het toevoegen daarvan in vloeibare vorm. Naast de hiervoor gepasseerde stelling dat het als productie 1 overgelegde druppelschema door Horti-Consult is goedgekeurd, althans door [gedaagde 2] is opgesteld, heeft Klein Ambacht ter zake gesteld dat zij de overstap met [gedaagde 2] heeft besproken, alsmede dat [gedaagde 2] regelmatig in de bedieningsruimte met de terminal van de computer die de gift in het water reguleerde kwam en daar ook de grondstoffen stonden opgeslagen. Uit het laatste volgt niet zonder meer dat [gedaagde 2] heeft waargenomen dat Klein Ambacht was overgestapt op toevoeging van kopersulfaat in vloeibare vorm en bijkomende feiten of omstandigheden waaruit dat zou kunnen worden afgeleid zijn niet door Klein Ambacht gesteld. Evenmin heeft zij, zoals na de gemotiveerde betwisting van Horti-Consult op haar weg lag, gesteld wanneer of bij welke gelegenheid vóór 18 januari 2005 zij de vorenbedoelde overstap met [gedaagde 2] heeft besproken. De stelling van Klein Ambacht dat Horti-Consult op de hoogte was van vorenbedoelde overstap dient derhalve eveneens als onvoldoende onderbouwd te worden gepasseerd. Derhalve kan niet worden uitgegaan van bewuste roekeloosheid of grove schuld aan de zijde van Horti-Consult. Evenmin kan worden uitgegaan van voorzienbaarheid van de onderhavige schade.

4.23. Tegenover de betwisting van de stelling dat Horti-Consult voor de onderhavige schade is verzekerd, heeft Klein Ambacht die stelling niet nader onderbouwd. Zij heeft slechts aangevoerd dat zulks onbegrijpelijk is. Het laatste is onvoldoende door Klein Ambacht gemotiveerd nu de onderhavige schade opbrengstderving betreft en zij geen feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat het risico van opbrengstderving door het niet opmerken van fouten in de bedrijfsvoering van de opdrachtgever voor Horti-Consult tegen overkomelijke voorwaarden verzekerbaar is en waarom het eerder op de weg van Horti-Consult zou liggen om zich daarvoor te verzekeren dan de opdrachtgever.

4.24. Uit het vorenstaande volgt dat Klein Ambacht onvoldoende heeft gesteld om het exoneratiebeding van Horti-Consult onredelijk bezwarend te achten of het beroep van Horti-Consult op dat beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten. Dit is niet anders indien het verwijt van Klein Ambacht aan Horti-Consult dat zij de verschijnselen die aan de komkommerplanten niet heeft (laten) onderzoeken gegrond is, hetgeen Horti-Consult gemotiveerd betwist. Dat doet immers niet toe of af aan hetgeen onder 4.16 t/m 4.23 is overwogen. Op dat verwijt behoeft derhalve niet nader te worden ingegaan.

4.25. Uit het vorenstaande volgt dat in het geval Horti-Consult in het vorenbedoelde bewijs slaagt, haar beroep op de exoneratie in artikel 8 van haar algemene voorwaarden slaagt en dat op grond van het tweede lid van dat artikel de vordering van Klein Ambacht moet worden afgewezen. Hieruit volgt dat slechts in het geval Horti-Consult niet in dat bewijs slaagt, wordt toegekomen aan het door Horti-Consult gedane beroep op eigen schuld aan de zijde van Klein Ambacht.

4.26. In het kader van haar beroep op eigen schuld aan de zijde van Klein Ambacht heeft Horti-Consult gesteld dat Klein Ambacht de doseerfout heeft gemaakt, dat Klein Ambacht expert is op het gebied van bemesting en de analyses van Blgg Naaldwijk eveneens ontving, alsmede dat Klein Ambacht Horti-Consult heeft voorgehouden dat de bemesting onder controle was en dat die bij voorbaat niet de problemen veroorzaakte. Dat Klein Ambacht de doseerfout heeft gemaakt en eveneens de analyses van Blgg Naaldwijk heeft ontvangen, staat niet tussen partijen ter discussie. De overige stellingen zijn door Klein Ambacht betwist. Als degene die zich op de gevolgen daarvan beroept, rust op Horti-Consult de bewijslast daarvan. Gezien haar bewijsaanbod dient Horti-Consult tot dat bewijs te worden toegelaten. Het komt voor dat Horti-Consult daarbij (deels) dezelfde getuigen zal willen laten horen als voor de levering van het onder 4.13 bedoelde bewijs. Uit proceseconomische overwegingen zal Horti-Consult derhalve in de gelegenheid worden gesteld het onderhavige bewijs tegelijk met dat bewijs te leveren.

4.27. Op de overige geschilpunten tussen Klein Ambacht en Horti-Consult zal zonodig na de bewijslevering worden ingegaan.

inzake Van Iperen

4.28. Klein Ambacht betwist niet dat zij de fax van Van Iperen met daarop de tekst “deze tabel” en een getekende pijl (productie 1 van Van Iperen) heeft ontvangen, maar stelt dat die fax van Van Iperen uit drie pagina’s bestaat en vordert op grond van artikel 843a Rv dat Van Iperen de twee ontbrekende pagina’s overlegt. Anders dan Klein Ambacht stelt blijkt uit de faxregels aan de kop van productie 1 van Van Iperen niet dat de fax van Van Iperen met de tekst “deze tabel” en de getekende pijl uit drie pagina’s bestond. De vermelding “P.2/3” op die fax moet immers een eerdere fax van Van Iperen betreffen nu de faxregel van de op 17 december 2003 door Klein Ambacht verzonden fax gedeeltelijk over de bewuste faxregel van Van Iperen ligt. Voorts blijkt uit de vermelding “PAG. 01” in die faxregel van Klein Ambacht niet dat de fax, die zij in reactie op die eerdere fax van Van Iperen aan laatstgenoemde zond, uit meer dan één pagina bestond. De stelling van Klein Ambacht dat Van Iperen de fax waarop zij zich beroept niet volledig overlegt, dient derhalve te worden verworpen. Het laatste is niet vereist voor een bevel tot overlegging van bescheiden op grond van artikel 843a Rv. Wel vereist is echter dat Klein Ambacht een rechtmatig belang bij de overlegging van de door haar opgeëiste bescheiden heeft. Gelet op het bewijsaanbod van Klein Ambacht en het feit dat zij zelf de onderhavige faxen heeft verzonden of ontvangen, lag het op de weg van Klein Ambacht dat rechtmatig belang toe te lichten. Dit heeft Klein Ambacht nagelaten. Voorts heeft Van Iperen gemotiveerd bestreden dat het druppelschema dat Klein Ambacht als productie 1 heeft overgelegd deel uitmaakt van haar eerdere fax en kan zonder toelichting, die ontbreekt, niet worden ingezien waarom Klein Ambacht Van Iperen over de toe te passen tabel benadert, indien Van Iperen daarvoor reeds een aan haar toegezonden druppelschema heeft goedgekeurd.

4.29. Onder de voormelde omstandigheden is vooralsnog geen plaats voor een bevel aan Van Iperen tot overlegging van de door Klein Ambacht gevorderde bescheiden. Klein Ambacht zal derhalve, als de partij die zich op de tekortkoming van Van Iperen beroept, bewijs dienen te leveren van haar gemotiveerd betwiste stelling dat Van Iperen het druppelschema dat Klein Ambacht als productie 1 heeft overgelegd heeft goedgekeurd. Gelet op haar aanbod zal Klein Ambacht tot de levering van dat bewijs worden toegelaten. In het kader van de levering van dat bewijs kan de hiervoor bedoelde faxwisseling alsmede de beschikbaarheid van de volledige faxen (nader) aan de orde komen. Zonodig zal daarna nader op de door Klein Ambacht gevorderde overlegging van bescheiden op grond van artikel 843a Rv worden beslist.

4.30. De stelling van Klein Ambacht dat de mededeling “deze tabel” met een pijl op vorenbedoelde fax van Van Iperen nietszeggend is, dient te worden verworpen. Weliswaar kwam die pijl niet op een tabel uit, maar niet weersproken is dat de dichtstbijzijnde tabel de tabel was die Klein Ambacht diende te gebruiken. Indien dat voor Klein Ambacht onvoldoende duidelijk was, had zij bovendien voldoende tijd om daarover duidelijkheid bij van Van Iperen te verkrijgen, nu tussen vorenbedoelde fax en de ingebruikname van Kombispoor meerdere maanden zijn verstreken.

4.31. De door Van Iperen betwiste stelling van Klein Ambacht dat de bewuste omrekentabel niet helder en voor misverstanden vatbaar is, dient als onvoldoende gemotiveerd te worden verworpen. Als de partij die zich op deze tekortkoming beroept, lag het immers op de weg van Klein Ambacht om duidelijk te maken waarom die omrekentabel niet helder en voor misverstanden vatbaar is en hoe dat tot de door haar toegepaste onjuiste dosering van kopersulfaat in vloeibare vorm heeft kunnen leiden. Die toelichting heeft Klein Ambacht niet gegeven.

4.32. Uit het vorenstaande volgt dat in het geval Klein Ambacht, al dan niet na een eventueel bevel op grond van artikel 843a Rv, niet in het vorenbedoelde bewijs slaagt haar vordering als ongegrond moet worden afgewezen.

4.33. Indien Klein Ambacht in het vorenbedoelde bewijs slaagt, komt het beroep van Van Iperen op de beperking van haar aansprakelijkheid in artikel 12 van haar algemene voorwaarden aan de orde. Klein Ambacht stelt dat dit beding als onredelijk bezwarend vernietigbaar is, althans dat het beroep daarop in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. Op dit punt rust de stelplicht en de bewijslast op Klein Ambacht. Hetgeen onder 4.16 is overwogen is hier eveneens van toepassing.

4.34. Niet gesteld is dat Klein Ambacht een met een natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf gelijk te stellen positie heeft. Evenmin gesteld is dat zij en Van Iperen geen gelijkwaardige partijen zijn.

4.35. De stelling van Klein Ambacht dat het exoneratiebeding van Van Iperen vernietigbaar is omdat het alle aansprakelijkheid uitsluit en dus ook die voor opzettelijk of door bewuste roekeloosheid veroorzaakte schade dient op dezelfde gronden als vermeld onder 4.18 te worden verworpen.

4.36. De nog in het geding zijnde toerekenbare tekortkoming van Van Iperen is dat zij ten onrechte het door Klein Ambacht als productie 1 overgelegde druppelschema zou hebben goedgekeurd. Ter zake zijn door Klein Ambacht geen feiten of omstandigheden gesteld die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat daarbij sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid van Van Iperen. De voorzienbaarheid van de onderhavige schade door deze gestelde fout van Van Iperen is, gelet op de periode dat de fout in het druppelschema onontdekt is gebleven en de in dat verband door Klein Ambacht aan Horti-Consult gemaakte verwijten, onvoldoende door Klein Ambacht onderbouwd.

4.37. De stelling van Klein Ambacht dat het exoneratiebeding van Van Iperen een kernverplichting van Van Iperen aantast kan niet worden gevolgd. In aanmerking genomen dat Van Iperen ten tijde van de levering van het kopersulfaat in vloeibare vorm Klein Ambacht een daarbij behorende omrekentabel heeft verstrekt, kan beoordeling van een voorgelegd druppelschema niet als een uit de koopovereenkomst voortvloeiende kernverplichting van Van Iperen worden beschouwd. Bovendien is de aansprakelijkheid niet volledig uitgesloten doch beperkt tot de som die door de verzekering van Van Iperen is gedekt of, indien deze niet gedekt is, de factuurwaarde.

4.38. Klein Ambacht heeft niet weersproken dat de onderhavige schade niet door de verzekering van Van Iperen wordt gedekt. Zij stelt wel dat de schade voor Van Iperen verzekerbaar was. Gelet op het feit dat het hier gaat om opbrengstderving ten gevolge van een fout die niet een kernverplichting uit de koopovereenkomst tussen Klein Ambacht en Van Iperen betreft, lag het op de weg van Klein Ambacht deze stelling feitelijk te onderbouwen. Nu Klein Ambacht dat heeft nagelaten, dient deze door Van Iperen betwiste stelling als onvoldoende gemotiveerd te worden gepasseerd.

4.39. Uit het vorenstaande volgt dat Klein Ambacht onvoldoende heeft gesteld om het exoneratiebeding van Van Iperen onredelijk bezwarend te achten of het beroep van Van Iperen op dat beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten. Dit betekent dat in het geval Klein Ambacht in het onder 4.29 bedoelde bewijs slaagt de aansprakelijkheid van Van Iperen is beperkt tot de factuurwaarde van het tussen april 2004 en 22 januari 2005 verbruikte deel van de door Van Iperen aan Klein Ambacht geleverde vloeibare kopermeststof onder de naam “Kombispoor”. Over de hoogte daarvan hebben Klein Ambacht en Van Iperen zich niet uitgelaten. Zij zullen in de gelegenheid worden gesteld dat na de bewijslevering alsnog te doen.

4.40. Op de overige geschilpunten tussen Klein Ambacht en Van Iperen zal zonodig na de bewijslevering worden ingegaan.

5. De beslissing

De rechtbank

draagt Klein Ambacht op te bewijzen, desgewenst door middel van getuigen:

dat Van Iperen het druppelschema dat Klein Ambacht als productie 1 heeft overgelegd heeft goedgekeurd;

draagt Horti-Consult op te bewijzen, desgewenst door middel van getuigen:

a. dat Klein Ambacht bij het sluiten van de teeltbegeleidingsovereenkomst voor de contractsperiode van 15 december 2003 tot en met 15 december 2004 en/of bij het sluiten van eerdere overeenkomsten een exemplaar van de algemene voorwaarden van Horti-Consult heeft gekregen,

of

b. dat Klein Ambacht expert is op het gebied van bemesting en dat Klein Ambacht Horti-Consult heeft voorgehouden dat de bemesting onder controle was en dat die bij voorbaat niet de problemen veroorzaakte.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 21 mei 2008 om Klein Ambacht en Horti-Consult in de gelegenheid te stellen alsdan

bij akte bewijsstukken over te leggen

en/of

de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen op te geven en de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen en hun raadslieden in de daaropvolgende vier maanden mede te delen;

bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor, het eerst aan de zijde van Klein Ambacht, zal worden gehouden voor mr. P.W. van Baal, die daartoe zal overgaan op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gebouw van de rechtbank aan het Steegoversloot 36 te Dordrecht;

houdt elke nadere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Baal en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2008.?