Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BD0166

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
22-04-2008
Datum publicatie
22-04-2008
Zaaknummer
11/500699-07, 11/720384-07, 11/750953-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dader neemt deel aan openlijke geweldpleging tegen slachtoffer na ruzie over chips. Het slachtoffer keert later die nacht terug met een mes en steekt daarmee twee van zijn belagers. Een van die belagers komt daardoor te overlijden. Dit vervolg maakt de openlijke geweldpleging bijzonder. Ook andere delicten. Dader deel minderjarig en deels meerderjariger ten tijde van delicten. uitspraak : een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummers : 11/500699-07; 11/720384-07 en 11/720953-07

Zittingsdatum : 08 april 2008

Uitspraak : 22 april 2008

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte],

geboren in1989,

wonende te [adres en woonplaats]

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen in de dagvaardingen is omschreven. Kopieën van de dagvaardingen zijn als bijlagen 1, 2 en 3 aan dit vonnis gehecht en maken hiervan deel uit.

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaardingen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen aan alle wettelijke eisen voldoen en dus geldig zijn.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd overeenkomstig de als bijlage 4 en 5 aan dit vonnis gehechte vorderingen ter terechtzitting.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 11/500699-07 onder primair tenlastegelegde, partieel vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 11/720953-07 tenlastegelegde en heeft voorts strafmaatverweren gevoerd.

3.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

De na te noemen benadeelde partijen hebben zich schriftelijk ter terechtzitting in het geding gevoegd en hebben gevorderd de verdachte te veroordelen aan hen te betalen de na te noemen bedragen ter zake van de na te noemen ten laste gelegde feiten:

- [benadeelde partij 1], [adres en woonplaats], EUR 2.099,11 (parketnummer 11/500699-07);

- [benadeelde partij 2], [adres en woonplaats], EUR 589,80 (parketnummer 11/720953-07);

- [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] [adres en woonplaats], EUR 706,42 (parketnummer 11/720953-07);

- [benadeelde partij 5], [adres en woonplaats] EUR 270,13 (parketnummer 11/720953-07);

- [benadeelde partij 6], [adres en woonplaats] EUR 780,00 (parketnummer 11/720953-07);

- [benadeelde partij 7], [adres en woonplaats], EUR 2.905,18 (parketnummer 11/720953-07).

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 7] omdat de vorderingen niet van eenvoudige aard zouden zijn. Voor wat betreft de overige vorderingen heeft zij telkens geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

De raadsman heeft eveneens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 7].

4.De bewijsbeslissingen

4.1 Vrijspraak

4.1.1 Met betrekking tot het onder parketnummer 11/500699-07 onder primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank het navolgende:

De rechtbank heeft op grond van het onderzoek ter terechtzitting uit door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte de onder primair tenlastegelegde geweldshandelingen heeft (mede)gepleegd met de intentie van levensberoving of zware mishandeling, dan wel gelet op de intensiteit van de geweldshandelingen en het geringe letsel veroorzaakt door die geweldshandelingen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die geweldshandelingen de gevolgen zoals ten laste is gelegd teweeg zouden kunnen brengen.

Verdachte zal dan ook van het onder parketnummer 11/500699-07 onder primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.1.2 Met betrekking tot het onder parketnummer 11/720953-07 tenlastegelegde overweegt de rechtbank het navolgende.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder het eerste en tweede gedachtestreepje is ten laste gelegd, te weten – kort en zakelijk samengevat – een tweetal openlijke geweldplegingen op de Olykamp.

De ten laste gelegde openlijke geweldplegingen zijn gepleegd in een doorlopende reeks in een tijdsbestek van hooguit enkele uren en door een groep personen. De geweldplegingen aan de Olykamp hebben plaatsgevonden aan het begin van deze reeks. Op dat moment was verdachte nog niet zodanig bij deze groep en de geweldplegingen betrokken dat er sprake was van het “in vereniging” plegen van het openlijk geweld.

Verdachte zal dan ook van voornoemde geweldplegingen zoals ten laste gelegd onder parketnummer 11/720953-07 onder het eerste en tweede gedachtestreepje worden vrijgesproken.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

parketnummer 11/500699-07:

(subsidiair)

op 23 december 2007 te Hendrik-Ido-Ambacht met

anderen, op de openbare weg, de Boskamp, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 1],

welk geweld bestond uit het duwen entrekken tegen/aan die[benadeelde partij 1] en het slaan en stompen enschoppen tegen het hoofd en het lichaam van die[benadeelde partij 1] enhet trekken aan de haren van die[benadeelde partij 1] en het

gooien van een rugzak inhoudende een (kapot) flesje bier naar het hoofd van die [benadeelde partij 1];

parketnummer 11/720384-07:

op tijdstip in de periode van 11 april 2007 tot en met 26 april 2007 te Hendrik-Ido-Ambacht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldkistje heeft weggenomen een geldbedrag (in totaal EURO 210,-),

toebehorende aan P. Wijnberg en L. Verhoeven, waarbij verdachte telkens het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor zijn gebruik bestemde sleutel;

parketnummer 11/720953-07:

op 07 oktober 2007 te Hendrik-Ido-Ambacht met anderen, op of aan de openbare weg, de Ring en de Reeweg

en het Tasveld en de Ambachtsezoom en de Langengriend, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

een personenauto merk Honda Civic, kleur grijs, 88-NN-FR, welk geweld bestond uit het trappen tegen de rechter

buitenspiegel van genoemde auto en

- een woning gelegen aan de Ring 156, welk geweld bestond uit het gooien van een steen, tegen de

keukenruit van genoemde woning en

- een bedrijfspand gelegen aan het Tasveld 5-8, welk geweld bestond uit het gooien van stenen tegen ruit van genoemd pand en

- een Abri welk geweld bestond uit het gooien van een steen tegen een ruit van genoemde abri en het slaan tegen

een ruit van genoemde abri en

- een abri, welk geweld bestond uit het trappen tegen ruiten van genoemde abri en

- een personenauto merk BMW, kleur blauw, 36-SB-DZ, welk geweld bestond uit het gooien van een kei

op het dak van genoemde auto.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 11/500699-07:

(subsidiair)

OPENLIJK IN VERENIGING GEWELD PLEGEN TEGEN PERSONEN.

parketnummer 11/720384-07:

DIEFSTAL WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN VALSE SLEUTELS, MEERMALEN GEPLEEGD.

parketnummer 11/720953-07:

OPENLIJK IN VERENIGING GEWELD PLEGEN TEGEN GOEDEREN, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

6.1 Het rapport van de deskundige

Op verzoek van de rechtbank heeft drs. K.T.E Zászlós, GZ-psycholoog, over (de persoon van) verdachte een rapport uitgebracht.

In dat rapport van 20 maart 2008 komt onder meer het navolgende naar voren - zakelijk weergegeven - :

Bij betrokkene is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met anti-sociale trekken en een ADHD-problematiek. Hiermee samenhangend vertoont betrokkene een zwakke impuls- en agressieregulatie en een onrijp functionerend geweten. Tevens is sprake van misbruik van middelen zoals alcohol en drugs. Aldus kan er bij betrokkene gesproken worden van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde. De stoornis beïnvloedde betrokkenes gedragskeuzes c.q. gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde.

Betrokkene is weliswaar in staat de strafrechtelijke ontoelaatbaarheid van zijn handelswijze in te zien, maar is op grond van zijn ziekelijke stoornis onvoldoende in staat zijn wil conform te bepalen. Geadviseerd wordt betrokkene als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verenigt zich met de conclusie in voornoemd rapport op grond van de onderbouwing ervan. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdos¬sier, het verhandelde ter terechtzitting en het rapport van voor¬noemde deskundig, voldoende vast is komen te staan dat de bewezenverklaarde strafbare feiten in licht verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door hem gepleegde fei¬ten.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging tegen [benadeelde partij 1]. Nadat die [benadeelde partij 1] aan een van verdachtes mededaders om chips had gevraagd en deze daar kennelijk niet van gediend was, hebben verdachte en zijn mededaders [benadeelde partij 1] geduwd, geslagen en geschopt. Het slachtoffer lag daarbij op de grond, werd aan de haren omhooggetrokken en vastgehouden en is ondermeer tegen het hoofd geschopt.

Verdachte heeft zich tijdens de openlijke geweldpleging niet onbetuigd gelaten en heeft het slachtoffer geschopt en geslagen terwijl deze op grond lag en ook een tas met een bierflesje in de richting van het hoofd van [benadeelde partij 1] gegooid.

Niet onvermeld kan blijven dat verdachte tijdens dit openlijk geweld bovendien de fiets en een schoen van [benadeelde partij 1] heeft weggegooid. Toen [benadeelde partij 1] later die nacht ter plaatse terugkeerde om – naar zijn zeggen – die schoen te zoeken, had hij een mes bij zich en heeft hij twee mededaders van verdachte daarmee gestoken, met fatale gevolgen voor één van die mededaders.

Het mag duidelijk zijn dat openlijk geweld tegen personen, zoals het onderhavige, een ernstig misdrijf is. Niet zelden ontstaat dit soort zinloos geweld onder invloed van alcohol en/of drugs en naar aanleiding van iets onbenulligs als een vraag of een opmerking, zoals ook in dit geval, en keert zich een ongeremde agressie tegen het nietsvermoedende slachtoffer. Voor het direct betrokken slachtoffer kan dit bijzonder traumatiserend zijn en tot langdurige psychische schade leiden, maar ook in de samenleving in het algemeen versterken dit soort feiten de reeds heersende gevoelens van angst en onveiligheid.

Ook eerder heeft verdachte zich (met andere mededaders) schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. In dat geval niet tegen personen, maar tegen goederen. Verdachte en zijn toenmalige mededaders hebben tijdens een nachtelijke tocht door hun woonplaats een spoor van vernielingen achtergelaten, door volstrekt willekeurig geweld toe te passen tegen ruiten, bushokjes en auto’s. Dit heeft geleid tot veel schade bij de gedupeerde burgers, bedrijven en instellingen. Een dergelijk feit veroorzaakt in de samenleving gevoelens van verontwaardiging, onrust en ergernis. Bovendien leidt het tot veel hinder, overlast en administratieve rompslomp voor de gedupeerden.

Voorts heeft verdachte geld gestolen uit een geldkistje met behulp van een valse sleutel. Dit feit heeft het in hem gestelde vertrouwen ernstig aangetast bij de gedupeerden.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het samenstel van strafbare feiten, hun aard en hun ernst, in beginsel niet anders kan worden gereageerd dan door het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

Bij haar oordeelsvorming omtrent de uiteindelijke strafsoort alsmede de duur daarvan betrekt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze naar voren zijn gekomen in de rapporten van Bouman-GGZ te Dordrecht, de Raad voor de Kinderbescherming te Dordrecht, het NIFPP te Rotterdam, de Stichting Reclassering Nederland te Rotterdam, de psycholoog, en zoals deze ook overigens ter terechtzitting zijn gebleken. De rechtbank houdt voorts ten gunste van verdachte rekening met zijn leeftijd, maar rekent hem in zijn nadeel toe zijn niet geringe rol in het geheel van de gebeurtenissen en het feit dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en is veroordeeld ter zake vermogensdelicten en vernieling.

Met de hulpverleningsinstanties, de Raad voor de Kinderbescherming en de psycholoog acht de rechtbank het van groot belang dat de recidivekans zoveel mogelijk wordt beperkt en dat verdachte wordt begeleid, ondersteund en behandeld voor zijn problematiek. De rechtbank zal de op te leggen vrijheidsstraf dan ook voorwaardelijk opleggen en daaraan verbinden de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland te Rotterdam. Eén en ander zal aldus mede nadrukkelijk kunnen gaan inhouden dat verdachte een ambulante behandeling zal moeten ondergaan.

Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen van na te melden straffen pas¬send en geboden.

7.2 De vorderingen van de benadeelde partijen

7.2.1 Nu aan verdachte voor het onder parketnummer 11/500699-07 onder 1. subsidiair ten laste gelegde en bewezen verklaarde strafbare feit een straf wordt opgelegd, is de benadeelde partij in zoverre ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank acht verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank is echter met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de vordering niet van zodanig eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Naar het oordeel van de rechtbank valt niet op eenvoudige wijze – ook niet op grond van de door de benadeelde partij overgelegde stukken – vast te stellen welke materiële schade is veroorzaakt door het bewezen verklaarde strafbare feit.

Voor wat betreft het immateriële gedeelte van de vordering geldt dit evenzeer, nu niet eenvoudig kan worden vastgesteld welke immateriële schade is ontstaan als gevolg van het bewezen verklaarde strafbare feit en welke immateriële schade is ontstaan als gevolg van de fatale gebeurtenis waar de benadeelde partij later bij betrokken is geraakt.

De rechtbank zal de benadeelde partij A.C. [benadeelde partij 1] dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht, met verwijzing in de kosten als hierna in het dictum vermeld.

7.2.2 Nu verdachte partieel zal worden vrijgesproken van het hem onder parketnummer 11/720953-07 tenlastegelegde en hem derhalve geen straf of maatregel wordt opgelegd ter zake van dit betreffende feit, is de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering, met verwijzing in de kosten als hierna in het dictum vermeld.

7.2.3 De benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], de [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] zijn ontvankelijk in hun respectieve vorderingen, nu aan verdachte een straf wordt opgelegd en aan de benadeelde partijen rechtstreeks schade is toegebracht door de onder parketnummer 11/720953-07 bewezen verklaarde strafbare feiten.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de bewezen verklaarde strafbare feiten toegebrachte schade.

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 6] zijn niet dan wel onvoldoende betwist en komen de rechtbank niet onrechtmatig en ongegrond voor zodat deze integraal zullen worden toegewezen.

De vordering van de benadeelde partij de [benadeelde partij 5] is betwist, in die zin dat is gesteld dat de benadeelde partij ten onrechte de BTW heeft opgevoerd terwijl zij niet BTW-plichtig is.

De rechtbank zal de vordering behoudens de opgevoerde BTW integraal toewijzen nu zij voor het overige niet onrechtmatig en ongegrond voorkomt.

7.2.4 De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] is gemotiveerd betwist.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de vordering niet van zodanig eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de door de benadeelde partij overgelegde stukken niet eenvoudig kan worden vastgesteld welke partij de schade heeft geleden.

De rechtbank zal dan ook de benadeelde partij [benadeelde partij 7] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en bepalen dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht, met verwijzing in de kosten als hierna in het dictum vermeld.

7.2.5 Naast toewijzing van de civiele vorderingen zal de rechtbank telkens als extra waarborg voor de betaling van schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregelen zijn gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36f, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77o, 141, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 11/500699-07 onder primair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.2. van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot:

I. voor zover het betreft het feit onder parketnummer 11/500699-07:

een TAAKSTRAF voor de duur van ZESTIG (60) UREN, bestaande uit een WERKSTRAF, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door DERTIG (30) dagen hechtenis;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuit¬voerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

bepaalt de maatstaf voor de aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht op 2 uren per dag;

GEVANGENISSTRAF voor de duur van ZES (6) WEKEN;

bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de hierna te melden bijzondere voorwaarde;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, regio Rotterdam-Dordrecht, Westzeedijk 399, 3024 EK te Rotterdam, zolang deze instelling dit noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt dat verdachte een ambulante of deeltijdbehandeling zal moeten ondergaan bij Het DOK of een soortgelijke instelling, één en ander zoals door de psycholoog, de Stichting Reclassering Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming aangegeven in hun rapportages;

verstrekt aan voornoemde instelling de opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1], [adres en woonplaats], niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis;

II. voor zover het betreft de feiten onder parketnummer 11/720384-07 en parketnummer 11/720953-07:

een TAAKSTRAF voor de duur van ZESTIG (60) UREN, bestaande uit een WERKSTRAF, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door DERTIG (30) dagen jeugddetentie;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 706,42 (zevenhonderdenzes euro en tweeënveertig eurocent), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]-Bek met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 706,42 (zevenhonderdenzes euro en tweeënveertig eurocent) ten behoeve van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], [adres en woonplaats]

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4];

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan de [benadeelde partij 5], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 227,- (tweehonderdzevenentwintig euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij de [benadeelde partij 5] met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 227,-- (tweehonderdzevenentwintig euro) ten behoeve van [benadeelde partij 5], [adres en woonplaats]

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 5] komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 5];

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

verklaart de benadeelde partij de [benadeelde partij 5], [adres en woonplaats]. niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij dit gedeelte slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [benadeelde partij 6], [adres en wooonplaats], een bedrag van EUR 780,- (zevenhonderdtachtig euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 6] met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 780,- (zevenhonderdtachtig euro) ten behoeve van [benadeelde partij 6], [adres en woonplaats]. beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 6] komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 6];

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2], [adres en woonplaats], niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 7],[adres en woonplaats], niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen en compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.R. Roukema, voorzitter en kinderrechter,

mr. M.M. Moolenburgh - Pelser en mr. F.G.H. Kristen, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 april 2008.

mr. Kristen is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.