Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BC7341

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-03-2008
Datum publicatie
20-03-2008
Zaaknummer
11-500635-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 18-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk terzake diefstal in vereniging door middel van braak, verbreking. Het betrof hier een zogenaamde ‘ramkraak’. De rechtbank rekent het verdachte bijzonder aan dat hij zich met grof geweld toegang tot een winkel heeft verschaft en een grote hoeveelheid sigaretten heeft gestolen. De rechtbank betrekt bij haar oordeel de omstandigheid dat verdachte eerder voor vermogensdelicten is en dat de kans op recidive, bij niet-behandeling van zijn problemen (onverminderd) hoog is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 11/500635-07

Zittingsdatum : 6 maart 2008

Uitspraak : 20 maart 2008

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in 1989,

[adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-West, locatie Torentijd, te Middelburg.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

1.

hij op of omstreeks 27 november 2007 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijf gelegen aan het Hendrik Marsmanplein heeft weggenomen (ongeveer 69) sloffen sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking;

2.

hij op of omstreeks 26 november en/of 27 november 2007 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk:Ford, type:Fiesta, kleur:beige, kenteken) met daarin twee kinderzitjes en/of twee gereedschapsetjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 november 2007 en/of 27 november 2007 te Gorinchem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (merk:Ford, type:Fiesta, kleur:beige, kenteken) met daarin twee kinderzitjes en/of twee gereedschapsetjes heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

4. De bewijsbeslissingen

4.1De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 27 november 2007 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening uit een bedrijf gelegen aan het Hendrik Marsmanplein heeft weggenomen 69 sloffen sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, verbreking;

2.

(primair)

op 26 november 2007 of 27 november 2007 te Gorinchem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk: Ford, type: Fiesta, kleur: beige, kenteken) met daarin twee kinderzitjes en twee gereedschapsetjes, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK, VERBREKING;

2.

(primair)

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK, VERBREKING.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een ander in het holst van de nacht schuldig gemaakt aan een ramkraak bij een tijschriften- en sigarettenwinkel te Gorinchem. Verdachte en zijn medeverdachte reden die avond in de auto van de broer van zijn medeverdachte naar Gorinchem voor - naar hun eigen zeggen- een afspraak met twee meisjes. Eenmaal daar aangekomen, bleek deze afspraak onverhoopt niet door te gaan. Door deze verandering in hun plannen, stonden zij ineens doelloos in Gorinchem en grepen zij uit verveling naar de fles. Zij liepen verveeld en aangeschoten rond in een wijk in Gorinchem, toen zij het plan opvatten een ramkraak te zetten. Zij braken hiertoe een in de buurt staande Ford Fiesta open en reden daarin weg. Eenmaal aangekomen bij de uitgekozen winkel ramde een van de verdachten met de gestolen auto meerdere malen de ruit van de winkel. Hierdoor konden zij de winkel betreden en zagen zij kans een groot aantal sloffen sigaretten buit te maken. Vervolgens reden zij met de gestolen auto, volgeladen met sigaretten, naar de auto waarmee zij waren gekomen. Verdachte en zijn medeverdachte wisselden daar de gestolen auto om met de auto van de broer van zijn medeverdacht, maar durfden door een defect aan deze auto daarmee niet verder te rijden. Lopende vervolgden zij hun weg.

Dit zijn ernstige feiten waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich met grof geweld -het met een auto tegen een winkelpui rammen- toegang tot een winkel hebben verschaft, waardoor grote financiële schade aan het pand en aan de gestolen auto is veroorzaakt. De hierbij buitgemaakte goederen vertegenwoordigen daarnaast een flinke waarde. Dit alles moet een grote impact hebben gehad op de eigenaar van de getroffen winkel. Daar komt bij dat dergelijke brutale misdrijven in de samenleving gevoelens van grote onrust en onveiligheid veroorzaken. Winkeliers moeten erop kunnen vertrouwen dat zij, na een dag als zelfstandige hun brood te hebben verdiend, bij afsluiting van hun zaak, deze de volgende dag weer onbeschadigd kunnen openen.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel de omstandigheid dat verdachte, gelet op het uittreksel van de justitiële documentatie dat in het dossier voorhanden is, reeds eerder voor vermogensdelicten is veroordeeld. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het voorlichtingsrapport van de reclassering van 04-03-08. Uit dit rapport komt naar voren -zakelijk weergegeven- dat de kans op recidive (onverminderd) hoog is, indien betrokkene niet gaat werken aan zijn alcoholprobleem en gaat zorgen voor een gestructureerde en toekomstgerichte levensinvulling. Indien het tenlastegelegde bewezen wordt verklaard, adviseert de reclassering een straf met een voorwaardelijk deel op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat betrokkene zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering ziet daarnaast geen contra-indicaties voor het opleggen van een werkstraf. De rechtbank kan zich vinden in dit advies en zij zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de op te leggen straf.

De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd. Een gedeelte van deze straf zal, als waarschuwing aan de verdachte zich in de toekomst van het plegen van strafbare feiten te onthouden, voorwaardelijk worden opgelegd.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van VIJFTIEN MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten DRIE MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de hierna te melden bijzondere voorwaarde;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

verstrekt aan de genoemde reclasseringsinstelling opdracht om aan veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuit¬voerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. E.C. Koekman en mr. E.H. van der Steeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.R.C. Polderman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2008.

Door afwezigheid is mr. Van der Steeg voornoemd buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.