Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BC4978

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
73650 - KG ZA 08-18
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Top Finisch en (C) richten Top Finisch International op. Ruzie. Wie mag de handelsnaam Top Finisch International voeren?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 73650 / KG ZA 08-18

Vonnis in kort geding van 21 februari 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOP FINISH B.V.,

gevestigd te [woonplaats]

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HELY PROFILE B.V.,

gevestigd te Kerkdriel,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CLADDING PARTNERS B.V.,

gevestigd te Oosterhout,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] STAALBOUW B.V.,

gevestigd te Rijssen,

5 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONSTRUCTIE [B] B.V.

gevestigd te Ochten,

eiseressen in conventie,

eiseres sub 1 is verweerder in reconventie,

procureur mr. L.P. Quist,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] BEHEER B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

2. [D],

wonende te [woonplaats]

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. J.A. Visser,

advocaat mr. T. Ensink te Rotterdam.

Eiseressen in conventie gezamenlijk worden hierna Top Finish c.s. genoemd. Eiseres 1 in conventie wordt hierna Top Finish genoemd. Gedaagden in conventie worden gezamenlijk [C&D] Beheer c.s. genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de producties van Top Finish c.s.

- de producties van [C&D] Beheer c.s.

- de vordering in reconventie

- de mondelinge behandeling

- de vermeerdering van eis in reconventie

- de pleitnotitie van Top Finish c.s.

- de pleitnotitie van [C&D] Beheer c.s.

- het proces-verbaal van de zitting.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [grootaandeelhouder] (hierna: [grootaandeelhouder]) is statutair directeur en grootaandeelhouder van Top Finish, een bedrijf dat zich sinds 1999 bezig houdt met reparatie van bouwschade.

2.2. [C] (hierna: [C&D]) is statutair directeur en grootaandeelhouder van [C] Beheer B.V.

2.3. [grootaandeelhouder] en [C&D] hebben een schriftelijke overeenkomst gesloten op 14 december 2005. De aanhef daarvan luidt:

“Aandelenovereenkomst met betrekking tot Top Finish International B.V. i.o.”

In de tekst van de overeenkomst staat onder meer dat [grootaandeelhouder] en [C&D] overeenkomen:

“Top Finish International wordt per 1 maart 2005 opgericht als een Besloten Vennootschap.”

Top Finish International is een bedrijf dat zich bezig houdt met herstel van gevelschade.

2.4. Bij brief van 21 september 2007 hebben “[grootaandeelhouder] alsmede de besloten vennootschap Top-Finish B.V.” aan [C&D] onder meer medegedeeld:

-dat zij zich genoodzaakt zien de samenwerking binnen Top Finish International B.V. i.o. te beëindigen

-dat de (thans te verbreken) rechtsbetrekking tussen partij te kwalificeren is als een vennootschap onder firma.

2.5. Bij brief van 21 november 2007 heeft “[C], directeur Top Finish International” aan haar zakenrelaties onder meer medegedeeld dat Top Finish International is verhuisd en een nieuw bankrekeningnummer heeft, met het verzoek om vanaf die dag de betalingen op het nieuwe bankrekeningnummer te verrichten.

3. Het geschil in conventie

3.1. Top Finish vordert samengevat -

-aan [C&D] Beheer c.s. te gelasten om het gebruik van de handelsnaam Top Finish en/ of Top Finish International te staken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

-rectificatie door [C&D] Beheer c.s. van de sub r.o. 2.4 genoemde brief, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Eisers 2 tot en met 5 vorderen - samengevat - restitutie door [C&D] Beheer c.s. van een aantal onververschuldigde betalingen.

3.2. [C&D] Beheer c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [C&D] Beheer c.s. vorderen samengevat -

-om Top Finish te gelasten om het gebruik van de handelsnaam Top Finish te staken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

-om Top Finish te gelasten om medewerking te verlenen aan het doen van betalingen aan de zaakscrediteuren van Top Finish International B.V. i.o., op straffe van verbeurte van een dwangsom.

4.2. Top Finish c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie en reconventie

5.1. Ter zitting hebben partijen een gedeeltelijke schikking bereikt, die is vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting. Vanwege het treffen van de schikking hebben partijen over en weer deels hun vordering ingetrokken, namelijk terzake van het verlenen van medewerking aan betalingen en het restitueren van onverschuldigde betalingen. De eisvermeerdering in reconventie is vanwege de bereikte schikking eveneens ingetrokken, zodat ook deze geen bespreking meer behoeft.

5.2. Eiseressen in conventie 2 tot en met 5 hebben mitsdien geen vordering meer. Beslist moet nog worden op de vraag, tussen Top Finish enerzijds en [C&D] Beheer c.s. anderzijds, wie gerechtigd is om de handelsnaam Top Finish respectievelijk Top Finish International te voeren. Tevens is de door Top Finish gevorderde rectificatie nog in geding.

de handelsnaam

5.3. Ingevolge art. 5 Handelsnaamwet is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

5.4. Beide partijen leggen aan hun vordering ten grondslag dat sprake is van verwarringsgevaar doordat de andere partij de handelsnaam Top Finish respectievelijk Top Finish International voert. Het verwarringsgevaar staat mitsdien vast. Het gevaar heeft zich al verwezenlijkt, nu de eisers 2 tot en met 5 in conventie deze procedure hebben geëntameerd omdat zij betalingen hebben gedaan aan Top Finish International voor schulden aan Top Finish.

5.5. Toen de desbetreffende partijen de zakelijke samenwerking aangingen, waren zij het er kennelijk over eens dat hun onderneming de handelsnaam Top Finish International zou gaan voeren. Deze partijen zijn, volgens de tekst van de overeenkomst, enerzijds [grootaandeelhouder], die toen zelf al een besloten vennootschap met de naam Top Finish bezat, en anderzijds [C&D]. Thans, na de gerezen animositeit, betwisten zij elkaar het recht om de naam Top Finish respectievelijk Top Finish International te voeren.

5.6. Alvorens de vraag wordt beantwoord wie, na verbreking van de zakelijke samenwerking, gerechtigd is tot het voeren van de handelsnaam, dient deze samenwerking juridisch gekwalificeerd te worden.

5.7. Top Finish International B.V. i.o. is een vennootschap onder firma (Vof). Tussen partijen staat immers vast dat het overeengekomen voornemen om een besloten vennootschap op te richten tot op heden niet zijn beslag heeft gekregen. Kennelijk is beoogd om duurzaam samen te werken teneinde een gemeenschappelijk vermogensrechtelijk voordeel te behalen, waartoe partijen in ieder geval geld en/ of arbeid in gemeenschap hebben gebracht, zulks tot uitoefening van een bedrijf onder de gemeenschappelijke naam “Top Finish International (B.V. i.o).”

5.8. Top Finish heeft de samenwerking opgezegd. De opzegging doet de Vof, die een afgescheiden vermogen heeft, ontbinden. De ontbonden Vof zal vereffend moeten worden. Op deze vereffening zijn de bepalingen omtrent de bijzondere gemeenschap (Boek 3 titel 7 BW) toepasselijk. Van de onderhavige gemeenschap maakt deel uit het recht om de handelsnaam te voeren. Aan wie van de deelgenoten in de gemeenschap dit recht zal worden toebedeeld in een eventuele bodemprocedure tot vaststelling van de verdeling van de gemeenschap, valt in kort geding niet te beoordelen.

5.9. Het is niettemin geboden dat thans een ordemaatregel wordt getroffen, gelet op het evidente verwarringsgevaar.

5.10. Het komt de voorzieningenrechter het meest waarschijnlijk voor dat in een eventuele bodemprocedure tot vaststelling van de verdeling van de gemeenschap de handelsnaam Top Finish International (B.V. i.o.) zal worden toebedeeld aan Top Finish. Dit op grond van de navolgende overwegingen:

-([grootaandeelhouder] van) Top Finish is degene is geweest die de know how -zijnde een innovatieve vorm van herstel van gevelschade- heeft ingebracht in de Vof,

-de inbreng van [C&D] Beheer c.s. ligt meer op het financiële en commerciële vlak, met bezoek aan beurzen, opstellen van brochures, werven van klanten en het voeren van administratie,

- het uitvoerend personeel blijkt na de gerezen animositeit (nagenoeg) geheel de zijde van [grootaandeelhouder]/ Top Finish te hebben gekozen. De kansen op commercieel succes van Top Finish moeten dan ook hoger worden aangeslagen dan die van [C&D] Beheer c.s.

- de naam Top Finish werd reeds gevoerd door de gelijknamige besloten vennootschap van [grootaandeelhouder] op het moment dat de zakelijke samenwerking onder de naam Top Finish International werd aangegaan in 2005. Top Finish bestond toen al enige jaren. De stelling van [C&D] Beheer c.s. dat Top Finish tot op dat moment in het handelsverkeer geen enkel gebruik heeft gemaakt van deze handelsnaam is weinig aannemelijk, alleen al omdat de naam “Top Finish” is ingebracht in het samenwerkingsverband (in combinatie met het woord “International”) . Top Finish blijkt in ieder geval eigen briefpapier te bezitten van voor het samenwerkingsverband, met daarop haar logo en haar (afwijkende) adres aan het Weeshuisplein 16 in Dordrecht.

5.11. Daarom zal de vordering van Top Finish inzake de handelsnaam worden toegewezen en die van [C&D] Beheer c.s. worden afgewezen. De vraag of [C&D] Beheer c.s. een vergoeding toekomt omdat Top Finish overbedeeld wordt door verkrijging van de handelsnaam ligt hier niet voor.

5.12. Er bestaat, anders dan [C&D] Beheer c.s. aanvoeren, voldoende aanleiding om ook [C&D] (in privé) te veroordelen, nu de naam van [C&D] (in privé) als zodanig is vermeld als partij onder de sub r.o. 2.3 genoemde samenwerkingsovereenkomst.

5.13. De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd op na te melden wijze.

de rectificatie

5.14. De vordering tot rectificatie zal worden afgewezen. Met de getroffen schikking hebben partijen voorzien in een regeling ter zake van betalingen die nog gedaan moesten worden of althans gecorrigeerd moesten worden. Voor de toekomst is niet aannemelijk dat nog verwarring zal ontstaan, gelet op het oordeel inzake de handelsnaam. Aangenomen mag worden dat [C&D] Beheer c.s. en Top Finish hun zakenrelaties op de hoogte zullen stellen van onderhavig oordeel inzake de handelsnaam. Met die berichtgeving kan de nodige helderheid verschaft worden, zodat onvoldoende aanleiding bestaat om een aparte rectificatie te gelasten.

5.15. [C&D] Beheer c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie en reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Top Finish worden in reconventie op nihil begroot, nu beide partijen in wezen hetzelfde vorderen, en in conventie op:

- dagvaarding EUR 71,80

- vast recht EUR 251,00

- salaris procureur EUR 816,00 (standaard kort gedingtarief)

Totaal EUR 1.138,80

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1. veroordeelt [C] Beheer B.V. en [D] hoofdelijk het gebruik van de handelsnaam Top Finish en/ of Top Finish International en/ of handelsnamen waarin de naam Top Finish voorkomt, te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 1.000,- per dag met een maximum van € 300.000;

6.2. veroordeelt [C] Beheer B.V. en [D] in een vergoeding van de door Top Finish c.s. gemaakte proceskosten in conventie, tot op heden begroot op € 1.138,80;

6.3. verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2008.?