Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BC4433

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
07-02-2008
Datum publicatie
15-02-2008
Zaaknummer
176397 CV EXPL 06-1350
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zeer uitgebreide deskundigenrapportages geven toch nog onvoldoende inzicht in de oorzaak van de schade. Aanvullende bewijsopdracht onvermijdelijk. Algemene Voorwaarden wegens strijd met redelijkheid en billijkheid ter zijde gesteld, nu vernietiging niet mogelijk is omdat gedaagde een Spaans bedrijf is.; 6:247 lid 2 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 176397 CV EXPL 06-1350

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 7 februari 2008

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Trifleet Leasing

(The Netherlands) B.V.,

gevestigd te Dordrecht

eiseres, tevens gedaagde in reconventie

gemachtigde mr. F. van Hees

tegen:

de rechtspersoon naar Spaans recht Mardivia S.L.,

gevestigd te Barcelona, Spanje,

gedaagde, tevens eiseres in reconventie,

gemachtigde mr. M.A. Oosterveen

verdere verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de navolgende processtukken:

1. vonnis van 25 januari 2007 en de daarin genoemde processtukken;

2. akte benoeming deskundige aan de zijde van Mardivia van 4 januari 2007;

3. akte uitlating benoeming deskundige aan de zijde van Trifleet van 15 februari 2007;

4. akte uitlating benoeming deskundige aan de zijde van Mardivia van 4 januari 2007;

5. vonnis van 8 maart 2007 houdende benoeming van een deskundige;

6. deskundigenbericht van 19 april 2007;

7. akten uitlaten deskundigenrapport van beide partijen;

8. rolbeslissing van 5 juli 2007;

9. aanvullend deskundigenbericht van 10 oktober 2007;

10. de producties.

Partijen worden hierna als Trifleet en Mardivia aangeduid.

Omschrijving van het geschil

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

Trifleet heeft bij overeenkomst van 18 april 2000 aan Mardivia tankcontainers (verder te noemen containers) verhuurd, waaronder twee containers met de serienummers TIFU 121100.1 en TIFU 121101.7 (bouwjaar 1998) welke huurovereenkomst op 23 april 2002 is verlengd.

Naast deze beide containers huurt Mardivia gedurende een aantal jaren ook andere containers bij Trifleet.

In augustus 2003 bleken de twee voornoemde containers bij een inspectie scheuren te vertonen, wat ongebruikelijk is.

Mardivia heeft de containers gebruikt voor het transport van “Polimeric Resin”, (polymeer hars) wat gebruikt wordt door de schoenindustrie, dat verhit in vloeibare vorm in de containers is vervoerd.

De containers zijn aan de buitenkant voorzien van een beschermende laklaag (“anti stress corrosion lacquer”).

Er bestond een huurachterstand terzake van diverse andere containers ten tijde van het constateren van de schade.

De vordering

Trifleet vordert, na wijziging van de eis bij akte en na vermindering van de eis ter comparitie:

a. de betaling van de aan de containers veroorzaakte schade van USD 48.000,--, althans de tegenwaarde van dat bedrag in EUR courant, vermeerderd met de contractuele rente van 15% daarover, te rekenen vanaf 16 februari 2005 tot de dag der algehele voldoening;

b. een bedrag van € 18.620,57 wegens nog verschuldigde huurtermijnen, vermeerderd met de contractuele rente van 15% daarover, te rekenen vanaf 16 februari 2005 tot de dag der algehele voldoening;

c. een bedrag van € 14.624,22 ter zake van buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de contractuele rente van 15% over € 10.523,24 te rekenen vanaf 16 februari 2005 tot de dag der algehele voldoening en over het restant van € 4.100,98 te rekenen vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

d. een bedrag van € 6.315,38 ter zake van overige kosten, vermeerderd met de contractuele rente van 15% daarover, te rekenen vanaf 16 februari 2005 tot de dag der algehele voldoening;

e. de proceskosten.

Trifleet legt aan haar vordering kort samengevat het navolgende ten grondslag:

f. Op de huurovereenkomsten zijn de algemene voorwaarden van Trifleet van toepassing.

g. Mardivia was onder de overeenkomst (art. 4 van de algemene voorwaarden) gehouden de containers zorgvuldig te gebruiken en vrij te houden van het vervoeren van goederen die corrosie of andere schade kunnen veroorzaken.

h. Ingevolge art. 5 en 6 van de Algemene Voorwaarden diende Mardivia de containers goed te onderhouden en er voor zorg te dragen dat de containers in goede en operationele staat bleven.

i. Tot de ingebruikname door Mardivia is in deze containers uitsluitend wijn vervoerd.

j. Mardivia heeft zelf ook in een email van 4 september 2003 aangegeven dat de schade door verhitten tot te hoge temperaturen kan zijn veroorzaakt; “(…) after talk with several technical people it seems that these damages could be produced for high temperatures in the units.”.

k. Een door Trifleet ter zake aangestelde deskundige (Consani Engineering Ltd.) heeft in samenwerking met J. Muller Laboratories Ltd en Schielab B.V. geconcludeerd dat de beide containers aan temperaturen van boven de 150° C zijn blootgesteld, terwijl een maximum temperatuur van 120° C is toegestaan.

l. Volgens deze deskundigen barst de beschermende laklaag bij te hoge verhitting, waardoor onvoldoende bescherming tegen het chloridebestanddeel uit het zeewater wordt geboden.

m. De gevorderde schade van USD 48.000,-- is gelijk aan de verzekerde vervangingswaarde van de containers (USD 24.000,-- per stuk).

n. Zo lang de schade niet is betaald is Mardivia ingevolge art. 6.1 van de algemene voorwaarden gehouden om de huurpenningen door te betalen.

Het verweer

Mardivia heeft tegen de stellingen van Trifleet, kort samengevat het navolgende verweer gevoerd en uitdrukkelijk bewijs van haar stellingen aangeboden.

o. Zij betwist dat in de containers voorafgaand aan het tijdstip van ingebruikname door Mardivia uitsluitend wijn is vervoerd.

p. Overgelegde rapporten van de door tussenkomst van de rechtbank te Barcelona ingeschakelde deskundigen, BOSE en dr. Pere Prats weerspreken de conclusie van de deskundigen van Trifleet, maar bovendien heeft Mardivia geen oververhitting veroorzaakt, zodat die eerder door een ander moet zijn geschied, althans zal Trifleet moeten bewijzen dat Mardivia de oververhitting wel heeft veroorzaakt.

q. De Polimeric Resin wordt bij temperaturen tussen 95 en 105 graden Celsius in de containers geladen en er bij temperaturen tussen 80 en 90 graden Celsius weer uitgehaald, zonder dat de lading tussentijds nog wordt verhit, dat staat ook in de email van 4 september 2003, die door Trifleet volledig uit zijn verband wordt gerukt.

r. Bij een verhitting boven 120 graden Celsius verliest het product trouwens zijn eigenschappen en wordt het onbruikbaar, wat niet is gebeurd, gelet op de overgelegde verklaring van de afnemer van het product Synthesia Espanola S.A..

s. De scheuren zijn ontstaan door corrosie van de basisstructuur van de containers die van buiten naar binnen heeft gewerkt, waarbij de temperatuur in de containers niet ter zake doende is.

t. De oorzaak ligt ofwel in een ernstige constructiefout, ofwel in een gebrek aan luchtstrakheid van de isolerende laag.

u. De deskundige Consani, die op verzoek van Trifleet een rapport heeft opgesteld is ook de producent van de containers en dus niet onafhankelijk.

v. J. Muller Laboratories onderschrijft niet dat een verhitting boven de 120 graden Celsius de oorzaak is.

w. De laklaag zit aan de buitenzijde van de containers en die buitenkant wordt nooit zo warm, omdat de containers nu juist een warmte isolerende werking voor de inhoud moeten hebben.

x. Aan het rapport van Schielab B.V. ligt een onderzoek aan een stuk schuim ten grondslag, terwijl niet vast staat dat dit schuim van één der betrokken containers afkomstig is.

y. Trifleet heeft in dit geval ondeugdelijke containers aan Mardivia verhuurd.

z. Een soortgelijke container, waarmee ook hetzelfde product is vervoerd, blijkt, na onderzoek in opdracht van Mardivia, geen schade te vertonen

aa. De overeenkomsten met de algemene voorwaarden zijn weliswaar door Mardivia gesloten, maar zij heeft, ook in het verleden niet, ooit een exemplaar van die voorwaarden ontvangen. Aangezien nu blijkt dat het geen standaardvoorwaarden maar veel uitvoeriger voorwaarden betreft en Trifleet in het verleden altijd zeer coulant is geweest en toen in soortgelijke gevallen nooit de algemene voorwaarden heeft toegepast, was Mardivia, als zij geweten had wat er in de algemene voorwaarden stond, nooit met die algemene voorwaarden accoord gegaan.

bb. Op grond van die gedragingen uit het verleden mag Mardivia op grond van redelijkheid en billijkheid een zelfde houding van Trifleet in het heden verwachten.

cc. De oorzaak van de gewijzigde opvatting van Trifleet m.b.t. de algemene voorwaarden is waarschijnlijk ingegeven door het faillissement van Consani, die nu niet meer op de ondeugdelijkheid van de beide containers kan worden aangesproken.

dd. Indien de algemene voorwaarden wel van toepassing worden verklaard, is een aantal artikelen daarvan onredelijk bezwarend en daarom nietig, althans zijn deze voorwaarden in strijd met de redelijkheid en billijkheid en behoren zij vernietigd te worden.

ee. Trifleet is tegen schade verzekerd en had in het verleden een eigen risico van € 500,00 per schade en zij heeft dus nagenoeg geen schade, althans had zij zich ook in dit geval moeten verzekeren.

ff. Mardivia heeft ten onrechte de huur doorbetaald voor containers die defect waren.

gg. Aangezien Mardivia van Trifleet niet alleen de defecte, maar ook de overige gehuurde containers moest inleveren en vervangende containers moeilijk te verkrijgen waren, heeft Mardivia schade geleden.

hh. Het bedrag van € 18.620,57, zoals door Trifleet aan achterstallige huur gevorderd is juist, maar de betaling ervan is opgeschort en er dient verrekening plaats te vinden met het schadebedrag dat Trifleet aan Mardivia verschuldigd is.

ii. Het door Trifleet gevorderde bedrag van € 6.315,38 ter zake van overige kosten, wordt op geen enkele wijze gespecificeerd en is ook niet verschuldigd.

reconventie

Mardivia vordert in reconventie:

jj. De door haar gemaakte kosten ter zake van deskundigen, de opslagkosten van containers, alsmede advocaatkosten m.b.t. de door haar in het kader van dit geschil geëntameerde voorlopige deskundigenberichten via de rechtbank in Barcelona, voor in totaal € 15.452,57.

kk. De gedurende vier maanden (augustus t/m november 2003) betaalde huurpenningen voor de defecte containers voor een totaalbedrag van € 3168,00.

verweer in reconventie

Trifleet heeft in reconventie verweer gevoerd, welk verweer in overwegende mate op het verweer in conventie ingaat, hetgeen overigens gelet op de verwevenheid van de feiten begrijpelijk is. In de beoordeling zal daar waar nodig dit verweer worden meebetrokken.

Deskundigenbericht

Bij vonnis van 8 maart 2007 heeft de kantonrechter op verzoek van partijen een deskundige benoemd, te weten de heer Ing. C.D.M. Touw van Maintec Expertise B.V. te Rotterdam.

Aan de deskundige zijn de navolgende vragen voorgelegd:

- Is er schade aan de containers en wat voor soort schade is dat?

- Kan de achterliggende oorzaak bepaald worden en met welke mate van zekerheid kan die oorzaak worden vastgesteld?

- Zo ja, waardoor is de schade dan technisch gezien veroorzaakt?

- Is er sprake geweest van corrosie en/of van oververhitting?

- Wat is de mening van de deskundige ten aanzien van eerdere rapportages en de daarin opgenomen conclusies?

Voorts is aan de deskundige overgelaten of hij het in belang van het onderzoek nodig vindt om de vraagstelling aan te passen of uit te breiden.

Het deskundigenbericht van 19 april 2007 en de reacties van partijen daarop bij akte, maakten het noodzakelijk dat de deskundige zich nader zou uitlaten, Dit is geschied bij een aanvullend deskundigenbericht gedateerd 10 oktober 2007.

Beoordeling

Nederlands recht is te dezen van toepassing en de rechtbank te Dordrecht is de bevoegde rechter, gelijk partijen ook al van oordeel zijn.

De conventie en de reconventie zullen, gelet op hun onderlinge samenhang, gezamenlijk worden behandeld.

Nagegaan moet worden of de algemene voorwaarden van Trifleet op de huurovereenkomsten van toepassing zijn.

Mardivia heeft zelf al aangegeven dat zij meende te mogen veronderstellen dat het hier om gebruikelijke standaardvoorwaarden ging en dat zij daar gedurende een reeks jaren van is uitgegaan. Wat Mardivia te dezen precies met standaardvoorwaarden bedoelt is niet geheel duidelijk, maar zij zal vermoedelijk het oog hebben op bepalingen die in de meeste algemene voorwaarden voorkomen, zonder dat die direct in het oog springend onredelijk bezwarend of in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn.

Door gedurende een aantal jaren aan te nemen en te aanvaarden dat het zulke standaardvoorwaarden heeft betroffen en Trifleet in die waan te laten, zonder zelf een onderzoek naar het door haar thans gestelde tegendeel te doen, staat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden te dezen vast. Daaraan doet niet af dat Trifleet zich klaarblijkelijk in het verleden met betrekking tot die toepassing soepeler heeft gedragen. Of de algemene voorwaarden inderdaad, zoals Mardivia heeft betoogd, onredelijk bezwarend of in strijd met de redelijkheid en billijkheid moeten worden beschouwd zal dienen te worden onderzocht, maar dan slechts ter zake van die bepalingen die in het licht van dit vonnis of later vonnissen bespreking behoeven.

De deskundige heeft blijkens zijn rapport van 19 april 2007 het navolgende geconstateerd:

I. Beide tanks laten ernstige scheurvorming zien die is veroorzaakt door (spannings)corrosie van de tankwand, die van buiten af op de tankwand heeft plaats gevonden.

II. De achterliggende oorzaak kan na verder onderzoek met redelijke mate van zekerheid worden vastgesteld.

III. De onderhavige tanks zijn zeer gevoelig voor spanningscorrosie, die in toom wordt gehouden door de Anti Stress Corrosie laklaag.

IV. Indien deze laklaag op foutieve wijze of van onvoldoende dikte is aangebracht of zelfs mogelijk geheel ontbreekt of op enigerlei wijze wordt beschadigd, heeft spanningscorrosie vrij spel.

V. De maximum ontwerptemperatuur van de containers is volgens de specificaties van de tanks 120 graden Celsius. Niet bekend is of die gegevens aan Mardivia zijn overhandigd.

VI. Een gedetailleerd reisschema van de containers, waarin de reisdata, de vervoerde ladingen soort, hoeveelheid of gewichten zijn aangegeven, ontbreekt.

VII. De rapportages van Consani, J. Muller Laboratories Ltd en Schielab B.V. stemmen niet met elkaar overeen.

VIII. De rapporten van BOSE en Pere Prats zijn zeer gedegen en goed onderbouwd, maar een juiste omschrijving en de toedracht van het incident en een juiste omschrijving van de omstandigheden ontbreken.

IX. In die onder VIII genoemde rapporten worden de scheuren en afwijkingen in de materialen omschreven op een wijze die geheel overeenkomt met de visuele waarnemingen van hemzelf (Ing. Touw).

X. Het rapport van BOSE geeft aan dat er verschillende maatregelen kunnen worden genomen om corrosieve inwerking op de materialen te voorkomen, zoals het kiezen van een verf die is aangepast aan de werktemperatuur van de container en het kiezen van materialen die geen schadelijke elementen bevatten voor het materiaal dat beschermd moet worden.

XI. Het is van het in de containers verwerkte PU-schuim en glaswol bekend dat deze negatieve invloeden kunnen hebben op materialen als RVS staal, zoals hier gebruikt en dat daardoor de spanningscorrosie kan toenemen.

XII. Het zijn in het verleden vooral Consani tanks geweest die dergelijke corrosieproblemen kenden.

XIII. Van belang is de samenstelling van de op de container wand aangetroffen Anti Stress Corrosie laklaag; of deze laklaag op de juiste wijze op een voldoende schone ondergrond en met voldoende dikte is aangebracht, alsmede welke lijmsoort bij het aanbrengen van de glaswoldekens is gebruikt.

XIV. Volgens Consani kan de Anti Stress Corrosielaag temperaturen tot 170° Celsius weerstaan en zou de laklaag licht verkleuren; de gevonden verkleuringen zijn veel donkerder.

In zijn aanvullend rapport van 10 oktober 2007 constateert de deskundige nog het volgende:

XV. Uit de specificaties van de beide containers blijkt dat de Anti Stress Corrosie laag door de fabrikant Consani is aangebracht.

XVI. Het is goed mogelijk dat er in het fabricageproces van beide tanks die vermoedelijk, gelet op hun serienummers, diverse bouwstadia tegelijk hebben doorlopen, fouten zijn gemaakt of dat er fouten zijn gemaakt bij het aanbrengen van de conservering op de tanks.

XVII. Uit documenten blijkt dat Mardivia ook gebruik heeft gemaakt van Consani containers uit een andere serie voor vervoer van hetzelfde product, zonder dat de nadelige gevolgen zich daar ook hebben voorgedaan.

XVIII. Volgens Mardivia is niet bekend dat er tijdens de huurperiode hete stoffen in de tanks geladen zijn.

XIX. De aard van de conservering van de twee litigieuze tankcontainers is tot nu toe niet vastgesteld.

XX. Er zijn ook tankbouwers die een dergelijke laklaag niet voorschrijven.

XXI. Het oplossen van de Anti Stress Corrosie laklaag zonder dat er een spoor van achterblijft, is niet waarschijnlijk.

XXII. BOSE heeft als haar mening gegeven dat na het drukken van de “domes” (de bolle voor en achterzijden van de tank) interne plaatspanningen onvoldoende zijn gereduceerd, waardoor er hoge spanningscorrosie in de materialen blijft bestaan.

XXIII. Er zijn in Europa meerdere tanks met hetzelfde probleem gevonden, die alle door Consani in de periode tussen 1995 en 2000 gebouwd zijn.

XXIV. Toch zal de schade veroorzaakt zijn door veel te hoge temperaturen ten opzichte van de toegelaten temperatuur van 120° Celsius.

XXV. Dit zou vooral blijken uit de verkleuring van de schuimisolatie.

XXVI. Waar en wanneer deze oververhitting heeft plaats gevonden is niet vast te stellen door de deskundige.

Al deze bevindingen van de deskundige in onderlinge samenhang bezien, geven onvoldoende uitsluitsel over de oorzaak van de schade. Weliswaar is de eindconclusie van de deskundige dat de oorzaak oververhitting is, maar de overige conclusies dat er fouten in het fabricageproces kunnen zijn gemaakt en dat soortgelijke gebreken zijn ontdekt bij door Consani in de periode 1995-2000 gefabriceerde tankcontainers, geven toch aanzienlijke steun aan hetgeen door Mardivia, mede als gevolg van de onderzoeken van BOSE en Pere Prats, in deze procedure is aangevoerd.

Ook kan uit de rapporten van de deskundige Touw worden opgemaakt dat hij bepaald meer waarde hecht aan de rapportage van BOSE en Pere Prats dan aan de door Trifleet (of wellicht Consani) ingeschakelde deskundigen J. Muller Ltd en Schielab B.V..

De kantonrechter is het met die opvatting eens.

Dit leidt tot de slotsom dat thans onmogelijk kan worden aangenomen dat Mardivia de schade aan de tankcontainers heeft veroorzaakt.

Hierbij wordt nog overwogen dat de stelling van Trifleet dat in de containers, zoals zij stelt, in de gehele gebruiksperioden voorafgaand aan de huurovereenkomst met Mardivia uitsluitend wijn is vervoerd, met de bij dagvaarding overgelegde productie (prod. 3) onvoldoende is onderbouwd.

Aangezien Trifleet bewijs heeft aangeboden zal zij op de voet van art. 150 Rv. moet worden toegelaten tot het bewijs dat de schade aan de containers door Mardivia is veroorzaakt.

Indien Trifleet niet in dat bewijs slaagt, is het voor Trifleet nu al van belang om te weten dat de kantonrechter van oordeel is dat de betreffende artikelen van de toepasselijke algemene voorwaarden, die bij voorbaat alle aansprakelijkheid bij Mardivia leggen, buiten beschouwing zullen worden gelaten, omdat zij in strijd met de redelijkheid en de billijkheid zijn. Dit, aangezien artikel 6:247 lid 2 BW, zoals Trifleet terecht heeft gesteld een vernietiging wegens onredelijk bezwarendheid niet mogelijk maakt, daar Mardivia niet in Nederland gevestigd is.

Immers niet valt in te zien, waarom Mardivia schade aan Trifleet zou moeten vergoeden indien niet komt vast te staan dat zij die schade heeft veroorzaakt. Dit te meer omdat de kans dat Consani fouten bij de productie van de tankcontainers heeft gemaakt zeker niet mag worden uitgesloten. In dit verband is van belang dat andere containers van het merk Consani, die in de periode 1995-2000 zijn gefabriceerd, volgens de deskundige Touw dezelfde gebreken vertonen.

Trifleet zal er derhalve ook rekening mee dienen te houden dat het eventueel door haar geleverde bewijs niet kan verhinderen dat bij de vaststelling van de schade mede in ogenschouw kan worden genomen dat andere factoren, zoals die in de deskundigenrapporten

zijn beschreven de hoogte van die schadevergoeding negatief kunnen beïnvloeden.

Indien Trifleet niet in het aan haar opgedragen bewijs slaagt, zal de reconventionele vordering van Mardivia voor wat betreft de doorbetaalde huurpenningen voor toewijzing gereed liggen, omdat die doorbetalingen dan ook op grond van de redelijkheid en billijkheid niet hadden behoren te geschieden.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

Stelt Trifleet in de gelegenheid om te bewijzen dat de schade aan de beide containers door Mardivia is veroorzaakt.

Verwijst de zaak naar de openbare terechtzitting van 6 maart 2008 teneinde Trifleet in de gelegenheid te stellen bij akte getuigen op te geven c.q. anderszins bewijs te leveren;

Zal geen nader uitstel toestaan;

verzoekt beide partijen hun verhinderdata eveneens uiterlijk op voormelde zitting schriftelijk mede te delen;

In reconventie:

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema, kantonrechter en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2008, in aanwezigheid van de griffier.