Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BC2680

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
58976 / HA ZA 05-2266
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of bewijs van de oorzaak van de brand is geleverd.

Aanbod tot levering van (nader) bewijs door deskundigen gepasseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 58976 / HA ZA 05-2266

Vonnis van 2 januari 2008

in de zaak van

de naamloze vennootschap

[eiseres],

gevestigd te Diemen,

eiseres,

procureur mr. J.A. Visser,

tegen

[gedaagde],

wonende te Westmaas,

gedaagde,

procureur mr. P.C. van Houten.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 september 2005

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 13 december 2005

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 4 april 2006

- akte van [eiseres], met producties,

- antwoordakte van [gedaagde], met productie,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 13 juni 2006,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 7 november 2006,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 18 januari 2007

- de conclusie na getuigenverhoor, met productie,

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor, met producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij voornoemd vonnis is [eiseres] opgedragen te bewijzen dat op 6 maart 2003 brand in het pand aan de Groene Hilledijk 272-280 te Rotterdam is ontstaan doordat [gedaagde] geen meetnippel of deugdelijke stop in de boring aan de inlaatzijde van het gasregelblok heeft geplaatst.

2.2. [eiseres] heeft achtereenvolgens als getuigen doen horen: [getuige1 adz eiseres],

[getuige2 adz eiseres], [getuige3 adz eiseres], [getuige4 adz eiseres], [getuige5 adz eiseres], [getuige6 adz eiseres] en [getuige7 adz eiseres].Voorts heeft [eiseres] bij akte het salvagerapport van VHD - Alarmcentrale Salvage en een tweetal foto’s in het geding gebracht.

2.3. [gedaagde] heeft een brief van Kema Quality B.V. van 31 maart 2006 overgelegd. Voorts heeft hij achtereenvolgens als getuigen doen horen: [getuige1 adz gedaagde], [getuige2 adz gedaagde], [getuige3 adz gedaagde] en zichzelf.

2.4. [eiseres] heeft geconcludeerd dat zij in haar bewijsopdracht is geslaagd. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat nog meer nader onderzoek geïndiceerd zou zijn, heeft zij aangeboden door middel van een onderzoek door een materiaaldeskundige nader bewijs te leveren.

2.5. [gedaagde] heeft geconcludeerd dat [eiseres] niet in haar bewijsopdracht is geslaagd.

2.6. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. Dit oordeel berust op de navolgende overwegingen.

2.6.1. Getuige [getuige1 adz eiseres] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik ben vanaf 1993 werkzaam bij Biesboer Expertise B.V. Dat is een onafhankelijk onderzoeksbureau. Het doet technisch onderzoek naar de toedracht van schadegevallen. Ik houd mij voor 90% bezig met brandschades en voor 10% met andere schadegevallen. Daarvoor ben ik 14 jaar technisch rechercheur bij de politie geweest. Ook toen heb ik ervaring met schade gevallen opgebouwd. Ik hield mij toen voor ongeveer 30% bezig met brandschades.

Voor zover ik mij kan herinneren is de brand op donderdag geweest. Ik ben net na het weekend, ik denk op maandag, gewaarschuwd en toen was ik dinsdag ter plaatse. …

Als eerste heb ik ter plaatse foto’s gemaakt van de situatie zoals ik die aantrof. …

Aan de hand van het verloop van de verbranding, met name aan de hand van de intensheid stel ik de kern van de brand vast. … Mijn onderzoek was erop gericht om zaken rondom de brandhaard systematisch weg te halen en te onderzoeken. Zo stond er een losse radiatorkachel, met olie gevuld, die elektrisch wordt bediend. Ik stelde vast dat de bovenzijde van die kachel iets door straling als gevolg van de brand was aangetast. Voor het overige vertoonde deze kachel geen aantastingen. … Achter en naast de cv-ketel liep elektrische bedrading die ik heb onderzocht. Ik trof daarbij geen bijzonderheden aan in relatie tot de brand. Indien de brand wordt veroorzaakt door een gebrek in de elektrische bedrading dan kan dat worden vastgesteld aan de hand van gesmolten isolatie, waardoor de koperen draad zichtbaar wordt en op een bepaalde manier door de brand is verkleurd. Ook kan fysiek worden vastgesteld dat de bedrading is beschadigd als gevolg van de brand. … Uit mijn onderzoek bleek dat de kern van de brand niet bij de bedrading zat. Behalve de losse radiatorkachel, de bedrading en de cv-kachel heb ik geen andere oorzaken van de brand onderzocht. Ik stelde vast dat er hout onder op de vloer lag. Dat hout was zo goed als niet verbrand. … De conclusie van mijn onderzoek was dat de brand binnen de ommanteling van de ketel was ontstaan. Dit leidde ik af uit de destructie van de ketel en het verloop van de verbranding op en in de ketel. … Gezien de toestand van de ketel en van de platen was voor mij duidelijk dat de oorzaak van de brand in of in de nabijheid van de ketel moest worden gezocht. Andere oorzaken kon ik ter plaatse uitsluiten. …

In dergelijke gevallen adviseren wij onze opdrachtgever om nader onderzoek door Gastec te laten verrichten. Dat is hier ook gebeurd. Ik heb vanuit de locatie met de opdrachtgever gebeld hierover en toen toestemming voor dit nadere onderzoek gekregen. Toen is afgesproken dat de cv-ketel naar Gastec in Apeldoorn zou worden vervoerd. Het demonteren doe ik soms zelf, soms niet zelf. In dit geval heb ik daarover afspraken gemaakt met de projectleider van het schoonmaakbedrijf dat de schade locatie zou opruimen en schoonmaken. Voor het vervoer moesten de leidingen worden losgekoppeld. De ketel en de beplating is naar Gastec afgevoerd. Ter plaatse is met het schoonmaakbedrijf de afspraak gemaakt dat deze de ketel zou onveranderd mogelijk zou laten. Het is een kwestie van vertrouwen dat dit zorgvuldig gebeurt. Wij hebben jarenlange ervaring met de diverse schoonmaakbedrijven, zo ook met deze. …

Ik was er niet bij toen de ketel en de beplating een halve dag later door het schoonmaakbedrijf is losgekoppeld. De ketel en de platen zijn in een busje van het schoonmaakbedrijf naar Gastec gebracht. Met het transport heb ik verder geen bemoeienis gehad. …

Het tijdsverloop tussen de reparatie door [gedaagde], zijn controle van de installatie en uiteindelijk de brand verandert niets aan mijn conclusie.

Ik heb niet gezocht naar de stop die volgens Gastec ontbrak. …

Het feit dat de kachel het op enig moment weer deed volgens mevr. [getuige4 adz eiseres], maakte mijn conclusie niet anders. Dit sluit mijn conclusie over de oorzaak van de brand niet uit. De kachel staat bij ons in het magazijn. Het regelblok staat bij Gastec. …

Als de brand buiten de cv-ketel zou zijn ontstaan, dan schermen de platen de cv-ketel van binnen van de brand af. Dit geeft dan een heel ander beeld van de beschadiging van de platen en van de cv-ketel. … Op foto 19 en 20 kan aan de hand van de toestand van de beplating en van de ketel, die beiden ernstig door brand zijn aangetast, worden vastgesteld dat de brand van binnenuit de ketel is ontstaan ….

Indien men er vanuit gaat dat de werkzaamheden door [gedaagde] op enig moment waren afgerond en de brand enige uren later (3 uur later) is ontdekt, moet de conclusie wel zijn dat het gas niet direct ongehinderd uit de ketel heeft kunnen stromen. Er kunnen andere omstandigheden zijn geweest, die maken dat het gas niet meteen in grote hoeveelheden is vrijgekomen.”

2.6.2. Getuige [getuige2 adz eiseres] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik ben … bijna 30 jaar werkzaam bij het bedrijf dat thans heet Kiwa Gastec. Ik houd mij daar bezig met het keuren van gasinstallaties, het opleiden van mensen en het verrichten van onderzoek, dit alles op het terrein van gas en gasinstallaties. …

Biesboer verzocht ons onderzoek te doen naar de ketel. …Door wie de ketel bij ons is gebracht weet ik niet. Ik heb niet gezien hoe de ketel bij ons is aangevoerd. …

Twee van de vier foto’s die ik hierbij toon geven een overzichtsbeeld van de toestand waarin de ketel bij ons is binnengekomen (u zult deze 4 foto’s aan het proces-verbaal hechten). …

Ik heb geen bijzonderheden vastgesteld wat betreft de wijze van afkoppelen en vervoeren van de ketel. Als eerste heb ik onderzocht of de zaak gasdicht was, door gasdruk te zetten op de gasleiding van het regelblok. Het lukte echter niet om druk te zetten. Vervolgens heb ik onderzocht waarom dat niet lukte. Ik stelde toen vast dat er een open verbinding met de gasleiding was i.v.m. het ontbreken van een stop of een meet nippel. Dit betrof het gat aan de inlaatzijde. In de opening aan de uitlaatzijde zat wel een stop. Het ontbreken van de stop aan de inlaatzijde vond ik vreemd. Bij nadere beschouwing zag ik dat er een vierkante afdruk om de opening zat. Ik heb die afdruk niet nader onderzocht, maar mijn conclusie was dat de oorzaak van de brand lag in het ontbreken van een stop of meet nippel en dat er in plaats daarvan een sticker moet hebben gezeten. …

Normaal gesproken is de gasdruk 25 mbar. Dat is relatief weinig, je kunt dat tegenhouden met een vinger. Door de vierkante vorm van de afdruk ben ik tot de conclusie gekomen dat daar een sticker moet hebben gezeten. Ik blijf bij die conclusie ook als u mij voorhoudt het tijdsverloop tussen de door de heer [gedaagde] verrichte reparatie en controle en het uitbreken van de brand. Er kan een sticker over de opening hebben gezeten i.v.m. het tegenhouden van stof. Ook zit er in verband daarmee ook wel een plastic stop in de opening. Dit hangt af van de fabrikant. Ik heb in het verleden wel gezien dat er op de opening t.b.v. de gasleiding een sticker zat. Ik weet niet of deze fabrikant blokken aflevert met een sticker. Dit blok is relatief oud en dus wat dat betreft niet vergelijkbaar met gasblokken die thans worden gebruikt. Een dergelijke sticker kan een gasstroom van 25 mbar gedurende enige tijd tegenhouden. Dit is zelfs denkbaar in de tijdsspanne tussen kwart voor 11 (de reparatie door de heer [gedaagde]) en 3 uur (het tijdstip waarop de brand is ontdekt). Wat voor sticker dat zal zijn geweest weet ik niet. Ik gis een aluminiumachtige sticker. …

Een andere oorzaak van de brand is volgens mij niet denkbaar. Als de stop aanwezig zou zijn geweest, dan was hij niet verdwenen door of in de brand. Als de stop na de brand zou zijn verdwenen of verwijderd, dan zou ook aan die zijde de schroefdraad gaaf zijn geweest. Aan één kant, waar geen stop zat, is de schroefdraad echter aangetast, zoals ook valt te zien op de twee andere foto’s die ik u toon. Mijn conclusie is dat de ontbrekende stop er tijdens de brand niet heeft gezeten. …

Ook als er wel een stop in de opening zou hebben gezeten, maar die niet goed zou zijn aangedraaid, had deze de gasstroom enige tijd kunnen tegenhouden, net zoals bij de sticker. …

De foto’s van Biesboer (1 t/m 20) ken ik niet. Nu ik die foto’s bekijk stel ik vast dat ik daarop niet kan zien of het blok in die toestand bij ons is gekomen. …

Het feit dat de verwarming het na de reparatie door de heer [gedaagde] enige tijd heeft gedaan leidt niet tot een andere conclusie over de oorzaak van de brand. …

Een stalen of gietijzeren stop verdwijnt niet in het vuur. …

De ketel bevindt zich bij Biesboer. Het gasblok hebben wij nog in ons bezit. …”

2.6.3. Getuige [getuige3 adv eiseres] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Wij woonden en wonen nog steeds in de woning aan de Groene Hilledijk 280b. …

Op donderdagmorgen, 6 maart, kwam onze huisbaas [getuige3 adz gedaagde] bij mij melden dat de ketel was gerepareerd. Ik werk in een winkel daarnaast en ben toen naar huis gegaan. Ik ben in het stookhok geweest en heb toen vastgesteld dat de ketel het weer deed. Ik hoorde dat in ieder geval. Hoe laat dit is geweest, weet ik niet meer. Ik heb toen geconstateerd dat het niet lekker rook in het stookhok. …

De stank … had ik niet eerder geconstateerd. Ik kwam echter niet vaak in het stookhok. Het was een warme vieze gassige lucht. … Ik stelde vast dat de ketel hard brulde. Ik dacht dat dat was omdat de ketel hard aan het werk was. Nadien heb ik de heer [gedaagde] een keer gesproken. Dat was op 12 maart. Hij wilde iets doormeten. … Ik … ben naar de heer [getuige3 adz gedaagde] gegaan om te vragen of ik dit moest toestaan. Hij vond dat de heer [gedaagde] een kijkje mocht nemen. De heer [gedaagde] is toen naar binnen geweest. … Ik ben toen naar boven gegaan waar twee mensen van Dolmans bezig waren. Ik heb toen gezegd dat zij [gedaagde] in de gaten moesten houden, dat zij hem niet alleen mochten laten. Dat hebben zij gedaan. … De heer [gedaagde] stopte iets in zijn zak. Dat heb ik gehoord van de mensen van Dolmans. Zij hebben dat toen teruggevraagd. Het betrof een onderdeel van de ketel. Ik heb toen de heer [getuige5 adz eiseres] gebeld die onze verzekeringen regelde, om te vragen wat ik moest doen. Hij heeft toen geregeld dat de ketel werd weggehaald, een of enkele dagen later. Daarna ben ik wederom naar de heer [getuige3 adz gedaagde] gegaan. De heer [gedaagde] had intussen al met hem gesproken en wilde hem iets laten zien. Ik heb het bewuste onderdeel alleen maar gezien. Het werd mij getoond door de mensen van Dolmans. Van de heer [getuige5 adz eiseres] moest dit onderdeel samen met de ketel worden afgevoerd. Het onderdeel was klein en van metaal. …

De elektrische olieradiator die op zolder stond, was niet van ons. Wij gebruikten het ding niet. Hij was helemaal niet in gebruik en stond daar alleen maar. …”

2.6.4. Getuige [getuige5 adz eiseres] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“In opdracht van Voogd en Voogd Verzekeringen heb ik de schade aan de inboedel van [getuigen 3+4 adz eiseres] vastgesteld. Via Voogd en Voogd hadden zij een inboedelverzekering afgesloten. Ik ben … 18 jaar in dienst bij Lengkeek als schade-expert. Ik kreeg op 7 maart van Voogd en Voogd opdracht en was diezelfde dag ter plaatse. Ik heb mij toen eerst een indruk van de schade gevormd. Ik ben naar boven geweest en heb vastgesteld dat er brand was geweest. Of er meerdere brandhaarden waren kon ik op dat moment niet vaststellen. Ik ging er vanuit dat er waarschijnlijk één brandhaard was geweest. Dit betekende voor mij dat er een gedekt evenement was en dat ik aan de slag kon. … Ik heb uiteindelijk mijn schaderapport opgesteld. In opdracht van de opstalverzekering is er nader onderzoek naar de schadeoorzaak gedaan. Ik heb daarover overleg gehad met Voogd en Voogd, maar zij zijn niet in dat onderzoek meegegaan. …

Het rapport 152769 van 13 mei 2003 is het definitieve rapport voor opstalverzekeraar [eiseres]. Dit is opgesteld door mijn collega [getuige7 adz eiseres]. Het rapport 1527766, dat als datum draagt 15 mei 2003, betreft de schade aan de inboedel van [getuigen 3+4 adz eiseres]. In dit rapport is op blad 2 onderaan een passage opgenomen waarin staat dat ik geen uitspraken kon doen over de oorzaak van de schade. Bij de toenmalige stand van zaken kon ik daarover geen uitspraak doen en kon ik dat ook niet zelf onderzoeken. …

[getuige3 adz eiseres] heeft mij op enig moment overstuur gebeld een paar dagen nadat ik voor het eerst ter plaatse was geweest. Zij zei toen dat de heer [getuige3 adz gedaagde] en de heer [gedaagde] de CV-installatie wilden bekijken. Zij wilde dat niet. In overleg met mijn collega [getuige7 adz eiseres] is de ketel in verband met verder onderzoek veilig gesteld. De ketel is verwijderd en elders opgeslagen. Dit is gebeurd door het schoonmaakbedrijf Dolmans. Ik ben daar zelf niet bij betrokken geweest. Mijn collega [getuige7 adz eiseres] zal dat hebben begeleid. …”

2.6.5. Getuige [getuige6 adz eiseres] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik ben werkzaam bij Crawford & Company als onafhankelijk schade-expert. … Naast mijn werk als schade-expert ben ik salvage-coördinator bij de stichting Salvage. Dat is een stichting die door de Stichting Nederlandse Verzekeraars in het leven is geroepen met het doel bij brandcalamiteiten snel iemand ter plaatse te hebben. …

Voor zover ik mij herinner was ik in dit geval binnen een uur ter plaatse. Ik zag dat er een brand had gewoed op de bovenste verdieping van het pand op zolder. … Er was sprake van bluswaterschade. … Ik sprak toen met de gedupeerden, de bewoners van de bovenwoning. Ik adviseerde hen niet in de woning te blijven omdat die waarschijnlijk onbewoonbaar was. Ik heb vervolgens een reconditioneringsbedrijf gebeld, Belfor. Dit is een erkend bedrijf gespecialiseerd in reiniging in geval van water-, rook- en brandschade. Namens de stichting Salvage heb ik opdracht aan Belfor gegeven om bereddende maatregelen te nemen … In dit geval heb ik opdracht gegeven om het dak af te dekken. … Ik stelde vast dat er ernstige schade op zolder was, rondom de CV-ketel. In het kamertje waar de ketel stond, waren verbrande delen in een zogenaamd “V-patroon” vanuit de oorsprong, vanuit de hoek van de CV-ketel kennelijk uitgewaaierd naar de houten delen. Ik vermoedde dat daar de brandhaard was. Volgens mij was er een brandhaard, namelijk in die ruimte. Zoals gebruikelijk deed ik geen nader diepgaand onderzoek naar de oorzaak naar de brand. …. In de tijd dat ik ter plaatse was, heb ik met de twee in mijn rapport vermelde politiemensen gesproken. Zij hebben mij gezegd dat er geen onderzoek door de technische recherche zou worden uitgevoerd. … U toont mij de foto’s bij het rapport van Biesboer. Dat rapport en die foto’s zie ik nu voor het eerst. De foto’s 5, 6, 7 en 9 geven de situatie weer zoals ik die heb aangetroffen. Op foto 16 zie ik dat de situatie ter plaatse is veranderd, in die zin dat er verbrande delen zijn weggehaald. …

Volgens de politie waren er geen sporen van opzet, dus geen vermoedens van brandstichting, en was er daarom geen nader onderzoek door de technische recherche noodzakelijk. …

Ik heb niet specifiek opdracht gegeven of gekregen om de situatie te conserveren. Wel heb ik tegen Belfor gezegd dat zij de situatie rondom de brandhaard ongewijzigd moest laten. …

Op basis van mijn bevindingen ter plaatse ging en ga ik er van uit dat de brandhaard was gelegen in danwel rondom de CV-ketel. Ik had geen aanwijzingen voor andere oorzaken. …”

2.6.6. Getuige [getuige7 adz eiseres] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik werk sinds 1999 als schade-expert bij Lengkeek expertise in Schiedam. Ik ben van oorsprong bouwkundige. In mijn functie neem ik onder meer schades op. … In deze zaak trad ik op voor [eiseres] als opstalverzekeraar. Het rapport dat u mij laat zien (productie 2 bij dagvaarding) is van mijn hand. Wij zijn de ochtend na de brand door [eiseres] gebeld. Ik bij vrijdagmiddag 7 maart naar de plaats van de schade toe gegaan. … Ik heb ter plaatse eerst met de heer [getuige3 adz gedaagde] gesproken. Toen heeft [getuige3 adz eiseres] mij de schade laten zien. … Ik heb de situatie opgenomen met een zaklamp. … Volgens mij was de brand ontstaan in de CV ketel. Dit stelde ik vast aan de hand van het brandbeeld. Er was sprake van inbranding in de ketel en vanuit de ketel was een zogenaamde V-vorm ontstaan. Voor mij waren er voldoende indicaties om te vermoeden dat de schadeoorzaak was gelegen in de CV ketel. Omdat de ruimte was uitgebrand kon ik dit verder niet visueel vaststellen. Wel kon ik vaststellen dat het een oude ketel betrof. Ook had ik begrepen dat kort tevoren een installateur, de heer [gedaagde], een reparatie aan de ketel had uitgevoerd. Het was voor mij moeilijk om andere oorzaken aan te wijzen. Ik heb mijn bevindingen gemeld aan [eiseres] en vervolgens is een onderzoeksbureau Biesboer, ingeschakeld om nader onderzoek te doen naar de oorzaak van de brand. …

Biesboer is door [eiseres] ingeschakeld. … Biesboer is maandagmorgen ingeschakeld. Ik ben toen gebeld door de heer [getuige1 adz eiseres]. Ik heb hem mijn bevindingen meegedeeld. … Een aantal dagen later heb ik opnieuw met de heer [getuige1 adz eiseres] gesproken. Besloten is toen om Gastec in te schakelen. Dit is toen ook besproken met [eiseres]. Ik neem aan dat de ketel is afgekoppeld door een monteur die Biesboer heeft ingeschakeld. Wie dat heeft gedaan, weet ik niet. Het transport naar Gastec is verzorgd door schoonmaakbedrijf Dolmans. Dat had ik zelf aan Dolmans gevraagd. Biesboer heeft instructie gegeven aan Dolmans over het vervoer van de ketel. Die is in folie ingepakt. Ik was daar zelf niet bij. Ik neem aan dat de heer [getuige1 adz eiseres] daarbij aanwezig is geweest. …”

2.6.7. Getuige [getuige1 adz gedaagde] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“… Ik ken de heer [gedaagde] al jaren. Ik was vroeger zijn leraar op de patroonsopleiding installateur. …

Ik was in mijn werkzame leven technisch adviseur bij Eneco. In 1998 ben ik met de VUT gegaan en sinds 2005 ben ik met pensioen.

… In Deventer heb ik de ketel gezien. Die is daar in opslag. Die ketel was incompleet. Zo ontbrak de ommanteling en de elektrische regeling. …

Gasregelblokken worden nimmer met een sticker aangeleverd. De blokken zijn voorzien van pluggen, stoppen of meetnippels. Het kan zijn dat zich om de opening aan de inlaatzijde een vierkante afdruk bevindt. Dit zou het door [gedaagde] gebruikte loctite kunnen zijn of een ander materiaal. Het zou ook best restanten lijm van een sticker zijn geweest. Daarnaar is echter geen onderzoek gedaan. Het zal dan een papieren sticker moeten zijn geweest gelet op het feit dat het blok 20 jaar oud was. Denkbaar is dat een gasstroom wordt tegengehouden door een 20 jaar oude sticker. Ook denkbaar is dat een stop niet goed is aangedraaid en dat er zo gas is gelekt.

Het aluminium van het blok is wel wat vervormd, dat smelt en vervormt als eerste. … Een stop van gietijzer vervormt niet of smelt niet. Het kan wel zwart blakeren. …

Ondenkbaar is verder dat er helemaal geen stop in zou hebben gezeten. Dan zou er zo veel gas zijn ontsnapt dat men dat meteen had geroken. …

Indien een ketel opnieuw wordt opgestart, ruikt men dat wel door de condens. Dat is echter niet de typische gaslucht. Ook is denkbaar dat formaldehyde te ruiken was als gevolg van het niet goed verbranden van het gas. Indien gas langs de sticker zou zijn gelekt en een ander deel van het gas zou zijn verbrand, zou men deze prikkelende lucht onmiddellijk hebben moeten ervaren. …”

2.6.8. Getuige [getuige2 adz gedaagde] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik ken de heer [gedaagde] al meer dan 30 jaar … Incidenteel heb ik hem wel geassisteerd bij de uitvoering van zijn werkzaamheden. Ik ben zelf naar het pand aan de Groene Hilledijk toe gegaan. Ik wilde namelijk gereedschap lenen van de heer [gedaagde]. … Ik was daar ’s middags, hoe laat weet ik niet meer. Ik zag dat de heer [gedaagde] aan het meten was met een plank met een kijkglas erin. Hij lag daar tussen het hout en de kachel. Nadat hij had gemeten, verwijderde de heer [gedaagde] een nippeltje, een soort ventieltje, en vroeg aan mij om een stopje aan te geven. Ik moest eerst met een vloeibare pakking, loctite, insmeren. … Wat de heer [gedaagde] vroeg begreep ik … wel. Ik heb een stopje met loctite ingesmeerd en het aan de heer [gedaagde] gegeven. … De heer [gedaagde] was bezig aan de linkerkant van de kachel bij het regelblok. Nadat ik het stopje had aangegeven heb ik gezien dat de heer [gedaagde] dit in het blok heeft gedaan. Hij draaide dit toen met een bahco aan. Ik stond op ongeveer een meter afstand te kijken. Ik heb vervolgens gezien hoe de heer [gedaagde] een controle uitvoerde met sop met het oog op eventuele lekkages. ….

De stop die ik heb aangegeven is een metalen staafje met een schroefdraad en een vierkant kopje. Voor zover ik mij herinner heeft de heer [gedaagde] dit stopje aangebracht aan de voorkant van het blok, ik dacht de inlaatzijde. Daar had hij ook de druk gemeten. …”

2.6.9. Getuige [getuige3 adz gedaagde] heeft – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik ben eigenaar van het pand aan de Groenehilledijk 272-280 in Rotterdam. …

Ik ben in 1982 in het pand komen wonen. De heer [gedaagde] heeft toen een nieuwe cv-installatie geplaatst.

Kort voor de brand kwam de bewoonster van de woning zeggen dat de verwarming niet functioneerde. Omdat mij bij het aanbrengen van de cv-ketel was gezegd dat het een product met lange levensduur zou zijn heb ik de heer [gedaagde] gebeld en gevraagd om te komen kijken. Hij zei toen dat een bepaald onderdeel van de ketel niet functioneerde. … Hij heeft toen iets uit de ketel gehaald en meegenomen. Hij zou kijken of hij dit onderdeel nog thuis had of dat dit nog zou kunnen worden geleverd. De dag erna of wellicht 2 dagen later was de ketel weer in orde. … Rond koffietijd, zo rond half elf/ elf uur kwam de heer [gedaagde] in de winkel. Hij zei mij dat de ketel weer werkte. … Ik ben toen naar [getuige3 adz eiseres] gegaan en heb haar meegedeeld dat de ketel het weer deed …. Ik ben toen boven gaan kijken of de ketel het inderdaad weer deed en of er geen rommel door de heer [gedaagde] was achtergelaten. Ik heb toen gezien dat de ketel weer werkte. Ik heb de brander zien branden. De mantel zat weer goed om de ketel heen. …. Verder zijn mij geen bijzonderheden op gevallen. …

Ik heb de brand aan de heer [gedaagde] gemeld, ik denk nog diezelfde middag. … Hij is toen diezelfde middag nog ter plaatse geweest. Of hij toen in het pand is geweest, weet ik niet meer.

Later, een paar dagen na de brand, is de heer [gedaagde] in het pand geweest. Hij vroeg mij of hij de ketel mocht zien. Ik gaf hem daarvoor toestemming. [getuige3 adz eiseres] was het daarmee niet eens en was daarom nogal boos. Ik vond echter dat de heer [gedaagde] het recht had om de ketel te gaan bekijken. Ik ben daar zelf niet bij aanwezig geweest. De heer [gedaagde] meldde zich later bij mij af. Hij zei toen dat hij iets had meegenomen. De bewoonster vond dat echter niet goed. Om problemen te voorkomen heb ik hem gezegd het onderdeel terug te brengen. Dat deed de heer [gedaagde]. …

Ik weet nagenoeg zeker dat er in 1982 nieuwe elektrische leidingen, althans nieuwe bedradingen zijn aangebracht. Met de elektriciteit heb ik nooit problemen gehad. Het is juist dat er in het cv-hok een losse radiator stond. Die was van mijn ouders en gebruikten zij voor de caravan. Die radiator was niet aangesloten. …

Nadat de reparatie aan de ketel door de heer [gedaagde] was afgerond is mij niets bijzonders rondom de ketel opgevallen. Ik heb toen geen vreemde lucht geroken. …”

2.6.10. [gedaagde] heeft als getuige – voor zover hier van belang – verklaard:

“Ik ben eigenlijk mijn hele leven al loodgieter en elektricien …

Ik ben op enig moment gebeld door de heer [getuige3 adz gedaagde] met de mededeling dat de ketel weigerde. Ik ben toen ’s middags naar het pand toe gegaan. Ik stelde vast dat de spoel van de thermokoppel, dit is een onderdeel van het blok, niet werkte. Ik heb toen het blok met de thermokoppel en de twee bijbehorende koppelingen verwijderd en meegenomen. In mijn werkplaats had ik nog een blok van hetzelfde merk en hetzelfde type. … Dit blok was zo’n 20 tot 22 jaar oud en ongebruikt. Ik heb thuis in de werkplaats de thermokoppel en de 2 koppelingen van het oude blok overgezet op het nieuwe blok. De dag erna heb ik dat weer in de ketel geplaatst. Ik ben toen ’s morgens gekomen, misschien om ca. half negen. Ik ben toen wel een paar uur bezig geweest. Anderhalf uur voor het plaatsen van het blok en de rest van de tijd voor het uitvoeren van controles. De aluminium pluggen die standaard door de fabriek worden geleverd, heb ik, zoals ik altijd deed, verwijderd. Ik vind deze pluggen niet sterk genoeg. Deze kunnen snel vervormen. Ik heb altijd eigen gietijzeren pluggen bij me. Ook in dit geval heb ik gietijzeren pluggen gebruikt. … [getuige2 adz gedaagde] kwam halverwege ter plaatse, toen ik de voordruk had gemeten. Hij wilde gereedschap van mij lenen … Omdat het nogal een rommel was in het hok en ik op en tussen het hout lag, heb ik [getuige2 adz gedaagde] gevraagd om mij te helpen. … Ik had een kist bij mij vol onderdelen. Ik denk dat ik daar uit de plug heb gepakt voor de inlaatzijde. Ik heb toen [getuige2 adz gedaagde] gevraagd om deze plug in te smeren met Loctite. … Ik heb toen de aldus ingesmeerde plug van [getuige2 adz gedaagde] aangepakt en in de inlaatzijde gedaan. Ik heb de plug eerst met de hand en vervolgens met een bahco aangedraaid, tot hij goed vast zat. Ik doe dat altijd eerst aan de inlaatzijde. Vervolgens is hetzelfde gedaan aan de uitlaatzijde. Daar heb ik overigens zelf de plug gepakt en ingesmeerd. Ik heb vervolgens de kachel aangestoken en de branders afgesteld. Ik zag dat de kachel brandde. Vervolgens ben ik met lekspray gaan testen, ik denk tot ongeveer half 12 of 12 uur. …

Ook als ik zie wat de experts hier over zeggen, over het ontbreken van de stop, blijf ik er bij dat ik de stop aan de inlaatzijde goed heb aangebracht. Als de plug zou ontbreken, kan de kachel niet worden aangestoken. Je zou het gas horen ontsnappen en je zou ook gas ruiken. De afdruk waarover wordt gesproken was helemaal niet zo’n mooi vierkant. Indien de plug niet goed zou zijn aangedraaid, had ik dat moeten zien bij het testen met lekspray. Ik heb bij de importeur in Duitsland geïnformeerd ter plaatse. Men heeft mij daar meegedeeld dat er op geen enkel moment blokken zijn afgeleverd waarop openingen met stickers zijn afgedicht. De blokken werden en worden afgeleverd met fabriekspluggen.

Ik hoorde ’s middags van de brand. Ik ben toen even boven in het pand geweest, maar werd eigenlijk teruggestuurd. …

Zo’n 2 tot 3 dagen later ben ik weer in het pand geweest. Er waren toen 2 mannen bezig met opruimen. Ik zag toen dat de thermokoppel los geschroefd op de grond lag en dat de minimaal thermostaat ook los op de grond lag. Dat vond ik erg vreemd. Ik heb beide onderdelen toen meegenomen om te laten zien aan de heer [getuige3 adz gedaagde]. Hij vroeg mij om deze onderdelen terug te leggen en dat heb ik toen gedaan. …

In het vervangende blok zaten nog de originele aluminium pluggen. Ik haal deze aluminium pluggen eruit en doe er een meetnippel in om de voordruk te meten. Die meetnippel wordt daarna verwijderd en dan plaats ik de gietijzeren plug waarover ik eerder sprak. …

Ik heb zelf, denk ik de plug voor de inlaatzijde uit de bak, die naast mij stond, gepakt en [getuige2 adz gedaagde] gevraagd om deze in te vetten. … De bak zit vol met gereedschap en ook wat onderdelen, waaronder ijzeren pluggen en doppen. [getuige2 adz gedaagde] wist heel goed welke plug hij zou moeten pakken en aangeven indien ik de plug niet zelf zou hebben gepakt.

Indien de plug in de inlaatzijde zat en deze goed was aangedraaid, kan hij er bij het vervoer van het blok niet zijn uitgevallen. Indien de thermokoppel los zit, kan de kachel niet branden. Er is dan geen stroom en er komt ook geen gas vrij. …”

2.6.11. De verklaring van getuige [getuige4 adz eiseres] voegt aan voormelde verklaringen niets toe en kan derhalve verder onbesproken blijven.

2.6.12. Op grond van de verklaringen van de getuigen [getuige1 adz eiseres], [getuige3 adz eiseres] en [getuige3 adz gedaagde] kunnen de op de zolderverdieping aanwezige elektrische radiatorkachel en het aldaar opgeslagen hout als mogelijke oorzaak van de brand worden uitgesloten. De in de verklaring van getuigen [getuige1 adz eiseres] en [getuige7 adz eiseres] gerelateerde bevindingen, de door hen gerelateerde aantasting van de ketel en de beplating in het bijzonder, bezien in samenhang met de door [getuige1 adz eiseres] genomen foto’s, kunnen hun conclusie dat de brand in de cv-ketel is ontstaan dragen. Het tijdsverloop tussen het blussen van de brand en het onderzoek van deze getuigen maakt dat niet anders. Er zijn immers geen aanwijzingen dat vorenbedoelde bevindingen anders zouden zijn geweest indien [getuige7 adz eiseres] en [getuige1 adz eiseres] hun onderzoeken direct na de brand zou hebben verricht. Voorts heeft [gedaagde] geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de vorenbedoelde bevindingen de conclusie van [getuige7 adz eiseres] en [getuige1 adz eiseres] niet zou kunnen dragen. Het verweer van [gedaagde] dat de mogelijkheid van een elektrische brandoorzaak onvoldoende is onderzocht, faalt derhalve voor zover het ziet op een oorzaak buiten de cv-ketel. De precieze oorzaak van het ontstaan van de brand in de cv-ketel heeft [getuige1 adz eiseres] open gelaten.

2.6.13. Uit het vorenstaande volgt dat een nader onderzoek naar de cv-ketel noodzakelijk was. Het betoog van [gedaagde] dat dit onderzoek ter plaatse had moeten worden verricht, wordt verworpen. [eiseres] is immers vrij in de wijze waarop zij het door haar te leveren bewijs vergaart. Het stond [eiseres] derhalve vrij om dat onderzoek door Gastec te Apeldoorn te laten uitvoeren en daartoe de cv-ketel te laten afvoeren naar Gastec. Eventuele onduidelijkheden die daarvan het gevolg zijn, komen voor rekening en risico van [eiseres].

2.6.14. Enerzijds blijkt uit de verklaring van getuige [getuige2 adz eiseres] en het schriftelijk verslag van zijn onderzoek dat ten tijde van zijn onderzoek een stop in de boring aan de inlaatzijde van het gasregelblok ontbrak. Anderzijds volgt uit de verklaring van getuige [getuige1 adz eiseres], die op dit punt door de verklaring van getuigen [getuige1 adz gedaagde] en [gedaagde] wordt ondersteund en door geen van de andere getuigen is weersproken, dat tussen de beëindiging van de werkzaamheden van [gedaagde] en het uitbreken van de brand er enige vorm van afdichting aan de inlaatzijde van het gasblok moet zijn geweest.

2.6.15. De verklaring van getuige [getuige3 adz eiseres] dat het na voltooiing van de reparatie niet lekker rook in het stookhok en zij aldaar een warme vieze gassige lucht rook, bewijst niet dat zij een gaslucht heeft geroken en niet de lucht van condens of formaldehyde, waarover getuige [getuige1 adz gedaagde] heeft verklaard. Dit geldt te meer nu uit de verklaring van getuige [getuige3 adz gedaagde] volgt dat hij kort voor of na getuige [getuige3 adz eiseres] in het stookhok is geweeste en hij heeft verklaard dat hij toen aldaar geen vreemde lucht heeft geroken.

2.6.16. Op basis van een vierkante afdruk rondom de boring aan de inlaatzijde concludeert getuige [getuige2 adz eiseres] dat afdichting aan die zijde heeft bestaan uit een sticker die over het boorgat was geplakt. Dit is echter niet bewezen, nu niet is aangetoond dat op enig moment aldaar daadwerkelijk een sticker heeft gezeten. Als andere mogelijke afdichting waarmee het tijdsverloop tussen de beëindiging van de werkzaamheden en het uitbreken van de brand wordt verklaard is een niet goed aangedraaide stop genoemd. Een verklaring voor het ontbreken van die stop bij het onderzoek door getuige [getuige2 adz eiseres] is voor dat geval echter niet gegeven.

2.6.17. Het oordeel dat ten tijde van het uitbreken van de brand een stop aan het boorgat aan de inlaatzijde heeft ontbroken, baseert getuige [getuige2 adz eiseres] op het verschil tussen de aantasting van de schroefdraad in dat boorgat en het schroefdraad van het boorgat aan de uitlaatzijde, waarvan vast staat dat daarin een deugdelijke stop was aangebracht. Uit vergelijking van de door [getuige2 adz eiseres] bij zijn getuigenverklaring overgelegde foto’s van die schroefdraden blijkt dat de schroefdraad aan de inlaatzijde meer is aangetast dan die aan de uitlaatzijde. Dat het ontbreken van een stop in het boorgat aan de inlaatzijde daarvoor de enige verklaring is, is echter niet met redenen omkleed. Het verschil tussen de beide schroefdraden alleen is derhalve onvoldoende om bewezen te achten dat bij het uitbreken van de brand zich geen stop in het boorgat aan de inlaatzijde bevond, en dat [gedaagde] geen deugdelijke stop in het boorgat aan de inlaatzijde heeft geplaatst. Dit geldt te meer nu geen onderzoek is gedaan naar andere mogelijke oorzaken van het ontstaan van de brand in de cv-ketel.

2.6.18. Dat een stop niet door of in een brand verdwijnt en dat een goed aangedraaide stop er bij het vervoer niet kan zijn uitgevallen, is onvoldoende om er vanuit te kunnen gaan dat een stop in het boorgat aan de inlaatzijde reeds voor het loskoppelen van de cv-ketel en het daarop volgende transport naar Gastec ontbrak. Geen van de getuigen is immers aanwezig geweest bij het loskoppelen van de cv-ketel en het gereed maken voor het vervoer daarvan. Evenmin is gebleken dat [eiseres] zich er van heeft verzekerd dat zulks door of onder toezicht van een ter zake deskundig persoon geschiedde. Daarbij komt dat getuige [gedaagde] heeft verklaard dat hij enige dagen na de brand de thermokoppel en minimaal thermostaat los geschroefd op de grond liggend heeft aangetroffen en niet gebleken is van enige reden om aan de juistheid van die verklaring te twijfelen.

2.6.19. Op grond van het vorenstaande is het door [eiseres] bijeengebrachte bewijs onvoldoende om het verweer van [gedaagde] dat hij een stop in het boorgat aan de inlaatzijde van het gasregelblok heeft aangebracht te weerleggen. Dat uit de verklaring van getuige [getuige2 adz gedaagde] niet duidelijk blijkt dat [gedaagde] een stop in het boorgat aan de inlaatzijde van het gasregelblok heeft aangebracht, zoals [eiseres] betoogt, maakt dat niet anders nu op [gedaagde] geen bewijslast rust. Het laatste brengt tevens mee dat, anders dan [eiseres] meent, artikel 164 lid 2 Rv niet van toepassing is op de door [gedaagde] als getuige afgelegde verklaring.

2.7. Het aanbod van [eiseres] om door middel van een onderzoek door een materiaaldeskundige nader bewijs te leveren, wordt gepasseerd. Dit bewijsaanbod begrijpt de rechtbank – gelet op de tekstuele formulering ervan – als een aanbod tot bewijs door deskundigen. [eiseres] kon bewijs leveren door alle middelen. Uitgangspunt daarbij is dat een partij aan wie bewijs is opgedragen al haar, althans voldoende bewijs levert voordat daarover het oordeel van de rechter wordt gevraagd. Indien [eiseres] dat nuttig achtte, had zij zelf materiaal uit de desbetreffende tak van wetenschap kunnen overleggen of had zij door een deskundige een rapport laten opstellen en dit in het geding kunnen brengen. Ook had [eiseres] een deskundige als getuige kunnen laten horen of een voorlopig deskundigenbericht kunnen verzoeken. De rechtbank ziet geen aanleiding (in dit stadium van de procedure) een deskundigenbericht te bevelen.

2.8. Nu [eiseres] niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd, behoeft niet te worden ingegaan op de door [gedaagde] gemaakte bezwaren tegen de formulering van het probandum.

2.9. Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen. Voor de door [gedaagde] gevraagde opheffing van het door [eiseres] gelegde conservatoir beslag is geen plaats, nu [gedaagde] uitdrukkelijk heeft verklaard geen vordering in reconventie in te stellen.

2.10. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht € 1.435,00

- getuigenkosten 12,40

- salaris procureur 4.470,00 (5 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 5.917,40

3. De beslissing

De rechtbank

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 5.917,40.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Bouter en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2008.?