Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2008:BC2187

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
18-01-2008
Zaaknummer
70351 / HA ZA 07-2349
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident:

De onbevoegdheidsexceptie is primair gebaseerd op het betoog van gedaagde dat geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen, maar tussen eiser en eindafnemers. De rechtbank deelt dit standpunt niet, nu uit de stukken blijkt dat gedaagde aan eiser opdracht heeft gegeven de goederen te leveren en dat de goederen aan gedaagde werden gefactureerd. Dat de eindafnemers de bestellijsten hebben ingevuld en ondertekend doet daaraan niet af.

De stelling van gedaagde dat de forumkeuze in de algemene voorwaarden te ruim is geformuleerd en daarom niet rechtsgeldig is overeengekomen, wordt eveneens verworpen. Het forumkeuzebeding is opgenomen in de algemene voorwaarden die eiser hanteert, welke - volgens de tekst ervan - van toepassing zijn op de (koop)overeenkomsten tussen eiser en afnemers. Een redelijke uitleg van het forumkeuzebeding brengt daarom mee dat dit bedoeld is om te gelden voor geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met deze overeenkomsten. Hiermee ziet de forumkeuze op geschillen die zijn ontstaan of zullen ontstaan uit een bepaalde rechtsbetrekking in de zin van artikel 23 EEX-Vo. Eiser heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij betaling vordert van de levering van producten zoals genoemd in de facturen. Het gaat derhalve om een geschil tussen partijen als bedoeld in artikel 17.3 van de algemene voorwaarden van eiser. Dit betekent dat de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 74
RCR 2008, 50
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 70351 / HA ZA 07-2349

Vonnis in incident van 16 januari 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE BO-DEAN COMPANY B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. C.F.W.A. Hamm,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. M.L. Veldhuijzen.

Partijen zullen hierna Bo-Dean en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie, houdende de onbevoegdheidsexceptie

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident

- de conclusie van repliek in het onbevoegdheidsincident

- de conclusie van dupliek in het bevoegdheidsincident

- de overgelegde bescheiden

2. De vaststaande feiten

2.1. Bo-Dean heeft ter zake van in augustus en september 2006 geleverde zaken en diensten aan [gedaagde] facturen gestuurd, genummerd 333972 en 333973, voor een totaalbedrag van € 28.019,87. [gedaagde] heeft van deze facturen een bedrag van € 6.110,- voldaan.

2.2. In de relatie van Bo-Dean met haar buitenlandse klanten zijn haar algemene voorwaarden in de Engelse taal gesteld. Voor zover hier van belang, luiden deze algemene voorwaarden als volgt:

‘Artikel 1- Definities

(…)

1.3 Onder partijen wordt in deze voorwaarden verstaan: BO-DEAN en afnemer.

(…)

Artikel 4 - Overeenkomsten en annulering

4.1 Een overeenkomst tussen partijen komt tot stand op het moment waarop BO-DEAN een opdracht van afnemer schriftelijk bevestigt

(…)

Artikel 11 – Levering en levertijd

(…)

11.4 De door BO-DEAN verkochte zaken worden (af)geleverd vanaf het magazijn van BO-DEAN te Sliedrecht. (…)

Artikel 17 – Toepasselijk recht en geschillen

17.1 Alle rechtsbetrekkingen tussen partijen zijn uitsluitend onderworpen aan het Nederlandse recht.

17.2 (…)

17.3 Alle geschillen die tussen partijen mochten ontstaan en die behoren tot de competentie van de Arrondissementsrechtbank, worden in eerste instantie en in kort geding bij uitsluiting berecht door de arrondissementsrechtbank te Dordrecht.’

3. Het geschil in het incident

De vordering in de hoofdzaak

3.1. Bo-Dean vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 24.286,96, te vermeerderen met rente en kosten. Deze vordering baseert Bo-Dean op (een) overeenkomst/overeenkomsten tussen haar en [gedaagde], inhoudende dat zaken en diensten aan [gedaagde] zijn geleverd, terzake waarvan [gedaagde] in totaal € 28.019,87 verschuldigd is geworden. [gedaagde] heeft slechts € 6.110,- voldaan. Bo-Dean vordert betaling van de openstaande facturen, vermeerderd met de contractuele rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.

De vordering in het incident

3.2. [gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, en wel op de navolgende gronden:

Er is geen sprake van koopovereenkomsten tussen partijen, maar van een agentuurrelatie in de zin van artikel 5 lid 5 EEX-Vo, zodat [gedaagde] slechts in Portugal voor de rechter kan worden gedaagd. Voorts is geen rechtsgeldige forumkeuze gemaakt voor de rechtbank Dordrecht, nu - bij gebreke van koopovereenkomsten tussen partijen - de algemene voorwaarden van Bo-Dean tussen partijen niet gelden. Voor zover die voorwaarden wel tussen partijen zouden gelden meent [gedaagde] dat de forumkeuze niet rechtsgeldig is overeengekomen, omdat deze niet voldoet aan de in artikel 23 EEX-Vo gestelde eisen. Ten slotte heeft Bo-Dean de goederen, waarvan zij betaling eist, afgeleverd in Lissabon, zodat op grond van artikel 5 lid 1 sub b EEX-Vo de betalingen in Lissabon dienden te worden verricht. Dit heeft tot gevolg dat de gerechten van Portugal bevoegd zijn van de vordering kennis te nemen.

Het verweer in het incident

3.3. Bo-Dean betwist de stellingen van [gedaagde]. Bo-Dean heeft slechts met [gedaagde] overeenkomsten gesloten; de afnemers van [gedaagde] staan daar buiten. Er is geen sprake van een agentuurrelatie tussen partijen. De forumkeuze zoals die in de algemene voorwaarden van Bo-Dean is geformuleerd is geldig, nu die forumkeuze niet ziet op alle mogelijke geschillen die tussen partijen kunnen rijzen, doch slechts op de geschillen die voortvloeien uit de koopovereenkomsten tussen partijen. Daarnaast is aan de vormvereisten van artikel 23 EEX-Vo voldaan. Ten slotte is in artikel 11.4 van de algemene voorwaarden bepaald dat de verkochte goederen worden geleverd vanaf het magazijn van Bo-Dean te Sliedrecht.

4. De beoordeling in het incident

4.1. De vraag naar de bevoegdheid van de rechtbank Dordrecht dient te worden beoordeeld aan de hand van de in de EEX-Vo neergelegde bevoegdheidsregels. Immers, achtereenvolgens in aanmerking nemende dat het gaat om een internationaal geval, dat [gedaagde] haar woonplaats heeft op het grondgebied van een verdragsluitende staat (artikel 2, gelezen in samenhang met de artikelen 3 en 4 EEX-Vo) en dat sprake is van een handelszaak (artikel 1 EEX-Vo), is de EEX-Vo in het onderhavige geval zowel formeel als materieel van toepassing.

4.2. De hoofdregel van artikel 2 EEX-Vo luidt dat de gedaagde dient te worden opgeroepen voor het gerecht van de lidstaat waar zij woonplaats heeft. Artikel 5 lid 1 EEX-Vo geeft ten aanzien van overeenkomsten een alternatieve bevoegdheid aan het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd.

Een uitzondering op de hoofdregel van artikel 2 EEX-Vo vormt de forumkeuzeregeling van artikel 23 EEX-Vo, lid 1, tweede volzin, waarin is bepaald dat het door partijen aangewezen gerecht bij uitsluiting bevoegd is.

4.3. De onbevoegdheidsexceptie is primair gebaseerd op het betoog van [gedaagde] dat geen sprake is van een overeenkomst c.q. overeenkomsten tussen haar en Bo-Dean, maar tussen Bo-Dean en de eindafnemers. De rechtbank deelt dit standpunt niet, nu uit de in het geding gebrachte documenten blijkt dat [gedaagde] aan Bo-Dean opdracht heeft gegeven de goederen te leveren, dat Bo-Dean de geplaatste orders aan [gedaagde] bevestigde en dat de goederen aan [gedaagde] werden gefactureerd. Dat de eindafnemers de bestellijsten hebben ingevuld en ondertekend doet daaraan niet af. [gedaagde] kan derhalve worden aangemerkt als contractspartij van Bo-Dean.

4.4. Nu hiervoor is vastgesteld dat tussen partijen sprake is geweest van koopovereenkomsten, gaat het beroep van [gedaagde] op artikel 5 lid 5 EEX-Vo niet op. De rechtbank laat nog daar dat artikel 5 lid 5 EEX-Vo geen betrekking heeft op geschillen met handelsagenten en dat dit artikel geen uitsluitende bevoegdheid geeft.

4.5. Naar het oordeel van de rechtbank is de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden tussen Bo-Dean en [gedaagde] overeengekomen. Daarvoor is immers voldoende dat op zowel de ingevulde en door [gedaagde] aan Bo-Dean teruggefaxte bestellijsten als op de aan [gedaagde] verzonden orderbevestigingen wordt gewezen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, welke in het Engels op de achterzijde van die bestellijsten en orderbevestigingen zijn afgedrukt, en dat [gedaagde] die orderbevestigingen zonder protest heeft aanvaard. Naar het oordeel van de rechtbank mocht Bo-Dean er daarom op vertrouwen dat [gedaagde] instemde met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden (vergelijk Hoge Raad 2 februari 2001, NJ 2001, 200).

4.6. De stelling van [gedaagde] dat de forumkeuze in de algemene voorwaarden te ruim is geformuleerd en daarom niet rechtsgeldig is overeengekomen, wordt verworpen. Het forumkeuzebeding is opgenomen in de algemene voorwaarden die Bo-Dean hanteert, welke – volgens de tekst ervan - van toepassing zijn op de (koop)overeenkomsten tussen Bo-Dean en afnemers. Een redelijke uitleg van het forumkeuzebeding brengt daarom mee dat dit bedoeld is om te gelden voor geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met deze overeenkomsten. Dit zou alleen anders kunnen zijn indien een partij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat de forumkeuze tevens zag op alle andere geschillen tussen partijen, maar er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat [gedaagde] hier vanuit mocht gaan.

4.7. Hieruit kan worden afgeleid dat het forumkeuzebeding aldus dient te worden uitgelegd dat dit betrekking heeft op geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met de overeenkomst(en) tussen Bo-Dean en afnemers. Hiermee ziet de forumkeuze op geschillen die zijn ontstaan of zullen ontstaan uit een bepaalde rechtsbetrekking in de zin van artikel 23 EEX-Vo.

4.8. Nu overigens niets is gesteld of gebleken op grond waarvan de forumkeuze niet geldig zou zijn, concludeert de rechtbank dan ook dat deze forumkeuze conform artikel 23 lid 1 onder b EEX-Vo is overeengekomen. Het forumkeuzebeding is immers opgenomen in de algemene voorwaarden van Bo-Dean, op welke voorwaarden de tussen partijen bestaande handelsbetrekkingen zijn gegrond.

4.9. Bo-Dean heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij betaling vordert van de levering van producten zoals genoemd in de facturen. Het gaat derhalve om een geschil tussen partijen als bedoeld in artikel 17.3 van de algemene voorwaarden van Bo-Dean. Dit betekent dat de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Bo-Dean.

4.10. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] de proceskosten in het incident hebben te dragen.

in de hoofdzaak

4.11. Nu [gedaagde] in de hoofdzaak nog geen conclusie van antwoord heeft genomen, zal de zaak worden verwezen naar de rol om haar tot het nemen van die conclusie in de gelegenheid te stellen.

5. De beslissing

De rechtbank

in het incident

I. verklaart zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen;

II. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit incident aan de zijde van Bo-Dean tot deze uitspraak begroot op nihil aan verschotten en € 452,- aan salaris van de procureur;

in de hoofdzaak

III. verwijst de zaak naar de rol van 27 februari 2008 voor het nemen van conclusie van antwoord, direct peremptoir.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Japenga en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2008.?