Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BC1166

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
04-01-2008
Zaaknummer
66739 / HA ZA 06-2652
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omvangrijke meerpostenzaak.

Aanneemovereenkomst.

In reconventie vorderingen (schade) wegens wanprestatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 66739 / HA ZA 06-2652

Vonnis van 19 december 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Numansdorp,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. M.E. Visser,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde1],

gevestigd te Schiedam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde2],

gevestigd te Schiedam,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

procureur mr. J.A. Visser.

Partijen zullen hierna [eiseres] respectievelijk [gedaagde1] en [gedaagde2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 november 2006 en de daarin genoemde stukken;

- de producties aan zijde van [gedaagde1] en [gedaagde2];

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 27 februari 2007;

- de akte aan zijde van [eiseres];

- de akte aan zijde van [gedaagde1] en [gedaagde2];

- de akte aan zijde van [eiseres], houdende vermeerdering van eis;

- de antwoordakte aan zijde [gedaagde1] en [gedaagde2], inhoudende antwoord op vermeerdering van eis en reactie op overgelegde producties tevens akte houdende wijziging van eis in reconventie.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is een bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwerp, de installatie, reparatie en revisie van koelingen, verwarming, ventilatie, airconditioning en aanverwante elektrotechnische werkzaamheden.

[gedaagde1] is erfpachter van de grond en eigenaar van de opstallen van het saunacomplex aan de Prinses Beatrixlaan 10 te Schiedam. [gedaagde2] is de exploitant van het complex.

2.2. De bouwdirectie van [gedaagde1], Brand BBA B.V (hierna te noemen Brand BBA), heeft [eiseres] uitgenodigd tot het doen van een prijsopgave met betrekking tot de uitbreiding van het saunacomplex.

2.3. [eiseres] heeft bij brief van 14 april 2005 een prijsopgave gedaan. Bij brief van 9 mei 2005 heeft [gedaagde1] de tot stand gekomen afspraken bevestigd en is de overeenkomst tot stand gekomen.

2.4. In de brief van 9 mei 2005 zijn de volgende afspraken bevestigd:

“4. Het uitgangspunt is een systeem van VRF. Een 3-pijpssysteem waarbij gedlt [bedoeld zal zijn: geldt] dat per ruimte een temperatuurverschil gerealiseerd kan worden van 7 graden C. tussen binnen- en buitentemperatuur.

5. Voor de bestaande warmteproblematiek zijn er de volgende afspraken gemaakt:

a. Alle zonnebankruimtes krijgen een koeling van tussen de 22 en 24 graden C.

b. Op de begane grond, alsmede op de eerste verdieping bij de balie zal eveneens een temperatuureis gelden van tussen de 22 tot 24 graden.

...

d. De twee voormalige ruimtes waar vroeger zonnebanken stonden (nu kantoor) dienen eveneens een temperatuur van 22 tot 24 graden C. te krijgen...

...

9. Op 23 mei 2005 hebben wij geconstateerd dat de buitenverblijven niet opgenomen waren. Hierbij hebben wij heden morgen een turnkey-prijsafspraak gemaakt. De totale turnkey prijs op het gebied van HVAC, W, E en S is derhalve begroot op € 425.000,- (vierhonder[eiseres]jfentwintigduizend euro). Hiermee zijn alle eventuele voorbehouden definitief weggenomen. De totale turnkey prijs van

€ 425.000,- zal onder geen beding overschreden worden. Mocht dit derhalve toch het geval zijn dan is dit voor rekening en risico van de installateur Van Dorp Installaties B.V.

...

12. De uitgebrachte offerte 2005010016.0/6 d.d. 14 april 2004 dient als basis voor onderrichte werkzaamheden. We merken daar zeer nadrukkelijk bij op, dat de installatiestaat die [gedaagde1] Holiday op 10 maart 2005 [...], wijziging nr. 2 leidend is in alle situaties.”

2.5. De bouwkundig aannemer voor de uitbreiding van het saunacomplex was De Vries en Verburg B.V., hierna te noemen V&V.

2.6. [eiseres] heeft bij een drie brieven van 13 december 2005 meerwerkopgaven met betrekking tot krimpnetten vloerverwarming, douchepalen buitendouches fase 7 en doucheputten fase 7 aan [gedaagde1] gezonden. [eiseres] had de werkzaamheden waarvoor opgave werd gedaan op dat moment reeds uitgevoerd. [gedaagde1] heeft hierop bij faxbericht van 13 december 2005 verklaard het meerwerk niet te accepteren.

2.7. Op 1 december 2005 heeft de eerste oplevering plaatsgevonden en op 23 januari 2006 de tweede oplevering. [eiseres] diende na de tweede oplevering nog een aantal restpunten uit te voeren.

2.8. Partijen hebben diverse malen overleg gevoerd over het op 13 december 2005 in rekening gebracht meerwerk alsmede over later door [eiseres] in rekening gebracht meerwerk.

Partijen zijn op 19 december 2005 overeengekomen dat de gehele lijst met meerwerkpunten, gekenmerkt met ‘MW,’ betaald zou worden tot een beloop van € 100.000,- plus BTW, niet te betalen voor eind juli 2006. Voorwaarde voor betaling was dat [eiseres] haar vordering deugdelijk zou onderbouwen. Deze overeenkomst, die in deze wordt aangeduid als het herenakkoord, is ontbonden.

2.9. [gedaagde1] heeft [eiseres] aangesproken op een te hoge temperatuur in een deel van de nieuwbouw. [eiseres] heeft de aansprakelijkheid hiervoor afgewezen.

2.10. [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben uiteindelijk betaling van het door [eiseres] in rekening gebrachte meerwerk opgeschort.

3. Het geschil

De vordering in conventie.

3.1. [eiseres] vordert samengevat – na vermeerdering van eis, veroordeling van [gedaagde1] tot betaling van een bedrag van € 265.019,95, vermeerderd met rente en kosten. Tevens vordert [eiseres] -samengevat- veroordeling van [gedaagde2] tot betaling van een bedrag van

€ 13.429,95, vermeerderd met rente en kosten.

[eiseres] baseert haar vordering op nakoming van de aanneemovereenkomst in combinatie met het meerwerk dat zij heeft verricht.

Het verweer in conventie.

3.2. [gedaagde2] betwist dat zij partij is bij de overeenkomst van 9 mei 2005. Zij heeft slechts een aantal betalingen verricht om praktische redenen.

3.3. [gedaagde1] voert primair als verweer aan dat er geen meerwerk verschuldigd is, tenzij het uitdrukkelijk door haar is geaccordeerd.

Subsidiair voert [gedaagde1] inhoudelijk verweer tegen de afzonderlijke meerwerkposten.

Voor zover [gedaagde1] enige betaling voor meerwerk verschuldigd is voor meerwerk, beroept zij zich primair op verrekening met het in reconventie te vorderen bedrag en subsidiair op haar opschortingsrecht totdat de in reconventie ingestelde vorderingen door [eiseres] zijn voldaan.

[gedaagde1] betwist tot slot de toepasselijkheid van de Algemene Leveringsvoorwaarden Installering Bedrijven 1992.

De vordering in reconventie.

3.4. [gedaagde1] en [gedaagde2] vorderen -samengevat- het volgende, na vermeerdering van eis:

a. de tussen partijen gesloten aanneemovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden, voor zover de overeenkomst en de verplichtingen nog niet door partijen zijn uitgevoerd;

b. een veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 74.090,- in verband met het herstel van gebreken in de warmte-installatie alsmede de overige schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, alle bedragen vermeerderd met rente en kosten;

c. de ten laste van [gedaagde1] en [gedaagde2] gestelde bankgaranties te retourneren, op straffe van een dwangsom;

d. [eiseres] te veroordelen tot betaling aan [gedaagde1] respectievelijk [gedaagde2] van een bedrag van € 1.250,- respectievelijk € 210,- ter zake van kosten van de bankgarantie te vermeerderen met € 562,50 respectievelijk € 42,50 per kwartaal na 17 januari 2007;

e. een verklaring voor recht dat [gedaagde2] geen partij is bij de aanneemovereenkomst van 9 mei 2005, althans dat [eiseres] geen vorderingen op haar heeft;

f. een verklaring voor recht dat de overeenkomst tot levering van de warmwaterketel ad € 30.000,- excl. BTW ontbonden is wegens non-conformiteit en dat [eiseres] geen recht heeft op betaling van de koopsom;

g. [eiseres] te veroordelen aan [gedaagde1] het bedrag van € 12.000,- te voldoen ter zake van schade wegens non-conformiteit van de brandmeldinstallatie, te vermeerderen met rente;

h. € 460,- aan buitengerechtelijke kosten.

3.5. [gedaagde1] en [gedaagde2] voeren aan dat [eiseres] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de aanneemovereenkomst.

Het verweer in reconventie.

3.6. [eiseres] voert als verweer aan dat zij die werkzaamheden heeft verricht die partijen zijn overeengekomen. Voor zover [eiseres] niet alle werkzaamheden heeft verricht waartoe zij volgens de overeenkomst was gehouden, beroept [eiseres] zich op eigen schuld van [gedaagde1], aangezien [gedaagde1] uit de materiaalstaat, de tekeningen en een rapportage van het door [gedaagde1] ingeschakelde bedrijf Ilex B.V., hierna te noemen Ilex, had kunnen opmaken welke werkzaamheden [eiseres] zou gaan uitvoeren en [gedaagde1] [eiseres] niet heeft aangesproken op gebreken in deze gegevens.

Wat betreft de brandveiligheid betwist [eiseres] de hoogte van de gevorderde kosten voor herstel.

Wat betreft de waterhardheid schort [eiseres] eventuele herstelwerkzaamheden op totdat [gedaagde1] en [gedaagde2] aan hun betalingsverplichtingen hebben voldaan.

4. De beoordeling

In conventie

4.1. [eiseres] heeft niet betwist dat [gedaagde2] geen partij is bij de overeenkomst met betrekking tot de uitbreiding van het complex, en dat [gedaagde2] geen opdracht heeft gegeven tot het verrichten van meerwerk. De vorderingen jegens [gedaagde2] dienen om deze reden dan ook te worden afgewezen.

4.2. De overeenkomst die op 9 mei 2005 tussen [eiseres] en [gedaagde1] tot stand is gekomen, is te kwalificeren als aanneming van werk. Partijen zijn, zoals blijkt uit de brief van 9 mei 2005, een vaste prijs van € 425.000,- overeengekomen. Voor die vaste prijs diende alle overeengekomen werkzaamheden te worden uitgevoerd.

Indien [eiseres] werkzaamheden heeft uitgevoerd die niet in de overeenkomst zijn begrepen, kan [eiseres] voor die werkzaamheden slechts betaling verlangen, indien [gedaagde1] Artikel 7:755 BW bepaalt dat in geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk, de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs kan vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat [gedaagde1] zich heeft laten bijstaan door een deskundige op het gebied van bouwen, te weten Brand BBA. deze omstandigheid.

4.3. [gedaagde1] heeft erkend dat zij opdracht heeft gegeven voor bepaalde meerwerken, zonder dat over de prijs was onderhandeld. Voor dit deel van het meerwerk is [gedaagde1] een redelijke prijs verschuldigd. Voor zover dit wordt betwist door [gedaagde1], dient beoordeeld te worden of de door [eiseres] in rekening gebrachte bedragen redelijk zijn.

4.4. Van een deel van het meerwerk hebben [gedaagde1] en [gedaagde2] aangevoerd dat dit werkzaamheden betreft die reeds tot de aanneemovereenkomst behoorden en waarvoor [eiseres] geen recht heeft op afzonderlijke betaling. Ten eerste dient dan ook beoordeeld te worden of de door [eiseres] in rekening gebrachte werkzaamheden behoren tot de aanneemovereenkomst van 9 mei 2005. Als dit het geval is, heeft [eiseres] geen recht op afzonderlijke betaling van deze werkzaamheden, boven op de overeengekomen aanneemsom. Indien vast komt te staan dat de verrichte werkzaamheden niet uit de aanneemovereenkomst voortvloeien, dient beoordeeld te worden of [eiseres] [gedaagde1] er tijdig op heeft gewezen dat dit een verhoging van de kosten met zich mee zou brengen of dat [gedaagde1] dit uit zichzelf had moeten begrijpen en zo ja, of voor deze werkzaamheden een redelijke prijs in rekening is gebracht.

4.5. [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben voorts met betrekking tot een deel van de door [eiseres] als meerwerk in rekening gebrachte werkzaamheden aangevoerd dat dit werkzaamheden waren die door V&V uitgevoerd hadden moeten worden. Dit deel van het in rekening gebrachte meerwerk dient slechts door [gedaagde1] te worden betaald, indien vast komt te staan dat [eiseres] deze werkzaamheden in opdracht althans met medeweten en toestemming van [gedaagde1], al dan niet schriftelijk, heeft uitgevoerd. Indien dit vast komt te staan, wordt geoordeeld dat [gedaagde1] wist, althans had moeten begrijpen dat zij [eiseres] hiervoor afzonderlijk diende te betalen. Voor zover dit wordt betwist door [gedaagde1], dient beoordeeld te worden of de door [eiseres] in rekening gebrachte bedragen redelijk zijn.

4.6. [eiseres] heeft bij akte van 20 juni 2007 het volledig in rekening gebrachte meerwerk per post uitgesplitst (prod 23 geeft een totaaloverzicht), waarop [gedaagde1] en [gedaagde2] bij akte van 8 augustus 2007 per post hebben gereageerd. De verschillende posten zullen hierna afzonderlijk worden besproken.

Buitensauna’s (facturen 120.600.0195 en 120.600.0310).

4.7. De door [eiseres] in rekening gebrachte meerwerkposten MW 1, MW 2, MW 3, MW 17, MW 18, MW 21 en MW 28 hebben alle betrekking op de buitensauna’s. In punt 9 van de aanneemovereenkomst van 9 mei 2005 is opgenomen dat de buitenverblijven in de totale aanneemsom waren begrepen.

4.8. [eiseres] heeft gesteld dat de installatie van de buitensauna’s niet tot de aanneemovereenkomst behoorden (de posten MW 17, MW 18, MW 21 en MW 28). Gelet op het verweer van [gedaagde1] alsmede gelet op punt 9 van de overeen¬komst zal [eiseres] dienen te bewijzen dat de door haar in rekening gebrachte werk¬zaamheden met betrekking tot de installatie van de buitensauna’s meerwerk betreffen en niet tot de aanneem¬overeenkomst behoren. De rechtbank wenst hierover te worden geïnformeerd door een deskundige.

Indien [eiseres] in het aan haar opgedragen bewijs slaagt, wordt geoordeeld dat [gedaagde1], bijgestaan door haar a[eiseres]seur Brand BBA, had moeten begrijpen dat extra werkzaamheden van [eiseres] met betrekking tot de installatie van sauna’s extra kosten met zich mee zouden brengen, zodat [gedaagde1] de extra kosten, voor zover deze redelijk zijn, aan [eiseres] ver¬schuldigd is. [gedaagde1] heeft de hoogte van de hiervoor in rekening gebrachte bedragen niet betwist zodat deze kosten in dat geval zullen worden toegewezen.

4.9. Een deel van de als meerwerk in rekening gebrachte werkzaamheden met betrekking tot de buitensauna’s betreft graafwerk in het buitenterrein ten behoeve van leidingen, het aanleggen van de riolering in het buitenterrein en het aanleggen van de hemelwaterafvoerleidingen in het buitenterrein (de posten MW 1, MW 2 en MW 3).

Partijen zijn het erover eens dat dit werkzaamheden zijn die door V&V uitgevoerd hadden dienen te worden. [eiseres] heeft aangevoerd dat de werkzaamheden in goed overleg met [gedaagde1] hebben plaatsgevonden en dat er rechtstreekse afspraken zijn gemaakt tussen [eiseres] en de heer T. Gajadin van [gedaagde1], hetgeen [gedaagde1] heeft betwist.

Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen. Vast staat dat de werkzaamheden door [eiseres] en niet door V&V zijn uitgevoerd en dat deze werkzaamheden niet zien op de in de overeenkomst van mei 2005. [gedaagde1] meent dat [eiseres] haar kosten bij V&V dient te declareren. Indien V&V deze kosten bij [gedaagde1] in rekening heeft gebracht, kan haar standpunt worden gevolgd. Dit stelt [gedaagde1] echter niet. Evenmin betwist zij dat haar deskundige, Brand, ten aanzien van dit punt op de bouwvergadering naliet duidelijkheid te scheppen, terwijl het werk wel door moest gaan. Onder deze omstandigheden kan [gedaagde1] zich niet beroepen op het ontbreken van schriftelijke of uitdrukkelijke toestemming. [gedaagde1] heeft de hoogte van de in rekening gebrachte kosten voor deze werkzaamheden niet, althans niet gemotiveerd, betwist zodat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.

Overige MW-posten (MW 4 t/m MW 16, MW 19, MW 20 en MW 22 t/m MW 25).

4.10. Posten MW 4 t/m MW 11, MW 12a, MW 13, MW 14, MW 16, MW 19, MW 20, MW 22 en MW 23 zijn op 19 december 2005 als meerwerk geaccordeerd door [gedaagde1]. [gedaagde1] heeft hiertegen aangevoerd dat aangezien de schikkingsovereenkomst van 19 december 2005 is vervallen, ook de betalingsverplichting van [gedaagde1] die hierop was gebaseerd, is komen te vervallen. Het is juist dat [eiseres] [gedaagde1] niet kan houden aan de afspraak om voor de reeds geaccordeerde meerwerkposten een bedrag van € 100.000,- te betalen. De accordering van de bovengenoemde posten brengt echter wel met zich mee, dat ervan uitgegaan dient te worden dat deze meerwerkposten in opdracht althans met medeweten en goedkeuring van [gedaagde1] zijn uitgevoerd. Dit heeft [gedaagde1] ook niet betwist. [gedaagde1] heeft wel in het algemeen de redelijkheid van de bedragen die [eiseres] voor deze posten in rekening heeft gebracht, betwist. Zij heeft echter nagelaten haar verweer nader te onderbouwen. Het verweer van [gedaagde1] wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd verworpen en de gevorderde bedragen voor de posten MW 4 t/m MW 11, MW 12a, MW 13, MW 14, MW 16, MW 19, MW 20, MW 22 en MW 23 zullen bij eindvonnis worden toegewezen.

4.11. [gedaagde1] heeft aangevoerd dat de buitenverblijven tot de aanneemovereenkomst behoren en dat de in rekening gebrachte zogeheten ‘GAWALO-voorzieningen’ (i.e. gas-, water-, loodgietervoorzieningen) met betrekking tot het Grand Café, genoemd onder post MW 12, dan ook zijn inbegrepen in de aanneemsom. Uit de door [eiseres] overgelegde producties 18, 19, 30, 34 en 38 bij akte van 20 juni 2007 kan niet zondermeer worden afgeleid dat de GAWALO-voorzieningen met betrekking tot het Grand Café als meerwerk dienen te worden beschouwd. Gelet op de betwisting door [gedaagde1] dient [eiseres] te bewijzen dat de betreffende werkzaamheden meerwerk betreffen en niet onder de aanneemovereenkomst vallen. Ook hierover zal hierover zal het oordeel van een deskundige worden gevraagd. [gedaagde1] heeft de hoogte van de in rekening gebrachte werkzaamheden niet, althans niet gemotiveerd betwist, zodat de gevorderde bedragen voor deze werkzaamheden kunnen worden toegewezen indien [eiseres] in het aan haar opgedragen bewijs slaagt.

4.12. Post MW 15 heeft betrekking op een extra splitunit voor de zonnebankruimte in de bestaande bouw. De stelling van [eiseres] dat in het algemeen werkzaamheden met betrekking tot de bestaande bouw niet onder de aanneemovereenkomst vallen, kan niet worden afgeleid uit de bepalingen van deze overeenkomst. [gedaagde1] heeft aangevoerd dat juist in de aanneemovereenkomst is opgenomen dat [eiseres] diende te zorgen voor koeling in de voormalige zonnebankruimten, zodat post MW 15 ten onrechte als meerwerk is opgevoerd. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van de stelling dat het plaatsen van de extra splitunit buiten de aanneemovereenkomst valt, dient [eiseres] haar stelling te bewijzen. Ook hierover wordt het oordeel van de deskundige gevraagd.

Het enkele feit dat [gedaagde1] in het kader van de schikkingsovereenkomst bereid was 50 % van de kosten hiervan te voldoen, betekent niet dat zij heeft erkend dat het hier om meerwerk ging.

Ook voor deze post geldt dat [gedaagde1] de hoogte van het in rekening gebrachte bedrag niet, althans niet gemotiveerd, heeft betwist, zodat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen indien [eiseres] slaagt in het aan haar opgedragen bewijs.

4.13. Post MW 24 betreft de levering van een ander fabricaat sanitair dan was vermeld in de installatiestaat van 10 maart 2005. Zoals reeds is overwogen in punt 4.2 kan [eiseres] alleen dan een verhoging van de prijs vorderen bij een verandering in het overeengekomen werk, indien zij [gedaagde1] er tijdig op heeft gewezen dat dit een prijsverhoging met zich mee zou brengen, tenzij [gedaagde1] dit uit zichzelf had moeten begrijpen.

[eiseres] stelt dat [gedaagde1] het geleverde sanitair mooier vond en dat zij op 13 december 2005 een prijsopgave heeft gestuurd.

[gedaagde1] betwist dat het plaatsen van een ander fabricaat sanitair een kostenverhoging van € 1.044,- met zich meebrengt. Dat zij na het sluiten van de overeenkomst haar wensen heeft gewijzigd en dat zij een prijsopgave heeft ontvangen betwist zij echter niet. Zij dient de meerkosten te betalen.

4.14. [gedaagde1] heeft erkend dat de verwarmingsketel, aangeduid als post MW 25, op haar verzoek van 13 december 2005 is geleverd en geplaatst, dat dit meerwerk betreft en dat de kosten hiervoor € 29.563,84 bedragen. In beginsel is [gedaagde1] derhalve het gevorderde bedrag voor de ketel verschuldigd.

Als verweer tegen dit deel van de vordering heeft [gedaagde1] aangevoerd dat de ketel niet voldoet aan hetgeen zij hiervan mocht verwachten, aangezien de ketel ontoereikende capaciteit heeft. Zij heeft bij brief van 19 april 2007 bij [eiseres] hierover gereclameerd. Gelet op de gestelde non-conformiteit beroept [gedaagde1] zich op opschorting van betaling totdat in reconventie is beslist op haar vordering tot een verklaring voor recht dat de overeenkomst tot levering van de ketel is ontbonden, zodat de koopsom niet meer verschuldigd is.

Aangezien [gedaagde1] dit verweer eerst heeft aangevoerd bij akte van 8 augustus 2007 en [eiseres] nog niet heeft kunnen reageren op dit deel van de vermeerdering van eis in reconventie van [gedaagde1], zal [eiseres] alsnog in de gelegenheid worden gesteld hierop inhoudelijk te reageren.

Meerwerken ME (meerwerk elektrotechnisch).

4.15. [gedaagde1] heeft erkend dat de door [eiseres] in rekening gebrachte extra beautyruimtes (post ME 1) alsmede de wijziging personeelsruimte (post ME 2) meerwerk betreffen, zodat zij gehouden is de extra kosten die dit met zich mee heeft gebracht aan [eiseres] te voldoen, voor zover deze kosten redelijk zijn. [gedaagde1] heeft tegen de in rekening gebrachte kosten aangevoerd dat deze ongespecificeerd zijn en te hoog. [eiseres] heeft de door haar aangehaalde prijsopgaven nog niet in het geding gebracht. Zij zal dienen te bewijzen dat de in rekening gebrachte kosten redelijk zijn voor de werkzaamheden die zij heeft uitgevoerd. Ook hierover zal het oordeel van een deskundige worden gevraagd.

4.16. Post ME 3 betreft 188 extra utp(dataverkeer)-aansluitingen. [eiseres] heeft de aanduidingen “... x 5 data aansluitingen” in de installatiestaat van 10 maart 2005 aldus geïnterpreteerd dat dit het aantal type categorie 5 data-aansluitpunten betreft, in plaats van het aantal aansluitingen maal blokje van vijf. Op de installatiestaat staat niet vermeld dat het cijfer vijf betrekking heeft op een bepaalde categorie. Evenmin heeft [eiseres] duidelijk gemaakt wat een ‘categorie 5 aansluiting’ in haar visie zou betekenen. Het ligt dan ook op de weg van [eiseres] om te bewijzen dat zij er op grond van de installatiestaat van 10 maart 2005 in redelijkheid vanuit mocht gaan dat slechts 20 % van de uiteindelijk aangebrachte aansluitingen waren inbegrepen in de aanneemovereenkomst en dat de overige 188 aansluitingen meerwerk betreffen. Ook hierover zal het oordeel van een deskundige worden gevraagd.

[gedaagde1] heeft niet, althans niet gemotiveerd, betwist dat de hoogte van de in rekening gebrachte kosten correct is, zodat het gevorderde bedrag kan worden toegewezen indien [eiseres] slaagt in het aan haar opgedragen bewijs.

4.17. De stelling van [eiseres] dat de koppeling van het Grand Café en het hoofdgebouw (post ME 7) meerwerk betreft, aangezien het Grand Café niet onder de aanneemovereenkomst valt, wordt door [gedaagde1] betwist. [gedaagde1] heeft aangevoerd dat het Grand Café tot de buitengebouwen behoort en dat derhalve ook de aansluiting tussen het Grand Café en het hoofdgebouw onder de aanneemovereenkomst valt. Gelet op de betwisting door [gedaagde1] dient [eiseres] te bewijzen dat de werkzaamheden waarvan zij thans apart betaling vordert meerwerk betreffen. Ook hierover zal het oordeel van een deskundige worden gevraagd.

[gedaagde1] heeft de hoogte van de door [eiseres] overgelegde prijsopgave van 23 februari 2006 niet, althans niet gemotiveerd, betwist, zodat het gevorderde bedrag kan worden toegewezen, indien [eiseres] slaagt in het aan haar opgedragen bewijs.

4.18. Partijen zijn het erover eens dat de installaties met betrekking tot de keuken van de saunabar (post ME 8), de loze HDPE mantelbuis 40 mm (post ME 12), de inrichting bar Grand Café (post ME 15) en de drie asp vaatwasser in pantry (post ME 16) meerwerk betreffen en dat de hiervoor in rekening gebrachte bedragen tussen partijen is overeen¬gekomen. Aangezien [gedaagde1] zich beroept op opschorting en verrekening met hetgeen in reconventie wordt gevorderd, zal de verdere beoordeling met betrekking tot deze posten worden aangehouden, totdat in reconventie is beslist.

4.19. Met betrekking tot post fundatie aarding (post ME 4) heeft [eiseres] gesteld dat dit werkzaamheden betreft die door V&V uitgevoerd hadden moeten worden en dat Brand BBA de uitvoering van de werkzaamheden door [eiseres] telefonisch heeft geaccordeerd nadat het meerwerk op 22 augustus 2005 schriftelijk bij Brand was gemeld.

[gedaagde1] betwist dat Brand deze post telefonisch heeft geaccordeerd en wijst er op dat schriftelijk geaccordeerd moet worden. Dat het werk schriftelijk was aangemeld en daadwerkelijk door [eiseres] uitgevoerd betwist zij echter niet. Evenmin voert zij aan dat V&V deze werkzaamheden bij haar in rekening heeft gebracht. Onder deze omstandigheden moet deze post als meerwerk worden beschouwd waarvoor [gedaagde1] een redelijke vergoeding moet betalen. Zie ook hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen.

[gedaagde1] heeft niet gemotiveerd betwist dat de in rekening gebrachte kosten redelijk zijn, zodat dit onderdeel van de vordering moet worden toegewezen.

4.20. De post lichtpunten sauna en aanvullende verlichting (post ME 11) wordt in het geheel niet onderbouwd door [eiseres]. Zij stelt slechts dat deze post in het herenakkoord was opgenomen en deze overeenkomst is ontbonden (zie 2.8 hiervoor). Dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen.

4.21. [eiseres] stelt dat de aanvulling video-intercom (post ME 17) en de buitenverlichting onder luifel (post ME 18) op 10 oktober 2005 door [gedaagde1] akkoord was bevonden en dat daarvoor op 26 november 2005 een offerte aan Brand is uitgebracht.

[gedaagde1] voert aan dat Brand deze posten niet heeft geaccordeerd, maar betwist niet dat zij zelf deze post akkoord heeft verklaard. Deze posten zijn als meerwerk aan te merken. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de redelijkheid van de kosten door [gedaagde1] dient [eiseres] door deskundige(n) te bewijzen dat de in rekening gebrachte kosten redelijk zijn.

4.22. De post telefoon en voeding tijdelijk kantoor (post ME 22) meerwerk is niet onderbouwd. [eiseres] verwijst slechts naar het ontbonden herenakkoord. Deze post wordt afgewezen.

4.23. [eiseres] stelt dat Brand het verzorgen van de audioleiding en bekabeling nieuwbouw (post ME 20) op 30 november 2005 akkoord heeft bevonden. [eiseres] verwijs naar een passage in de brief van 30 november 2005 van Brand aan [gedaagde1], waar bij post 20 staat “N.v.t. reeds opdracht”. Dat Brand hiermee bedoelde meerwerk te accorderen heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd. In genoemde brief was al discussie over het meerwerk en deze passage duidt er veeleer op dat Brand van mening was dat deze post reeds in de aanneemovereenkomst van mei 2005 was begrepen, zoals [gedaagde1] terecht opmerkt. Deze post wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

4.24 Post ME 21 betreft het vergroten van een patchkast en het leveren van een extra patchkast. Uit de vermelding in de brief van Brand BBA van 30 november 2005 dat dit de wens van de opdrachtgever (i.e. [gedaagde1]) is, alsmede uit de - weliswaar uit coulance gedane - akkoordbevinding door [gedaagde1] op 4 mei 2006 , kan worden afgeleid dat [gedaagde1] hiervoor wel opdracht heeft gegeven. De hoogte van het in rekening gebrachte bedrag wordt niet, althans niet gemotiveerd, betwist, zodat van de redelijkheid hiervan wordt uitgegaan. Het gevorderde bedrag kan dan ook bij eindvonnis worden toegewezen.

4.25 [eiseres] stelt dat Brand op 4 oktober 2005 schriftelijk opdracht heeft gegeven tot het verzorgen aanpassen armaturen Grand Café (post ME 23). Zij verwijst naar een stuk dat niet een dergelijke opdracht inhoudt. Nu zij verder niets stelt, moet deze door [gedaagde1] gemotiveerd betwiste post als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.26 Over de twee aircovoedingen solarium/hydrojet (post MW 24) wordt in de brief van Brand BBA van 30 november 2005 opgemerkt dat dit een wens van de opdrachtgever is. De enkele betwisting door [gedaagde1] van de verschuldigdheid van deze post op grond van het feit dat de offerte van [eiseres] van 26 november 2005 niet is geaccordeerd, wordt als een onvoldoende onderbouwde betwisting van deze post beschouwd. Het gevorderde bedrag kan dan ook bij eindvonnis worden toegewezen.

4.27 Post ME 25 betreft een brandmelder in de rustruimte. [eiseres] volstaat met verwijzing naar het ontbonden herenakkoord. Deze door [gedaagde1] betwiste post wordt als onvoldoende betwist afgewezen.

4.28 De posten ME 26, ME 27 en ME 32 zijn reeds door [gedaagde1] erkend en betaald, zodat deze posten buiten beschouwing kunnen worden gelaten.

4.29 Tegenover de stelling van [eiseres] dat de heer Gajadin rond 30 november 2005 mondeling opdracht heeft gegeven tot werkzaamheden met betrekking tot het uitbreiden van de massagestoelen in de rustruimte (post ME 28 ad € 430,--) en dat de heer Gajadin opdracht heeft gegeven tot het verzorgen van een bouwstroomaansluiting ten behoeve van derden (post ME 29 ad € 440,--), voert [gedaagde1] slechts een niet onderbouwde betwisting aan. Als vaststaand wordt aangenomen dat [gedaagde1] opdracht heeft gegeven voor deze werkzaamheden. [gedaagde1] heeft niet betwist dat deze kosten redelijk zijn. Deze posten zijn toewijsbaar.

4.30 [eiseres] stelt dat de werkzaamheden extra inrichting Grand Café en infra (post ME 30) als meerwerk dienen te worden beschouwd, aangezien het Grand Café behoort tot fase 6 en niet valt onder de aanneemovereenkomst. Zij verwijst naar het verslag van de bouwvergadering van 5 oktober 2005, waar in staat: “De saunawijzigingen en de afwerking van het grand cafe zijn meerwerk”. [gedaagde1] voert aan dat fase 6 binnen de opdracht valt en dus geen meerwerk is. Op het verslag van de door Brand geleide bouwvergadering gaat zij echter niet in. Aldus heeft zij haar betwisting onvoldoende onderbouwd. Deze post is toewijsbaar.

Rente en buitengerechtelijke kosten.

4.31 [eiseres] heeft tegenover de betwisting door [gedaagde1] onvoldoende onderbouwd dat de algemene voorwaarden zijn overeengekomen. Voor zover de vordering van [eiseres] geheel of gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de wettelijke handelsrente ex artikel 119a BW over de hoofdsom worden toegewezen.

4.32 Gelet op de schikkingsonderhandelingen die zijn gevoerd, wordt geoordeeld dat er door [eiseres] buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, die voor vergoeding in aanmerking komen, indien vast komt te staan dat [gedaagde1] haar nog een bedrag is verschuldigd. De vaststelling van de eventueel verschuldigde buitengerechtelijke kosten zal conform Rapport Voorwerk II geschieden.

Recapitulatie meerwerkposten (zie prod. 23 bij akte van 20 juni 2007 voor cijfermatig overzicht)

MW 1: Deze post is toewijsbaar (zie 4.9)

MW 2: Deze post is toewijsbaar (zie 4.9)

MW 3: Deze post is toewijsbaar (zie 4.9)

MW 4: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 5: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 6: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 7: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 8: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 9: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 10: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 11: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 12a: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 12: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.11)

MW 13: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 14: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 15: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.12)

MW 16: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 17: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.8)

MW 18: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.8)

MW 19: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 20: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 21: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.8)

MW 22: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 23: Deze post is toewijsbaar (zie 4.10)

MW 24: Deze post is toewijsbaar (zie 4.13)

MW 25: [eiseres] mag nog reageren (zie 4.14)

MW 28: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.8)

ME 1: Bewijs door deskundige: redelijkheid kosten (zie 4.15)

ME 2: Bewijs door deskundige; redelijkheid kosten (zie 4.15)

ME 3: Bewijs door deskundige; indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.16)

ME 4: Deze post is toewijsbaar (zie 4.19)

ME 7: Bewijs door deskundige: indien geleverd is de vordering toewijsbaar (zie 4.17)

ME 8: Deze post is in beginsel toewijsbaar, behoudens event. verrekening (zie 4.18)

ME 11: Deze post wordt afgewezen (zie 4.20)

ME 12: Deze post is in beginsel toewijsbaar, behoudens event. verrekening (zie 4.18)

ME 15: Deze post is in beginsel toewijsbaar, behoudens event. verrekening (zie 4.18)

ME 16: Deze post is in beginsel toewijsbaar, behoudens event. verrekening (zie 4.18)

ME 17: Bewijs door deskundige; redelijkheid kosten (zie 4.21)

ME 18: Bewijs door deskundige; redelijkheid kosten (zie 4.21)

ME 20: Deze post wordt afgewezen (zie 4.23)

ME 21: Deze post wordt toegewezen (zie 4.24)

ME 22: Deze post wordt afgewezen (zie 4.22)

ME 23: Deze post wordt afgewezen (zie 4.25)

ME 24: Deze post wordt toegewezen (zie 4.26)

ME 25: Deze post wordt afgewezen (zie 4.27)

ME 26: Deze post is al betaald en speelt in deze procedure geen rol (zie 4.28)

ME 27: Deze post is al betaald en speelt in deze procedure geen rol (zie 4.28)

ME 28: Deze post is toewijsbaar (zie 4.29)

ME 29: Deze post is toewijsbaar (zie 4.29)

ME 30: Deze post is toewijsbaar (zie 4.30)

ME 32: Deze post is al betaald en speelt in deze procedure geen rol (zie 4.28).

4.33 Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld, [gedaagde1] als eerste, zich bij akte uit te laten over de perso(o)n(en) en het aantal te benoemen deskundigen (vermoedelijk zijn deskundigen met een verschillende expertise nodig) en de aan deze(n) te stellen vragen. Op grond van artikel 195 Rv. zal [eiseres] het voorschot voor de kosten van het deskundigenonderzoek ter griffie dienen te deponeren. De voor te leggen vragen blijken uit de hiervoor weergegeven relevante rechtsoverwegingen.

In reconventie

4.34 In punt 4.1 is reeds vastgesteld dat [gedaagde2] geen partij is bij de aanneemovereenkomst. De gevraagde vordering voor recht (zie hiervoor onder 3.4 sub e) wordt dan ook toegewezen.

4.35 Ontbinding van de aanneemovereenkomst (zie hiervoor onder 3.4 sub a)

Kennelijk bedoelt [gedaagde1] hiermee de overeenkomst voorzover deze nog niet is uitgevoerd. [gedaagde1] is als opdrachtgeefster gerechtigd de overeenkomst te beëindigen indien zij dit wenst. Niet valt in te zien welk belang zij heeft bij dit onderdeel van haar vordering, zodat dit onderdeel zal worden afgewezen.

Warmteproblematiek. (zie hiervoor onder 3.4 sub b)

4.36 In artikel 5 lid a en b van de aanneemovereenkomst van 9 mei 2005 is vastgelegd dat partijen zijn overeengekomen dat [eiseres] de installatie zodanig zou aanleggen dat alle zonnebankruimtes, de ruimtes op de begane grond alsmede op de eerste verdieping bij de balie kunnen worden geconditioneerd op een temperatuur van tussen de 22 en 24 °C. Dit dient het uitgangspunt te zijn bij de beoordeling van de vraag of [eiseres] haar verplichtingen uit de aanneem¬overeenkomst correct is nagekomen. De rechtbank wenst in dit verband te worden ingelicht door een deskundige.

4.37 Voor zover naar aanleiding van het deskundigenbericht wordt geoordeeld dat [eiseres] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, dient te worden beoordeeld of er, zoals [eiseres] stelt, sprake is van eigen schuld aan de zijde van [gedaagde1], zodat de ontstane schade dient te worden verdeeld over [gedaagde1] en [eiseres].

4.38 [eiseres] heeft hiervoor aangevoerd dat [gedaagde1] tijdig beschikte over de tekeningen, de materiaalstaat en een waarschuwing van Ilex van 26 september 2005 waaruit kon worden opgemaakt dat [eiseres] de inhoud van de opdracht anders interpreteerde dan [gedaagde1] voor ogen stond.

4.39 [eiseres] heeft niet betwist dat de door haar ingeleverde tekeningen niet voorafgaand aan de werkzaamheden zijn goedgekeurd door [gedaagde1], althans Brand BBA. Evenmin is betwist dat [gedaagde1] [eiseres] erop heeft gewezen dat indien zij werkzaamheden uit zou voeren zonder goedkeuring vooraf, zij dit op eigen risico en kosten deed. Het verweer van [eiseres] met betrekking tot de ingeleverde tekeningen wordt om deze reden verworpen.

4.40 De vraag of [gedaagde1], althans Brand BBA, uit de materiaalstaat had kunnen en moeten opmaken dat [eiseres] geen koeling zou aanbrengen zoals door [gedaagde1] was gewenst in alle zonnebankruimtes, in de ruimtes op de begane grond alsmede op de eerste verdieping bij de balie, dient in het te houden deskundigenonderzoek aan de orde te komen. Indien naar aanleiding van dit onderzoek wordt geoordeeld dat het [gedaagde1] duidelijk had moeten zijn dat [eiseres] niet de koeling die [gedaagde1] wenste zou aanbrengen, had het op de weg van [gedaagde1] gelegen [eiseres] hierop zo spoedig mogelijk aan te spreken, zodat [eiseres] op dat moment de vereiste maatregelen had kunnen treffen. In dat geval zou geoordeeld kunnen worden dat sprake is van (enige mate van) eigen schuld aan de zijde van [gedaagde1] voor de ontstane schade.

4.41 In haar beoordeling van 26 september 2005 maakt Ilex melding van een aantal aandachtspunten met betrekking tot de zogeheten W(armte)-installatie. Ook met betrekking tot deze rapportage dient in het te houden deskundigenonderzoek te worden onderzocht of [gedaagde1], althans Brand BBA, uit deze rapportage had kunnen en moeten opmaken dat [eiseres] geen koeling zou aanbrengen zoals door [gedaagde1] was gewenst.

Eerst indien dit uit het deskundigenonderzoek kan worden afgeleid, komt de vraag aan de orde of de rapportage van Ilex aan [eiseres] ter beschikking is gesteld. [gedaagde1] heeft bij antwoordakte een brief van Brand BBA aan [eiseres] van 19 oktober 2005 overgelegd, alsmede pagina 2 van het verslag van de bouwvergadering van 19 oktober 2005 waaruit afgeleid kan worden dat [eiseres] op 19 oktober 2005 over de rapportage van Ilex beschikte. [eiseres] is echter nog niet in de gelegenheid gesteld te reageren op deze producties. Zij zal in dat geval alsnog

hiertoe in de gelegenheid worden gesteld.

4.42 Gelet op het bovenstaande zouden aan de deskundige(n) de navolgende vragen kunnen worden voorgelegd:

1. Is het met de installatie zoals deze door [eiseres] is aangelegd mogelijk de zonnebankruimtes, de ruimtes op de begane grond alsmede op de eerste verdieping bij de balie te conditioneren op een temperatuur tussen de 22 en 24 °C?

2. Kan uit de materiaalstaat van 26 april 2005 worden afgeleid of er al dan niet koeling zou worden aangebracht in de zonnebankruimtes, de ruimtes op de begane grond alsmede op de eerste verdieping bij de balie?

3. Kan uit de rapportage van Ilex van 26 september 2005 worden afgeleid of er al dan niet koeling zou worden aangebracht in de zonnebankruimtes, de ruimtes op de begane grond alsmede op de eerste verdieping bij de balie?

4.43 Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld, [gedaagde1] als eerste, zich bij akte uit te laten over de perso(o)n(en) en het aantal te benoemen deskundigen en de aan deze(n) te stellen vragen. Op grond van artikel 195 Rv. zal [gedaagde1] het voorschot voor de kosten van het deskundigenonderzoek ter griffie dienen te deponeren.

Brandveiligheid. (zie hiervoor onder 3.4 sub g)

4.44 [gedaagde1] heeft bij antwoordakte haar vordering vermeerderd met een bedrag van

€ 12.000,- aan schadevergoeding wegens aanpassingen ten behoeve van de brandveiligheid. [eiseres] is nog niet in de gelegenheid geweest op deze eisvermeerdering te reageren. Zij mag dit alsnog doen.

4.45 [gedaagde1] heeft gesteld dat [eiseres] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen met betrekking tot de brandinstallatie, hetgeen [eiseres] gemotiveerd heeft betwist.

Nu reeds wordt overwogen dat op dit punt onderzoek door een deskundige noodzakelijk zal zijn (ten aanzien van de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade). Partijen worden uitgenodigd zich uit te laten over het aantal, de persoon cq persnonen van de te benoemen deskundigen(n) en de aan deze(n) voor te leggen vragen. [gedaagde1] het voorschot voor de kosten van het deskundigenonderzoek ter griffie dienen te deponeren.

Waterhardheid.

4.46 [gedaagde1] heeft gesteld dat het leidingwerk niet juist is aangesloten door [eiseres] waardoor de vaatwasser en de combi-oven zijn aangesloten op het normale leidingwerk en derhalve blootstaan aan een te hoge waterhardheid. Niet duidelijk is in welk verband met welke vordering zij dit stelt zodat deze klacht onbesproken kan blijven.

Verwarmingsketel. (3.4 sub f)

4.47 [eiseres] is niet in de gelegenheid geweest te reageren op de eisvermeerdering met betrekking tot de verwarmingsketel. Zoals in punt 4.15 reeds is geoordeeld, zal [eiseres] alsnog in de gelegenheid worden gesteld inhoudelijk te reageren op de door [gedaagde1] gestelde non-conformiteit van de verwarmingsketel alvorens hierover een beslissing wordt gegeven.

Nu reeds wordt overwogen dat ook op dit punt onderzoek door een deskundige noodzakelijk zal zijn (ten aanzien van de aansprakelijkheid en de schade). Partijen worden uitgenodigd zich uit te laten over het aantal, de persoon c.q. personen van de te benoemen deskundigen(n) en de aan deze(n) voor te leggen vragen. [gedaagde1] zal het voorschot voor de kosten van het deskundigenonderzoek ter griffie dienen te deponeren.

Teruggave bankgaranties en betaling van de kosten van de garanties. (3.4 sub c en d)

4.48 Nu in conventie de vorderingen jegens [gedaagde2] worden afgewezen en [eiseres] niets van [gedaagde2] te vorderen heeft op grond van de aanneemovereenkomst, dient [eiseres] de door [gedaagde2] verstrekte bankgarantie aan de HBU Bank NV met nr. AH117.09.68.324 te retourneren. De rechtbank gaat er van uit dat [eiseres] dit binnen vijf werkdagen na wijzen van dit vonnis zal doen. [gedaagde2] kan in de akte na dit vonnis reageren als [eiseres] niet vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan.

4.49 Gelet op het feit dat onderaan de overeenkomst van 9 mei 2005 [gedaagde2] staat vermeld, alsmede dat zij handelt onder de naam [gedaagde1] Holiday, wordt geoordeeld dat [gedaagde2] zelf voor verwarring heeft gezorgd bij [eiseres]. Er wordt dan ook geen aanleiding gezien de medegevorderde kosten voor de bankgarantie toe te wijzen.

4.50 De beslissing met betrekking tot de bankgarantie die [gedaagde1] aan [eiseres] heeft verstrekt zal worden aangehouden tot op de conventionele en overige reconventionele vorderingen is beslist.

Buitengerechtelijke kosten. (3.4 sub h)

4.51 Gesteld noch gebleken is dat door of namens [gedaagde1] buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, anders dan die ter voorbereiding van de stukken of ter instructie van de zaak. De medegevorderde buitengerechtelijke kosten zullen dan ook worden afgewezen.

Recapitulatie vorderingen in reconventie:

a. wordt afgewezen (zie 4.35)

b. onderzoek door deskundige (zie 4.42 en 43)

c. t.a.v. [gedaagde2] toegewezen; t.a.v. [gedaagde1] aangehouden (zie 4.48)

d. t.a.v. [gedaagde2] afgewezen; t.a.v. [gedaagde1] aangehouden (zie 4.49)

e. wordt toegewezen (zie 4.34)

f. onderzoek door deskundige (zie 4.47)

g. onderzoek door deskundige (zie 4.45)

h. wordt afgewezen (zie 4.51)

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

verwijst de zaak naar de rol van 13 februari 2008 voor uitlating door [gedaagde1] (zie 4.33, 4.42, 4.43, 4.47 en 4.45) cq [gedaagde2] (zie 4.48);

[eiseres] zal daarop mogen reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2007.?