Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BC0760

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
20-12-2007
Zaaknummer
11-500341-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft PROMIS vonnis gewezen in de zaak tegen een 35-jarige verdachte en heeft hem hierbij vrijgesproken van de verdenking van diefstal met geweldpleging en subsidiair diefstal van een telefoon. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 98 dagen, gelijk aan het voorarrest, terzake mishandeling en bedreiging met zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer : 11/500341-07

Zittingsdatum : 4 december 2007

Uitspraak : 18 december 2007

STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren in 1972,

wonende te [adres en woonplaats]

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 juni 2007 te Dordrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen zijn gezicht heeft geslagen en/of gestompt;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

A)

hij op of omstreeks 28 juni 2007 te Dordrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

B)

hij op of omstreeks 28 juni 2007 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 1], meermalen, althans eenmaal, tegen zijn gezicht heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 28 juni 2007 te Dordrecht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een honkbalknuppel getoond aan die [slachtoffer 1];

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. De bewijsbeslissingen

3.1 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de navolgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring:

A. een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 28-06-2007, PL1810/07-074119, dossierp. 16-18, voor zover inhoudende -kort zakelijk weergegeven-:

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij bij de woning aan de [adres] te Dordrecht kwam om de sleutels van caravan te halen en waar verdachte verbleef. Verdachte kwam met de sleutels naar buiten en sloeg [slachtoffer 1] direct met een gebalde vuist in het gezicht. [slachtoffer 1] voelde door deze klappen pijn in zijn gezicht en heeft als letsel tanden door zijn lip en een pijnlijke oogkas opgelopen. Hij zag kans zijn camper in te vluchten waarop verdachte even later met een honkbalknuppel terug kwam en hem heeft bedreigd;

B. het verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 03-07-2007, voor zover inhoudende -kort zakelijk weergegeven-:

Verdachte heeft verklaard dat hij op 28 juni 2007 bij zijn vriendin was aan de [adres] te Dordrecht en dat de heer [slachtoffer 1] aanbelde. Hij heeft hem de sleutels van zijn caravan teruggegeven en ruzie met hem gekregen. Hij heeft hem twee keer geslagen. [slachtoffer 1] liep naar zijn camper. Verdachte heeft toen een honkbalknuppel gepakt;

C. de als bijlagen bij A gevoegde foto’s betreffende de verwondingen van [slachtoffer 1], dossierp. 20-23;

D. de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 04-12-2007 (hierna: D), voor zover inhoudende- kort zakelijk weergegeven-:

Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en dat hij een honkbalknuppel heeft gepakt waarmee hij hem heeft bedreigd;

E. een procesverbaal van het 112-gesprek, mutatienummer 07-074119 d.d. 13-11-2007, voor zover inhoudende -kort zakelijk weergegeven-:

[slachtoffer 1] heeft op 28 juni 2007 contact met de meldkamer en geeft aan dat hij zich bij de woning aan [adres] te Dordrecht bevindt om de sleutels van zijn caravan op te halen. Hij zegt dat hij wordt geslagen en er klinkt een onbekende stem op de achtergrond. [slachtoffer 1] overhandigt de telefoon aan de/een onbekende persoon die vervolgens met de meldkamer spreekt;

F. de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1; Kennisgeving van inbeslagneming Algemeen, mutatienummer 07-074119, dossierp. 37 (hierna: F), voor zover inhoudende: een slagwapen;

G. de als bijlagen bij F gevoegde foto’s betreffende het slagwapen, dossierp. 39-41.

3.2 Standpunten officier van justitie en verdediging

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen onder 1 en onder 1. subsidiair sub A ten laste is gelegd en dat het ten laste gelegde onder 1. subsidiair sub B en onder 2 bewezen wordt verklaard. Gevorderd wordt aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 98 dagen, gelijk aan het voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] van EUR 265,20 en verbeurdverklaring van het slagwapen.

Standpunt verdediging

Verdachtes raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen onder 1 en onder 1. subsidiair sub A ten laste is gelegd.

3.3 Oordeel rechtbank

Feiten 1 en 1. subsidiair sub A: vrijspraak

In navolging van de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank hetgeen ten laste is gelegd onder 1 en 1. subsidiair sub A niet wettig en overtuigend bewezen. Niet is gebleken dat verdachte de telefoon met geweld van [slachtoffer 1] heeft gestolen nu deze zijn telefoon tijdens de schermutseling zelf aan verdachte heeft overhandigd (zie E). De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van deze feiten.

Feit 1. subsidiair sub B: bewijsoverweging

Hetgeen onder 1. subsidiair sub B ten laste is gelegd acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer 1] enkele malen heeft geslagen (zie B en D). [slachtoffer 1] heeft daardoor letsel en pijn opgelopen aan zijn gezicht (zie A en C).

Feit 2: bewijsoverweging

De rechtbank acht hetgeen onder 2 ten laste is gelegd eveneens wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft bekend dat hij een honkbalknuppel uit de woning heeft gepakt en [slachtoffer 1] daarmee heeft bedreigd (zie B en D). De rechtbank is van oordeel dat verdachte door aldus te handelen heeft gedreigd met zware mishandeling. Uit het dossier zijn geen feiten of omstandigheden gebleken dat verdachte de bedoeling heeft gehad [slachtoffer 1] met de dood te bedreigen noch dat de bedreiging zo bij [slachtoffer 1] is aangekomen. Gezien de aard van het wapen, een honkbalknuppel van bijna 95 centimeter, ligt bedreiging met zware mishandeling evenwel voor de hand (zie F en G).

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 28 juni 2007 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 1], meermalen tegen zijn gezicht heeft geslagen waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

op 28 juni 2007 te Dordrecht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een honkbalknuppel getoond aan die [slachtoffer 1].

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1 MISHANDELING

2 BEDREIGING MET ZWARE MISHANDELING.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6. De vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft [slachtoffer 1], [adres en wwonplaats], zich schriftelijk in het geding gevoegd. Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van EUR 265,20 ter zake van vergoeding van immateriële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

Door of namens verdachte is de vordering niet betwist.

De benadeelde partij is ontvankelijk in zijn vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door de bewezenverklaarde strafbare feiten toegebrachte schade.

De rechtbank acht de vordering van EUR 265,20 geheel toewijsbaar aangezien deze voldoende is onderbouwd en niet is weersproken.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen bepaald op grond van de ernst van en de omstandigheden waaronder begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn slachtoffer mishandeld door hem in het gezicht te slaan en vervolgens bedreigd met een honkbalknuppel.

De officier van justitie heeft voor deze feiten een gevangenisstraf van 98 dagen gevorderd.

Verdachtes raadsman heeft in het kader van de eis van de officier van justitie of de op te leggen straf niets aangevoerd.

Gelet op hetgeen gebruikelijk is voor dergelijke feiten wordt voor mishandeling met als gevolg lichamelijk letsel een gevangenisstraf tot vier weken als passend beschouwd. Voor bedreiging met een slagwapen is dat een gevangenisstraf van zes tot twaalf weken. Dit betekent dat in deze zaak als uitgangspunt een gevangenisstraf van tien tot zestien weken heeft te gelden.

Wat betreft de mishandeling gaat het hier om letsel dat uit meer bestaat dan slechts een enkele schram of blauwe plek; bij het slachtoffer is sprake geweest van een tand door de lip. De bedreiging moet voor het slachtoffer uitermate beangstigend zijn geweest aangezien verdachte daarbij een honkbalknuppel van bijna één meter lang heeft gebruikt. Gelet op het voorgaande moet de straf in het hogere deel van het hiervoor genoemde uitgangspunt liggen en stelt de rechtbank de gevangenisstraf op veertien weken.

In het nadeel van verdachte is het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 juli 2007 waaruit blijkt dat hij sinds 1987 regelmatig met justitie in aanraking is geweest. Tevens heeft verdachte blijkens het rapport van het Bureau Veelplegers van de politie Zuid-Holland-Zuid d.d. 28 juni 2007 de status van zeer actieve veelpleger.

Daar staat tegenover dat de onderhavige zaak niet past in het patroon zoals dat blijkt uit voornoemde informatie. Verdachte is veelpleger op het gebied van diefstal. In deze zaak gaat om een ruzie met een bekende welke uit de hand is gelopen en is geëindigd in geweld en bedreiging. Verdachte heeft erkend dat hij verkeerd heeft gehandeld. Zonder zijn handelen te willen goed praten heeft verdachte aangegeven dat hij juist het jarenlange patroon van diefstal in het kader van vroegere verslaving heeft doorbroken. Deze verklaring vindt steun in hetgeen reclasseringsmedewerker J.P. van den Nieuwendijk in het Gespreksverslag d.d. 3 juli 2007 heeft gerapporteerd. Verdachte komt drie maal per week voor zijn medicatie bij Bouman GGZ, vertoont stabiel gedrag en er doen zich geen moeilijkheden voor. De conclusie van dit verslag luidt dat zijn situatie vergeleken met twee jaar geleden duidelijk is verbeterd.

Hoewel verdachte een aanzienlijk strafblad heeft, is de rechtbank van oordeel dat op grond van laatstgenoemde overweging de gevangenisstraf niet moet worden verhoogd.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie moet worden gevolgd in zijn eis en een vrijheidsbenemende straf van 98 dagen dient te worden opgelegd.

Gelet op hetgeen is overwogen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank naast toewijzing van de civiele vordering als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

7.2 Het beslag

Tijdens het onderzoek is, voor zover hier van belang, het volgende goed in beslag genomen: een slagwapen.

De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van het genoemde goed. De verdediging heeft niet op deze vordering gereageerd.

De rechtbank zal het genoemde goed verbeurd verklaren, aangezien het bewezen verklaarde onder 2 met behulp van dit voorwerp is begaan.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel zijn gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 33, 33a, 36f, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 1 subsidiair sub A ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 3.4 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 4. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van ACHTENNEGENTIG DAGEN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], een bedrag van EUR 265,20 (tweehonderdvijfenzestig euro en twintig cent), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 265,20 (tweehonderdvijfenzestig euro en twintig cent) ten behoeve van [slachtoffer 1];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 (vijf)dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

Mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

mr. A. Hello en mr. R.W. van Zuijlen, rechters,

tegenwoordigheid van mr. S.R.C. Polderman,griffier,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 december 2007.