Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB7171

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
31-10-2007
Datum publicatie
06-11-2007
Zaaknummer
64149 / HA ZA 06-2254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Koop onderdelen scheepsmotor

- IPR/ EVO/ Weens Koopverdrag

- Met wie is de overeenkomst gesloten? Eigenaar of rompbevrachting?

- Zijn orginele onderdelen besteld? Nee.

- Onrechtmatig beslag? Nee.

- Wanprestatie? Deskundige gaan benoemen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 64149 / HA ZA 06-2254

vonnis van de enkelvoudige kamer van 17 oktober 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres]

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur: mr. J.A. Visser,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

[gedaagde 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats]

2. de vennootschap naar buitenlands recht

[gedaagde 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagden in conventie,

gedaagde sub 2 eiseres in reconventie,

procureur: mr.V.J. Groot.

Partijen worden hieronder aangeduid als [eiseres] en [gedaagden] of -afzonderlijk- [gedaagde 1] of [gedaagde 2].

1. Het procesverloop

1.1. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

-beslagstukken,

-akte van [gedaagden],

-vonnis van 27 juni 2007 en de daarin genoemde stukken,

-conclusie van antwoord in reconventie,

-proces-verbaal van de op 24 september 2007 gehouden comparitie van partijen,

-de door beide partijen overgelegde producties.

2. De vaststaande feiten

In conventie en reconventie

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2. [eiseres] is handelaar in scheepsmotoronderdelen.

2.3. [R.T. ] is eigenaresse van het in Duitsland geregistreerde zeeschip [naam sc[schip] (verder de [schip]). [gedaagde 2] is rompbevrachter van de [schip].

2.4. De heer [A.H.] heeft op 12 juli 2005 een email aan [eiseres] gestuurd met, voor zover thans van belang, de volgende inhoud:

Subject: MV [R. ]- Reederei [gedaagde 1] KG MS [schip], Achim/Uesen (...)

Wie bereits telefonisch besprochen, finden Sie nachstehend eine Liste der von der Reederei des o.g. Schiffes benötigen Machinenteile"

MV "[schip]"

MWM TBD484-8U

484.08.10009 (...)

8 Kolben (...)

8 Satz Kolbenringe (...)

Hören gern mit den entsprechenden Preise von Ihnen (...)

2.5. Het ging niet om nieuwe maar om gereconditioneerde Kolben (verder worden deze zuigers genoemd) en Kolbenringe (verder te noemen: zuigerveren).

Daags daarop heeft [H. ] per email het volgende aan [eiseres] medegedeeld:

Nachstehend finden Sie die rechnungs- und Lieferanschrift für die heute bei Ihnen bestellten Teile:

Rechnung an:

[schip] Shppg. Co Ltd. St. Johns/Antigua

c/o

[gedaagde 1] [adres]

2.6. [eiseres] heeft per email een op 13 juli 2005 gedateerde orderbevestiging gestuurd aan het door [H. ] opgegeven adres. Onderaan deze orderbevestiging verwijst [eiseres] naar door haar gehanteerde verkoop en leveringsvoorwaarden.

Art. X de leden 5 en 6 luiden als volgt:

5. Reclames, zowel op de uitvoering van werk of leveringen, als ook op facturen, kunnen slechts worden ontvangen wanneer aangetekend schriftelijk ingediend, binnen 8 dagen na oplevering of aflevering van het werk of het goed, of na toezending van de facturen, en nadien niet meer. Reclames schorten de betalingsverplichting(en) van de opdrachtgever niet op.

6. Bij nalatigheid in de betaling door de opdrachtgever, wordt hij geacht van rechtswege in verzuim te zijn en hebben wij het recht om (...) op de opdrachtgever te verhalen alle op de invordering vallende kosten, zowel gerechtelijke als buitengerechtelijke (...). De buitengerechtelijke incassokosten bedragen 15% van de hoofdsom, met een minimum van Euro 113,45.

2.7. Op 20 en 25 juli 2005 heeft [eiseres] de onderdelen geleverd.

2.8. [eiseres] heeft de onderdelen in rekening gebracht met twee facturen:

een factuur d.d. 19 juli 2005 € 21.060,00

een factuur d.d. 25 juli 2005 € 10.260,00.

2.9. Telefonisch heeft [gedaagde 1] aan [eiseres] gemeld dat de geleverde zuigers niet de juiste waren. [eiseres] heeft op 27 juli 2005 per email aan [gedaagde 1] medegedeeld dat de geleverde zuigers dezelfde maat hadden als de zuigers die in het schip zaten.

2.10. Bij faxbrief 31 augustus 2005 heeft [gedaagde 2] aan [eiseres] medegedeeld, voor zover thans van belang:

(...)Your pistons belong to a complete different motortype of the MWM 484 and are designed for a single station block only. Our vessel has got a complete motorblock with no single stations. Consequently there has been no other possibility for us as to fix our broken old ones, which caused another unexpected delay of the completion of the whole works with the mainengine. Later on it was found that the pistons rings which you delivered were different to the ones we need therefore we could not use them as well, unfortunately.

We will now arrange transport of the wrong parts to you and do expect your creditnote in due time and meantime we shall arrange payments for the remaining parts in short.

2.11. De 8 zuigers zijn op 7 september 2005 aan [eiseres] teruggegeven.

2.12. Op 22 september 2005 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam verlof verleend om conservatoir vreemdelingenbeslag te leggen op de [schip].

2.13. Op 3 oktober 2005 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Middelburg hetzelfde verlof verleend.

2.14. Op 26 oktober 2006 heeft [eiseres] te Vlissingen beslag doen leggen op de [schip]. Op 28 oktober 2005 is het beslag opgeheven na het stellen een bankgarantie door [gedaagden]

2.15. Op of na 26 oktober 2005 heeft [gedaagde 2] € 9.120,00 aan [eiseres] betaald.

2.16. De bestaande zuigers van de [schip] zijn gereconditioneerd en opnieuw in de motor gemonteerd.

3. De vordering in conventie

De vordering in conventie

3.1. [eiseres] vordert dat [gedaagden] bij vonnis, des dat de een betalende de ander is bevrijd, uitvoerbaar bij voorraad, worden veroordeeld om aan [eiseres] te betalen:

1. € 22.759,39 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 november 2005;

2. € 4.698,00 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding;

3. € 1.815,52 aan beslagkosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding;

met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.

De onder 1 gevorderde hoofdvordering is gespecificeerd als volgt:

facturen 19 juli 2005 en 25 juli 2005 € 31.320,00

handelsrente tot 31 oktober 2005 € 559,39 +

subtotaal € 31.879,39

betaald € 9.120,00 -/-

€ 22.759,39

3.2. Aan de hoofdvordering legt [eiseres] nakoming van de overeenkomst ten grondslag. Zij acht [gedaagden] hoofdelijk aansprakelijk, omdat de levering bestemd was voor de eigenaresse van de [schip] ([gedaagde 1]) en de rekening gezonden moest worden aan [gedaagde 2].

Het verweer in conventie

3.3. De conclusie van [gedaagden] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van het geding. Zij voeren als verweer het volgende aan.

3.4. [gedaagde 2] is de contractuele wederpartij van [eiseres].

3.5. De geleverde zuigers voldeden niet aan de overeenkomst, want zij hadden niet de juiste lengte en waren daarom ongeschikt voor de motor van [schip]. Ter comparitie hebben [gedaagden] hun verweer uitgebreid met de stelling dat in strijd met de stilzwijgende voorwaarde (op grond van algemene bekendheid in de branche) originele onderdelen moeten worden geleverd, omdat anders de klasse de zuigers zou afkeuren en de fabrikant geen garantie meer wil geven.

3.6. [gedaagde 2] heeft de overeenkomst ontbonden ten aanzien van de zuigers en de andere onderdelen zijn betaald, zodat [eiseres] niets meer te vorderen heeft.

4. De vordering in reconventie

De vordering in reconventie

4.1. [gedaagde 2] vordert dat [eiseres] bij vonnis wordt veroordeeld om aan [gedaagde 2] te betalen van GBP 12.922,00 plus p.m. met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

4.2. [gedaagde 2] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [eiseres] heeft ten onrechte beslag doen leggen op de [schip], omdat [gedaagden] toen niets meer verschuldigd waren. De schade bedraagt GBP 12.922,00 aan gemiste charterinkomsten.

Het verweer in reconventie

4.3. De conclusie van [eiseres] strekt tot afwijzing van de vordering. Het beslag werd gelegd toen in ieder geval een vordering van € 9.120,00 openstond. Er is pas betaald na beslaglegging, zodat geen sprake is van onrechtmatige beslaglegging. Voorts betwist [eiseres] de hoogte van de schade.

5. De beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

5.1. De rechtsmacht van deze rechtbank is gegeven, nu [gedaagden] alsnog hebben ingestemd met beslechting van onderhavig geschil door deze rechtbank.

in conventie

5.2. toepasselijk recht

Op de koopovereenkomst, is Nederlands recht toepasselijk, nu [eiseres], die als verkoper de kenmerkende prestatie heeft geleverd, in Nederland is gevestigd (art. 4, tweede lid, EVO-verdrag). Het EVO-verdrag is universeel toepasselijk en geldt mitsdien jegens beide gedaagden.

5.3. Nederland is partij bij het Weens Koopverdrag (CISG). Toepasselijkheid van Nederlands recht impliceert daarmee de toepasselijkheid van het CISG op de

koopovereenkomst, behoudens voor zover tussen partijen niet anderszins is overeengekomen. Hierna zal nog worden beoordeeld of deze koopovereenkomst is gesloten met [gedaagde 1] dan wel met [gedaagde 2]. Voor de toepasselijkheid van het CISG maakt dit echter niet uit. [gedaagde 1] is in Duistland gevestigd, dat net als Nederland partij is bij het CISG. [gedaagde 2] is gevestigd te [vestigingsplaats], dat geen partij is bij dit verdrag. Niettemin is ook jegens [gedaagde 2] het CISG toepasselijk, nu het [eiseres] is die de kenmerkende prestatie verricht (art 1, eerste lid sub b WKV), zodat naar Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht toepasselijk is.

5.4. contractuele wederpartij

[gedaagde 2] erkent contractuele wederpartij te zijn. [eiseres] heeft niet voldoende onderbouwd gesteld dat ook [gedaagde 1] wederpartij is. De vordering tegen [gedaagde 1] ligt mitsdien voor afwijzing gereed.

5.5. tijdig geklaagd

Er is geklaagd vóór 27 juli 2005. Ook indien de algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn (hetgeen [gedaagde 2] betwist) is dit tijdig. [eiseres] voert niet aan dat de in de voorwaarden voorgeschreven vorm niet in acht is genomen. Er is tijdig geklaagd over de geleverde zuigers.

5.6. ontbinding

[gedaagde 2] is bevoegd de overeenkomst ontbonden te verklaren indien sprake is van een wezenlijke tekortkoming ex art. 49, eerste lid onder a, CISG.

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, beantwoorden de zaken slechts dan aan de overeenkomst, indien zij:

a. geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt;

b. geschikt zijn voor een bijzonder doel dat uitdrukkelijk of stilzwijgend aan de verkoper ter kennis is gebracht op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst, behoudens een hier niet ter zake doende uitzondering (art 35, tweede lid, sub A en B CISG).

5.7. De brief van 31 augustus 2005 laat er geen misverstand over bestaan dat [gedaagde 2] heeft beoogd de koopovereenkomst te ontbinden. Of [gedaagde 2] zodanig recht toekomt hangt af van de vraag de koopovereenkomst inhoudt dat er originele motoronderdelen zijn gekocht en zo nee, van de vraag of de geleverde (niet-originele) motoronderdelen überhaupt ongeschikt zijn voor de motor.

5.8. [gedaagde 2] heeft niet voldoende gesteld om te oordelen dat zij originele motoronderdelen heeft gekocht. [gedaagde 2] maakt niet duidelijk waar dit in haar bestellijst (email van 12 juli 2005) staat. De opvolgende orderbevestiging van [eiseres] biedt evenmin grond voor het oordeel dat originele onderdelen zijn besteld. Het valt op dat ook in de brief van [gedaagde 2] van 31 augustus 2005 nog steeds niet daarover rept. Daarin vermeldt [gedaagde 2] slechts dat de zuigers niet geschikt zijn, maar daarin staat niets over originele onderdelen in verband met klasse of fabrieksgarantie. Dat een dergelijke voorwaarde in de branche zo gebruikelijk is dat deze als stilzwijgend overeengekomen moet worden beschouwd heeft [gedaagde 2] onvoldoende onderbouwd.

5.9. [eiseres] diende voor de motor geschikte zuigers te leveren. Indien de geleverde zuigers niet geschikt waren voor de motor van de [schip], dan is sprake van een wezenlijke tekortkoming. De rechtbank zal [gedaagde 2] toelaten tot bewijs door deskundigen. Nu [gedaagde 2] een bevrijdend verweer voert waarvoor zij de bewijslast draagt zal zij, in afwijking van de hoofdregel van 195 Rv., het voorschot van de deskundige bij de rechtbank in depot moeten storten. Slaagt [gedaagde 2], dan heeft zij terecht ontbonden en is zij niets meer verschuldigd.

5.10. Aan de deskundige zouden de navolgende vragen kunnen worden voorgelegd:

-zijn de gereconditioneerde zuigers die aan [gedaagde 2] zijn geleverd, maar aan [eiseres] zijn geretourneerd, technisch geschikt om te worden geplaatst en gebruikt in de [schip]?

-zijn er nog overige ter zake doende opmerkingen?

5.11. De zaak zal naar de rol worden verwezen opdat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige, diens kosten en de aan deze te stellen vragen.

5.12. buitengerechtelijke kosten

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Uit de stellingen van [eiseres] valt niet af te leiden dat deze kosten zijn gemaakt. De verklaring van beide advocaten ter comparitie dat zij niets hebben gedaan om te pogen een minnelijke regeling te treffen vóórdat het conservatoire beslag was gelegd, wijst daar in ieder geval niet op. Nu [eiseres] niet voldoet aan haar stelplicht, kan in het midden blijven of het betreffende beding in de algemene voorwaarden van [eiseres] toepasselijk is en of dit afwijkt van hetgeen in (art. 74 van ) het CISG is bepaald omtrent het recht op schadevergoeding.

5.13. beslagkosten

Beslagkosten zijn onderdeel van de proceskosten. Als zodanig moet de toewijsbaarheid daarvan beoordeeld worden naar Nederlands (proces-) recht. De beslagkosten zijn niet toewijsbaar. Slechts jegens haar contractuele wederpartij kan [eiseres] een geldvordering hebben. Het conservatoire beslag is gelegd op een schip dat niet in eigendom is van de contractuele wederpartij van [eiseres]. [eiseres] kan haar vordering niet verhalen op een schip dat niet aan de debiteur toebehoort.

in reconventie

5.14. [eiseres] heeft conservatoir vreemdelingenbeslag doen leggen in Nederland, zodat Nederlands recht toepasselijk is op de vraag of [eiseres] in deze onrechtmatig beslag heeft gehandeld (art. 3, eerste lid, Wet conflictenrecht onrechtmatige daad).

5.15. Degene die ten onrechte een conservatoir beslag legt, handelt voor eigen risico en zal - bijzondere omstandigheden daargelaten - de door het beslag geleden schade moeten vergoeden. Hieraan doet niet af dat de beslaglegger, op verdedigbare gronden van het bestaan van zijn vorderingsrecht overtuigd, bij het leggen van het beslag niet lichtvaardig heeft gehandeld (HR 15-04-1965 NJ 1965, 331).

5.16. [eiseres] heeft beslag doen leggen op een schip dat niet toebehoort aan degene met wie [eiseres] de overeenkomst heeft gesloten. [eiseres] mocht dus dat beslag niet laten leggen. In de bijzondere omstandigheden van het geval acht de rechtbank evenwel het gelegde beslag niet onrechtmatig. De eigenaar van het schip en de rompbevrachter blijken zustermaatschappijen, of in ieder geval nauw verweven te zijn. Zij voeren ook deels gelijkende namen. Bovendien zijn [gedaagden] zelf niet duidelijk geweest om aan te geven met wie de overeenkomst is gesloten. Zo is op de bestellijst van 12 juli 2005 als onderwerp aangegeven: de Reederei [gedaagde 1] (eigenaar) te [vestigingsplaats]. In [vestigingsplaats] is niet de rompbevrachter maar wel de eigenaar gevestigd.

5.17. Als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie zullen [gedaagden] worden veroordeeld in een vergoeding van de door [eiseres] gemaakte proceskosten. De beslissing daaromtrent wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

6.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 november 2007 voor het nemen van een akte uitlating benoeming deskundige als bedoeld in de overwegingen van dit vonnis, eerst aan de zijde van [eiseres];

in reconventie

6.2. houdt iedere nadere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 oktober 2007.