Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB5621

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
10-10-2007
Datum publicatie
17-10-2007
Zaaknummer
65077 / HAZA 06-2397
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Fa-med is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering jegens Meinhardt, nu Mainhardt namens PT12 contracteerde. Het in het geding gebrachte overzicht met bedragen is niet gemotiveerd weersproken. In det overzicht is sprake van een hoger verschuldigd bedrag dan in hoofdsom bij dagvaarding is gevorderd. Geen eiswijziging, dus toewijzing tot bedrag zoals bij dagvaarding gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 65077 / HA ZA 06-2397

vonnis van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Fa-med B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseres,

procureur: mr. J. Wijnja,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te Zwijndrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Praktijk voor Tandheelkundige Implantologie Zwijndrecht B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagden,

procureur: mr. P.J.G.M. van Gool.

Partijen worden hieronder aangeduid als Fa-med en [gedaagden]. Gedaagden worden afzonderlijk aangeduid als [gedaagde 1] en PTIZ.

1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

beslagstukken,

dagvaarding van 19 mei 2006,

conclusie van antwoord,

tussenvonnis van 25 oktober 2006 waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

proces-verbaal van comparitie van 5 december 2006 en de daarin genoemde brief van 22 november 2006,

het proces-verbaal van comparitie van 1 maart 2007,

de door beide partijen overgelegde producties.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1 Tussen Fa-med en [gedaagden] bestaat een factoring-overeenkomst (verder: de overeenkomst) waarbij [gedaagde 1] al haar vorderingen op natuurlijke personen, voorzover deze voortvloeien uit een tandheelkundige behandeling of verrichting, ter incassering aan Fa-med verkoopt en in eigendom overdraagt vanaf 1 januari 2005. Daartegenover bevoorschot Fa-med [gedaagden].

3. De vordering

Fa-med vordert dat bij vonnis geheel uitvoerbaar bij voorraad [gedaagden] hoofdelijk des dat de één betalende, de ander in zoverre zal zijn bevrijd te veroordelen:

- om aan Fa-med tegen bewijs van kwijting te betalen de ter zake verschuldigde som van € 139.039,05 te vermeerderen met de wettelijke vertragingsrente, vanaf 3 oktober 2005 tot de dag der algehele voldoening;

- in de kosten dezer procedure, een bedrag aan salaris voor de procureur van eiseres daaronder begrepen, alsmede

- in de kosten van de conservatoire procedure, waaronder de beslagen, de betekeningskosten etc.

Fa-med stelt daartoe het volgende.

3.1 [gedaagde 1] is gedagvaard, omdat niet duidelijk is of [gedaagde 1] als prive-persoon, als enig bestuurder van PTIZ of als beide de overeenkomst heeft ondertekend.

3.2 [gedaagden] bieden de afgelopen maanden declaraties vaak meerdere malen aan. Het gaat daarbij om nota's die reeds waren betaald, nota's die nog in het incasseringstraject zitten of nota's die nog in behandeling zijn bij Fa-med.

3.3 [gedaagden] behandelen veelal zwervers, verslaafden en andere sociaal zwakkeren. Het percentage wanbetalers bij de declaraties van [gedaagden] is daardoor extreem hoog.

3.4 Beide omstandigheden hebben ertoe geleid dat Fa-med van [gedaagden] een bedrag van € 120.476,64 aan voorschotten te vorderen heeft waar onvoldoende declaraties tegenover staan.

3.5 Fa-med heeft tevens volgens de algemene voorwaarden vertragingsrente van [gedaagden] te vorderen, welke rente tot en met 8 mei 2006 een bedrag van € 490,91 bedraagt.

3.6 Fa-med zal door haar incassogemachtigde worden belast met buitengerechtelijke incassokosten ad € 18.071,50, welke conform de algemene voorwaarden, dan wel subsidiair conform artikel 6:96 lid 2 sub c BW eveneens voor rekening van [gedaagden] dienen te komen.

4. Het verweer

De conclusie van [gedaagden] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Fa-med in de kosten van het geding. Zij voert als verweer het volgende aan.

4.1 [gedaagde 1] heeft namens PTIZ, althans ten behoeve van PTIZ, gecontracteerd. Fa-med dient daarom in de procedure tegen [gedaagde 1] niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.2 Fa-med heeft haar vordering onvoldoende gesubstantieerd. Fa-med onderbouwt de hoofdsom van € 120.476,64 niet anders dan dat zij [gedaagden] heeft bevoorschot, dat [gedaagden] de afgelopen maanden declaraties vaak meerdere malen hebben aangeboden en dat daarnaast het percentage wanbetalers extreem hoog is. Fa-med onderbouwt niet om welke facturen het gaat en hoe het voornoemde bedrag is samengesteld.

4.3 PTIZ heeft facturen die werden gereclameerd na correctie wel opnieuw ingestuurd, maar steeds onder hetzelfde factuurnummer. Indien een factuur niet te incasseren viel, werd deze geretrocedeerd en viel deze uit het systeem. PTIZ heeft nimmer facturen dubbel ingestuurd.

4.4 [gedaagden] is noch op enig moment gemaand noch in verzuim gesteld door Fa-med.

4.5 Gezien het feit dat de vordering van Fa-med niet onderbouwd is, kan de renteclaim niet worden beoordeeld. Bovendien is een eventuele te ruime bevoorschotting het gevolg van fouten van Fa-med. In redelijkheid kan geen aanspraak worden gemaakt op rente.

4.6 [gedaagden] betwisten de buitengerechtelijke incassokosten, nu zij de daaraan ten grondslag liggende werkzaamheden niet hebben ervaren. Fa-med heeft evenmin duidelijk gemaakt waaruit de buitengerechtelijke incassomaatregelen hebben bestaan.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 De feiten die ten grondslag zijn gelegd aan de vordering en bij comparitie nader zijn aangevuld door Fa-med voldoen aan de eisen gesteld in artikel 21 Rv.

5.2 Onweersproken is het verweer van [gedaagden] dat [gedaagde 1] namens PTIZ heeft gecontracteerd. Fa-med is derhalve niet ontvankelijk in haar vorderingen tegen [gedaagde 1].

5.3 Het na antwoord bij brief van 22 november 2006 door Fa-med in het geding gebrachte overzicht is niet gemotiveerd weersproken door PTIZ. In dit overzicht is sprake van een hoger verschuldigd bedrag dan in hoofdsom bij dagvaarding is gevorderd. Nu evenwel niet na wijziging van eis betaling van dit bedrag wordt gevorderd zal de vordering in hoofdsom worden toegewezen tot een bedrag van € 120.476,64.

5.4 PTIZ heeft onweersproken gesteld dat zij niet in gebreke is gesteld. De wettelijke rente over de hoofdsom zal daarom worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

5.5 Fa-med heeft onvoldoende onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht die volgens het rapport Voorwerk II in aanmerking komen voor vergoeding. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen derhalve worden afgewezen.

5.6 Fa-med wordt in haar vorderingen jegens [gedaagde 1] niet-ontvankelijk verklaard. Zij wordt derhalve veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde 1]. Deze kosten worden bepaald op nihil, aangezien namens [gedaagde 1] en PTIZ één conclusie van antwoord is genomen.

5.7 Nu Fa-med niet-ontvankelijk wordt verklaard, dienen de kosten die Fa-med heeft gemaakt ten behoeve van het ten laste van [gedaagde 1] gelegde conservatoire beslag voor rekening te komen van Fa-med.

6. De beslissing

De rechtbank:

verklaart Fa-med niet ontvankelijk in haar vorderingen jegens [gedaagde 1];

veroordeelt PTIZ om tegen kwijting aan Fa-med te betalen een bedrag van € 120.476,64, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening;

veroordeelt Fa-med in de kosten van het geding gemaakt door [gedaagde 1], tot op heden aan de zijde van [gedaagde 1] bepaald op nihil;

veroordeelt PTIZ in de kosten van het geding gemaakt door Fa-med, tot op heden aan de zijde van Fa-med bepaald op € 2.842,- aan salaris van de procureur en € 3.166,32 aan verschotten, waarvan € 3.060,- aan griffierecht;

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Baal en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 oktober 2007.