Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB5170

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
04-10-2007
Datum publicatie
09-10-2007
Zaaknummer
11/510205-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vier jaar gevangenisstraf heeft de Rechtbank Dordrecht opgelegd aan een 27 jarige verdachte die samen met zijn vriendin een bekende van deze vriendin 's nachts in haar woning heeft overvallen. Het slachtoffer werd in een wurggreep genomen, werd vastgebonden aan handen en voeten en werd onder bedreiging met een mes gedwongen haar betaalpas en pincode af te geven. Eén van de daders ging hiermee pinnen, terwijl het slachtoffer onder bewaking van de medeverdachte achter bleef.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer : 11/510205-07

Zittingsdatum : 20 september 2007

Uitspraak : 4 oktober 2007

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder bekende vaste woon-of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting].

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

[Tenlastelegging:

1.

hij op of omstreeks 13 maart 2007 te [pleegplaats], in de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A. met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere geldbedragen (totaal 200 euro) en/of twee zonnebrillen en/of een mobiele telefoon en/of meerdere, althans één, pasje(s) en/of meerdere sieraden (een gouden ketting en/of een gouden ring en/of een gouden oorbel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer], in elk geval aan eenander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

B. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pincode behorende bij een bankpas van die [slachtoffer],welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal (zakelijk weergegeven)

- die [slachtoffer] (van achteren) heeft vastgepakt door een arm op/om de keel/hals van die [slachtoffer] te drukken en/of gedrukt te houden (waardoor die [slachtoffer] geen lucht kreeg) en/of

- met een mes zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer] heeft gemaakt en/of met (de punt van) dat mes op het hoofd van die [slachtoffer] heeft getikt, althans dat mes aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of die [slachtoffer] (daarbij) dreigend de woorden toegevoegd: "When you don't collaborate, I am gone kill you" en/of "If you cry, I will kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- de handen/polsen en/of de benen/enkels van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] op een bed heeft/hebben gegooid/gelegd;

2.

hij op of omstreeks 13 maart 2007 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag van 20

euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas met bijbehorende pincode die niet voor gebruik door hem, verdachte en/of zijn mededader bestemd was;

3.

(aangiften A.2.1 / A.12.1 / A.13.1 / A.14.1 / A.16.1 / A.17.1 / A.18.1) hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 13 februari 2007 tot en met 23 mei 2007 in de gemeente [pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats], in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer hoeveelheden benzine, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij op of omstreeks 30 mei 2007 te [pleegplaats] een wapen van categorie I onder 7, te weten een gaspistool (merk ANICS), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden heeft gehad]

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd overeenkomstig de als bijlage 2 aan dit vonnis gehechte vordering ter terechtzitting.

[strafeis: 5 jaar en 6 maanden gevangenisstraf]

3.2 De verdediging

De verdediging heeft

4. De bewijsbeslissingen

4.1De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op of omstreeks 13 maart 2007 te [pleegplaats], in de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander,

A. met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere geldbedragen (totaal 200 euro) en twee zonnebrillen en een mobiele telefoon en meerdere pasjes en meerdere sieraden (een gouden ketting en een gouden ring en een gouden oorbel toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en

B. met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pincode behorende bij een bankpas van die [slachtoffer],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader, (zakelijk weergegeven)

- die [slachtoffer] (van achteren) heeft/hebben vastgepakt door een arm om de keel van die [slachtoffer] te drukken en gedrukt te houden (waardoor die [slachtoffer] geen lucht kreeg) en

- met een mes zwaaiende bewegingen in de richting van die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en met (de punt van) dat mes op het hoofd van die [slachtoffer] heeft/hebben getikt en die [slachtoffer] (daarbij) dreigend de woorden

toegevoegd:

"When you don't collaborate, I am gone kill you" en "If you cry, I will kill you" en

- de handen/polsen en de benen/enkels van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en (vervolgens) die [slachtoffer] op een bed heeft/hebben gegooid ;

2.

op 13 maart 2007 te [pleegplaats] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft weggenomen een geldbedrag van 20 euro toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas met bijbehorende pincode die niet voor gebruik door zijn, verdachte en/of zijn mededader bestemd was;

3.

op tijdstippen gelegen in de periode van 13 februari 2007 tot en met 23 mei 2007 in

[pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats] en/of [pleegplaats], in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen hoeveelheden benzine toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C];

4.

op 30 mei 2007 te [pleegplaats] een wapen van categorie I onder 7, te weten een gaspistool (merk ANICS), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met

een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.3 Nadere bewijsoverweging

Door de raadsvrouw is betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ‘tikken met punt van mes op hoofd van [slachtoffer]’ alsmede van het gebruik van dreigende bewoordingen die ten laste zijn gelegd, omdat hiervoor onvoldoende bewijs is. Beide bestanddelen hebben betrekking op hetgeen verdachte onder feit 1 sub B ten laste is gelegd.

De rechtbank overweegt dienaangaande dat de verklaring van [slachtoffer] voornoemd voldoende steun vindt in de inhoud van de overige door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.

Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. en 2.

DE EENDAADSE SAMENLOOP VAN:

A. DIEFSTAL, VERGEZELD EN/OF GEVOLGD VAN GEWELD EN/OF BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, OF OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD GEDURENDE DE VOOR DE NACHTRUST BESTEMDE TIJD IN EEN WONING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

en

B. AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD GEDURENDE DE VOOR DE NACHTRUST BESTEMDE TIJD IN EEN WONING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

en

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN VALSE SLEUTELS;

3.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD

en

DIEFSTAL, MEERMALEN GEPLEEGD;

4.

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 13, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE.

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de onder 1 sub A en sub B en 2 bewezenverklaarde handelingen sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen bepaald op grond van de ernst van en de omstandigheden waaronder begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is samen met zijn toenmalige vriendin de woning van een vriendin van zijn toenmalige vriendin binnengegaan en heeft uit die woning meerdere geldbedragen, zonnebrillen, een mobiele telefoon en bankpasjes en sieraden weggenomen. Bij deze overval is bruut geweld gebruikt. De overvallers zijn onder valse voorwendselen in de nachtelijke uren naar het slachtoffer toegegaan. Zij belden aan en nadat de bewoonster open deed gingen zij de woning in. Verdachte en zijn mededader hebben vervolgens het slachtoffer van achteren vastgepakt door een zogenaamde wurggreep toe te passen, waardoor het slachtoffer geen lucht meer kreeg en haar bewustzijn dreigde te verliezen. Voorts hebben zij het slachtoffer met een mes bedreigd waarbij bedreigende woorden zijn gebezigd. Daarnaast hebben zij het slachtoffer bij de handen en voeten vastgebonden. Vervolgens hebben de overvallers de woning doorzocht en hebben zij wat van hun gading was weggenomen. De medeverdachte is met de twee gestolen pinpassen en de afgegeven pincodes naar de dichtstbijzijnde pinautomaat gereden en heeft een geldbedrag van EUR 20,00 gepind. Nadat deze medeverdachte terug in de woning van het slachtoffer kwam, hebben zij met medeneming van de in de woning gestolen goederen, het pand verlaten.

Het staat buiten twijfel dat de overval voor het slachtoffer zeer beangstigend moet zijn geweest. Niet in de laatste plaats omdat zij 's avonds laat in haar eigen woning, een plek waar zij wordt geacht zich veilig te kunnen voelen, is overvallen door een vriendin en haar vriend, die haar gezegd hadden op bezoek te komen. Behalve de angst dat zij zou stikken is zij ook nog met een mes bedreigd. De overvallers hebben het slachtoffer na de beroving aan haar lot overgelaten. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Het plegen van een dergelijke lafhartige overval dient streng te worden bestraft.

Verdachte heeft zich samen met zijn voormalige vriendin, maar ook alleen, schuldig gemaakt aan een aantal diefstallen van benzine bij tankstations. Dergelijke feiten veroorzaken financiële schade, ergernis en verontwaardiging bij de tankstationhouders.

Ten slotte heeft de verdachte een gaspistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van een dergelijk voorwerp vergroot gevoelens van onveiligheid in de samenleving en leidt niet zelden bij criminele activiteiten tot het gebruik daarvan.

Wat de persoon van de verdachte betreft, heeft de rechtbank in het bijzonder acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 1 juni 2007. Uit dat uittreksel blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld ter zake van diefstallen met geweld en afpersing. De rechtbank rekent verdachte voorts zwaar aan dat hij de strafbare feiten heeft begaan kort nadat hij in februari 2007 uit detentie was ontslagen. Hij had een gevangenisstraf van vier jaren en zes maanden uitgezeten voor een reeks diefstallen met geweld en afpersing. De rechtbank zal dan ook de recidive in aanzienlijke mate ten nadele van verdachte meewegen.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat tevens rekening met de gewelddadige rol van verdachte in het geheel.

Uit het voorlichtingsrapport d.d. 8 augustus 2007 van mevrouw [medewerkster] van het Leger des Heils blijkt dat het recidivegevaar bovengemiddeld wordt ingeschat en dat geadviseerd wordt verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 55, 57, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte heeft begaan, zoals vermeld onder van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens tot:

* een GEVANGENISSTRAF voor de duur van VIER (4) JAREN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt,

,

mr. M.M. Moolenburgh - Pelser en mr. G.A.J.M. van Vugt,

rechters,

in tegenwoordigheid van P.J.F.M. Vermaat,

griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2007.