Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB5011

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-09-2007
Datum publicatie
08-10-2007
Zaaknummer
201289 HA VERZ 07-328
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:685BW

Toewijzing ontbindingsverzoek van werknemer onder toekenning van een vergoeding, waarvan een deel dient als compensatie voor de aantasting van de eer en goede naam van de werknemer en voor het door hem ondergane leed.

Onzorgvuldige handelwijze werkgever ten aanzien van gerucht over werknemer dat hij seksuele contacten met minderjarigen zou hebben. Het is aan de werkgever om een dergelijke vergaande beschuldiging zorgvuldig te onderzoeken en de werknemer daarover onverwijld te horen. Dit heeft werkgever nagelaten en zij is zich op het standpunt blijven stellen dat werknemer zich wel aan de verweten gedragingen heeft schuldig gemaakt, zonder voor dit standpunt, ook in de onderhavige procedure, concrete aanknopingspunten aan te dragen. Een en ander betekent dat werkgever aan werknemer een vergoeding moet betalen, waarvan een deel dient als compensatie voor de aantasting van zijn eer en goede naam en voor het door hem ondergane leed.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 106
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2007/255 met annotatie van Mr. R.M. Beltzer
RAR 2008, 10
JAR 2007, 255

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 201289 HA VERZ 07-328

beschikking van de kantonrechter te Dordrecht van 14 september 2007

inzake het verzoek van:

[naam],

wonende te [adres],

verzoeker, tevens verweerder,

gemachtigde mr. B.G. Baljet,

tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Baggermaatschappij Boskalis B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

verweerster, tevens verzoekster,

gemachtigde mr. M.T. van der Dussen.

Partijen worden hierna verder als [verzoeker, tevens verweerder] en Boskalis aangeduid.

Verloop van de procedure

De kantonrechter beslist op de volgende processtukken:

1. het verzoekschrift dat ter griffie is binnengekomen op 15 augustus 2007;

2. het verweerschrift, tevens houdende tegenverzoek;

3. de overgelegde producties;

4. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op de terechtzitting van 4 september 2007.

Partijen zijn ter terechtzitting verschenen, [verzoeker, tevens verweerder] in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde en Boskalis bij de heren [naam] en [naam] en bijgestaan door haar gemachtigde.

De gemachtigden van partijen hebben ter terechtzitting een pleitnotitie overgelegd, hebben gepersisteerd bij het in het verzoekschrift en verweerschrift gestelde en hebben hun stand-punten nog mondeling nader toege¬licht.

Tijdens de terechtzitting zijn aan de zijde van Boskalis tevens verschenen de heer [naam], manager van het project in Brazilië (hierna: [manager project]) en de heer [naam], medewerker van de personeelsafdeling (hierna: medewerker PZ) die op informele basis vragen van de kantonrechter hebben beantwoord.

Omschrijving van het geschil

De feiten

1.1. [verzoeker, tevens verweerder], thans 36 jaar, is op 2 januari 1997 bij Boskalis in dienst getreden. Direct daaraan voorafgaande heeft [verzoeker, tevens verweerder] in 1996 één jaar via een uitzendbureau bij Boskalis gewerkt en daarvoor heeft [verzoeker, tevens verweerder] tijdens zijn opleiding gedurende zes jaar elke vakantie twee maanden bij Boskalis gewerkt.

1.2. [verzoeker, tevens verweerder] heeft bij Boskalis de laatste jaren wereldwijd diverse baggeropdrachten uitgevoerd en het laatste jaar was hij werkzaam in Brazilië. [verzoeker, tevens verweerder] geldt als non-resident en Boskalis betaalt het salaris uit zonder inhouding van loonbelasting. Het salaris over de laatste vijf maanden bedroeg gemiddeld € 4.185,-- netto per maand.

1.3. In juni 2007 is [verzoeker, tevens verweerder] door Boskalis geschorst vanwege een gerucht dat [verzoeker, tevens verweerder] in Brazilië seksuele contacten met minderjarigen zou hebben gehad. [verzoeker, tevens verweerder] vernam het gerucht en de schorsing toen hij na zijn verlof bij Boskalis navraag deed wat zijn rooster was.

[verzoeker, tevens verweerder] heeft op 27 juni 2007 op het hoofdkantoor van Boskalis een gesprek gehad met onder andere [medewerker PZ]. Daarna heeft [verzoeker, tevens verweerder] nog telefonisch contact gehad met [manager project].

1.4. [verzoeker, tevens verweerder] is sinds 22 juni 2007 door ziekte arbeidsongeschikt.

1.5. [verzoeker, tevens verweerder] heeft via een brief van zijn rechtsbijstandverzekering van 2 juli 2007 de beschuldigingen ontkend en heeft Boskalis verzocht om excuses. In het daarop volgende faxbericht van de gemachtigde van Boskalis van 4 juli 2007 volhardt Boskalis in de beschuldigingen en verklaart zij in afwachting te zijn van verklaringen en stukken uit het buitenland ter staving daarvan. Voorts wordt aangegeven dat [verzoeker, tevens verweerder] niet kan terugkomen in zijn functie en dat herplaatsing is uitgesloten.

1.6. Op 2 augustus 2007 heeft Boskalis [verzoeker, tevens verweerder] opgeroepen om naar Nigeria uitgezonden te worden.

Het verzoek

2.1. [verzoeker, tevens verweerder] verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden onder toekenning aan hem ten laste van Boskalis van een materiele vergoeding van € 175.700,-- netto en een immateriële vergoeding van € 25.000,-- netto, een en ander met veroordeling van Boskalis in de kosten van het geding.

2.2. [verzoeker, tevens verweerder] voert daartoe – kort gezegd – het volgende aan. Boskalis heeft ten onrechte een vage beschuldiging van een ernstig feit overgenomen zonder dat wederhoor heeft plaatsgevonden. [verzoeker, tevens verweerder] heeft op 24 mei 2007 verlof genomen en is van het project vertrokken, aangezien de persoon die hem zou aflossen enkele dagen daarvoor al was aangekomen. Na zijn verlof vernam [verzoeker, tevens verweerder] dat hij vanwege geruchten niet meer mocht terugkomen op het project. [verzoeker, tevens verweerder] betwist de beschuldigingen en stelt dat hij alleen zijn ex-echtgenote met haar dochter en zijn nieuwe vriendin met haar dochter en/of broer wel eens op zijn hotel heeft ontvangen en dat voorts de broer en neef van zijn ex-echtgenote een keer bij hem hebben overnacht, aangezien zij voor Boskalis hadden gewerkt en wachtten op uitbetaling van loon door Boskalis. Volgens [verzoeker, tevens verweerder] ontbreekt ook elk bewijs van de onjuiste beschuldiging door Boskalis en is hij in een telefoongesprek en in het op 27 juni 2007 gehouden gesprek onder meer door [medewerker PZ] uitgescholden en beledigd. [verzoeker, tevens verweerder] stelt dat hij als gevolg van de handelwijze van Boskalis ziek is geworden en in een ernstige depressie is geraakt en dat zijn behandelend arts, psycholoog en psychiater hem aangeraden hebben om het dienstverband met Boskalis te beëindigen. Volgens [verzoeker, tevens verweerder] valt de reden voor het onderhavige verzoek enkel aan Boskalis te wijten, aangezien zij jegens hem ernstig tekort is geschoten. [verzoeker, tevens verweerder] verzoekt toekenning van een vergoeding waarbij gerekend wordt met correctiefactor 3 en waarbij de zes jaar dat hij in de vakantie voor Boskalis werkzaam was als één dienstjaar telt. [verzoeker, tevens verweerder] verzoekt om de vergoeding onbelast uit te keren, nu Boskalis zijn loon zonder inhouding van loonbelasting betaalt.

Vanwege het leed dat Boskalis aan [verzoeker, tevens verweerder] heeft toegebracht en de ziekte die zij bij hem heeft veroorzaakt, verzoekt [verzoeker, tevens verweerder] tevens betaling van een immateriële schadevergoeding van € 25.000,--.

Het verweer

3.1. Boskalis verzoekt het ontbindingsverzoek van [verzoeker, tevens verweerder] te honoreren. Zij meent echter dat de door [verzoeker, tevens verweerder] verzochte vergoeding te hoog is.

Boskalis voert aan dat zij niet in strijd met goed werkgeverschap noch anderszins onrecht-matig jegens [verzoeker, tevens verweerder] heeft gehandeld. Boskalis erkent dat keihard bewijs van de beschuldigingen ontbreekt, maar voert aan dat [verzoeker, tevens verweerder] wel alle schijn tegen heeft.

Boskalis stelt dat zij geconfronteerd werd met hoge rekeningen van het hotel waar haar medewerkers verbleven en dat, toen zij de hoteleigenaar om opheldering vroeg, deze aangaf dat er dingen gebeurden die hij door de vingers moest zien, waarbij hij, onder meer meldde dat wel eens minderjarigen op de kamers verbleven. Vervolgens heeft [manager project] op verzoek van het personeel op 26 mei 2007 met het personeel gesproken en in dit gesprek werd gewezen naar [verzoeker, tevens verweerder]. Daarna heeft Boskalis getracht om duidelijkheid van [verzoeker, tevens verweerder] te verkrijgen, maar [verzoeker, tevens verweerder] bleek het project zonder bericht vroegtijdig te hebben verlaten. Uit de e-mail van de hoteleigenaar blijkt onder meer dat [verzoeker, tevens verweerder] damesbezoek heeft gehad en dat er twee jongens op zijn kamer hebben geslapen waarvan één de indruk gaf minderjarig te zijn. Bovendien heeft [verzoeker, tevens verweerder] tijdens het gesprek op het hoofdkantoor op 27 juni 2007 geweigerd om enige uitleg te geven. Later heeft hij verklaard dat hij een buitenechtelijke relatie had en dat zijn nieuwe partner met haar dochter bij hem op bezoek zijn geweest. Voor Boskalis is een en ander onaanvaardbaar en moet zelfs de schijn van seksuele omgang met minderjarigen vermeden worden.

Boskalis voert aan dat de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker, tevens verweerder] niet aan haar kan worden tegengeworpen, [verzoeker, tevens verweerder] heeft al voor het gesprek op 27 juni 2007 zelf aangegeven niet meer terug te willen keren naar het project in Brazilië en bovendien heeft [verzoeker, tevens verweerder] een historie van psychische klachten.

Het zelfstandig verzoek

4.1. Boskalis verzoekt zelfstandig om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning aan [verzoeker, tevens verweerder] van een vergoeding van vijf maandsalarissen, vermeerderd met 8% vakantietoeslag.

4.2. [verzoeker, tevens verweerder] heeft de stellingen van Boskalis gemotiveerd weersproken.

Beoordeling van de verzoeken

5.1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Daarvan is niet gebleken.

5.2. De kantonrechter is, gelet op hetgeen partijen over en weer hebben gesteld, van oordeel dat er sprake is van zodanige veranderingen in de omstandigheden dat de arbeids-overeenkomst wegens gewichtige redenen op korte termijn moet worden ontbonden. Immers beide partijen zijn van oordeel dat een verdere vruchtbare samenwerking niet meer tot de mogelijkheden behoort en verzoeken ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

5.3. Met betrekking tot een toe te kennen vergoeding overweegt de kantonrechter als volgt.

Geoordeeld wordt dat Boskalis de juistheid van de verklaring van de hoteleigenaar nader had moeten onderzoeken. Boskalis verklaart zelf dat de hoteleigenaar zich bij haar diende te verantwoorden over de hoogte van rekeningen, zodat het aannemelijk is dat hij bij zijn verklaring belang had, terwijl [verzoeker, tevens verweerder] de beschuldigingen gemotiveerd heeft betwist. Overigens meldt de hoteleigenaar in de e-mail feitelijk ook slechts dat er wel eens anderen hebben overnacht bij [verzoeker, tevens verweerder]. De inhoud van die e-mail vormt geen enkel bewijs voor de beschuldigingen. Voorts wordt geoordeeld dat [verzoeker, tevens verweerder] met de door hem overgelegde stukken voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn verlof was ingegaan op 25 mei 2007 en dat hij het project dus niet zonder bericht vroegtijdig heeft verlaten. Nu het gesprek dat Boskalis met de medewerkers had en waarin werd gewezen naar [verzoeker, tevens verweerder] op 26 mei 2007 plaatsvond en [verzoeker, tevens verweerder] daarbij dus niet aanwezig kon zijn, had het op de weg van Boskalis gelegen om direct na de beschuldiging actie te ondernemen en actief contact te zoeken met [verzoeker, tevens verweerder]. Hiervan is niet gebleken. [verzoeker, tevens verweerder] vernam eerst van het gerucht en de schorsing toen hij zelf navraag deed over zijn rooster. Dat [verzoeker, tevens verweerder] vervolgens in een reactie aangeeft niet meer op het project werkzaam te willen zijn, acht de kantonrechter in het licht van het vorenstaande niet onbegrijpelijk. Op 27 juni 2007 heeft Boskalis met [verzoeker, tevens verweerder] over de geruchten gesproken. Dat [verzoeker, tevens verweerder] tijdens dat gesprek heeft geweigerd uitleg te geven wordt onaannemelijk geacht, nog daargelaten dat van [verzoeker, tevens verweerder] niet verlangd kan worden dat hij uitgebreid verweer voert tegen een enkele niet nader onderbouwde, doch wel ernstige beschuldiging. Daarna heeft Boskalis volhard in de beschuldiging, ook nadat het blijkbaar voor Boskalis onmogelijk was om het in het faxbericht van 4 juli 2007 aangekondigde bewijs te leveren.

Op grond van het vorenstaande wordt geoordeeld dat Boskalis ten aanzien van de geruchten over [verzoeker, tevens verweerder] onzorgvuldig jegens [verzoeker, tevens verweerder] heeft gehandeld. Het is immers aan Boskalis om een dergelijke vergaande beschuldiging zorgvuldig te onderzoeken en [verzoeker, tevens verweerder] daarover onverwijld te horen. Dit heeft Boskalis nagelaten en zij is zich op het standpunt blijven stellen dat [verzoeker, tevens verweerder] zich wel aan de verweten gedragingen heeft schuldig gemaakt, zonder voor dit standpunt, ook in de onderhavige procedure, concrete aanknopingspunten aan te dragen. Een en ander betekent dat Boskalis aan [verzoeker, tevens verweerder] een vergoeding moet betalen, waarvan een deel dient als compensatie voor de aantasting van zijn eer en goede naam en voor het door hem ondergane leed.

5.4. Gelet op alle relevante omstandigheden acht de rechter het in dit verband billijk dat Boskalis aan [verzoeker, tevens verweerder] een vergoeding betaalt van € 108.000,-- bruto. Bij de bepaling van deze vergoeding heeft de kantonrechter geen rekening gehouden met de vakantieperioden waarin [verzoeker, tevens verweerder] bij Boskalis heeft gewerkt en wel met het jaar dat [verzoeker, tevens verweerder] via een uitzend-bureau bij Boskalis werkzaam was. Uit de stellingen van partijen heeft de kantonrechter opgemaakt dat ten aanzien van het loon van [verzoeker, tevens verweerder] de regel geldt netto is bruto, zodat daarvan is uitgegaan. Nu de fiscale afwikkeling van de vergoeding bij de bepaling daarvan geen rol speelt, ziet de kantonrechter geen aanleiding om het verzoek van [verzoeker, tevens verweerder] om de vergoeding onbelast te laten betalen toe te wijzen.

5.5. Ter zake immateriële schadevergoeding wordt een bedrag van € 10.000,-- toegekend. Boskalis heeft [verzoeker, tevens verweerder] van ernstige strafbare feiten beschuldigd, zonder dat die feiten bewezen zijn geworden. [verzoeker, tevens verweerder] is door die beschuldigingen in zijn goede naam aangetast. Dat hij bovendien door alle gebeurtenissen, waaronder de aanvankelijke ontslagaanzegging, geestelijk een dreun heeft gekregen, is niet onaannemelijk. Dat hij eerder in zijn leven al eens overspannen is geweest, doet daar niet aan af.

5.6. Aan [verzoeker, tevens verweerder] wordt de mogelijkheid geboden het verzoek in te trekken nu aan de ontbinding een vergoeding wordt verbonden die lager is dan de bij verzoekschrift verzochte vergoeding.

5.7. Nu Boskalis van haar kant een onvoorwaardelijk verzoek heeft gedaan, wordt ook aan Boskalis de mogelijkheid geboden om haar verzoek in te trekken, nu aan de ontbinding een vergoeding is verbonden.

5.8. De kantonrechter zal de proceskosten tussen partijen compenseren.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen in kennis van het voornemen de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden waarbij aan [verzoeker, tevens verweerder] een vergoeding van € 108.000,-- bruto en € 10.000,-- wegens immateriële schadevergoeding ten laste van Boskalis wordt toegekend;

stelt zowel [verzoeker, tevens verweerder] als Boskalis in de gelegenheid tot en met 20 september 2007 het verzoek in te trekken.

In het geval niet beide partijen van deze bevoegdheid gebruik maken:

ontbindt de overeenkomst van partijen met ingang van 1 oktober 2007;

kent aan [verzoeker, tevens verweerder] ten laste van Boskalis een vergoeding toe van

€ 108.000,-- bruto, alsmede € 10.000,-- ter zake immateriële schadevergoeding;

verstaat dat het netto-equivalent van voormeld brutobedrag en het bedrag van de immateriële schadevergoeding dienen te zijn voldaan uiterlijk binnen twee weken nadat onherroepelijk is komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen door deze beschikking is ontbonden;

compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk, kanton¬rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2007, in aanwezigheid van de griffier.