Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB3240

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
22-08-2007
Datum publicatie
10-09-2007
Zaaknummer
70605 / HA ZA 07-2379
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- gebreken bij bouw potstal?

- langdurig en vergeefs overleg

- bindende eindbeslissing / tussetijds appèl

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 70605 / HA ZA 07-2379 (voorheen: 44343/ HA ZA 02-2349)

Vonnis van 22 augustus 2007

in de zaak van

de vennootschap naar Belgisch recht

ASK N.V.,

gevestigd te Malle (West), België,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. F.A. van de Kasteele,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. J.A.J.M. Jonk.

Partijen zullen hierna ASK en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 april 2003

- het proces-verbaal van comparitie van 4 juli 2003

- het proces-verbaal van de comparitie ter plekke (in [woonplaats gedaagde]) van 25 augustus 2003

- het proces-verbaal van comparitie ter plekke (in [woonplaats gedaagde]) van 13 december 2003

- de akte van ASK

- de antwoordakte van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling in conventie en reconventie

2.1. Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende. ASK, als aannemer, heeft in opdracht van [gedaagde] een potstal en kaasmakerij gebouwd in [woonplaats gedaagde]. Voorts heeft ASK voerhekken geleverd aan [gedaagde]. [gedaagde] heeft van de facturen van ASK een bedrag van EUR 11.296,40 onbetaald gelaten. ASK vordert betaling daarvan, met rente en kosten.

2.2. Volgens [gedaagde] vertoont het werk van ASK gebreken. [gedaagde] beroept zich op een opschortings- en een verrekeningsrecht. In reconventie vordert [gedaagde], na eiswijziging, ontbinding van het deel van de overeenkomst dat ondeugdelijk is uitgevoerd, subsidiair schadevergoeding, met betaling door ASK van EUR 86.338,64, met rente en kosten. [gedaagde] beroept zich op een “globale bouwkundige interpretatie van een visuele opname van de stal” en een (definitief) deskundigenrapport, die in opdracht van [gedaagde] zijn opgesteld door

ing. J.A.M. van der Maarel van Contech Allround Constructieadvisering (producties 26 en 44). De conclusies van Van der Maarel zijn:

-De staalconstructie is te licht.

-Het storten van de betonvloer is niet zorgvuldig gebeurd.

-De wapening in de betonnen keerwanden onder de buitengevels is te licht, te

meer als in aanmerking wordt genomen dat de eveneens te lichte staalconstructie dit gemis niet kan compenseren.

-De te lage betonnen knieboom is nadelig voor het welzijn van het vee.

-De veehekken beantwoorden niet aan de overeengekomen specificaties.

-Het binnenklimaat wordt nadelig beïnvloed door slecht sluitende schuifdeuren en een afgesloten ventilatievoorziening in de nok

2.3. Ter comparitie van 25 augustus 2003 is afgesproken dat partijen zelf gezamenlijk twee deskundigen zouden inschakelen, ter beantwoording van respectievelijk de volgende twee vragen:

1-of ASK goede voerhekken heeft geleverd

2-of sprake is van gebreken in de beton- en staalconstructie. Dit betreft de gebreken genoemd in tussenvonnis onder r.o. 6.13 en 6.15 tot en met 6.17:

-6.13 Scheuren in de betonnen vloer

-6.15 Lekkage tussen betonfundering en opstaande betonelementen

-6.16 Scheuren in fundering/kelderwand.

-6.17 Verdraaiing van spanten

Daarbij is bepaald dat na totstandkoming van de twee rapporten de comparitie ter plekke zou worden voortgezet in aanwezigheid van beide deskundigen.

Tevens zouden partijen bezien of zij de overige geschilpunten alsnog in onderling overleg konden regelen. Dit betreft de geschilpunten opgesomd in het tussenvonnis onder 6.12, 6.14 en 6.19 tot en met 6.22:

-6.12 Lichtkoepel op het dak

-6.14 Lekkages in potvloer aan de oostzijde

-6.19 Ontbreken van een deurbeschermer en twee poortbeschermers

-6.20Voerhekken met draaiwiel

-6.21 Geen kopstukken bij schuifpoorten

-6.22 Levering materiaal voor hemelwaterafvoer

2.4. Ter zake van vraag 1 heeft C. de Ruijter van DLV Bouw, Milieu en Techniek B.V. een rapport de dato 30 juni 2004 opgesteld. Het rapport ter zake van vraag 2 is opgesteld door J. van den Brink van -eveneens- DLV Bouw, Milieu en Techniek B.V. en dateert van 25 juni 2004.

2.5. Op de voortgezette comparitie ter plaatse van 13 december 2004 zijn de bevindingen van de twee deskundigen besproken met partijen, de twee deskundigen en partijdeskundige Van der Maarel.

Vraag 1

2.6. Deskundige De Ruijter heeft gerapporteerd dat de constructie van de voerhekken niet voldoet aan de eisen en inzichten zoals die algemeen bekend waren in 2000 en dat vervanging de enige optie is. Partijen verklaarden zich te kunnen vinden in deze bevinding. Partijen houdt echter verdeeld wat daarvan de consequentie dient te zijn. [gedaagde] verlangt dat ASK nieuwe voerhekken levert. ASK verzet zich tegen vervanging. ASK legt zich neer bij de door [gedaagde] gevorderde ontbinding. Volgens ASK is het -niet door partijen ondertekende- proces-verbaal van de comparitie van 13 december 2004 onjuist, voor zover daarin is vermeld dat partijen zijn overeengekomen dat ASK alsnog deugdelijke voerhekken zou leveren.

2.7. In het midden kan blijven of de stelling van ASK juist is dat het voormelde proces-verbaal deels onjuist is. Dat is van geen belang nu partijen omtrent de voerhekken rechtens hetzelfde standpunt innemen: [gedaagde] vordert

-in reconventie- gedeeltelijke ontbinding, en ASK stemt daarmee in. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen. Waar [gedaagde] thans de voorkeur geeft aan nakoming boven ontbinding, had hij zijn eis in reconventie daarop moeten wijzigen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Waar nakoming niet is gevorderd kan de rechtbank die niet toewijzen. Overigens geniet ook om praktische redenen ontbinding de voorkeur boven nakoming. Het geding is aanhangig gemaakt reeds in 2002. Partijen hebben sindsdien veelvuldig onderling contact gehad om onderling tot een vergelijk te komen, maar zonder resultaat. Besprekingen leidden niet tot oplossingen en als het partijen al lukte om een afspraak te maken voor herstel of vervanging, dan blijkt daaraan geen deugdelijke uitvoering te worden geven, waar partijen elkaar dan de schuld van geven.

2.8. Nu de vordering tot ontbinding wordt toegewezen rust op partijen een plicht tot ongedaanmaking van de verbintenissen die zijn uitgevoerd. Volgens ASK bedraagt de waarde van de voerhekken thans, inclusief enige afschrijving, EUR 2.625,00. [gedaagde] betwist deze waarde niet (gemotiveerd). Derhalve staat vast dat ASK aan [gedaagde]

EUR 2.625,00 verschuldigd is. ASK, die de voerhekken bij [gedaagde] heeft afgeleverd, zal ze in [woonplaats gedaagde] moeten komen ophalen en zelf hebben te demonteren.

2.9. ASK is toerekenbaar tekort geschoten door ondeugdelijke voerhekken te leveren. De schade die [gedaagde] daardoor lijdt dient ASK te vergoeden. Hoe hoog deze schade is, maakt [gedaagde] niet duidelijk. [gedaagde] zal zich hierover alsnog kunnen uitlaten, waarbij in ieder geval aan de orde kan komen:

-ASK heeft de voerhekken geleverd maar [gedaagde] heeft ze zelf geplaatst. [gedaagde] kan aangeven en onderbouwen wat de kosten van dit aanbrengen zijn.

-ASK en [gedaagde] hebben ieder de helft betaald van de kosten van deskundige De Ruijter. ASK zal de kosten van De Ruiter aan [gedaagde] hebben te vergoeden voor zover sprake is van redelijke kosten ter vaststelling van schade. [gedaagde] dient aan te geven en te onderbouwen wat deze kosten zijn.

-wat resteert te vorderen door ASK in conventie na verrekening van het schadebedrag?

Vraag 2

2.10. Deskundige Van den Brink trekt de navolgende conclusies:

“Wanden en fundering potstal

Wanddikte en wapening in de wanden voldoen aan de gestelde normen. Zowel in uiterste grenstoestand als in bruikbaarheidstoestand is voldoende wapening berekend en zou de wand onder normale omstandigheden niet mogen scheuren t.g.v. spanningen die veroorzaakt worden door de belastingen zoals gesteld in de belastingnorm NEN 6702 en HBRM 1991 (Handleiding bouwtechnische richtlijnen mestbassins).

De optredende paallast blijft onder het maximale draagvermogen van de prefab betonpalen waardoor spanningen t.g.v. zettingsverschillen onder normale omstandigheden niet zouden mogen optreden.

Ik heb gecontroleerd of de constructie de belasting uit de later aangebrachte hooizolder kan dragen. Uit bovenstaande berekeningen blijkt dat dit mogelijk is en hiervoor geen extra constructieve voorzieningen in wanden en fundering noodzakelijk zijn.

Ervan uitgaande dat de wanden en heiwerk uitgevoerd zijn volgens tekening en berekening en gezien het beeld van de scheuren (lopend in dwarsrichting van de stal) is mijns inziens de oorzaak van de wandscheuren te zoeken in spanningen t.g.v. fysische invloeden waarbij ik denk aan (belemmerde) uitdrogingskrimp en temperatuursverschillen. Het onvoldoende aanwezig zijn van krimp- en dilatatievoegen versterkt deze gedachte. Tijdens het bezoek hebben we kunnen constateren dat er op de lange wand 1 dilatatievoeg aanwezig is, deze bevindt zich op 1,30 m voor het voorlaatste spant.

Navraag bij de gemeente Graafstroom door dhr. de Ruijter van DLV heeft uitgewezen dat de gemeente de vloerwapening van de potstal heeft gekeurd en verder geen opmerkingen daarover gemaakt heeft.

Vloer voergang

Exacte gegevens over wapening, vloerdikte, prefab dekplaat en drukhoogte van de voergangvloer ontbreken maar de scheuren vertonen een dusdanig patroon dat over de oorzaak een uitspraak kan worden gedaan.

Indien geen constructieve bovenwapening in de vloer aanwezig is is het zeer waarschijnlijk dat de scheuren veroorzaakt zijn door krimpspanningen aangezien zaagsneden t.b.v. krimpvoegen ontbreken, het beeld van de scheurvorming wijst dit ook uit. De scheuren lopen namelijk in dwarsrichting van de stal.

Indien de voergangvloer scheuren zou vertonen ten gevolge van belastingen dan zouden deze scheuren zich openbaren in de richting evenwijdig aan de ondersteunende kelderwanden.

Torderen spant stramien 3 (oostzijde vld stal)

Uit de berekeningen blijkt dat het spant en de voetverbinding zoals getekend op tekening 991058 02 voldoen aan alle sterkte en doorbuigingseisen zoals in de normen wordt gesteld.

ik heb het vermoeden dat er vanuit de stal een kracht moet hebben gewerkt op het betonpaneel die de kolommen heeft verdraaid en de scheur in het paneel en buitenwand heeft veroorzaakt. Wellicht dat dit nog gecontroleerd kan worden.

Reparaties

De scheuren in wanden en voergangvloer en de gaten in de vloer van de potstal dienen gerepareerd te worden door een gespecialiseerd bedrijf. Hierbij dient eventuele aantasting t.g.v. het agressieve milieu onderzocht te worden en de verdichting afgestemd te worden op milieuklasse 5b voor wanden en vloer van de potstal en bovenzijde van de voergangvloer.”

2.11. De rechtbank kan niet tot een eindoordeel komen ter zake van vraag 2. Het rapport vermeldt nergens wat de eventuele herstelkosten zullen zijn, noch welk bedrag [gedaagde] heeft betaald aan ASK voor de betreffende deelprestatie. Voorts is het rapport niet compleet, reden waarom partijen op de laatste comparitie hebben afgesproken om aan deskundige Van den Brink aanvullende vragen te stellen. Kennelijk is het vervolgens nog wel tot een bijeenkomst met partijen en Van den Brink gekomen op 10 oktober 2005, maar dit heeft niet geleid tot totstandkoming van een aanvullende rapportage door deskundige Van den Brink.

2.12. Evenmin kan de rechtbank tot een eindoordeel komen ten aanzien van de overige geschilpunten. Partijen hebben op de laatste comparitie afgesproken deze punten in onderling overleg te willen regelen, maar ook hier blijkt zulks niet het beoogde effect gesorteerd te hebben.

2.13. Partijen zijn niet in staat gebleken om tot onderlinge oplossingen te geraken. De rechtbank zal daarom de vordering in reconventie van [gedaagde] tot gedeeltelijke ontbinding en schadevergoeding beoordelen. Daartoe is nadere informatie van partijen nodig. [gedaagde] zal zich bij akte kunnen uitlaten over in ieder geval het volgende:

-een overzicht van de resterende gebreken in de prestatie van ASK

-met, per gebrek,:

-waaruit blijkt (al dan niet: uit het rapport van Van den Brink of van Van der Maarel) dat hier sprake zou zijn van wanprestatie van ASK?

-wat heeft [gedaagde] aan ASK betaald voor de (gesteld) gebrekkige prestatie?

-wat kost herstel door een derde?

-welke (aanvullende) schade lijdt [gedaagde] wegens de gesteld gebrekkige prestatie van ASK?

-wat zijn de kosten van deskundige Van den Brink en welk deel daarvan is door [gedaagde] betaald?

2.14. ASK zal bij antwoordakte mogen reageren op de akte van [gedaagde].

2.15. De rechtbank kan niet uitsluiten dat zij zelf alsnog een deskundige zal hebben te benoemen ter beoordeling van eventuele gebreken, schade en herstelkosten, nu partijen reeds zelf het rapport van Van den Brink niet compleet achten. Partijen kunnen zich in hun te nemen akte alvast uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige (-n), de daaraan te stellen vragen en de omvang van diens kosten.

2.16. ASK stelt zich niet te kunnen vinden in de beslissing van de rechtbank bij vonnis de dato 23 april 2003 dat de algemene voorwaarden van ASK niet toepasselijk zijn op de overeenkomst van partijen. Dit is echter een bindende eindbeslissing van de rechtbank, die hier wordt herhaald. De rechtbank realiseert zich dat de wel toepasselijkheid van de algemene voorwaarden de uiteindelijke uitkomst van de zaak aanzienlijk anders zou kunnen doen zijn. Om redenen van economische procesorde ziet de rechtbank aanleiding om ambtshalve te bepalen dat van dit tussenvonnis in hoger beroep kan worden gekomen (art. 337, lid 2, Rv.). Aangetekend zij echter dat het niet aan de rechtbank, maar aan het gerechtshof is om te beoordelen of in het appel niet alleen onderhavig tussenvonnis aan de beoordeling zal zijn onderworpen, maar ook het eerdere tussenvonnis de dato 23 april 2003, waarvan de (tussentijdse) appeltermijn immers is verstreken.

2.17. Zolang geen hoger beroep is aangetekend blijven partijen gehouden om te voldoen aan de beslissing van de rechtbank tot het nemen van een (antwoord-) akte.

2.18. Iedere nadere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. staat tussentijds hoger beroep toe van dit tussenvonnis;

3.2. bepaalt voor zover (nog) geen hoger beroep is aangetekend, het volgende:

-verwijst de zaak naar de rolzitting van 19 september 2007 voor het nemen van een akte door [gedaagde] als bedoeld in r.o. 2.9, r.o. 2.13 en r.o. en 2.15;

-verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 oktober 2007 voor het nemen van een antwoordakte door ASK;

3.3. houdt iedere nadere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op

22 augustus 2007.